Het atelier van Irene van de Mheen (Ermelo 1967) is een ruimte in een ruimte. In een grote loods waar boten worden gerestaureerd is een extra mezzanine gebouwd, een afgeschotte tussenvloer die halfhoog in de ruimte is gestoken. Je bereikt dit entresol met een trap en komt dan in een zelfstandige wereld, waar het atelier als zodanig al een metafoor voor is. De geluiden van de botenbouwers dringen er wel door, maar als een oneigenlijk geruis en gehamer dat als een klopgeest om de werkplaats van de kunstenaar heen beweegt. Het lijkt alsof vanuit deze verborgen ruimte al het onzichtbare daarbuiten wordt bestuurd. Van hieruit wordt onderzocht hoe je de weg vindt in een gebouwde structuur.

Voor Irene van de Mheen biedt een vel papier perspectief voor een ruimtelijk ritme. Zo gauw ze iets met het papier doet – of ze nu vouwt, oprolt, in tweeën knipt, in repen snijdt, betekent of beschildert - ontstaat er een mogelijkheid om anders naar de bestaande wereld te kijken. Die komt intuïtief en in abstracte zin tot stand. Ze maakt ondefinieerbare leegtes die geen kamers of vertrekken zijn, maar belijningen en omtrekken van ruimtelijke ervaringen. Waar veel kunstenaars architecturale preciseringen realiseren met hun ruimtelijke beelden, organiseert Irene van de Mheen structuren die de positie die ze innemen ontstijgen: je betreedt een andere, een parallelle situatie. Die is je weliswaar vreemd, maar komt je door de handmatige onregelmatigheid ervan intiem en vertrouwd voor. Je vindt er intuïtief een plek door die af te tasten. 

Het werk van Irene van de Mheen spreekt zich wel uit over de essentie van onze ruimtelijke waarneming, maar niet door reductie. In feite voegt ze aan iedere ruimte die ze behandelt iets toe. Die toevoeging is op het oog minimaal, maar in feite zo ingrijpend dat er een nieuwe architectuur tot stand komt. Het bestaande krijgt een vervangende werkelijkheid in een eigen gedaante toegedacht. Je kunt door haar werk een ruimte opeens totaal anders benaderen, van binnenuit als je er buiten staat en van buitenaf als je er binnen bent. Ze keert de ruimte binnenstebuiten. Haar werkwijze laat zich enigszins vergelijken met het oprollen van een paar sokken waarbij de ene sok in de andere wordt gevouwen voordat ze gezamenlijk een nieuwe vorm aannemen. Het is een vanzelfsprekende handeling voor een kledingstuk dat je aan je voeten draagt; de manipulatie ervan maakt er een ondraaglijk object van. Je doet een natuurlijke verrichting vanuit een functioneel ordeningsprincipe.


 
Irene van de Mheen werkt op bescheiden schaal met kleine papierformaten en objecten die ze als tekeningen, aquarellen en collages tot stand brengt. Tegelijkertijd werkt ze op monumentaal formaat in bestaande ruimtes die ze met kleuren en lijnen van andere volumes voorziet. Waar je in haar handzame werk met je ogen haar gevoelsmatige benadering van individuele positionering volgt, onderga je in haar architecturale reflecties aan den lijve waar je opgaat in de ruimte, hoe je daarin verloren raakt en jezelf weer terugvindt. Daarbij legt ze in alle gevallen een esthetische gevoeligheid aan de dag die zelfs de meest neutrale functionaliteit van menselijkheid voorziet. Architectuur betekent in haar werk pas iets als ze er een reden voor haar aanwezigheid heeft gevonden.
 
Haar atelier in de botenloods bestaat, omdat zij er haar werk maakt. Haar tekeningen bestaan, omdat zij er haar bestaan in vindt. Haar ruimtelijke werk bestaat, omdat zij er kleur aan geeft. Irene van de Mheen maakt een punt, zet een lijn, schetst een omtrek, creëert een volume, bouwt een ruimtelijk plan, beweegt erdoorheen en gaat naar buiten en bekijkt het van een afstand en definieert de betekenis. Irene van de Mheen is hier, om het van daaruit te kunnen zien. 

Van 1 oktober tot 13 november 2015 is nieuw werk van Irene van de Mheen te zien in de tentoonstelling ‘Place, no emphasis’ bij Ana Mas Projects in Barcelona waar ze exposeert met Lucia C. Pino die sculpturen laat zien. 

Het altelier
Het altelier