Queer oud worden: de Femminielli van Napels
De ingedutte oude vrouw, de liefdevolle grootouder die leeft voor zijn kleinkinderen, het gelukkig maar seksloze ANWB-koppel. Als het op oudere rolmodellen en archetypes aankomt, dan mist Jan Hoek een rijk, sexy, queer aanbod. In deze serie gaat hij op zoek naar de mensen die hij later zou kunnen worden. Hij doet dat in een reeks visuele essays, waarin hij tekent, zoekt en hardop twijfelt. In dit tweede essay is Jan in Napels, waar hij in aanraking komt met de Femminielli.
~ Dit essay is het beste te lezen en te bewonderen op een groot scherm en komt minder goed uit de verf op een telefoon ~
Spiegelbeelden, weefgetouwen en Plato’s allegorie van de grot
Lieke Smits onderzoekt in dit essay verschillende draden: spiegelingen, schaduwen, weefwerk, de mogelijkheid om je eigen verhaal te schrijven. Aan de hand van een gedicht van Alfred Tennyson getiteld The Lady of Shalott verkent Lieke wat gezien kan worden als de werkelijkheid en wie verantwoordelijkheid draagt voor hoe we deze zien. ‘Naast middeleeuwse verhalen over ridders en liefdesverdriet, klinken er ook klassieke tradities door in Tennysons gedicht. De opgesloten jonkvrouw die enkel schaduwen van de wereld ziet doet direct denken aan Plato’s allegorie van de grot, waarmee Socrates in De staat uitlegt dat de zintuiglijke wereld slechts een onvolmaakte kopie is van de eeuwige Ideeënwereld’, maar, vervolgt ze ‘De Lady of Shalott is echter meer dan een passieve toeschouwer van schaduwen. Met haar weefgetouw creëert ze ook beelden.’
Haperingen als bron voor verbeeldingskracht
Lichamelijke tekortkomingen omkeren en naar hun hand te zetten, getuigen van hun onmogelijke werkelijkheid. Dat doen de kunstenaars die Mira Thompson voor Mister Motley voor het voetlicht bracht binnen haar reeks Land zonder grenzen. Vandaag sluit ze de serie af met een essay waarin ze Karin Spaink, JJJJJerome Ellis, Lizzy Rose en Melvin Moti uitlicht en misschien ook wel bedankt. ‘Zij laten op eigen wijze zien dat het lichaam meer is dan een fysieke entiteit. Wanneer onbekommerd functioneren geen automatische vanzelfsprekendheid is, openen zich luikjes die door ervaring en gebrek ingegeven zijn.’
Prehistorische grotschilderingen laten ontsnappen, tijdreizen en voortleven
Na een legendarische ontdekking werd de grot van Lascaux in de Dordogne, met schilderingen van tussen de 10.000 en 20.000 jaar oud, in 1948 opengesteld voor publiek. In de vijftien jaar die daarop volgden hebben zo’n miljoen mensen de schilderingen van stieren, bizons, herten en andere dieren kunnen zien. Omdat de vele bezoeken bacteriën en schimmels met zich meebrachten die de schilderingen bedreigden, moest Lascaux in 1963 sluiten voor het grote publiek. Daarmee brak de tijd van replica’s aan. Lieke Smits trapt onze nieuwe serie ‘De kaart en het gebied’ af met een essay over prehistorische kunst en reproducties, wat het betekent om te speculeren over een tijd waarop we van alles kunnen projecteren.
Naoorlogse hoop in het gezicht op een kinderpostzegel
In 1947 was de Hongaars-Nederlandse fotografe Eva Besnyö verantwoordelijk voor het maken van de kinderpostzegels. In het resultaat kon het Nederlandse publiek zijn eigen familie terugzien, de nieuwe generatie die de oorlog niet had meegemaakt en het land zou helpen opbouwen. ‘Er schuilt een stille hoop in deze portretten, een fragiel uitzicht dat zich in de eerste plaats wil bekommeren om de zorg voor deze kinderen – de rest komt misschien later wel.’ Nina Lissone duidt deze intieme portretten en plaatst ze in het oeuvre van een Joodse fotografe die zich in het begin van haar loopbaan juist had verbonden aan de Nieuwe Zakelijkheid, waarin de mensfiguur slechts als schaduw of een object fungeerde. Morgen opent in Fotomuseum Den Haag de grootse overzichtstentoonstelling Eva Besnyö – De bevrijde camera.
