Image

De Buning Brongers Prijs: een interview met Rutger De Vries

06 Nov 2018 Simone Atangana Bekono

Rutger de Vries haalt me op op de eerste etage van de Bijenkorf in Eindhoven.
‘Ik had je buiten al zien staan maar ik wist niet of jij het was.’ Hij heeft zijn handen in de zakken van zijn windjack gestoken. Het is koud op de eerste dag van de Dutch Design Week. Samen nemen we de lift naar de derde, waar we door het magazijn lopen, tussen enorme canvassen en geverfde brandblussers die naast elk doek staan.

‘Dit project is alle zeven filialen van de Bijenkorf langsgegaan,’ zegt hij mild grijnzend terwijl we ons tussen de canvassen bewegen waar intense primaire en secundaire kleuren over zijn gedropen. Op de betonnen vloer staan bespoten brandblussers, onderdeel van de installatie, en liggen opgedroogde plassen verf, de kleuren als olievlekken om elkaar heen krullend en vermengd, ‘SPECTRUM eindigt hier dus in Eindhoven, tijdens de Design Week.’

Misschien is het cliché om, onder de noemer intens kleurgebruik, over emoties te praten, maar het is toch zo: door de grootte van de canvassen, de vastgelegde druipbeweging van de verf en de felle kleuren creëert SPECTRUM zijn eigen, onverwachte lichtheid in de steriele echo van de derde etage.

De Vries’ werk heeft iets ‘ontwapenends’. De registraties van zijn installaties op het internet doen niet echt recht aan de het gevoel dat ze opwekken als je ervoor staat. Ik raak overweldigd door kleur op die derde etage van het warenhuis. Haast lichtgevend geel, diepblauw. Misschien is het cliché om, onder de noemer intens kleurgebruik, over emoties te praten, maar het is toch zo: door de grootte van de canvassen, de vastgelegde druipbeweging van de verf en de felle kleuren creëert SPECTRUM zijn eigen, onverwachte lichtheid in de steriele echo van de derde etage. We lopen van het eerste canvas tot het laatste en dan weer terug naar de ingang van de expositieruimte. Ik schrik als ik in één van die kleurrijke plassen verf stap, tot ik besef dat alles is opgedroogd, dat het kan.

‘Ik heb wel eens op het Rijksakademie OPEN een tour bijgewoond waarbij ze ook langs mijn werk kwamen,’ zegt De Vries als we in het café een kop koffie drinken. Om ons heen zitten de eerste pensionado’s van de dag. De Vries wrijft over zijn baardje. Hij is nogal een contrast met de serene, blinkende omgeving van Café B: trainingspack, windjack, gouden ketting en zegelring. ‘De gids vertelde hoe mijn werk tot stand is gekomen. Dus hoe ik brandblussers en sprinklers aan elkaar heb verbonden. Dat ik die installaties zelf maakte en dan de verf van bovenaan het doek naar beneden liet stromen of het in het rond liet sproeien. Een heel helder verhaal. Eén van de mensen in de tour geloofde het echter niet, die zei “dat kan helemaal niet, verf door een sprinkler”.’

Rutger de Vries - Bijenkorf
Rutger de Vries - Bijenkorf

Het is een soort bravoure in De Vries’ methode waar ik dat ongeloof aan wijd. Komt het omdat zijn werk technisch vernuft vereist? Om het feit dat hij vanuit de graffiti-scene bij beeldende kunst terecht is gekomen? Na het ervaren van de grote doeken, kan ik me voorstellen hoe makkelijk het is om te denken dat er verder dan dat niet veel te ontdekken is, of dat het makkelijk vervaardigd is. Het is “gewoon mooi” of “gewoon cool”, zou je kunnen zeggen. Blijkbaar hangt er aan een werk dat eenvoudig lijkt nog steeds het oordeel van een gebrek aan kunstenaarschap in de methode van de maker. Maar de intentie van De Vries, die vanuit zijn grafische en graffiti achtergrond inderdaad een praktische insteek heeft, is niet om een pseudo-intellectueel werk te maken. Zijn kunstenaarschap speelt zich af op het schemergebied waar auteurschap, technische methodes en emotie samenkomen en is in dat opzicht veel minder bezig met de vraag wat wel en niet kunst genoemd mag worden aan de hand van de methode van de maker.

