Feit 1: In de nacht van 24 op 25 januari van dit jaar pakt een boekverkoper van Amazon.com het allerlaatste exemplaar 1984 van George Orwell in. De paperbacks, de hardcover exemplaren, zelfs de stoffige tweedehandsjes zijn daarmee uitverkocht. Op de website staan excuses.

Kunst, mode, literatuur, make-up, muziek en theater lijken te zijn opgelost in een dikke grijze mist die de wereld benauwd toedekt. ’Drones’ hangen als futuristische sieraden in de lucht en grote televisieschermen, verpakt als schilderijen, tonen dag en nacht het portret van Big Brother, afgewisseld met een continue stroom aan ‘nieuws’. Een totalitaire politieke partij beheerst de ziel van de mens en dus het hele mechanisme van liefde en haat. Het leven draait om ‘nieuwsfeiten’, of eigenlijk alternative facts, die zo bedreigend voor de samenleving blijken dat ze ertoe in staat zijn een heel volk te ontwrichten.

‘De Partij droeg op, het bewijs dat je ogen zagen en je oren hoorden te verwerpen. Het was hun laatste, belangrijkste bevel.’ Winston Smith, de protagonist uit 1984, wordt net zolang gemarteld totdat hij echt gelooft dat twee plus twee vijf is. De mens vertrouwt meer op het verhaal dan op het bewijs dat de eigen zintuigen geven.

Orwell verdiende zijn brood als oorlogsverslaggever en maakte zich zorgen over waarheidsverdraaiingen in kranten en tijdschriften. Daarom schreef hij 1984, echter niet in de veronderstelling dat het later zou dienen als handboek voor politici. Trumps counselor Kellyanne Conway nam de woorden alternative facts zélf in de mond verwijzend naar de persvoorlichter die een dag eerder een foto omhoog hield: het ‘bewijs’ voor de drukte tijdens Trump’s inauguratie.

‘We zijn de waarheid voorbij. En, misschien nog wel belangrijker: machthebbers zijn de schaamte voorbij. Openlijk liegen en verdraaien is normaal. Geholpen door nieuwe media, die politiek gemotiveerde propaganda als nieuws verkopen, wordt de burger overspoeld met ‘alternatieve feiten’ en ‘alternatieve realiteiten.’[1]

De schilderkunst toont per definitie een alternatieve realiteit; een persvoorlichter zal nooit een ingelijst schilderij als feitelijk bewijs opvoeren om een waarheid kracht bij te zetten. Iedereen is ervan doordrongen dat een schilderij is gemaakt en, hoe realistisch geschilderd ook, altijd de interpretatie van een maker vertegenwoordigd. Wanneer de waarneembare werkelijkheid onder druk staat, een foto – hoe scherper de pixels hoe verdachter - niet langer bewijs levert van dat wat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is de kunst het enige waarop we nog onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen. Juist omdat het de kunst is die niet claimt de waarheid te tonen en andere interpretaties niet op voorhand uitsluit.

En dat maakt de schilderkunst tot het meest waarachtige medium denkbaar in deze tijd.

Feit 2: Mannen liegen gemiddeld drie keer vaker dan vrouwen. Daarom is de schilderkunst in dit essay voor het gemak vrouwelijk.

Op 23 oktober 1905 schrijft Paul Cézanne een brief aan zijn vriend Emile Bernard:

[…] Nu ik oud ben, een jaar of 70, hebben de kleurindrukken die het licht bij mij oproept de hebbelijkheid mij in abstracties te doen verzanden. Daardoor kan ik mijn doeken niet meer vol schilderen. Ook maakt dat me onmogelijk om de dingen die ik schilder, vast te omlijnen op de plekken waar ze elkaar maar even fijntjes raken. Daardoor komt het dat mijn beeld ofwel mijn schilderij incompleet is. […] Zo is het leven nu eenmaal en op mijn leeftijd zou ik eigenlijk ervarener moeten zijn en daarvan anderen moeten laten profiteren. Ik voel mij verplicht u de waarheid te zeggen over de schilderkunst en die zal ik u zeggen ook.

Wilt u aan Madame Bernard mijn hoge achting overbrengen. Van de kinderen moet ik wel houden, want het is aan Sint Vincentius a Paulo dat ik me het meest dien aan te bevelen.

Uw ouwe,

Paul Cézanne

Een warme handdruk en houd moed. De optiek, die in ons tot ontwikkeling komt door studie, leert ons om te zien.[2]

Feit 3: Verplicht zijn betekent: verschuldigd zijn,  te danken hebben, in schuld staan.

Wat Cézanne precies bedoelt met de waarheid van het schilderij is onduidelijk, vlak na het het schrijven van deze brief overlijdt hij. In de zoektocht naar het antwoord beland ik in het ascetisch atelier van kunstschilder Robert Zandvliet. Het boek waarin een gedeelte van zijn oeuvre is samengevat heet: I owe you the truth in painting.

“De intentie van een meesterschilder moet goudeerlijk zijn wanneer zijn penseel het doek raakt. Als kunstenaar ben je de waarheid vooral aan jezelf verschuldigd. Wanneer je niet heilig gelooft in dat wat je zelf maakt, ontbreekt de overtuiging - en daarmee het klimaat waarin een waarachtig werk kan ontstaan. In de schilderkunst is the truth beter te interpreteren als waarachtigheid. Een schilder is een waarheidsvinder. In dat woord schemert een ingewikkelde zoektocht door...

