Banken staan comfortabel opgesteld in het midden van de ruimte, een kamerplant is het eerste wat je ziet bij binnenkomst en achter een dun wandje bevindt zich een opblaasbaar bad. De lichten zijn zachtjes gedimd en het vloerkleed lijkt zojuist gezogen te zijn. Alles lijkt ingericht om te leven en dat is ook precies wat kunstenaar David Bernstein doet, hij woont in de tentoonstelling Because most of the cosmos is compost in Pakt Amsterdam. 

De levensgrote installatie, want zo kunnen we de solo tentoonstelling in Pakt van Bernstein wel definiëren, stelt de uitwisseling tussen de bezoeker en de kunstenaar voorop. Bernstein nodigt de toeschouwer letterlijk uit in zijn woonomgeving, om te ontspannen en reflecteren. Hij leeft er gedurende de hele tentoonstellingsperiode en leidt iedereen persoonlijk rond die zijn ‘tijdelijke’ huis bezoekt. De relatie tussen de kunstenaar en toeschouwer is dan ook duidelijk, deze is persoonlijk. Bernstein is geïnteresseerd in de bezoeker en is graag bereid zijn gedachten en vragen te delen. Echter is de relatie tussen de kunstenaar en zijn werk is minder helder. Welke positie neemt Bernstein aan ten opzichte van zijn werk? Dient het werk de maker of is het juist andersom? Is hij zelf onderdeel van het daadwerkelijke kunstwerk en even belangrijk als het bed of de plant. Of staan zij beiden op zichzelf?

Bij binnenkomst ziet men een hoge, groene plant groeiend uit een bruine pot, gemaakt van wat ooit een stoel lijkt te zijn geweest. De plant maakt deel uit van het werk NASA Plants. NASA deed onderzoek hoe lucht te filteren door gebruik te maken van kamerplanten. Uit dit onderzoek rolde een lijst kamerplanten, waarvan een aantal opgesteld staan in de tentoonstellingsruimte. Bernstein stelt: ‘If love is in the air, and ideas are floating around us, then we might as well have clean air.’  

Een Fiat Multipla, de auto die ook wel wordt herkend aan zijn onderkin, staat prominent in de hoek van de ruimte, en fungeert niet langer als vervoersmiddel, maar als sauna. Voorzien van een houten interieur en kachelpijp is het werk Saunra een plek geworden om te ontspannen. Terwijl je luistert naar muziek van Sun Ra, biedt de Multipla de mogelijkheid je sores eruit te zweten. In de afgesloten ruimte, waar gewoonlijk volledige gezinnen in worden vervoert, bevindt zich niet langer de chaos van het alledaagse, maar rust en kalmte.

Bernstein begeleidt mij naar boven, waar een volledige slaapkamer is ingericht. Op de grond van de kamer bevindt zich een vlonder waarop een tiental objecten liggen. Bernstein vraagt welk voorwerp mij het meest interesseert. Ik wijs naar een zilverkleurige pen, met aan het uiteinde iets wat een poppenhandje lijkt te zijn. Het zilveren object blijkt geen pen te zijn, maar een jad. (Een object dat wordt gebruikt in het Jodendom als aanwijsstok om de Torah te lezen.) Dat er zich aan het uiteinde van het zilveren voorwerp een handje bevindt is correct. Het handje heeft een uitstekende wijsvinger en speelt daardoor met een bepaalde dubbelzinnigheid, een aanwijzende aanwijsstok. Bernstein vindt het interessant dat ik het voorwerp eerst de eigenschap van een pen toebedeelde. Want zo, zegt hij, lijkt lezen en schrijven samen te komen in één voorwerp. En vraagt hij zich hardop af: ‘is lezen en schrijven niet eenzelfde handeling?’ Onze uitwisseling is een representatief voorbeeld van wat Bernstein wil bewerkstelligen met het werk Obessy, namelijk een ontmoeting waarbij kunstenaar en bezoeker, terwijl zij objecten aanraken, een gesprek voeren. Een intieme uitwisseling waar door middel van kunst een deur wordt geopend naar persoonlijk contact.

De jad staat, eveneens als NASA Plants en Saunra, in dienst van het contact tussen de bezoeker en de kunstenaar. Zonder de objecten in de slaapkamer, de gezuiverde lucht en de Multipla zou er beperkte ruimte zijn voor een gesprek, de voedingsbodem voor een intieme uitwisselingen of gedachtegoed zou dan ontbreken.

De kunstenaar lijkt in deze tentoonstelling niet zonder zijn artefacten te kunnen. De werken vormen immers zijn leefomgeving en communicatiemiddel. Als gevolg hiervan wordt de kunstenaar in deze tentoonstelling geobjectiveerd en worden de objecten door uitwisseling tussen bezoeker en kunstenaar tot leven gebracht. Hierdoor lijken kunstenaar en werk gelijkwaardig te eindigen. Een werk als Obessy ontstaat niet doordat de objecten of de kunstenaar los van elkaar aanwezig zijn, maar doordat zij elkaar aanvullen. Bernstein toont hoe dingen de mens laat bewegen: hoe objecten een aanleiding kunnen zijn voor menselijk contact.