Zijn kunstenaarschap speelt zich af op het schemergebied waar auteurschap, technische methodes en emotie samenkomen.

                ‘Ik weet ook niet wat er gaat gebeuren als ik alles eenmaal heb klaargezet,’ zegt hij, ‘Dat verassingselement is ver verwijderd van de toegepaste werkwijze van grafisch ontwerpers bijvoorbeeld. Maar dat vind ik er juist tof aan.’ De Vries wordt gepassioneerd als hij over die intenties in zijn werk praat. Het heeft iets te maken met de attitude van zijn methode. De felle kleuren, de achtergrond in street art (als ik die term noem, krimpt hij haast ineen, ‘Ja, daar proberen mensen altijd een focus op te leggen’), dat ontploffingsgevaar van de brandblussers waarmee hij zijn werk maakt. Toch gaat het er De Vries niet om dat hij de rebelse kunstenaar uit kan hangen. Het kan een maker in de weg zitten, zoals hoe dichters die veel op het podium staan eerder worden gejubeld om hun charismatische aanwezigheid dan om hun tekst. De Vries is wantrouwig over de labels die op zijn werk worden geplakt, positief of negatief, cool of niet. “Dat ligt in het verleden,” hoor ik hem herhaaldelijk zeggen als ik vragen stel op basis van recensies en besprekingen van ouder werk. Termen als graffiti-kunst, het verzet tegen het low art-stigma, de grafische, toegepaste opleiding.

                ‘Het zijn allemaal dingen die me hebben beïnvloed, maar ik wil verder kijken. Dit is wat ik maak, en natuurlijk is dat gebaseerd op wat ik weet en ken, maar ik wil me constant verder ontwikkelen. Er is veel meer te ontdekken buiten dat spectrum van graffiti en grafische vormgeving. Ik wil altijd ergens de essentie van vinden. En daarna denk ik: wat is de volgende stap?’

Emotionaliteit is een belangrijke factor in het oeuvre van De Vries. Het overweldigende element van de grote doeken, de felle kleuren, getuigt daar zeker van, maar er zit ook iets poëtisch in de manier waarop zijn werken tot stand komen. Er wordt door de maker voorwerk gedaan, apparaten en machines worden aan elkaar gekoppeld, de verf wordt klaargezet en er is van tevoren geëxperimenteerd, maar wat er daarna gebeurt ligt buiten zijn controle. Het doet me denken aan de experimenten met algoritmische literatuur. De eerste gedichten en verhalen, tot stand gekomen zonder een menselijke auteur, zijn al geschreven. Kunnen we geraakt worden door iets dat niet door mensen is vervaardigd? Dat niet “natuurlijk” tot stand is gekomen? Bij De Vries is de tussenkomst van de machine belangrijk. Het lijkt alsof hij zich afvraagt in hoeverre het nodig is om auteurschap te claimen, kunstenaarschap als signatuur te zien.

Rutger de Vries - Bijenkorf
Rutger de Vries - Bijenkorf

                ‘Als je graffiti spuit gaat alles om die handtekening,’ legt hij uit, ‘Je tag is het belangrijkst, want het is illegaal: niemand mag weten wie je bent, dus dat de stijl herkenbaar is, is het belangrijkst. Maar als kunstenaar lijkt de persoon juist heel erg centraal te staan. Het gaat erom dat jij iets hebt gemaakt. Ik vraag me af in hoeverre je de kunstenaar weg kan laten uit het werk?’ Niet dat zijn werk niet expressief is. Er zit juist een autobiografisch element in, de doeken zijn met een bepaalde kwetsbaarheid beladen (er lijkt bijna een kinderlijk onschuld te spreken uit die herhaalde primaire kleuren, die overdaad aan verf), maar De Vries lijkt door de methodiek vooral de vraag te stellen in hoeverre kunst altijd vanuit een soort auteursgenie moet komen, en wat de voorwaarden zijn voor wat kunst dan kan betekenen, in hoeverre de controle van de mens bepalend is voor de emotionele impact die een werk kan achterlaten?

