In de presentaties van Ogenbliksem, een initiatief van Chantal Breukers en Jans Muskee, wordt een elftal kunstenaars voorgesteld. Deze vijfde editie wordt gehouden in Galerie Sanaa in Utrecht. De kunstenaars hebben alleen en gezamenlijk een positie in de kunst. Ze laten zich niet uit het veld slaan en hebben een opstelling gemaakt. Iedere kunstenaar van dit gezelschap dat als een team opereert, is daarbinnen een libero.

Jabu Arnell
Jabu Arnell

1. Jabu Arnell

Jabu Arnell zet spanning om. Het een kan het ander zijn. Zijn werk is een wisselwerking tussen zwak- en krachtstroom. Het zijn beelden over oorzaak en gevolg tussen lichaam en geest. Ieder beeld dat zich bij hem voordoet, is een levende figuur, ook als het geen fysieke, doorschijnende gedaante heeft, maar bijvoorbeeld een geurspoor is, een energiebaan of een overpeinzing. Als Jabu Arnell over pijn zingt, verandert leed in liefde.

Dick van Berkum
Dick van Berkum

2. Dick van Berkum

Dick van Berkum werkt in deze tentoonstelling samen met Margo van Berkum. Hij is degene die aan het onaanzienlijke een immense voorstelling van picturale aard verleent. Je kunt de weergave ervan nauwelijks verbeelding noemen, omdat hij zo direct en consequent handelt. Een kunstenaar die het platte vlak zo benadrukt en desondanks een sculpturale ervaring oproept, beschikt over het vermogen het beeld leven in te blazen. Dick van Berkum redt het leven van de kunst door reanimatie toe te passen. Zijn kunst bestaat uit mond-op-mond beademing en hartmassage. Soms gebruikt hij de defibrillator om je een opdonder te geven.

Margo van Berkum
Margo van Berkum

3. Margo van Berkum

Margo van Berkum werkt in deze tentoonstelling samen met Dick van Berkum. In haar verbeelding wordt het schijndode tot leven gewekt. Het nauwelijks waarneembare krijgt gestalte. Er wordt iets bekeken dat doorgaans uit het zicht blijft. Daar gaat ze een intieme verhouding mee aan door het in zijn totaliteit af te tasten en in tonaliteit weer te geven. Het ongeziene wordt zorgvuldig gedetermineerd en pro memorie bijgezet. De beeltenis is een bidprent met een onontbeerlijk waardevol droombeeld van het onbeduidende.

Chantal Breukers
Chantal Breukers

4. Chantal Breukers

Het alledaagse is in het werk van Chantal Breukers een bom die je niet kunt ontmantelen. Wie haar werk onschadelijk wil maken voordat de bom afgaat moet een van de twee draden doorknippen die je niet met elkaar moet verwarren; de ene is grijsachtig blauw en de andere blauwachtig grijs, zoals Henk Elsink dat eens beschreef in een cabaretsketch. Wat zich voordoet komt in haar hoofd vertraagd tot ontploffing. Je ziet in slow motion hoe de wereld het laatste oordeel tegemoet treedt. Dat gaat door die vertraging met een onverdraaglijke schoonheid gepaard. Ze posteert zich in het leven, draait om haar as, kijkt om zich heen en wordt overrompeld door wat zich in haar blikveld voordoet. Daaraan levert zij zich onbekommerd uit.

Marit Dik
Marit Dik

5. Marit Dik

Marit Dik bekijkt de wereld vanuit een mengeling van bekommernis en zorgeloosheid. Ze kan niet overal verantwoordelijkheid voor nemen, hoezeer wat haar haar omgeving ook overkomt haar ook ter harte gaat. In haar schilderijen en diorama’s is er sprake van een overweldiging die buiten haar omgaat. Het is een vorm van visitatie, een engel die een onmogelijke boodschap brengt, waaraan je bent gehouden te voldoen. Het lot van de mensheid rust op je schouders. Iemand strijkt met zijn hand lang je hele lichaam om te bevoelen wat je te verbergen hebt. Marit Dik brengt iets in de wereld waarom niet is gevraagd, maar wat ze wel te bieden heeft.

KiK in Kolderveen
KiK in Kolderveen

6. Rosa Everts

Rosa Everts verhoudt zich tot de constructie van de gebouwde omgeving. Daarin doen zich ongerijmdheden voor die ze in kaart brengt. Hoe leeg de ruimte waar haar oog op valt ook is, er doet zich altijd wel een aanwezigheid voor waarmee zij zich verstaat. Die onvoorziene tegenwoordigheid brengt zij nauwgezet in beeld. Je ziet dat er iets aan is voorafgegaan en dat er iets uit zal volgen. Zij situeert precies de presentatie van wat vrijwel verdwenen is. Zij brengt aan de oppervlakte wat daarin nog net niet is verzonken. In haar werk bestuurt zij de voorzienighied.

