De kamer van Anja Sijben (1966) hangt vol met tekeningen van mannen in houdingen die onmiskenbaar hun aard portretteren. Eerst doet die reeks tekeningen zich voor als een typologie van mannelijke poses, waarna ze de uitwerking blijken te zijn van afzonderlijke karakterstudies. Wat Anja Sijben in het voorbijgaan waarneemt, blijft in specifieke gevallen als een onmiddellijk weten op haar netvlies achter. Die zekerheid over wat ze ziet, zet ze om in tekeningen en sculpturen.

In de ontwikkeling van haar kunstenaarschap heeft ze zich al eerder gebroken over het idee van ‘de ideale man’, niet als tegenhanger van de vrouw of als haar partner, maar in de zin van wat wezenlijk mannelijk is. Dit project, gestart in 2007, mondde uit in de publicatie ‘The Ideal Man’ (2014). Ze heeft een academische achtergrond als doctoranda in organisatie en beleid. Als consultant bij justitie en Ernst&Young/organisatieadvies had ze vanuit de behoefte aan zelfanalyse een methodiek ontwikkeld om zich te verhouden tot de mannelijke bedrijfscultuur. Ondanks haar expertise in dit vakgebied voelde ze zich beperkt in de uitwerking van haar ideeën. Ze vermoedde dat ze de ontvankelijkheid ervoor kon vergroten binnen een andere discipline. Ze studeerde af in 2005 aan een deeltijdstudie beeldende kunst aan de Nieuwe Academie Utrecht met de verwachting dat de verbeelding van haar ideeën haar observaties een andere betekenis kon geven. Binnen haar academische vakgebied heeft ze inmiddels een methodiek ontwikkeld waarin ze haar ervaring als consultant en haar proces als kunstenaar inzet binnen workshops visieontwikkeling voor managers. 

In de beeldende kunst ontdekte ze haar vermogen om voorbij te gaan aan de logische en rationele analyse van situaties. Ze probeerde uit te vinden wat de relatie was tussen het denken en de vrijheid van het tekenen. In feite kon ze niet tekenen, moest ze vaststellen, in ieder geval niet naar de waarneming. Een geloofwaardige tekening van een model of stilleven kreeg ze niet voor elkaar. Ze doorbrak dat onvermogen door zich allerlei restricties op te leggen: door als rechtshandige met de linkerhand te tekenen, door met twee handen tegelijkertijd te tekenen, door in spiegelbeeld te tekenen, door met de ogen dicht te tekenen. Langzamerhand verwierf zo de vaardigheden die voor een tekenaar van belang zijn om wat gezien is als waarachtig te treffen in de verbeelding. Feitelijke observaties zette ze om in denkbeeldige precisie. 

In haar tekeningen zie je terug hoe mensen denken en hoe dat weerspiegelt in hun houding. Haar werk is ten aanzien van de mannen die ze tekent niet oordelend en haar tekeningen bezitten een vorm van humor die tegelijkertijd mild en navrant is. Ze wekken een vorm van deernis op en tegelijkertijd is er iets lachwekkends aan het zelfbeeld van de mannen die ze uittekent. 

Haar tekeningen zijn geen portretten – ze lijken niet. Het zijn eerder uitkomsten van karakterstudies. In haar beste werk is het alsof de tekening tegen je praat, een verhaal vertelt. De manier waarop een man zijn pet vasthoudt, zegt dan in feite alles over diens persoonlijkheid. Uiteindelijk is toch iedere tekening een kernachtige uitdrukking van hoe iemand is in het moment – los van alles. Ze brengt die kwaliteit tot stand door in haar tekeningen schijnbaar wezensvreemde elementen op te nemen, bijna als een abstract accessoire, een toevoeging van kleur, een niet-functioneel voorwerp, een onbestemdheid in de achtergrond, sporen van de openbare ruimte. Steeds is er iets wat de mens verbindt met de wereld. Juist door die verbinding laat ze zien hoe we ons los daarvan proberen te handhaven als wie we zijn. 

Naast haar tekeningen maakt Anja Sijben kleisculpturen waarin hetzelfde onderwerp – de aard van de man – een andere gedaante krijgt. Deze keramische beelden zijn niet groter dan vijftig centimeter. Het is in feite een klein terracottaleger van mannelijkheid dat ze hier in een onsamenhangende formatie door de beeldende kunst laat marcheren, of slenteren. Opvallend in deze beelden is de ijdele kwetsbaarheid en onhandige présence van de mannen. Steeds valt een vorm van zelfverzekerdheid op die het wezenlijke onbehagen van de man ternauwernood maskeert. De beelden zijn aandoenlijker dan haar tekeningen. Ze laten een vorm van mededogen zien die vernietigender is dan de ontroerende ongenaakbaarheid van de waarneming die in haar tekeningen de boventoon voert. 

Anja Sijben exposeerde dit jaar in The Garden of Zodiac Gallery in Omaha Nebraska, USA. Ze neemt in juli met de sculptuur ‘Herman’ deel aan de keramiek Biënnale in het Mark Rothko Center in Daugavpils, Letland.
Anja Sijben is ook de curator van de twaalf etalages bij Cleerdin & Hamer advocaten op het Van der Helstplein 3 in Amsterdam waar ze sinds 2005 vier keer per jaar kunstenaars uitnodigt voor solo presentaties.