Wanneer dit waarachtig maakproces in alle ernst verloopt ontstaat een geloofwaardig kunstwerk. Op deze wijze kan een toeschouwer nederigheid ervaren bij het zien van de luchten van Turner, of in woede uitbarsten voor de grote kleurvlakken van Newman. Een goed schilderij is tijdloos en blijft onder veranderende omstandigheden altijd even waarachtig.”

Robert Zandvliet kiest zijn woorden beheerst, legt ze in de weegschaal om te onderzoeken of het gewicht ervan juist is, schaaft ze hier en daar wat bij. Hij is zich ervan bewust dat wat gezegd wordt slechts interpretaties zijn en geen onbetwistbare feiten.

Door woorden te spenderen aan dwazen en machtsbeluste politici wordt hun bestaansrecht gelegitimeerd. Er wordt wel eens gezegd dat taal voor de schone onderwerpen van het leven moet worden bewaard. Maar kunstenaar Melanie Bonajo bracht hier op een avond tegenin, kort nadat president Trump zijn zege vierde, en vlak voordat ze haar haren ritueel afschoor als feministische tegendaad, dat je afsluiten voor de brute leugens die Trump vertegenwoordigt, gelijk staat aan het buigen voor angstige uniformiteit. Het is de plicht van de mens, de kunstenaar, de vrouw om te extravageren. Die nacht werden mijn haren roze geverfd, als zinnebeeld voor soft power, en ik kocht een nieuw exemplaar van 1984.

Feit 4: In 2016 verdween het woord Avondkout (een informeel, ontspannen gesprek in de avond) uit de Dikke van Dale. Het nieuwe woord Heppiedepeppie (heel erg blij zijn) werd opgenomen in het woordenboek.

Feit 5: Wanneer we het woord Extravageren - een woord dat niet bestaat - blijven uitspreken en schrijven, komt het op termijn ook in het woordenboek terecht.

‘It’s a beautiful thing, the destruction of words’. Identiek geklede mannen en vrouwen zitten naast Winston Smith aan een grote eettafel met een bord nep-vlees voor hun neus (dat ‘doubleplusgood’ smaakt). Een gezette, zweterige jongeman deelt verguld mee dat het woordenboek dit jaar wéér een stuk dunner is geworden. In 1984 kramen burgers oppervlakkige onzin uit in een nieuw vormgegeven idioom: Newspeak. Een extreem gecomprimeerde vorm van taal, waarin alle woorden die een negatieve werking voor het regime zouden kunnen hebben, zijn geschrapt, of een andere betekenis hebben gekregen. Het onder woorden brengen van 'onjuiste meningen' wordt hiermee bij voorbaat onmogelijk gemaakt. Het meeste is voornamelijk dubbleplusgood. Wederom was Orwell hier onprettig profetisch met oog op de huidige samenleving waarin sociale netwerken waar hartjes en duimen omhoog worden uitgewisseld domineren.

Feit 6: Wanneer woorden hun betekenis verliezen en mensen niet over voldoende woorden beschikken om hun gedachten uit te kunnen drukken, kunnen zij deze ook niet meer denken.

Feit 7: Een sommelier proeft gemiddeld twee keer meer dan iemand die geen sommelier is. Hij heeft een ongekend rijk vocabulaire om een specifieke smaak in taal uit te drukken. Onderzoek wijst uit dat smaakpapillen beter ontwikkelen wanneer de betreffende mens linguïstisch ook rijk uitgerust is.

Feit 8: In Khmer, een taal die voornamelijk voorkomt in Cambodja, komen de kleuren zwart, wit, rood, groen, geel en blauw voor, maar voor oranje en roze blijken geen woorden te bestaan.

Wat ziet de Cambodjaan wanneer een monnik zijn gewaad aantrekt? En breidt ons regenboogspectrum uit wanneer we meer woorden bedenken die kleurnuances aanduiden?

Mijn woorden zullen zorgvuldig afgewogen moeten zijn bij dit schrijven over schilderkunst. Wanneer ik haar de dood toeschrijf, of levend verklaar. Iets waar ik me overigens niet aan zal wagen, nadat zoveel kunsthistorici haar al de zoden onder schreven, of zij haar relevantie keer op keer moest bevechten. Ik zal me niet verwonderen over de vuurvogel die zij is, steeds weer uit haar as herrijzend. Volgens mij, en dit is niet op feiten gebaseerd, herrijst ze niet uit haar as vanwege haar eigen dood, maar transformeert ze telkens van gedaante, omdat vooruitgang pijnlijk is en gekenmerkt wordt door een continue staat van desintegratie. Om vooruit te komen moeten we veren afwerpen en snavels stompen, eieren broeden en as slikken. Extravageren en opnieuw de woorden zoeken -ook als deze nog niet bestaan - om haar uitdrukking te geven.

Tussen de zilveren tubes verf en de lucht van terpentine zegt Robert Zandvliet: ‘De schilderkunst, nee iedere vorm van kunst, is van onmetelijk belang zolang men ervan uitgaat dat er één absolute waarheid bestaat en men het geloof, of andere denksystemen, verdedigt als onomstootbare feitelijkheden. Binnen de westerse wereld is een speculatieve werkelijkheid enkel gedoogd binnen het domein van de kunst en dat houdt haar voorlopig nog radicaal levend.’

Voetnoot: Bij de feiten staat geen bronvermelding - gelooft u alstublieft dat het waar is.

 

[1] Rob Wijnberg in de Correspondent https://decorrespondent.nl/6622/waarom-feiten-niet-het-antwoord-zijn-op-...

[2] vertaling door Fred Leeman