Op de Zuid-As in Amsterdam staat sinds 14 augustus een installatie van de kunstenaar James Beckett (1977). Met dit werk wil de kunstenaar inspelen op de toekomst van de architectuur. Wat wil Beckett ons leren, en hoe zie je dit terug in het kunstwerk? 

Het is vrijdagmiddag vijf uur op de Zuid-As in Amsterdam. Overal mannen in pak, vrouwen op hoge hakken, ondertussen sjouwend met goedgevulde rugzakken. Ze dragen mooie kleren en merkschoenen voor de vorm, computertassen voor de functie. Ze zijn druk met elkaar in gesprek over fusies en marketingstrategieën. De hoge, statige glazen gebouwen van ABN AMRO en Google op het Gustav Mahlerplein zorgen voor een commercieel decor, waarin de zakenmensen hun hoofd- en bijrollen vertolken. Ze zijn zo druk bezig met zich te verplaatsen, dat ze nauwelijks oog slaan op een sculptuur die zich midden op het plein bevindt, verrezen uit staal, waar rookwolken uit tevoorschijn komen. Heel af en toe stopt er een zakenman in pak voor het bordje wat geplaatst is om de toeschouwer te informeren: dit is een installatie, vervaardigd door James Beckett, en nee, de brandweer hoeft niet gebeld te worden want het kunstwerk staat niet in brand.

Het kunstwerk van Beckett, Palace Ruin genaamd, is geïnspireerd door het Paleis van de Volksvlijt in Amsterdam, wat in 1864 werd gebouwd, en in 1929 afbrandde. Het Paleis van de Volksvlijt, gemodelleerd naar het Crystal Palace in Londen, was volgens Beckett een van de eerste voorbeelden van corporate architecture. Vandaar de gekozen locatie: Palace Ruin is als het ware de voorganger van alle gigantische gebouwen op de Zuid-As. Beckett koos ervoor om een klein gedeelte van het Paleis van de Volksvlijt na te bouwen, door middel van bouwplannen die hij terugvond in het Stadsarchief. De installatie laat zien hoe dat gedeelte er uit zou moeten hebben gezien na de brand in 1929: al het glas is verdwenen, alleen het stalen skelet is nog over, het gebouw smeult nog een beetje na. 

James Beckett met zijn Palace Ruin (2016)

Met Palace Ruin wil Beckett dezelfde ambitie als het Paleis van de Volksvlijt waarmaken, namelijk een ruimte voor concerten en exposities waarborgen. Dit doet hij elke vrijdag in samenwerking met TAAK Amsterdam – een ruimte die kunstprojecten ontwikkelt rondom maatschappelijke thema’s. TAAK en Beckett organiseren lezingen, waarbij iedere lezing een ander thema heeft, vaak gevolgd door een concert. Deze keer gaat de lezing over financiële districten en hun neoliberale architectuur. Scott Raby, onze spreker van vandaag, vertelt over hoe de Zuid-As vroeger openbaar land was, en nu een office space geworden is. In razendsnel tempo heeft de Zuid-As zich ontwikkelt tot een belangrijk mondiaal financieel district. De gebouwen op de Zuid-As lijken dan wel zo transparant door hun staal/glas constructies - je kunt er als het ware doorheen kijken - maar toch weten we nog steeds niet wat er zich allemaal in deze office buildings afspeelt. Raby wijst ons op het feit dat in deze omgeving Palace Ruin een ‘awareness element’ lijkt te hebben, wat mensen wakker schudt en laat nadenken over hoe de architectuur zich door de jaren heen ontwikkelt heeft. Het lijkt te werken: tijdens de lezing blijven steeds meer voorbijgangers staan, die luisteren naar Raby en mee willen mee discussiëren over de toekomst van financiële districten en hun architectuur in Nederland en daarbuiten. De lezing van Raby gaat ook in op de problematische status van de Zuid-As, een plaats waar bijna inmiddels alleen maar kantoren van banken gesitueerd zijn. De Zuid-As is een van de grote financiële districten in de wereld geworden, zoals La Defense in Parijs, en Wall Street in New York. Wat betekent dit voor de architectuur van kantoorgebouwen, vraagt Raby zich af. Is het mogelijk voor architecten om het publieke belang en het privébelang van deze corporaties tot uiting te brengen in hun architectuur? Niet alleen de functie, maar ook de vorm is van betekenis, maar is het in de toekomst nog mogelijk voor architecten om hun verbeelding te laten spreken in hun ontwerpen van het ideale kantoorgebouw? Deze vragen stelt Raby aan het publiek, maar een duidelijk antwoord of conclusie is er nog niet te formuleren. Het zorgt er in ieder geval voor dat er een zaadje geplant wordt in het bewustzijn van de werkende mensen op de Zuid-As en de architecten die deze zakelijke gebouwen vormgeven. 

Palace Ruin in zijn omgeving

Palace Ruin staat nog tot 14 oktober op het Gustav Mahlerplein, elke vrijdag is er een lezing. Volgende lezingen hebben andere thema’s: het bouwen en ontwikkelen van nieuwe steden, zoals Almere, en hoe deze in de praktijk werken (16 september),  de relatie tussen moderne architectuur en verval (23 september), en de toekomst van de Zuid-As (7 oktober). Met Palace Ruin weet Beckett een rustig privémoment op de Zuid-As te creëren, waarbij verschillende mensen samenkomen om te praten over de toekomst van corporate architecture. Hoe gaat de toekomst van de architectuur eruit zien, en gaan wij Amerika achterna, waar status en kapitalisme het uitgangspunt zijn? Beckett wil met zijn installatie een dialoog starten tussen architecten, kunstenaars en zakenmensen, en dit lijkt te lukken. Door mensen bewuster te maken van hun omgeving hoopt Palace Ruin grotere vraagstukken aan te kaarten die onze toekomst zullen vormgeven.

Palace Ruin, James Beckett, in samenwerking met TAAK
Gustav Mahlerplein Amsterdam
Nog te zien tot 14 oktober 2016
Elke vrijdag een programma vanaf 17:00