De rivier als leraar – wij zullen alleen proberen te behouden wat we liefhebben
Belichaamd leren is kennis door te ervaren. Door het verschil te voelen tussen droge klei en natte slib. Door de geur en smaak van zeekraal te beleven. Of door te zien hoe de aalscholver zijn vleugels spreidt in de zon. Het is precies dat leren en die kennis die Susanne Luurs probeert te stimuleren in samenwerking met Debora Westra. Samen vormen ze het duo ZOLT. In de serie Grond voor Kunst schrijft Susanne over de taal waarmee mensen water en bodem kunnen lezen, luisteren naar het landschap en de poging minder te beheersen.
Ik zie bijna nooit iemand die ik later zou kunnen zijn – hoe word je als queer man op een leuke manier oud?
De ingedutte oude vrouw, de liefdevolle grootouder die leeft voor zijn kleinkinderen, het gelukkig maar seksloze ANWB-koppel. Als het op oudere rolmodellen en archetypes aankomt, dan mist Jan Hoek een rijk, sexy, queer aanbod. In deze serie gaat hij op zoek naar de mensen die hij later zou kunnen worden. Hij doet dat in een reeks visuele essays, waarin hij tekent, zoekt en hardop twijfelt.
Kunst onttrekt zich tot in het diepst van haar kern aan ontleding, uitleg en analyse
Kunst leren doorgronden lukt nooit helemaal, weet kunstjournalist en schrijver Lucette ter Borg. ‘Kunst evolueert onder je blik. Objectiviteit in de kunst en de kunstkritiek bestaat dus ook niet. Elke kritiek is een subjectieve uiting. Sommige critici slagen er beter in dan anderen om hun persoonlijk oordeel te onderbouwen – maar daar blijft het bij.’ In dit essay, dat een vervolg is op haar onderzoek naar ouderdom in de kunst, legt ze de ontwikkeling van kunstkritiek onder de loep. Zowel haar smaak als de wijze waarop kunstjournalistiek wordt bedreven, zijn grondig herzien.
Kunst doen (in de Flixbus) – een nomadische verbeelding
Aan de hand van een aantal Flixbusreizen en de daarmee gepaarde verveling en ongemak, betoogt Pum van de Koppel dat kunst niet een ding maar een werkwoord is. Het is iets wat we doen. Hij reist naar Londen, Berlijn en Wenen voor een tentoonstelling, een luistersessie en de vriendschap. Middels dit reisverslag probeert hij kunst te herformuleren als iets dat beweeglijk is, een doorgeefspel dat ontsnapt aan de vaste vorm van het kunstobject en een andere verbeelding van het dagelijks leven verschaft. Het oeuvre van Yoko Ono fungeert als leidraad en toetssteen in Pums zoektocht.
Wat zegt het veenmos? Een speculatief essay over De Onlanden, ter ere van Into Nature
Dit jaar vindt de buitententoonstelling Into Nature plaats in het moerasgebied De Onlanden, op de grens van Groningen en Drenthe. Deze editie, getiteld Haunted by Waters, vertrekt vanuit de vraag hoe we ons vanuit het begrip wederkerigheid opnieuw tot het moeras kunnen verhouden, juist met het oog op een toekomst waarin steeds meer land aan het water zal worden ‘teruggegeven’. Deze vraag vormt het vertrekpunt voor dit speculatieve essay, waarin een veenmos uit De Onlanden de verteller is.
