Noem mijn naam – Barbara Visser, Elsa von Freytag-Loringhoven en Lena Dunham
Lena van Tijen werpt de lens op vrouwelijke kunstenaars en hoe zij bezien worden. Aan de hand van Barbara Vissers tentoonstelling Superposition – In Search of the Elusive Elsa von Freytag-Loringhoven in het Kunstmuseum en Lena Dunhams recent verschenen memoires Famesick vraagt zij zich af: wat is erger, een naam die uitgroeit tot iets dat je ontglipt, of een naam die nooit echt gehoord wordt – als die twee überhaupt tegen elkaar af te zetten zijn?
De groene nachten van Salman Toor
Joost Jungsik Vormeer is al lange tijd gefascineerd door de doeken van Salman Toor: ‘Ik heb het gevoel dat ik in zijn schilderijen wil wonen.’ Toor portretteert op een intieme manier het leven van Zuid-Aziatische queer mannen. Nu er twee van Toors doeken in het Stedelijk Museum Amsterdam te zien zijn, staat Joost voor het eerst oog in oog met de schilderijen.
Hoe we omgaan met de enormiteit van de dag – over Peter Hujar’s Day
De dag doorkomen. Opstaan, aankleden, koffie zetten, naar de eerste afspraak toe. De film Peter Hujar’s Day zit vol met basale, alledaagse overwegingen. De mate van zorg die de fotograaf voor al die details droeg, legt bloot hoe Hujar dacht, en hoe hij tot zijn kunst kwam, schrijft Laure van den Hout. En daarin schuilt ook de kracht van zijn meest iconische foto’s.
Het kind dat zich niet in een binaire wereld laat dwingen – over trying not to know … van Sharan Bala
Onze cultuur trekt strikte grenzen rond de hokjes ‘man’ en ‘vrouw’ en laat vrijwel geen ruimte voor de mensen die zich aan deze tweedeling onttrekken. Dat toont het werk trying not to know … van Sharan Bala aan. Hen biedt totale openheid van zaken door hun medische dossier tentoon te stellen. Honderdzestig pagina’s tekst, over een kind dat in principe gezond is, maar toch is gemedicaliseerd, omdat hun lichaam niet is te reduceren tot onze binaire denkbeelden. Maurits de Bruijn ziet hoe Bala met dit gebaar het zogenaamde probleem terugkaatst naar de toeschouwer, naar de medici die hen in hun spreekkamer zagen, naar de maatschappij. ‘Het werk zegt: dit zijn jullie bedenksels, dit is jullie probleem, niet dat van mij.’
Stoppen met roken – over Boy Smoking van Lucian Freud
Als Lena van Tijen de personages van films of series ziet roken, wakkert dat een sluimerende behoefte aan. Boy Smoking van Lucian Freud, nu te zien in het Kunstmuseum Den Haag als onderdeel van London Calling, heeft een heel andere uitwerking op haar. ‘Geliefden die een sigaret delen klinkt welllicht romantisch, maar benadrukt juist wat hen van elkaar scheidt. Waar liefde nabijheid vraagt, heft roken die juist op.’
Voordat we cultuur werden waren we natuur – over We Once Were One van Femmy Otten
We Once Were One (2022) van Femmy Otten deed Maurits de Bruijn eerder denken aan het inluiden van een nieuw tijdperk. Een waarin vrouwen ruimte innemen. Maar wanneer hij het werk tegenkomt bij Metamorfosen in het Rijksmuseum Amsterdam trekt hij een andere conclusie. ‘Wat me inmiddels treft aan de titel is dat ze op het hout slaat. Wij mensen en het hout waren ooit één. Voordat we cultuur werden waren we natuur. Zo bezien verwijst deze sculptuur niet naar een nieuwe machtsorde, maar verwerpt ze het idee dat er überhaupt sprake is van een hiërarchie.’
Hoe een grote berg snoepjes gestalte gaf aan een onzichtbare ziekte
Maurits de Bruijn las de roman Nova Scotia House waarin de vroege jaren van de hiv/aids-crisis gestalte krijgen én hij een onvergetelijke verwijzing ontdekte naar “Untitled” (Portrait of Ross in L.A.) van Félix González-Torres. ‘Dit werk is niet onbegrijpelijk of hermetisch, maar vlamt, is activistisch, was broodnodig in een tijd waarin mensen die hiv-positief waren niet de zorg of aandacht kregen die ze verdienden. Zeker niet in de VS. Die slinkende berg was een wanhoopskreet. De snoepjes schreeuwden: we sterven, we verdwijnen, als niemand voor ons zorgt.’
