Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Atelierbezoek: pietsjanke fokkema - Het onbereikbare bereikbaar maken

28 May 2019 Alex de Vries

Een kunstenaar is bij uitstek iemand die niet aan de verwachtingen van anderen voldoet. pietsjanke fokkema bevecht in haar werk verwachtingspatronen uit haar jeugd en allerlei kaders waarbinnen mensen moeten functioneren. Ja, ze is tijdens haar jeugd geplaagd met haar naam, maar die pesterijen zijn niet noemenswaard als het gaat om wat ze als kunstenaar nastreeft. Die naam heeft ze nu eenmaal en daarmee onderscheidt ze zich al. Daarmee is zij zichzelf en dat is precies wat ze in haar werk laat zien: hoe het kleinste, persoonlijke gegeven zich verhoudt tot het onmetelijke.

pietsjanke fokkema, atelier; Bloedmaan en twee tekeningen van perenbomen, 2019
pietsjanke fokkema, atelier; Bloedmaan en twee tekeningen van perenbomen, 2019

pietsjanke fokkema werd in 1960 geboren in het Friese Peins bij Franeker, als dochter van het hoofd van een basisschool, als derde van vier kinderen. Er was thuis een strenge leerdiscipline die de kinderen naar een universitaire opleiding moest brengen om een academische titel te halen die tot een aansprekende beroepspraktijk moest leiden. Ze zegt daarover: “We zijn met de deur dicht opgegroeid. Voordat ik naar de lagere school ging en nog buiten speelde, werd al gezegd dat we er maar van moesten genieten want dat was straks wel afgelopen. En zo is het ook gegaan.”
 

Om haar eigen weg te zoeken koos pietsjanke na het atheneum, waar ze een bèta-leerling was, voor de studie Nederlands. Een alfastudie werd in het gezin fokkema niet echt serieus genomen. Daarna studeerde ze nog een paar jaar kunstgeschiedenis, op weg naar wat ze al lang zelf wilde: naar de kunstacademie. Ze werd aangenomen op de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam waar ze van 1988 tot 1993 schilderen en tekenen studeerde. Ze kende de mores van de kunstacademie al goed omdat ze tijdens haar studie in Groningen om bij te verdienen als model op de Academie Minerva werkte. Ze ontdekte meteen dat ze daar goed in was en leerde er kunstenaars kennen.

Een docent die ze belangrijk vond op de Rietveld Academie was Lam de Wolf. Die zei dingen over haar werk waardoor ze zich begrepen en gezien voelde. Misschien is er een overeenkomstigheid omdat Lam de Wolf vanuit het afgelegen Zeeland naar Amsterdam kwam en pietsjanke fokkema vanuit een klein dorp in Friesland. Ze hadden allebei met hun kunst een wereld te verkennen en te veroveren.

Heel jong al had ze liefde voor het tekenen, maar dat was iets wat ze als een geheim verborg, omdat niemand het serieus nam en het voor haar te kwetsbaar aanvoelde. Klasgenoten zeiden over een tekening die ze maakte hooguit dat die ‘stom’ was, omdat die niet voldeed aan wat ze onder een tekening verstonden. Het maakte haar wat dat aangaat gevoelig, want er werd altijd over haar heen gewalst als ze blijk gaf van die kunstzinnige belangstelling.

pietsjanke fokkema, installatie in het huis van de  uitvinder: linksboven het gat in de muur.
pietsjanke fokkema, installatie in het huis van de uitvinder: linksboven het gat in de muur.

Ze hadden allebei met hun kunst een wereld te verkennen en te veroveren.

Door de gesloten gezinsstructuur voelt ze tot op de dag van vandaag een sociaal onvermogen: “We hadden geen vanzelfsprekende omgang met andere mensen. Mijn vader schrok al als de bel ging of als hij werd aangeraakt.” Ze voelde zich eigenlijk overal ongeschikt voor, omdat ze zelf niet wilde wat er van haar werd verlangd. Het duurde tot haar 28ste voordat ze daar definitief mee brak, maar ze merkt tot op de dag van vandaag dat ze in de omgang met mensen weerstand op kan roepen: “Het is alsof ik de regels niet goed heb geleerd, hoe je de dingen zegt. Ik ben dan vaak te direct en ga voorbij aan formaliteiten. Ik ben lang verstopt geweest, maar het is ook wel onderdeel van mijn karakter. Ik ben erg op mezelf, vind dat ik dingen zelf op moet lossen.”

pietsjanke fokkeman, Ondergrondse schuilplaats; potlood op papier, 300x150cm, 2010
pietsjanke fokkeman, Ondergrondse schuilplaats; potlood op papier, 300x150cm, 2010

Het is alsof ik de regels niet goed heb geleerd, hoe je de dingen zegt. Ik ben dan vaak te direct en ga voorbij aan formaliteiten. Ik ben lang verstopt geweest.