Dag kantoor, dag werkplek, hallo vakantie – over Out of Office (Still Here) in Nest
Het is zomer. Dat betekent: ‘dag kantoor, dag werkplek, hallo vakantie.’ Eindelijk lekker naar het buitenland! Toch? Dat geldt niet voor iedereen. Met de groepstentoonstelling Out of Office (Still Here) richt kunstruimte Nest in Den Haag zich op de thuisblijvers en toont het belang van spelen in de kunst.
Kalksteen met tunnel: hoe Belgische beeldhouwers vormen en betekenissen uit hun materiaal bevrijden
Hedendaagse Belgische beeldhouwkunst draagt zowel de sporen mee van het surrealisme als het industriële verleden. Maarten Buser gaat op reis naar (Franstalig) België en behandelt vijf kunstenaars die materialen centraal stellen in hun praktijk. Wat bevrijden zij uit materialen als porselein, schildersdoek en ontdooiende inkt?
Oefeningen in tijdelijkheid – over kraken en kunstenaarschap
Jam van der Aa ging in gesprek met Mirka Farabegoli over haar kunstenaarschap en de tentoonstelling Claiming the City – A Squatters’ Allegory die momenteel te zien is bij POST Nijmegen. Het levert een inzichtelijk essay op waarin Jam reflecteert op tijdelijkheid, noties van eigendom, kraken, kunstenaarschap en het collectief. ‘Toegegeven, je oefenen in tijdelijkheid, is een stuk gemakkelijker, als je erop kunt vertrouwen dat je de nieuwe mogelijkheden al binnen handbereik hebt. Spaargeld, vermogen. Speelgoed voor de rest van je leven. Maar wat heeft een kind in hemelsnaam aan een berg zorgvuldig bewaard en bewaakt speelgoed, als het niemand heeft om mee te spelen? Of wanneer je steeds bang bent, dat iemand een speeltje van je pikt? Kun jij met al je knikkers tegelijkertijd knikkeren? Heb ik de ruimte tussen mijn plafond en de vloer van mijn werkkamer zelf nodig?
Ik weet niet zo goed waar ik heen ga; wil gaan. Behalve ja, misschien, terug in de tijd. Claiming the City – A Squatters’ Allegory is voor mij een artistieke ode aan een wereld die langzaam aan het verdwijnen is, misschien al wel verdwenen is. Misschien toont deze expositie tevens het belang van een gezonde kunstwereld, met veel experimentele plekken, waar alles wat echt betekenisvol is, bijna net zo kwetsbaar is als de kraakbeweging.’
Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew: hoe persoonlijk is een figuratief schilderij?
Kunstenaar en schrijver Dineke Blom bezocht in het Bonnefanten de tentoonstelling Bitches Brew en schreef een bevlogen essay waarin ze zich afvraagt welke rol persoonlijke figuratie speelt en hoe transparant het een kunstenaar maakt. ‘Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen geven in Bitches Brew een onverwachte draai aan persoonlijke figuratie. Een leven zoals geleid door een vrouw neem ik, bij elk van de drie tentoonstellingen, als vertrekpunt. De drie kunstenaars delen vrij veel van hun eigen leven, in gesprekken met elkaar en ook via figuratieve elementen in hun werk. Dat open en persoonlijke aspect gaf mij verrassenderwijs juist de overtuiging dat Thomassen, Ritterbex en Mans meesters zijn in de kunst van het verhullen. Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew – eigenlijk zit het al in dat intrigerende groepsportret bij de tentoonstelling.’
Eén met de wildernis – in Melvin Moti’s werk belichamen kikkers ziekte en soevereiniteit
‘”Now, I think”, “Now, I crash”, “I’m still”, “Now, I call”. “Now, I cope”. Ons waterdier doet een poging op te staan, vindt de kracht niet, maar blijft proberen. “Now, I fear”, horen we opnieuw. Het is evident dat de kikker met iets onmogelijks bezig is. Ze vervult een taak, tegen de klippen op.’ In haar zevende bijdrage voor de reeks Land zonder grenzen verkent Mira Thompson aan de hand van de kikkers in de animatiefilm On a Clear Day van Melvin Moti de onderwerpen ziekte en soevereiniteit.














