Image

'De Amersfoort' in Kunsthal KAdE

21 Feb 2018 Milo Vermeire

Wapperend in de wind hangt in Amersfoort een Nederlandse vlag halfstok. Hij steekt hoog in de lucht bovenop het Eemhuis, waar sinds 2014 de Kunsthal KAdE in is gevestigd. Pas als je goed kijkt, zie je dat de vlag geen gewone Nederlandse vlag is, maar dat op het midden de letters V.O.C. het symbool van de Verenigde Oost-Indische Compagnie vormen.

360 jaar geleden wapperde een soortgelijke VOC-vlag op het schip ‘De Amersfoort’ toen het op 26 maart 1658 de Tafelbaai binnenvoer en aanmeerde bij wat later Kaapstad zou worden. Vlak daarvoor had het schip een Portugees slavenschip aangevallen en 250 tot slaaf gemaakte mensen die daar aan boord waren meegenomen. Eenmaal aangekomen bij de Kaap waren daar nog maar 166 mensen van over. Vanaf dat moment verandert de verversingspost op de Hoorn van Afrika in een slavenkolonie.

Gastcuratoren Nkule Mabaso en Manon Braat hebben voor de tentoonstelling Tell Freedom. 15 South African artists in Kunsthal KAdE vijftien maatschappelijk-geëngageerde kunstenaars uitgekozen die in hun werk kritische vragen stellen over de geschiedenis en het nu van Zuid-Afrika. Deze groep van vijftien is onderdeel van een nieuwe generatie Zuid-Afrikaanse kunstenaars die grotendeels is opgegroeid na het Apartheidsregime. Naast het tonen van hun bestaande werk, hebben de curatoren de kunstenaars gevraagd om speciaal voor deze tentoonstelling nieuw werk te maken dat zich richt op de toekomst van het land.

De vlag op het dak is een ‘site-specific’ kunstwerk dat onderdeel vormt van een installatie gemaakt door de kunstenaars Haroon Gunn-Salie (1989) en Aline Xavier (1984). Zij hebben een van de eerste ruimtes van de tentoonstelling Tell Freedom volledig toegewijd aan de VOC-aanwezigheid in Zuid-Afrika. Gunn-Salie en Xavier maken van het verhaal van ‘De Amersfoort’ een schokkende geschiedenisles. Op de vloer liggen kaarten, specerijen en logboeken van schepen die tot slaaf gemaakte mensen vervoerden, aan de wand hangen kleine scheepsankers en de lampen aan het plafond knipperen wild. Ondertussen hoor je een doorlopende audiotrack waarin gezang wordt afgewisseld met een stem die op onverschillige toon opnoemt hoeveel tot slaaf gemaakte mensen er per dag van het schip werden gegooid, dood of levend.

De installatie betreden voelt ongemakkelijk. Door de vrij heftige geluidsfragmenten en het stroboscooplicht krijg je het idee dat je aan een spektakel deelneemt. Alsof de ruimte een grote educatieve attractie is. Het is niet echt mogelijk om één onderdeel tot je te nemen zonder een ander element tegelijkertijd opgedrongen te krijgen. Dit schokkende effect voelt geforceerd en onnodig. Het verhaal van ‘De Amersfoort’ is namelijk op zichzelf staand al schokkend genoeg.

Sterker is het beeld dat voor de ingang van de installatie te zien is. Hier staat een bloedrood sculptuur, dat tevens door Gunn-Salie vervaardigd is, en de dubieuze Jan van Riebeeck voorstelt. De sculptuur gaat grotendeels schuil achter de muur, alleen zijn armen steken eruit als een onheilspellend spook dat uit het verleden opdoemt. Van Riebeeck gold lange tijd als de ‘ontdekker’ van Kaap de Goede Hoop en zijn standbeeld, waar dit beeld een afgietsel van is, staat nog steeds in Kaapstad. De bloedrode kleur van het beeld kan je opvatten als een verwijzing naar het bloed dat aan zijn handen kleeft. Gunn-Salie geeft hier duidelijk zijn mening over de discussie of men Riebeeck als de trotse stichter van Kaapstad moet zien of als een moordlustige uitbuiter. De combinatie van de bloedrode kleur en de halve verborgenheid in de muur levert een sterke beeldtaal op die, in tegenstelling tot de installatie 'De Amersfoort', niet omringd wordt door onnodig spektakel.

Haroon Gunn-Salie - Soft vengeance, Jan van Riebeeck (2015) Goodman Gallery
Haroon Gunn-Salie - Soft vengeance, Jan van Riebeeck (2015) Goodman Gallery

Hoewel de installatie en het standbeeld heftige binnenkomers zijn, leggen ze wel direct bloot waar de tentoonstelling gaat. Namelijk dat het verhaal van Zuid-Afrika ook het verhaal van Nederland is. De problemen waar deze vijftien kunstenaars zich toe verhouden zouden niet vreemd moeten zijn voor de Nederlandse bezoeker. De koloniale geschiedenis gaat net zo goed over hen als over de Zuid-Afrikanen.

Een ander werk binnen de tentoonstelling dat ook een verbinding zoekt en wat meer op de toekomst is gericht, is het werk van Francois Knoetze. Voor zijn Cape Mongo project heeft Knoetze kostuums gemaakt van verschillende soorten afval en met deze kostuums performances uitgevoerd alsof het individuele karakters zijn. In de tentoonstelling zijn achtereenvolgens films te zien van zes van deze ‘afval-monsters’ die hun plek van oorsprong opzoeken. Een monster gemaakt van glas gaat naar het strand terwijl een monster gemaakt van metaal bij de schroothoop te vinden is. Twee van deze beestachtige figuren staan ook levensgroot in de zaal opgesteld. Met het project Cape Mongo laat Knoetze een kritiek op de consumptiecultuur zien en de groeiende problemen die ontstaan door milieuvervuiling. Door de beelden van de performances in de films te combineren met ‘found footage’ verwijst Knoetze naar hedendaagse segregatie en hoe ongelijkheid ook in de consumptiecultuur zit verweven.

Francois Knoetze - Cape Mongo, plastic (2014) foto door Anton Scholtz
Francois Knoetze - Cape Mongo, plastic (2014) foto door Anton Scholtz

De combinatie van de werken van de vijftien kunstenaars geeft een inkijk in hoe een nieuwe generatie Zuid-Afrikanen problemen als ongelijkheid, wantrouwen en eurocentrisme bestrijdt. Het laat zien dat de ongelijkheid van het Apartheidsregime niet is verdwenen met de opheffing van dat regime. Net zomin als de verbintenis tussen Zuid-Afrika en Nederland is verdwenen met de dekolonisatie.

Tell Freedom. 15 South African artists is nog tot 6 mei te zien in de Kunsthal KAdE in Amersfoort.