Image

De amateur in tijden van het internet

10 Jan 2017 Fenne Saedt

De 21e eeuw: het zijn tijden waarin men nauwelijks ontkomt aan het hebben van een online bestaan. Socialmedia als Facebook en Twitter maken deel uit van ons leven en internetkunst is vandaag de dag een welbekend begrip. Het zijn vluchtige, anonieme tijden waarin we ons vooral met foto’s van elkaar onderscheiden. Niets van het bovenstaande is nieuw. Maar, wat belangrijk is om hierbij niet te vergeten, is het besef dat het internet óók meer ruimte voor (creatieve) vrijheid ter wereld bracht. Binnen dit gedachtegoed ontstaat de vraag of het nog wel relevant en van deze tijd is om een onderscheid te maken tussen de amateur en professioneel kunstenaar. Doet het er vandaag de dag nog toe wie aan welke kunstacademie heeft gestudeerd? Is het bovendien noodzakelijk dat een kunstenaar aan een kunstacademie heeft gestudeerd, en is het nog wel van belang dat een kunstenaar in een fysieke ruimte exposeert nu zijn kunst ook op de online muren van Instagram kunnen hangen? 

Caz Egeli studeert komend jaar af aan de docentenopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Binnen de veilige muren van de kunstacademie is hij eigenaar van een paar vierkante meters, zijn atelier. Caz is een veelzijdig maker, het is te zien aan het beeldend werk wat uit zijn magische handen komt: hypnotiserende videoanimaties, performances in zelfgemaakte kostuums en mixed-media sculpturen. Een breed spectrum aan disciplines en mediums; het kenmerkt de jonge kunstenaar. Zijn videoanimaties zijn vertalingen van hedendaagse odes aan zijn persoonlijke helden uit de kunstgeschiedenis. Zoals zijn ‘Love Letter to Peter Struycken’, waar een figuur in een oranje goudvis/zeewier pak rustig ademt. Liggend tegen een aantal abstracte blokken die verwijzen naar het werk van Struycken, terwijl de tentakels die aan het pak verbonden zijn, langzaam heen en weer wiegen.

Aan de zelfgemaakte pakken die hij draagt tijdens zijn performances of optredens als VJ op feestjes, is zijn voorliefde voor mode terug te zien. Als ik Caz op 7-jarige leeftijd had ontmoet, en hem gevraagd had wat hij later zou willen worden, dan was modeontwerper zijn antwoord geweest. Kledingstukken tekenen was zijn grootste hobby. Voor zijn klasgenoten ontwierp hij outfits, vervolgens organiseerde hij modeshows. Op de middelbare school staat zijn besluit nog steeds vast: Fashion studeren in Antwerpen of aan ArtEZ. Maar tijdens het bezoeken van een aantal modevakscholen en academies ontdekt Caz dat hij in de toekomst meer wil dan enkel ontwerpen en kleding maken. Dit besef doet hem besluiten te studeren aan de docentopleiding beeldende kunst aan de HKU. Niet met het idee om later voor de klas te gaan staan, maar om zijn liefde voor het overdragen van kunst aan de maatschappij. Of dat nu in mode, beeldende kunst of performances is.

De docentenopleiding biedt Caz vrijheid en daarmee ruimte voor ontplooiing in uiteenlopende mediums. Naast het maken van kunst krijgt hij de tijd om zijn kunstenaarschap ook om te zetten naar, en te ontwikkelen in, de rol van de museumdocent, of de curator. Want Caz maakt ook ‘anonieme tentoonstellingen’, waarvoor hij in de basis een thema kiest, en vervolgens werkt met open-calls. Iedere kunstenaar mag deelnemen, maar dan wel anoniem. Zodat Caz uiteindelijk een tentoonstelling samenstelt met werk van zowel gerenommeerde, als net begonnen kunstenaars. De namen van de makers kent hij niet. Het gaat hem om de kwaliteit van het werk, en het cureren van een tentoonstelling die in balans is. Een samenhangend geheel waar de kunst het thema belicht, het verhaal vertelt. Op de vraag of het onderscheid tussen de amateur- en professioneel kunstenaar van deze tijd en relevant is, antwoord Caz dan ook direct: Nee

.

De reden waarom volgens Caz het onderscheid tussen deze termen niet relevant is, en zéker niet van deze tijd, is omdat we leven in tijden van het internet. ‘Door het gebruik van socialmedia, vervagen de grenzen tussen de amateur en de professional. De in mijn ogen stereotype traditionele amateur kunstenaar probeert zichzelf te promoten via het internet. De (amateur)kunstenaar wil zijn creaties op alle denkbare wijzen laten zien, het liefst aan zoveel mogelijk mensen. Het stereotype professioneel kunstenaar zou echter een coole, afwachtende houding moeten hebben. Maar door de komst van apps als Instagram zie je dat die verhoudingen aan het verschuiven zijn. Beroemde, professionele kunstenaars gooien ook hun kunst op Instagram en curatoren scouten vandaag de dag ook op dit medium. Op zoek naar jong talent. Tja, dan weet je ook niet precies wie de kunstenaar is en waar deze al exposities heeft gehad.’

Zo zijn er ook curatoren die Instagram gebruiken als online museummuur. Zoals Klaus Biesenbach, de directeur van het MoMa in New York. Of Hans Ulrich Obrist van Serpentine Gallery in Londen, die geen afbeeldingen van kunstwerken, maar quotes geschreven door zijn favoriete kunstenaars op stukjes papier post. Als er iemand een goed voorbeeld is van een hedendaagse, online curator die zich heel bewust op Instagram heeft gevestigd, dan is het Jordan Watson wel. Watson spendeert hele dagen met het swipen en scrollen door het online platform, op zoek naar de kunst van kunstenaars die zijn interesse wekken. Dagelijks stroomt zijn insta-inbox vol met honderden afbeeldingen van kunstwerken die zowel gerenommeerde als nog niet ontdekte kunstenaars hem toesturen. Inmiddels heeft hij een klein imperium opgebouwd aan volgers die door zijn rol als schakel, de kunstenaars leert kennen die hij op zijn Instagram museummuur op de kaart zet. “I created a gallery where anyone with a phone can see your work and become a fan. It’s a world gallery.” In ruil sturen de kunstenaars die hij promoot hem kunstwerken toe, zo heeft hij inmiddels een kleine verzameling opgebouwd, maar dan in de fysieke wereld.

Dat het internet een makkelijk bruikbaar medium is om artistieke vrijheid te kunnen uitten en tonen, ongeacht de achtergrond van de kunstenaar, wil natuurlijk niet zeggen dat het de perfecte uitkomst biedt. Uiteindelijk wil je als kunstenaar het liefst dat de kunst die je maakt in een fysieke plek wordt geëxposeerd, zodat mensen het daadwerkelijk kunnen ervaren. Daarom is het van belang je je als kunstenaar óók aan de geijkte kunstwereld verbindt denkt Caz. ‘Bovenal helpt het mij persoonlijk in te zien hoe de kunstwereld in elkaar zit, en hoe de relatie tussen kunstenaars onderling is opgebouwd. Wanneer een kunstenaar wél door een galerie gerepresenteerd wordt en wanneer niet. Dat alles leer je inzien naar mate je de ‘professionele’ kunstwereld in duikt en op persoonlijke ontdekkingstocht uit gaat. Het is een gegeven wat je vanuit de academie aangeleerd krijgt, het wordt van je verwacht.  Galerieën en presentatie-instellingen bezoeken, daar kan je als  kunstenaar in de dop veel van leren’.