Een wereld zonder pijn en zorgen – over K-Pop: A Snapshot
‘In de jaren 90 probeerde ik op krakkemikkige Engelstalige websites bands en artiesten van de ‘eerste generatie’ K-popartiesten te volgen, zoals g.o.d. en Seo Taiji and Boys. […] In een tijd zonder YouTube was het extreem moeilijk om naar hun muziek te luisteren. Toch was ik geïnteresseerd, juist omdat ik in de Free Record Shop artiesten miste die op mij leken. Popsterren met een Aziatische achtergrond. Ik had geen cd’s van Aziatisch-Nederlandse of Aziatisch-Amerikaanse artiesten omdat ze er in mijn beleving niet waren. Toen ik K-pop ontdekte, was dat dus een kleine openbaring. Al kon ik mij niet voorstellen dat het genre ooit een globaal fenomeen zou worden.’ Joost bezoekt de tentoonstelling K-Pop: A Snapshot in het Wereldmuseum in Leiden. In deze column verkent hij hoe het zorgeloze universum dat K-Pop schept, ook een subversieve kant heeft.
Een digitale plek om te rouwen, een game met helende krachten – over Plum Road Tea Dream van Samuel Baidoo
In Plum Road Tea Dream komen gaming en trauma op wonderlijke wijze samen. Samuel Baidoo creëerde een game én voorstelling. Een zogenaamde walking simulator, waarbij gaat het niet om schieten en vechten maar om ontginnen en ontdekken. Wie gaming associeert met escapisme en afzondering, stuit dankzij deze voorstelling op onverwachte lagen, waarin discriminatie en queerness een onvergetelijke vorm van troost vinden. Plum Road Tea Dream is te zien tijdens het Beyond the Black Box-festival in de Brakke Grond.
Een winter van blauwe en witte stof – over House of Hope van Marjolein Busstra
Op IDFA gaat deze week House of Hope in première, de nieuwe documentaire van Marjolein Busstra. De film volgt het echtpaar Manar en Milad, dat een vrije school bestiert op de Westelijke Jordaanoever. Te midden van die alsmaar toenemende storm aan bezettingsgeweld en de genocide die zich in Gaza ontvouwt doet het echtpaar er alles aan om de kinderen die ze lesgeven een plek te bieden waar genezing kan plaatsvinden. Alles suggereert: dit is een veilige haven. Hier word je gezien. Hier mogen emoties worden getoond.
Keurslijf
Deze zomer ervoer Joost Jungsik Vormeer in Mudam in Luxemburg hoe een suppoost op zaal schreeuwde omdat een kindje de installatie Controlled Memory Loss van Eva Kot’átková aanraakte. De ironie wil dat juist deze kunstenaar werkt met thema’s als supervisie, controle, opvoeding, het lichaam en de rol van ideologie en (mentale) instituten. Joost bevraagt in zijn column het spanningsveld tussen controle en veiligheid, en hoe zich dat verhoudt tot aanraking.
Hoe de wereld voor mannen is gemaakt
De mensgemaakte wereld is gegenderd en vrijwel alles is voor mannen gemaakt of voor mannen bedacht. Dat maakt De Duivelsberg van Daan Borrel duidelijk. En dat werd aangekaart door het feministisch collectief Matrix. Hun manifest Making Space: Women and the Man-Made Environment reflecteert op het gegeven dat onze steden grotendeels voor en door mannen zijn ontworpen. Reading between the lines, een serie foto’s van Mayte Breed, laat – net als Borrel – zien dat verzet tegen patriarchale domeinen vele gedaanten kan aannemen.
Een bestaan onder druk – over La haine
‘De eerste keer La haine was schokkend, de tweede keer is vooral verbijsterend.’ Laure van den Hout bekijkt de iconische arthouse-hit dertig jaar nadat die verscheen en spant lijnen naar haar mondeling Frans, Susan Sontag en onze aanstaande verkiezingen.
De brandende man rent
Lena van Tijen woonde in BOZAR, het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, de performance POSSESSIVE USED AS DRINK (ME) – A LECTURE ON PRONOUNS in the form of 15 SONNETS van dichter en classicus Anne Carson bij. Het zette haar aan het denken over het prettig-ongrijpbare dat het lezen, interpreteren en vertalen van poëzie met zich meebrengt: ‘het gevoel dat begrip zich ergens achter mijn hoofd bevindt, op een paar meter afstand. En dat het, zodra ik omkijk, alweer verdwenen is.’














