Wat het meest gemist wordt door de de amateurkunstenaar én deeltijdkunstenaar is een plek waar men ideeen kan uitwisselen en waar men werk kan tonen blijkt uit het grootschalig 'Sunday Painter' onderzoek. Met name is er behoefte aan een online platform, waar kunstenaars door heel het land elkaar kunnen ‘ontmoeten’ om gedachtespinsels en processen kunnen delen, maar ook fysieke plekken waar tentoonstellingen kunnen ontstaan waren onderdeel van een diepe wens. Een locatie waar niet de verkoop van kunst centraal staat, maar het tonen van werk en het delen van ervaringen en vraagstukken. Uitwisseling, want de kunstenaar weet: het is een eenzaam bestaan.

‘Gisteren voelde ik mij een kunstenaar, de kunstenaar waarvan ik altijd gedroomd heb. Toch heb ik nooit enige opleiding gevolgd, geen cursus om te leren tekenen heeft ooit mijn pad gekruist en tot nog toe heb ik geen enkele les gevolgd om mijn kwaliteiten nog verder uit te diepen. Alles is geheel op eigen kracht ontstaan en gevormd. De enige criticaster welke mijn hand gevormd hebben was mijn eigen fantasie.’ - Godpipo

‘Godpipo is niet geboren tussen glasscherven en het stof van de wereld. Hij is ontstaan, opgestaan nadat niemand de naam wilde claimen.’ Het pseudoniem verwijst naar acteur Wim Meuldijk, beter bekend als Pipo de Clown. Hij is de profeet van kunstenaar Arjan Winkelaar, die met zijn kunst eerder het duister aftast. Godpipo maakt de wereld, de onderliggende laag die men op het eerste gezicht niet ziet. Dat wat verborgen blijft onder de oppervlakte. Collages, tekeningen, maar ook kleine objecten behoren tot zijn oeuvre. Meestal grimmig van aard: labyrinten die geen uitweg lijken te hebben, objecten gemaakt van skeletten en dierenschedels die hij met touw aan elkaar verbindt. Monnikenwerk zou je het ook kunnen noemen. Tekeningen gearceerd met duizenden kriebeltjes die enkel tot stand hebben kunnen komen door urenlange concentratie. 

Niet de kunstacademie maar de innerlijke drang om te tekenen bracht Godpipo tot de kunstenaar die hij vandaag de dag is. Als autodidact volgde hij een aantal zondagscursussen schilderen en tekenen, maar uiteindelijk is het de zingeving die hem dwingt te tekenen. Na jarenlang werken aan een kleine tekentafel thuis ontstaat de behoefte bij Godpipo om zijn kunst ook aan de buitenwereld te laten zien. Vanaf nu is het serieus en tellen de duizenden post-it plakkers die hij ondertekende met kleine krabbels niet meer. Het brengt ons tot een gesprek over wat in zijn ogen de ultieme expositieplek zou zijn. 

Nu Godpipo zijn werk daadwerkelijk aan de buitenwereld wilt tonen, lijkt zijn behoefte simpel: een plek. Na lang fantaseren over hoe die ruimte er uit zou moeten zien, komt hij tot de volgende conclusie. ‘Een groot gebouw waar kunstenaars gezamenlijk hun ateliers delen. Een collectief waarbinnen ieder zijn eigen vrijheid claimt, maar ik mijn buurman af en toe kan uitnodigen om mee te kijken naar mijn proces.’ Op de begane grond moet zich een expositieruimte vestigen waar de kunstenaars uit het collectief kunstwerken kunnen tonen. Kortom, een plek waar geen concurrentie is, maar men juist elkaar verrijkt. ‘Nu ik bezig ben met het maken van kleine objecten zou ik graag eens andere technieken willen leren of zien. Stel dat er een kunstenaar zou zijn die dit beheerst, zou ik graag met hem willen meekijken’. 

Het is tijd dat de overheid weer meer vrije broedplaatsen voor kunstenaars ontwikkelt. Als het geld in de handen van Arjan Winkelaar lag, zou het schenken aan een plek waar Godpipo zich kan vestigen binnen een collectief. Kunstenaarsinitiatieven, die hebben de toekomst. Het is voor iedereen het makkelijkst als er een directe koppeling is tussen ateliers en expositieruimte en bezoekers vinden dat ook leuk. De enige voorwaarde die hij stelt: het gebouw moet op een centrale plek gevestigd zijn, zodat mensen dagelijks kunnen binnen stappen. Toegankelijkheid is het belangrijkste.