Harm Hajonides
Harm Hajonides

7. Harm Hajonides

Harm Hajonides is een underdog die in superlatieven werkt. Hij doet dat vanuit persoonlijke bescheidenheid waarin hij zich nietsontziend toont. Iedereen is uiteindelijk op zijn hand. Wij zijn voor Harm Hajonides. Wij staan achter hem. Die paradoxale levenshouding resulteert in beeldende kunst die in alle opzichten tegendraads is. Al zijn werk ziet eruit alsof het met een tegenovergestelde bedoeling is gemaakt in de uitwerking waarvan hij jammerlijk heeft gefaald. Je kunt zijn werk als het feilloze falen beschouwen. Het mislukt nooit. Het ziet er alleen anders uit dan je voor mogelijk hield. Harm Hajonides kan alles. Het heeft niets om het lijf.

Sabine Liedtke
Sabine Liedtke

8. Sabine Liedtke

Zoals wij een gedeelte van het dierenrijk om dubieuze redenen als ongedierte typeren, zo kun je het werk van Sabine Liedtke zien als ongewilde verbeelding. De schoonheid ervan is zo kwikzilverig als het papiervisje, ook wel suikergast geheten, dat in een hygiënisch huishouden uit alle macht wordt bestreden. Er is in het leven veel wat ongewenst is waar we het toch niet zonder kunnen stellen en wat een grote aanlokkelijkheid bezit die in moreel opzicht weer verwerpelijk kan zijn. Sabine Liedtke staat niets anders te doen dan daar in haar werk aan voorbij te gaan en ons te wijzen op onze verantwoordelijkheid voor het onooglijke.

Jans Muskee
Jans Muskee

9. Jans Muskee

In de tekeningen van Jans Muskee is vrijwel altijd een onverholen erotische belangstelling zichtbaar. Die wordt op een nauwgezette manier in verstolen blikken gevangen, alsof de lichamen van de afgebeelde figuren landschappen zijn die door hem als een bioloog worden gebotaniseerd. Doordat ieder lichaamsdeel evenveel aandacht krijgt, of het nu met kleding is bedekt of niet, verdwijnt het onderscheid tussen onschuld en berekening waarmee de mens de verschijningsvorm van zijn verlangens met betrekking tot zijn natuurlijke verrichtingen registreert en regisseert. Juist als Jans Muskee met vet krijt het papier bedekt, laat hij onverhuld wat hij aan wil tonen. We staan er mooi op.

Marisa Rappard
Marisa Rappard

10. Marisa Rappard

De hele bewoonde wereld is een eiland in omringend water waardoor vaste grond onder de voeten een illusie is. Het is die ultieme menselijke hersenschim die in de tekeningen van Marisa Rappard een weg zoekt in de verwarring van het bestaan en het onbestaanbare. Haar grote monumentale tekeningen vormen blauwgroene oceanen waarin ieder hersenspinsel zich voordoet als een waanidee of zinsbegoocheling. De werkelijkheid is bij Marisa Rappard een onvolkomen verbeelding van wat ze kan verzinnen. Iedere tekening is een overwinning op de beperkingen van de realiteit die in haar werk dan ook altijd op instorten staat, met wat wankele houten steunbeertjes gestut. Je ondergaat geen aardbeving, maar een luchtschok. Het is een geest uit de fles die op springen staat.

 PJ Roggeband
PJ Roggeband

11. PJ Roggeband

PJ Roggeband bewijst dat er ook elf in een dozijn gaan. Het is maar hoe je het bekijkt: je komt er een tekort, of je houdt er een over. Woorden van elf letters wekken altijd de indruk een anagram te zijn. In feite staat er iets anders dan we lezen. We moeten het alleen in een andere volgorde zetten; we moeten er een beeld bij krijgen. Dat is een niet te versmaden gedachte waar we in het werk van PJ Roggeband eindeloos op kauwen en bellen van blazen, als een tekstwolkje in een strip. PJ Roggeband is de Bazooka Joe van de kunst. Ieder woordbeeld is een cartoon. Elfletterige woorden die worden bedacht, doen geforceerd aan. Ze moeten zich zo vanzelfsprekend voordoen dat je wordt gedwongen voor alle zekerheid de letters nog eens na te tellen. PJ Roggeband past op zijn tellen. Hij is een passenteller, een op zijn tellenpasser. Tel maar na, het zijn twaalf letters.