Een paar dagen voor Pasen zendt de NPO de documentaire Erbarme Dich uit van Ramón Gieling die gaat over de Matthäus-Passion van Bach. In een van de eerste scenes is het atelier van Rinke Nijburg te zien. Onder een wit laken midden in het atelier van de kunstenaar ligt zijn zoon met gesloten ogen, zijn armen rusten op het smalle jongenslichaam. Nijburg schildert, al kijkend naar zijn zoon, een opgebaarde Jezus Christus. In de documentaire vertelt hij dat hij het oratorium van Bach voor het eerst hoorde toen hij een jaar of twaalf was en zijn moeder de Matthäus op LP cadeau kreeg. Altijd komt hij uit bij de aria Aus liebe will mein heiland sterben (Het is uit liefde dat mijn verlosser wil sterven). ‘’Misschien kun je zelfs horen dat daar veel meer ruis in zit omdat ik eindeloos die naald op dat stuk van de plaat liet knetteren. De Here Jezus die voor jou wil sterven, daar geloofde ik toen sowieso in. Ik was geen ruk waard, zag het als een zondigheid dat ik het niet goed deed. Dan is die behoefte aan bevrijding van jezelf gewoon heel groot en daar hielp deze muziek bij.‘’ 

documentaire Erbarme Dich
documentaire Erbarme Dich

Op één van de eerste lente dagen, in een hoog oud klaslokaal dat nu dienst doet als atelier, spreek ik de Arnhemse schilder over dit basale lijden en sterven van Jezus Christus. Een onderwerp dat jaren nadat Nijburg de Matthäus-Passion voor het eerste hoorde nog steeds belangrijk voor hem en zijn kunst is. Dit omdat het een actueel thema blijft volgens de kunstenaar. ‘’Als je het metafysische uit het verhaal van het sterven van Christus haalt, blijft er een ontroerend verhaal over van een zoon die dood gemarteld wordt. Een fenomeen dat helaas nog steeds dagelijks voorkomt kijkend naar de dagelijkse praktijken rondom IS. Ook gaat het verhaal, en daarmee ook mijn werk, uiteindelijk over mensen die achter blijven. Een moeder, een vader, vrienden. Daarom koos ik ervoor om in die documentaire mijn eigen zoon op te baren. Dat filmbeeld vind ik wonderschoon omdat ik mij zo het verhaal van Christus voorstel. Een verhaal dat gaat over een vader die zijn gestorven zoon ziet liggen.’’

Wanneer  Nijburg studeert aan de Arnhemse kunstacademie in de jaren ‘80 maakt hij al religieus werk. Een thematiek die in de 80ger jaren totaal niet werd gewaardeerd. Iedere kunstenaar en academie student was opgegroeid in tijden van verzuiling en had het strenge, grijze en vaak degelijke leven dat de christelijke Nederlandse cultuur uit de jaren vijftig met zich meebracht achter zich gelaten. Ze waren ‘vrij van geest’, links en atheïst. Godsdienst was folklore en mensen die geloofden dachten niet na: het denkbeeld dat Nijburg meekreeg op de academie.

Teylers museum
Teylers museum

Op dit moment lijkt het weer te mogen, religie als onderwerp binnen de hedendaagse kunst. Volgens Rinke Nijburg heeft dit te maken met het gegeven dat kunst nu meer open is. ‘’ De jonge kunstenaars van nu hebben de verzuiling niet meegemaakt en zijn opgegroeid in de tijd van het Postmodernisme. Alles kan naast elkaar bestaan, waarheid en fictie. Dertig jaar geleden waren de meningen veel intenser over wat wel en niet kon’’ De kunstenaar van nu trekt met een verhaal de wereld in en onderzoek naar het bovennatuurlijke kan hier gemakkelijk onderdeel van zijn. ‘’ Mijn eigen werk wordt ook steeds meer gewaardeerd. Ik heb geluk gehad dat ik vanaf het begin al een goede galerie had die wel toekomst in mijn schilderijen en tekeningen zag, maar het begrip in de kunstwereld was minimaal en dat lijkt nu te kantelen’’.  Zo heeft het Teylers Museum in Haarlem op dit moment een tentoonstelling met werken uit de collectie van verzamelaar Bart Spoorenberg die een groot deel van zijn collectie aan het museum schonk. Een tekening van Nijburg met daarop een man, die op zijn rug een Christus figuur heeft staan, werd er vorig jaar tijdens pasen geëxposeerd. ‘’Dat specifieke werk is verkozen tot het posterbeeld van de expositie. Het staat overal. Voor op het boek, bij de ingang van het museum en zelfs op het etiket van een wijnfles. Dat is toch opmerkelijk? Het is tentslotte een museum voor wetenschap en uitgerekend zij kiezen een ongelooflijk religieus beeld. Ik vind het typerend voor deze tijd. ‘’

