Wie zoals Joanneke Meester letters, woorden en zinnen als beeld benadert, brengt taal tot stand die weliswaar te lezen is, maar die vooral de kijk erop centraal stelt. Alle regelgeving van grammatica en idioom schiet hier onmiddellijk tekort. Wat we lezend verstaan krijgt kijkend een ander vat op ons. Er wordt je iets gewaar van wat een teken is. Dat is nooit eenduidig, nooit letterlijk. Tussen de letters zit iets wat een symbolische denkruimte biedt die we verbeelding kunnen noemen. 

De tekst FORGIVE ME die Joanneke Meester in de Grote of St. Bavokerk in Haarlem op de zuilen rond het koor heeft aangebracht is een provocatie met het karakter van een verontschuldiging. Uit meerdere oogpunten kun je over deze ingreep zeggen: dat doe je niet. Nu het eenmaal is gebeurd, is het onontkoombaar. De tekst is aangebracht met zogenaamde ‘gaffertape’. Dat is het brede plakband wat door lichttechnici op film- of theatersets wordt gebruikt. Het is makkelijk te scheuren en te splitsen en is daardoor veelzijdig en efficiënt. Het laat zich ook weer makkelijk verwijderen, terwijl de plakkracht betrouwbaar is. Voor Joanneke Meester is het haar standaardmateriaal om tekstwerken te maken. Met de beperkingen van dit materiaal is het voor haar mogelijk een heldere typografie tot stand te brengen die functioneel en esthetisch is. De kwaliteit van haar werk bestaat er dan ook uit dat juist in de beperkingen die ze kiest haar mogelijkheden liggen.

Tekstbeelden hebben een lange kunsthistorische traditie die terug gaat op oude, soms dode talen waarin een geschreven teken vooral een getekend schrift was. De rune, de hiëroglief, de letter of het karakter ze vallen allen in hun uiteenlopende gedaanten samen met uiterlijke verschijningsvormen van de werkelijkheid. Er is tegelijkertijd sprake van een vereenvoudiging van waarneming en een complexe verinnerlijking van betekenis.

Bij Joanneke Meester is vrijwel ieder werk een teken aan de wand. Er staat niet zomaar iets. Inmiddels heeft ze een groeiend arsenaal aan tekstbeelden tot stand gebracht waaraan iedere keer een  persoonlijke ervaring of gebeurtenis in haar leven ten grondslag ligt die ze vervolgens een specifieke toepassing geeft in een ruimtelijke situatie die daardoor ander beleefd kan worden. Achter elkaar gezet zou je ze kunnen zien als hartenkreten. Als tekst bestaat haar werk vooral als uitspraak en als beeld bestaat het uit smaak. Je proeft op je tong wat je ziet. Wat hier wordt gezegd, daar hebben mensen soms hun tong voor afgebeten. Je proeft het bloed, de mond is de wond waar het uitstroomt. Haar beeld is weerwoord, weer woord, wat het ooit was. 

Joanneke Meester staat met haar benadering van het tekstbeeld in de kunst bepaald niet alleen. Haar werk roept tientallen associaties op van I.K. Bonset tot Kurt Schwitters en van Edward Ruscha tot Sol Lewitt, van Guillaume Appolinaire tot Paul van Ostaijen en van K. Schippers tot Johnny van Doorn, van Jan Hanlo tot J.C. van Schagen en van Astrid Lampe tot Noëlle Cuppens. Wat haar werk in die traditie een eigen aanzien geeft, is dat het ruimtelijk en sculpturaal is. Het is vrijwel nooit in één blik te overzien. Je moet haar beeld doorlopen. Zo kom je erachter dat het ook zichtbaar is vanuit een verborgen positie. Je kunt er sluiks of steels naar kijken.

‘Forgive me’ en ‘or give me’ kun je in deze in rood en wit geplaatste letters zien. Een deel van de tekst kun je vanuit een andere richting ook benaderen als ‘grof’. Vragen om vergeving heeft altijd ook iets aanmatigends. Er zijn dingen die je niet doet, die je niet zegt, die je niet laat zien. Joanneke Meester vraagt vergeving dat zij dat toch doet. Zij dringt door tot gebieden die gevrijwaard willen blijven voor invloeden van buitenaf, waar richtlijnen en voorschriften gelden die de ingewijden onderling hebben bepaald en die alleen door buitenstaanders als rekbare begrippen kunnen worden opgevat. Maar de taal kent regels en het beeld niet en daardoor is het taalbeeld van Joanneke Meester beeldtaal die de regels met voeten treedt. Haar absolutisme als vrij kunstenaar vraagt om absolutie.

 

De installatie is tot en met 12 november 2017 te zien.

https://joannekemeester.wordpress.com
http://www.devishal.nl/tentoonstellingen/nu-te-zien/