De natuur die uitbot als sculptuur

De sculpturen, tekeningen en collages van Hieke Luik (Apeldoorn 1958) laten een wereld zien die ze door haar handen laat gaan. Het is haar manier om greep te krijgen op het verloop van het bestaan. Het begint ergens en houdt weer op, maar er gaat ook iets aan vooraf en er komt iets na. In het geval van Hieke Luik voorvoelt ze waaraan haar werk ten grondslag ligt, voert ze uit wat ze in handen krijgt en herneemt ze wat ze heeft los gelaten. In alles is het werk op de tast. Wat ze voor ogen heeft kan ze door het aanraakbaar te maken als beeld tot stand brengen. In feite maakt ze geen werk naar de waarneming. Haar beelden zijn gemaakt door letterlijk iets naar haar hand te zetten. Het zijn beeldende gebaren. 

 

Drie werken in brons v.l.n.r.: ‘Voorjaarsmodel’ 2002, ‘Whirl’ 2007 en ‘In de lucht’ 2010 in trappenhuis. Privéverzameling
Drie werken in brons v.l.n.r.: ‘Voorjaarsmodel’ 2002, ‘Whirl’ 2007 en ‘In de lucht’ 2010 in trappenhuis. Privéverzameling
‘Jona in de stilte’ 2016, in opdracht: twee deuren in messing voor de Stilteruimte van het MST, ziekenhuis in Enschede  Foto’s Harry Cock
‘Jona in de stilte’ 2016, in opdracht: twee deuren in messing voor de Stilteruimte van het MST, ziekenhuis in Enschede Foto’s Harry Cock

 

Een lezing over haar werk begint bij Hieke Luik met een foto van zichzelf als kind spelend op het strand. Met haar handen geeft ze gebiologeerd vorm aan het zand. Nu bestaan er heel veel foto’s van kinderen die spelen in het zand, maar in haar geval besef je meteen dat hier meer aan de hand is. Je ziet eraan af dat ze voorbestemd is om sculpturen te maken. Dat is natuurlijk een constatering die achteraf makkelijk te doen is, maar dat maakt die vaststelling niet minder waar. Hieke Luik heeft altijd al beelden gemaakt. Het is vanzelfsprekend dat ze in 1976 na haar middelbare school naar de kunstacademie gaat. Ze kiest voor de Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch, onder meer omdat daar een goede keramiekafdeling is. Met keramiek, zo denken haar ouders, zal ze wel in haar onderhoud kunnen voorzien, maar al tijdens het propedeutisch jaar weet ze dat ze wil beeldhouwen. Ze studeert bij David van de Kop, Kees Rogge en Marius van Beek. In haar laatste studiejaar wordt David van de Kop aangesteld als professor aan de Jan van Eijck Academie in Maastricht en hij stelt Hieke Luik voor om haar studie daar voort te zetten. De Bossche academiedirecteur Ad van de Berg maakt dat mogelijk en laat haar ook in Den Bosch afstuderen met werk dat ze in Maastricht maakt.

 

‘Rest’ 1992, Anröchter dolomiet en brons op de Maliebaan, in opdracht van de gemeente Utrecht
‘Rest’ 1992, Anröchter dolomiet en brons op de Maliebaan, in opdracht van de gemeente Utrecht
Twee Stokken in brons en het houten origineel ertussenin, foto Harry Cock
Twee Stokken in brons en het houten origineel ertussenin, foto Harry Cock

 

Vanaf 1983 voert Hieke Luik een professionele kunstenaarspraktijk waarin ze de vanzelfsprekendheid van het maken voedt met de bewustwording van wat ze het maakt, waarom ze het maakt en hoe ze het maakt. Al op de academie heeft ze zich een actieve verstandhouding met de internationale kunstwereld aangemeten en ze bezoekt met studiegenoten tentoonstellingen in binnen- en buitenland en ze trekt met name op met medestudent Arjanne van der Spek. Al snel na haar afstuderen wordt ze door Ton Berends gevraagd te participeren in een tentoonstelling in Nouvelles Images, de gerenommeerde galerie in Den Haag die dit jaar na 58 jaar de deuren moet sluiten. Ze is gegrepen door de Arte Povera vanwege de idee om met weinig middelen een sculpturaal gebaar te maken. In het begin van haar loopbaan wil ze zichzelf bewijzen met grootse werken waarbij ze het materiaal met de kettingzaag te lijf gaat. Uiteindelijk vertaalt zich dat in een werkwijze die ze omschrijft als ‘steenhakken zoals je adem haalt’. Ze laat het beeldhouwen zien als een natuurlijk proces dat aan het lichaam is gekoppeld.

