Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het tijdschrift Kunstzone

Twintig jaar geleden, midden in de jaren negentig was Rotterdam kaler, rauwer en harder dan het ooit zou worden. De gabber cultuur vierde hoogtij en hijskranen vulden boven de betonblokken het zicht op de horizon. In deze tijd, de tijd dat in Rotterdam alles mogelijk is, huren Erik van Lieshout, Charlotte Schleiffert, Ellen Ligteringen en David Bade een antikraak pand en maken er hun atelier van. Een betere plek voor experimentele kunstenaars aan de start van hun carrière, bestond er bijna niet. Totdat de gemeente besluit dat het pand moet worden ingeleverd. David Bade heeft dit vaker meegemaakt en is zeer geïrriteerd dat hij zijn werkplek moet verlaten. ‘Fuck you, dan zijn jullie ook twee goede kunstenaars kwijt’, laat hij de gemeente weten. Midden in het stijve rijke Gooi besluit hij met Ellen Ligteringen een oud hockeypand te huren. Terwijl het in die tijd toch verstandiger, uitdagender en hipper is om als jonge kunstenaar in Rotterdam te aarden. De verhuizing komt tot stand uit principe omdat hij niet tevreden is met de manier hoe Rotterdam met hem omgaat. Niemand begrijpt waarom hij van de rauwe stad vertrekt naar het ingeslapen Gooi. Maar volgens de kunstenaar heb je altijd manieren van hoe dingen horen te gaan en daar moet je ‘schijt’ aan hebben. ‘Meelopers die kunnen een tijdje meelopen, maar dan houdt het wel op’. 

Tribute aan Carel Visser, David Bade
Tribute aan Carel Visser, David Bade

De manier van handelen zoals David Bade dat deed bij de verhuizing van Rotterdam naar het Gooi doet denken aan de manier hoe hij samen met kunsthistoricus Nancy Hoffmann en Tirzo Martha het Instituto Buena Bista in Curaçao heeft opgericht. Dit is een platform voor hedendaagse kunst op Curaçao, waar Artists in Residence terecht kunnen en Curaçaose jongeren lessen kunnen volgen van professionele kunstenaars. Hier ontwikkelen de jongeren zich kunstzinnig en ontplooien ze zich persoonlijk om vervolgens buiten Curaçao verder te kunnen studeren. David Bade is op het moment van oprichten erg succesvol als kunstenaar, zowel nationaal als internationaal. De kunstwereld ligt aan zijn voeten. Maar hij is er even klaar mee. Met alle kunstenaars in Nederland die precies doen wat er van ze gevraagd wordt. Met alle paadjes die er liggenen die bewandeld moeten worden om succesvol te blijven. Hij is in Curaçao geboren en opgegroeid in Nederland, hij ontmoet kunstenaar Tirzo Martha waar het erg goed mee klikt, is in die tijd getrouwd met Nancy Hoffmann en ze besluiten samen het IBB op te richten vanuit idealisme, ambitie, maar ook om de rug te keren naar ‘het mainstream gedoe’ in Nederland. Weer begrijpen een aantal mensen David Bade niet omdat hij het Curaçao waar niets bestaat op het gebied van hedendaagse kunst verkiest boven Nederland waar hij een gewaardeerd kunstenaar begint te worden. ‘In het begin werd het helemaal niet begrepen: David is uitgerangeerd, die doet nu alleen nog maar leuk met kinderen’. Nu, 10 jaar later en het IBB nog steeds succesvol op volle toeren draait spreek ik met hem af in zijn atelier in Zaandam. De torenhoge installaties van pur, papier maché en karton drukken tegen het plafond aan. Er liggen boeken, verfresten, en oud speelgoed, het is de chaos die je hoopt te vinden in het atelier van een kunstenaar. Aan de zijkant van het voormalig magazijn siert een partij ramen de muur waarachter het kabbelende Zaanse water te zien is en rust brengt in de hectiek. In het midden van dit alles zit David Bade, op een olijfgroene stoel, met op zijn schoot de spinnende buurtkat Pim.

IBB
IBB

Er is volgens David Bade een groot verschil tussen de Curaçaose studenten (deze studenten zijn tussen de 16 en 24 jaar) en de studenten op Nederlandse academies. ‘Allereerst is het besef van wat beeldende kunst is en kan zijn heel anders. Veel studenten daar zijn nooit in aanraking geweest met hedendaagse beeldende kunst en ouders zeggen dat ze hun brood er niet mee kunnen verdienen. Ze hebben geen idee wat kunst is of ze zitten nog erg vast aan de clichés van wat kunst is of kan zijn. Hier in Nederland zijn studenten er juist wel in aanraking mee geweest en weten wat kunst betekenen kan. Het is hier gewoon hip om naar een academie te gaan. Mensen lopen er veelal rond voor de ambiance, niet zozeer vanuit een intrinsiek gevoel omdat ze kunst moeten ontdekken. Dit intrinsieke gevoel merk ik wel op bij de studenten in Curaçao.’ David Bade is kritisch tegenover de Nederlandse academies. Hij ziet dat er veel studenten zijn die trends opvolgen, dat gebeurde overigens volgens Bade in zijn tijd ook al. Er wordt veel gekeken naar de mensen die furore maken. Dat maakt de studenten volgzaam, terwijl ze eigenlijk de nieuwe originelen moeten zijn. Die volgzaamheid wordt uiteindelijk volgens Bade ook verwacht van de studenten, er is een systeem waarin ze moeten netwerken om bij bepaalde plekken te komen. Er zijn geplande parcoursen die bewandeld ‘moeten’ worden om succes te halen. ‘Dit vind ik eigenlijk heel erg dubbel. Het is in contradictie met waar kunst over gaat. Namelijk over vrijheid en eigenzinnigheid.’ Ik herinner David Bade eraan dat hij op zijn 24ste een solo had in het Stedelijk Museum en dat hij makkelijk praten heeft wanneer het op succes aankomt. ‘Daar heb je gelijk in. Als ik op de huidige kunstacademiestudenten en hun streven naar succes kritisch reflecteer, kun je mij monddood maken. Ik had inderdaad meteen zoveel erkenning. Maar dat neemt niet weg dat er op dat moment allerlei kruiwagens voor mij klaarstonden die ik niet genomen heb. Ik heb niet altijd gedaan wat de kunstwereld van mij verwachte’.