Op de academie in Amsterdam genoot ze vooral van het eerste jaar, omdat ze daarin mocht doen wat ze wilde; alles kon worden uitgeprobeerd en ze was niet gebonden aan een discipline. pietsjanke fokkema: “In het eerste jaar werd alles wat je ondernam bejubeld, in de laatste twee jaar werd alles consequent afgekraakt.” Tijdens de eindexamenperiode beviel ze van haar zoon. Ze moest haar eindexamenwerk door anderen laten ophangen. Hoewel ze zich vooral ziet als tekenaar is ze destijds afgestudeerd met schilderijen. Ze vond twee jaar later een mooi atelier in de havens van IJmuiden waar ze werkte en haar zoon opvoedde. Ze tekende daar haar leef- en werkruimte in stillevens; licht en gekleurd werk. Toen ze uit IJmuiden was vertrokken, kwam het wonen in de haven in haar werk terug, nu met ramen die zicht boden op de industriële energie van de Hoogovens. Het is veelal donker werk, bij avond gemaakt. Het geeft haar tekeningen een besloten karakter dat ze verder doorvoerde door tekeningen met Middeleeuwse riddertaferelen in ondergrondse ruimtes te situeren. De beeldtaal van de Middeleeuwse kunst heeft nog altijd haar belangstelling en ze vertaalt in haar eigen verbeelding die schematische manier van denken over de aardse en hemelse hiërarchie als een grafische voorstellingswijze met een abstract gehalte die veel inzichtelijk maakt: “In de Middeleeuwse beeldtaal weet men precies te vertellen hoe alles met elkaar verbonden is en hoe de mens daar ergens een plek in heeft. Ondertussen is de wereld drastisch veranderd. Alles is uit elkaar getrokken en in stukjes verdeeld. Er wordt veel onderscheid gemaakt. Terwijl wij mensen meer delen dan dat we van elkaar verschillen. Juist door mijn werk te splitsen in kleine afzonderlijke onderdelen, onderzoek ik de verbintenissen. Tussen planeten en knopen. En een knoop teken ik zo precies mogelijk om dichter bij de kern te komen; bij het leven van de mens die het kledingstuk droeg waar de knoop op zat.“

pietsjanke fokkema, Looking into the Mirror, (kleur)potlood op papier, 153x200cm, 2002
pietsjanke fokkema, Looking into the Mirror, (kleur)potlood op papier, 153x200cm, 2002

In de Middeleeuwse beeldtaal weet men precies te vertellen hoe alles met elkaar verbonden is en hoe de mens daar ergens een plek in heeft.

In 2006 verhuisde ze van IJmuiden naar Bovenkarspel waar ze in de voormalige Meisjesschool op zolder een atelier betrok. Haar tekeningen begonnen de aandacht te trekken en ze ging deel uitmaken van de groep tekenaars die met name door Arno Kramer van Drawing Centre Diepenheim onder de aandacht werd gebracht, maar ook door KW 14 van Marjan Teeuwen en instellingen als Museum Schiedam en het Fries Museum, waar ze een opdracht voor een installatie kreeg.

Binnen die nog steeds toenemende belangstelling voor de tekenkunst heeft ze een beeldtaal ontwikkeld die zowel in vorm als inhoud opmerkelijk is. Losse op zichzelf staande tekeningen gaan zich met elkaar verhouden en worden door haar eerst in wandcomposities en later ook in ruimtelijke installaties bij elkaar gebracht waarbij ze draadjes, touwtjes, haak- en knipwerk, balletjes en dergelijk gebruikt om tot een samenhangend geheel te komen. Als je in zo’n installatie wordt opgenomen is het alsof je vanuit een uiterst afgemeten, particuliere situatie naar de oneindige ruimte kijkt waar de maan en de sterren, planeten en kometen, satellieten en ruimtestations een tegenwereld vormen waar alles mogelijk is, waar het onbereikbare bereikbaar wordt gemaakt. Haar installaties van tekeningen laten een op het oog uiteengevallen wereld zien van onderwerpen die ze eerder in afzonderlijke tekeningen liet zien. Nu is er een onderliggende samenhang als een onzichtbaar wortelstelsel – een rizoom – dat alles met elkaar verbindt en de betekenis tussen de dingen zoekt. In Arnhem exposeerde ze haar werk te midden van de spullen in het huis van een uitvinder. Haar tekeningen en die spullen beïnvloedden elkaar en in zo’n mate dat de bewoner van het huis een gat in een van de muren hakte om een venster van het een op het ander te creëren.