 ‘’Ik moet toegeven dat het mijn ego streelt nu werk van mij wordt gekozen tot boegbeeld van een grote tentoonstelling. Het bevestigt waar je als kunstenaar altijd onzeker over bent, namelijk je eigen werk.’’ Hij moet er ook aan wennen: ‘’ Ik vind het fijn om in de marge te rommelen, ik ben zo gewend om ergens vol van te zijn wat veel anderen niet begrijpen. Het is te vergelijken met het jarenlang in stilte verliefd zijn op iemand maar dat op een gegeven moment iedereen het ziet. Maar ach, je kunt geen patent hebben op Jezus hé, hij was er voor iedereen’’.

Is het ook niet een hele veilige positie, rommelen in de marge? Volgens Nijburg niet; ‘’Je gaat dan zo twijfelen aan je eigen kunstenaarsbestaan; ik geloofde amper in mijzelf en heb eindeloos gedacht dat ik het niet kon, kunstenaar zijn. Ik was altijd opzoek naar bevestiging binnen de kunstwereld, maar omdat ik verlegen ben, religieus werk maakte en faal op het gebied van netwerken en strategisch mensen benaderen, kreeg ik minimale bevestiging. Ik heb geprobeerd zelfvertrouwen op mijn eigen manier te vinden door bijvoorbeeld deel te nemen aan wedstrijden als de Prix de Rome, dat heeft mij wel geholpen. Op die manier hoefde ik niet te concurreren met kunstenaars middels woord, maar alleen met beeld. Als ik namelijk in die tijd met iemand praatte die een groot zelfbewustzijn had, kromp die van mij direct.”

Nijburg in het bezit van een grote twee splitsing waar veel kunstenaars zich in zullen herkennen. Enerzijds verlangt hij naar het eenzame romantisch kunstenaarschap, maar daarnaast wil hij ook erkend worden. ‘’ Het is toch ook raar dat ik, die graag een beroemd kunstenaar wilde worden, koos voor een thema dat zo duidelijk niet werd gewaardeerd. En nu ik en mijn werk dus een beetje bekend zijn, heb ik heel erg spijt dat ik daar altijd naar heb verlangt. Dat ik mij druk heb gemaakt om de kunstwereld. Ik zou willen dat ik veel meer schijt had gehad aan alles.’’

Dit maakt duidelijk waarom Nijburg zo ontzettend gecharmeerd is van Outsider Art ( Deze term wordt voornamelijk gebruikt voor verschillend werk van -meestal autodidactische- kunstenaars, die de regels van de conventionele kunstwereld negeren of afwijzen en buiten de marges daarvan min of meer geobsedeerd hun eigen vormtaal en thematiek vervolgen.) ‘’Outsiders zijn de echte romantici.” Het is een kunstniche waar hij zich mee verwant voelt, maar waarin hij zich nooit heeft begeven uit angst om niet begrepen te worden. Een reden voor de Arnhemmer om een paar jaar geleden een pseudoniem in het leven te roepen genaamd A.K. Een Tsjechische vrouw die leeft tussen 1914 en 2010, jaren leeft in een psychiatrische inrichting en altijd in de luwte werk heeft gemaakt. ‘’ Ik zocht een schaduw-oeuvre waarin ik mij niets hoef aan te trekken van tijd, ruimte, cultuur of populariteit. Het werk dat ik onder A.K. maak gaat over de vraag waar normaal over gaat in krankzinnig. De radicalisering in religie van dit moment is interessant. Hebben we een geweten? En hoezeer kun je je eigen geweten vergeten? Wanneer is iemand ontoerekeningsvatbaar en wanneer is het vrije wil?’’.

Hoe dit werk eruit ziet en wat hij precies maakt krijg ik niet te weten. Alsof het beelden zijn die niet alleen in de luwte zijn ontstaan, maar daar ook moeten blijven. Dat deze schilderijen uiteindelijk ook de fundamentele thema’s als leven en dood in zich dragen, daar is niet onderuit te komen. ‘’Ik heb wel eens geprobeerd om over gewone luchtige dingen als neuken en bier werk te maken, maar het lukt me niet. Ik blijf altijd op zoek naar het antwoord op de vraag; Jemig, wat betekenen wij nu eigenlijk in dit grote heelal?’’ 

Website Rinke Nijburg
Blog Rinke Nijburg