 

Stok speciaal voor Cornelius Rogge met souvenirs eraan: een bronzen bedel, ‘een kleine kern’ en een steentje opgeraapt aan de Normandische kust.
Stok speciaal voor Cornelius Rogge met souvenirs eraan: een bronzen bedel, ‘een kleine kern’ en een steentje opgeraapt aan de Normandische kust.
‘Dialogue’, 2010-2016, Aquarel, 150 x 250 cm, met knipsels bij galerie Ramakers, Den Haag, tijdens ‘Hieke Luik Works’ eind 2016, foto Ernst Moritz
‘Dialogue’, 2010-2016, Aquarel, 150 x 250 cm, met knipsels bij galerie Ramakers, Den Haag, tijdens ‘Hieke Luik Works’ eind 2016, foto Ernst Moritz

 

Voor Hieke Luik is het maken van haar werk een manier om een spoor uit te zetten en te volgen. Ze gaat ervan uit dat ze in het tot stand brengen van haar werk een ander spoor volgt dan het parcours dat de kijker aflegt. Dat die sporen uiteenlopen, maar ook kunnen samenvallen beschouwt ze als de kracht van de verbeelding. De beelden die ze maakt kunnen daardoor steeds een ander verhaal vertellen. Om die ervaring te bevestigen maakt ze voor haar overzichtstentoonstelling ‘Opnieuw’ (‘Reset’) in Museum Beelden aan Zee in 2016/17 een publicatie waarin ze onder meer nagaat waar haar beelden bij verzamelaars een plaats vinden en hoe ze daar betekenis krijgen. Die verhalen bevestigen de persoonlijke verhouding die mensen met haar beelden aangaan en het intieme karakter ervan.

 

Hieke Luik heeft de vrijheid genomen om in haar werk onbenoembare en kwetsbare beelden naar voren te halen die ze belangrijker vindt dan de zichtbare werkelijkheid. Ze maakt haar beelden vanuit een vermoeden dat er iets uit tevoorschijn komt dat voor anderen van belang is. Het belang voor haar zelf gaat daaraan vooraf.

 

‘New roots’2018, zwartgepatineerd brons
‘New roots’2018, zwartgepatineerd brons
‘Tabula Longa’ 2016, albast en zilvergepatineerd brons, foto Ernst Moritz
‘Tabula Longa’ 2016, albast en zilvergepatineerd brons, foto Ernst Moritz

 

In de eerste jaren van haar kunstenaarschap heeft ze geprobeerd verschillen met elkaar in overeenstemming te brengen door materialen met elkaar te combineren. Ze maakt voor de Maliebaan in Utrecht de sculptuur ‘Rest’ waarin ze Anröchter Dolomiet met brons combineert, duidelijk een dualiteit beogend die ook door het woord ‘rest’ wordt opgeroepen: restant of rust. Later worden haar sculpturen enkelvoudiger van materiaal en betekenis, maar ze zijn wel diepgravender en toegankelijker. Je kunt je er persoonlijk mee verhouden omdat de beelden een letterlijk handvat zijn om het verleden te verenigen met het heden. Een goed voorbeeld daarvan is de serie die ze maakt naar aanleiding van de gedraaide marskramersstok van haar overgrootvader. Ze giet die in brons en voorziet meerdere exemplaren van andere handvatten die ze toedenkt aan mensen uit haar omgeving. De houten stok die gedwongen in een spiraal is gegroeid, is een vorm van menselijke manipulatie die in veel van haar recentere werk nauwelijks meer terug te vinden is.

 

Het zijn nu eerder takken en groeisels die ze in de natuur aantreft die ze als beginpunt neemt voor haar beelden. Dat zeer organische werk maakt ze om te beginnen vanuit het idee dat alles door haarzelf handgevormd moest worden. Dat zie je eraan af. Het geknede handschrift van de beeldhouwer doordringt alles van haar lichamelijke betrokkenheid bij het beeld. Ieder werk ontspruit als een nieuwe ledemaat aan haar zelf. Ieder beeld is op haar geënt. Het gaat erom wat zij in haar handen neemt en hoe ze dat vormt naar een idee dat samenvalt met het gevoel voor de materie. De beelden zijn rondom haar, als afgevallen takken onder een boom. Als Hieke Luik tekent zit ze in feite zelf onder zo’n boom, op een groot vel papier dat ze op de vloer van haar atelier legt. Daarop drapeert ze met waterverf vervloeiende figuren en vormen die om haar heen bewegen. Soms combineert ze die reusachtige aquarellen met knipsels die het werk tot een reliëf maken om te laten zien dat er uit het papier iets naar voren treedt dat zich niet in het tweedimensionale in bedwang kan houden. Ze laat altijd vrij bewegende vormen zien die aan het materiaal waaruit ze zijn gemaakt ontsnappen. Of het nu klei, was, brons of water is ze komen voort uit het lopend vuur dat haar verbeelding van energie voorziet.

 

Sinds enige tijd neemt Hieke Luik ook bestaande organismen in haar werk op. Ze boetseert verder aan takken die ze vindt waardoor weer een dualiteit ontstaat die herinnert aan sculpturen uit het begin van haar loopbaan. Het verschil is dat het nu niet meer om het verenigen van contrasten gaat, maar om het voorzetten van groei die tot vergaan is veroordeeld. Een uitgebloeide tak bot weer uit als sculptuur.

 

Momenteel werkt Hieke Luik in opdracht aan een grafbeeld. Ze maakt uit rood graniet een steen als een langgerekt ovaal met gaten aan het hoofeinde. De steen wordt opgetild door een tooi van in brons gegoten takken. Iets wat heel zwaar is wordt zeer licht gemaakt; de transformatie van leven in dood wordt zichtbaar als het onderdeel van een cyclus.  

 

Website Hieke Luik