pietsjanke fokkema, deel van het werk voor ‘De Vrouwelijke Blik’ in Museum De Buitenplaats in Eelde (diamantvormen, schelp, kelkje en schommel), 2019
pietsjanke fokkema, deel van het werk voor ‘De Vrouwelijke Blik’ in Museum De Buitenplaats in Eelde (diamantvormen, schelp, kelkje en schommel), 2019

Binnen die nog steeds toenemende belangstelling voor de tekenkunst heeft ze een beeldtaal ontwikkeld die zowel in vorm als inhoud opmerkelijk is.

In recent werk is de verschijning van de zogenaamde ‘bloedmaan’ een terugkerend thema. Ze tekent de volledige maansverduistering alsof die een boodschap bevat die we zouden kunnen lezen. Ze probeert de bloedrode maan die verschijnt en verdwijnt zo een geheim te ontfutselen of om daarmee in ieder geval te erkennen dat er nog geheimen zijn. Gevraagd naar de relatie tussen de privéwereld en de kosmische blik zegt ze: “Mijn reis gaat ergens anders heen. Ik blijf niet hier, keer ook niet onbekommerd terug naar mijn jeugd, maar probeer de berispingen waaraan ik onderhevig ben geweest te verlichten, lichter te maken. Als ik een schommel gebruik in mijn werk is dat ontleend aan een herinnering aan het bezoeken van mijn grootmoeder en tegelijkertijd geeft het lucht aan de bevrijding die je voelt als je de sensatie van het vrijwel gewichtloos zweven in het luchtruim ervaart.”

Als pietsjanke fokkema een doosje laat zien waarin ze een tekst heeft geborduurd die alleen van binnen leesbaar is, beseft ze dat ze de tekst niet meer weet. Het doosje is gesloten en heeft de tekst in zich opgenomen. Wat ze er nog van weet is dat de tekst over verdriet ging, verdriet dat nu wellicht achter haar ligt.

pietsjanke fokkema, ateliermuur, 2019
pietsjanke fokkema, ateliermuur, 2019

Wat ziet iemand die niet wordt gezien?

Wat ziet iemand die niet wordt gezien? Het is een vraag die in het werk van pietsjanke fokkema beeldend wordt omgezet naar de loop van de maan, naar spiraalvormen en doolhoven, naar teksten als bezweringen die buiten je bevattingsvermogen liggen, terwijl ze tegelijkertijd banaal kunnen zijn. Het zijn teksten die ontcijferd moeten worden, zoals een bèta de taal van een alfa leest. In haar tekeningen zie je regelmatig scheepsmasten en hoogspanningsmasten die als metaforen voor het reiken naar het onbereikbare en voor het ontvangen en doorgeven van energie kunnen worden begrepen. pietsjanke fokkema is een kunstenaar die vanuit persoonlijke opvattingen over rechtvaardigheid, oprechtheid en eerlijkheid zichzelf onder de loep neemt, om dan de blik om te draaien en in het oneindige haar persoonlijke leven op te lossen en betekenis te geven.

Werk van pietsjanke fokkema is van 11 mei tot en met 10 juni 2019 te zien in de tentoonstelling ‘De vrouwelijke blik’ in Museum De Buitenplaats in Eelde (www.museumdebuitenplaats.nl) waaraan verder wordt deelgenomen door: Fatima Barznge, Bernadette Beunk, Eline Brontsema, Francis Konings, Sabine Liedtke, Petra Morenzi, Ellen Palsgraaf, Charlotte Schleiffert en Eja Siepman van den Berg.

Vanaf half juni exposeert ze (met anderen) bij galerie Van den Berge in Goes.

In het najaar verschijnt haar boek Utwrydsk (gebaseerd op de installatie Utwrydsk in het Fries Museum) bij uitgeverij Jap Sam Books.

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl