Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Beste jonge kunstenaar,

29-01-2016 Karin Arink

Het vraagt best veel lef om tegenwoordig te beginnen aan een opleiding tot kunstenaar. Niet omdat je ouders ertegen zouden zijn, hoewel dat ook nu soms het geval is. Het probleem is fundamenteler: het kunstbegrip buiten de kunstwereld loopt in Nederland steeds verder achter bij dat binnen de kunstwereld. Zo’n kleine eeuw, ongeveer. 

Dit klinkt als arrogantie, maar ik vraag me af wie arroganter is: de leek die alle kunst verwijst naar het gekkenhuis, of de kunstkenner die leken hun gebrek aan waardering verwijt.
Zelfs studenten die beginnen op de kunstacademie noemen als voorbeelden kunstenaars uit de Moderne periode: Klimt, van Gogh, Monet, en hebben nog nooit van Bruce Naumann gehoord (die jaren ’s werelds meest toonaangevende kunstenaar was). 
Door velen wordt Picasso’s doorbreken van het realisme als te modern gezien, terwijl veel kunstenaars dat rond 1905 zijn gaan doen. Het kijken naar kunst van vorige eeuw is een reis in den vreemde: wat doet die kubus daar in het museum?! En die sculpturen van TL? En die video’s van een lachende clown? Terwijl deze werken er toch al zeker 40 jaar staan en als richtinggevend worden gezien binnen de kunst.
Deze kloof is door o.a. Riki Simons beschreven, en er zijn vele redenen voor. Maar het is sowieso goed te beseffen dat hij er is, en dat je dus moet kiezen wiens mening je gaat volgen.

Natuurlijk heb jij het volste recht te vinden dat kunst anders moet.
Zoals mijn collega Renee Turner eens schreef in haar lesaanbod beroepsoriëntatie: jullie zullen de kunst door & in jullie werk op termijn zelf opnieuw uitvinden, en daarbij hoeven de regels die vroeger waardevol gevonden werden niet meer geldig te zijn.
Maar je gunt je collega-kunstenaars toch op z’n minst jouw nieuwsgierigheid? In de hedendaagse kunstgeschiedenis is ontzettend veel onderzocht en uitgevonden, en dat hoef je niet opnieuw te doen, hoewel het wel mag.  

Misschien zagen ze het in de 70s musical ‘Hair’ goed en leven we in ‘the age of Aquarius’. Afgezien van spirituele connotaties, kun je zeker zeggen dat het leven op vele fronten fluïde is geworden. Bijvoorbeeld op gebied van communicatie, nu door Skype, sms, mobiele telefonie en e-mail vele vormen van uitwisseling soms tegelijk plaatsvinden, waardoor de verschillende soorten relaties, zowel privé als werk door elkaar gaan lopen. Mensen zijn beïnvloedbaar en ervaren dat meer dan ooit.
Ook in de kunst zijn de zaken allerminst zeker. Toen ik in 1990 afstudeerde, wisten mijn docenten nog aan welke criteria kunst moest voldoen. Verhalend en figuratief werk bijvoorbeeld keurden zij vrijwel eensgezind af. En dat terwijl Duitse kunstenaars als Lüpertz en Kiefer hoogtij vierden! 
Voor hen stond één ding buiten kijf: als jonge kunstenaar moest je je houden aan één stijl, die duidelijk herkenbaar was. Die moest je ontwikkelen, en dan kwam “kwaliteit vanzelf bovendrijven”. 
Maar in de jaren erna kwamen kitsch, het verhalende en het lichaam in volle kracht in de kunst voor. Kunstenaars als Mike Kelley en Paul McCarthy bleken een enorm veelzijdig oeuvre te maken, van objecten tot installaties tot popmuziek. De sociale kunst kwam op, kunst waarbij de ontmoeting, het gesprek als vorm genoeg bleken, en het beeld radicaal werd afgedaan. Maar tegelijk spat nu van de cover van het boek Art Now een hyper-realistische dame met zonnebril. 