IBB
IBB

Buurtkat Pim springt op het schoot van Bade. Hij streelt het katje over zijn hoofd terwijl hij turend naar buiten kijkt en vertelt hoe het kunst onderwijs er dan wel uit moet zien.

Het IBB komt voor Bade steeds meer in de buurt van het droomonderwijs. ‘Wij zijn tenslotte ook een droom aan het verwezenlijken’. De locatie en het gebouw zijn voor hem zeer belangrijk. De school is deels open en er wordt veel buiten gewerkt in het tropische klimaat. Het IBB bevindt zich in een omgeving die heel kwetsbaar is, namelijk op het terrein van een psychiatrisch centrum. Patiënten lopen in en uit en IBB doet speciale projecten met hen. Dit is voor Bade enorm belangrijk. ‘Het is een omgeving waar je zelf direct voelt en ervaart dat je aanwezigheid een meerwaarde heeft. De jongeren die op het IBB zitten worden geconfronteerd met mensen die bijvoorbeeld hyper-gevoelig zijn, mensen die door drugs of andere oorzaken ‘geflipt’ zijn. Dat zijn voorbeelden die qua vorming heel belangrijk zijn voor de jongeren. Ze maken direct mee dat die patiënten niet eng zijn en moeten zichzelf vragen stellen die mensen veelal liever uit de weg gaan; zijn zij normaal, ben ik wel normaal en wat betekent normaal zijn eigenlijk? ‘ Daarnaast is Bade zeer te spreken over het Meester Gezel aspect van het IBB. Alle gastkunstenaars en vaste docenten hebben op het terrein een eigen atelier tussen de studenten en patiënten. Hierdoor krijgen de studenten veel mee van het professionele kunstenaarschap en tegelijkertijd leren de gastdocenten van de frisse blik op beeldende kunst die de jongeren bezitten.

werkruimte IBB
werkruimte IBB

Een vraag die naar boven komt aan het einde van het interview gaat over de docent. Welke rol moet hij of zij spelen in het kunstonderwijs en welke eigenschappen zijn daarbij belangrijk? David Bade beantwoordt deze vraag door terug te denken aan de periode dat hij zelf nog student was. ‘Jan Dibbets was een hele goede docent op de Ateliers. Die gaf mij er enorm van langs en daarmee wist hij mij kennelijk te raken zonder dat hij mij afbrandde.’ Volgens Bade hoeft een kunstdocent op een kunstacademie studenten niet te stimuleren om aan het werk te gaan, het vuur moet bij de studenten zelf aanwezig zijn. Maar de docent kan er wel voor zorgen dat dit vuur een vlam in de pan wordt, of dat het juist even gedoofd wordt. Een docent hoeft daarbij helemaal niet de beste kunstenaar te zijn, als hij maar op het juiste moment de juiste vragen stelt. ‘Het gaat om werkelijke betrokkenheid en werkelijke interesse in die jonge student die je begeleidt. Een docent moet soms hard zijn, net zoals Jan Dibbets dat voor mij was. Je voedt een student op in de kunsten en daarbij mogen zeker wel figuurlijke klappen worden uitgedeeld. Dat hoort bij de taak van het opvoeden’.

werkruimte IBB
werkruimte IBB

Dat David Bade lesgeven vergelijkt met opvoeden komt terug in de filosofie van het IBB. Veel studenten vertrekken na de twee jarige vooropleiding naar een Nederlandse academie. Deze studenten zijn ver van huis, vaak erg jong en hij vindt het tot zijn taak behoren om de alumni studenten in Nederland verder te begeleiden. Het contrast dat Bade bezit - tussen radicaal zijn eigen pad trekken met daarbij zijn rug te keren naar dingen die hem niet aanstaan en het vertederend strelen van buurtkatje Pim – is terug te horen in de manier hoe hij over zijn studenten praat. Als ze er in Nederland met de pet naar gooien en lui zijn, voelt hij zich daar niet verantwoordelijk voor en heeft hij er weinig goeds over te zeggen. Maar tegelijkertijd organiseert hij tijdens kerst een diner in zijn atelier. Voor al die studenten die niet het geld hebben om met kerst naar huis te gaan. ‘De studenten zijn toch een soort familie voor me geworden’. David Bade scheldt de gemeente uit, verlaat Nederland als hij daar zin in heeft en bezit een grillig atelier waar alles mogelijk is. Maar aan het eind van ons gesprek zet hij een schaaltje melk neer voor de kat, brengt hij mij naar het station in zijn auto en vertelt welke trein ik het beste kan nemen. Deze combinatie tussen zelf-overtuiging, lef, eigenwijsheid en zorgzaamheid maken dat hij dromen die in eerste instantie onhaalbaar lijken te zijn – of dit nou betrekking heeft op zijn kunstenaarschap of op zijn utopische vorm van kunst onderwijs- iedere dag een stukje meer verwezenlijkt.