                 ‘Ik vind het gewoon interessant om te werken met vaste gegevens. Je hebt een rigide systeem en daarbinnen genereer je een uitkomst die je niet kunt voorspellen.’ Hij drinkt zijn kop koffie op. Als hij me vertelt over zijn verhuizing naar Berlijn, de verschillen in de kunstwerelden van hier en daar, moet ik denken aan die uitspraak. De Vries ervaart een andere focus in Berlijn, waar grote werken makkelijker te vervaardigen zijn, ook al is de kunstenaarswereld geslotener voor hen die niet in Duitsland onder bekendere artiesten hebben gestudeerd.

                ‘Ik ben altijd de local geweest tussen internationale studenten op de academies waar ik aan heb gestudeerd,’ legt hij uit, ‘Toen mijn vriendin terug naar Duitsland wilde, dacht ik: Misschien is het ook wel interessant om het eens omgedraaid mee te maken. Het is een ander systeem in Duitsland, maar het is wel cool om omringd te zijn door allemaal makers wiens werk meer raakt aan wat je zelf doet.’

De rest van de Dutch Design Week gaat De Vries niet in zijn volledigheid kunnen bijwonen. Ander werk staat te wachten, na een korte lezing moet hij weer door.

Het is een grappige parallel: als hij de verf heeft gemengd, de doeken heeft opgehangen of de machines geïnstalleerd, verwijderd De Vries zich rustig uit de ruimte.

                ‘Sinds ik in Berlijn woon krijg ik wel veel meer commissies, hoor,’ zegt hij terwijl we opstaan en samen naar de uitgang lopen. Dan lachend: ‘Alleen wel allemaal buiten Duitsland.’ Ondertussen is de Bijenkorf vol bezoekers. Posterprints van zijn werk zijn te koop en in de etalage op de begane grond is een kleinere versie van de grote canvassen boven te bezichtigen. Het is een grappige parallel: als hij de verf heeft gemengd, de doeken heeft opgehangen of de machines geïnstalleerd, verwijderd De Vries zich rustig uit de ruimte.

 

Dit interview is geschreven in opdracht van de Buning Brongers Prijzen, zonder redactionele inspraak. De Buning Brongers Prijs is een tweejaarlijkse Nederlandse kunstprijs voor jonge beeldend kunstenaars. De prijzen worden uitgereikt door de Buning Brongers Stichting uit de nalatenschap van Johan Buning, zijn vrouw Titia Brongers en zijn schoonzus Jeanette Brongers. De Buning Brongers Prijs is de grootste particuliere kunstprijs van Nederland en is sinds 1966 uitgereikt aan 144 kunstenaars. De kandidaten voor de prijs worden door kunstopleidingen uit het hele land voorgedragen. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 4.500.

Voor de winnaars wordt van 1 tm 16 december een tentoonstelling georganiseerd in Arti et Amicitiae en een catalogus uitgegeven in samenwerking met kunstmagazine See All This. De prijzen worden op 30 november uitgereikt in Arti et Amicitiae. U bent van harte welkom! U kunt zich hier aanmelden.

De prijswinnaars van 2018 zijn David Noro, Ricardo van Eyk, Naomi Mitsuko Makkelie, Jenny Lindblom, Wouter Paijmans en Rutger de Vries. Tot de prijsuitreiking zal Mister Motley elke week een interview met een winnaar publiceren.

Klik hier voor info over het werk van Rutger de Vries.