Alles kan, alles mag. Met deze dooddoener wordt de hedendaagse kunst afgedaan, de crisis ontbloot. Gedeeltelijk wordt die crisis aangewakkerd door diegenen die er maar al te graag over schrijven, maar ook is er wel degelijk een gebrek aan noodzaak en betekenis voelbaar binnen de kunst. Waar begin vorige eeuw de grenzen onderzocht werden en ‘kunst’ steeds meer grensgebieden in zich opnam, en in de jaren ’80 kunst in ieder geval nog veel geld op kon brengen, is vanaf de jaren ‘90 de kunst een zone geworden vol tegenstrijdige vragen en onzekerheden. 
Is verkopen een doel of een vloek? Is publieksgerichtheid interessant of geschmier? Is realistisch werk een voor de hand liggend maniertje of juist een uitdagend andere beeldende positie? Is het aanvragen van subsidies een kniebuiging naar de bureaucratie of een bod op vrijheid? Wat is kunst?

Als kunstenaar en als docent weiger ik eenduidige antwoorden te geven op deze vragen. Ik wil de zaken niet kunstmatig eenvoudig maken. Wel kan ik soorten visies die bestaan in de kunst omschrijven: 
Kunst als een steeds opschuivende avant-garde, waarbij de gegeven context bepaalt waar de grens van kunst ligt en dus de waarde van een werk. De kunst als nieuwe loot aan een zich ontwikkelende kunstboom, als een sociale (de)constructie, een platform voor politieke ideeën, ...
Kunst als Beeld: de toeschouwer door beeldende middelen raken en betoveren. Daarmee samenhangend het onderzoek naar de meest extreme beeldmiddelen (de meest minimale, de meest maximale...).
Kunst als verhaal, waar waarheid en verzinsel beiden waarde hebben. Waar theatrale en narratieve elementen elkaar aanvullen in allerlei media: film, video, performance, tekst, installatie.
Kunst als zelfexpressie, waarbij de individuele modus van bestaan als model voor menselijkheid zichtbaar wordt. Met als overduidelijk gevaar: navelstaarderij, maar met directe betrokkenheid van de toeschouwer als mogelijke beloning. 
Of...
Ik ben benieuwd waar de kunst zich de komende tijd naartoe gaat ontwikkelen. Want ik heb sterk het gevoel dat alle verwarring een teken is van verandering en groei.
En jij kunt daar een grote rol in spelen!

Je moet nu niet uit de vele ‘Kunsten’ er één kiezen. Nee, ga vanuit jouw visie op de wereld op zoek naar wat jouw ‘kunst’ kan zijn. Mijn ervaring is, dat het gebied van mijn werk vaak ligt in hetzelfde hoekje waar de schaamte over waakt. Gêne wijst op een gevoeligheid voor een onderwerp dat te belangrijk is om zomaar publiek te maken. Het is geen groot Concept misschien en ook geen verheven gedachte, maar een verschijningsvorm van jouw manier van zijn.
Ieder mens heeft een eigen manier van zijn, en een goede kunstenaar weet persoonlijkheid, werk en de presentatievormen zo te lijnen dat ze elkaar aanvullen en versterken. Dat ze tot ‘image’ worden, niet in de zin van beeld, en zeker ook niet in de zin van verkoopbare verpakking, maar ‘image’ als betekenisvol teken.  Een teken dat ontstaat door de som der delen, door het geheel dat jij bent en kan zijn, door je beeldende kwaliteiten, jouw nieuwsgierigheid, je vasthoudendheid, jouw eigenwijsheid in kijken en presenteren.
Ik kijk ernaar uit je zo te ontmoeten!

Karin Arink
Beeldend kunstenaar en hoofd van de afdeling Autonome Beeldende Kunst en de afdeling Fotografie van de Willem de Kooning Academie Hogeschool Rotterdam

Karin Arink
Karin Arink

Deze brief is verschenen in het boek 41 brieven aan de jonge kunstenaar - Het boek dat kunstonderwijs overbodig maakt. Een gezamelijke uitgave van directies van master programma's / voortgezette opleidingen voor beeldende kunst en vormgeving: ArtEZ (Arnhem, Enschede en Zwolle), Willem de Kooning Academie / Piet Zwart Instituut, Hogeschool Rotterdam ( Rotterdam), Post St. Joost (Breda) en het Sandberg Instituut (Amsterdam)

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl