Image

Mag het licht aan, we doen de ogen wel dicht

30 Jan 2014 Alex de Vries

Mag het licht aan, we doen de ogen wel dicht
Verbeeldingen van de erotiek

Als het over liefde, lust en verlangen gaat, is ieder woord vatbaar voor een erotische bespeling van de betekenis ervan. Als kunstenaars je dan vragen ‘hun opening te verzorgen’ geeft dat meteen te denken.

Bij het vrijen hebben de wellustigsten onder ons graag het licht aan om maar niets te hoeven missen van wat er aan opwindends waar te nemen valt, maar bij het eerste hartstochtelijk kussen sluiten ze al de ogen. De liefde bedrijvend stel je je iets voor dat tussen jou en je beminde onzichtbaar is, maar desondanks overweldigend aanwezig. Je gaat erin op. Het licht moet aan, om je er zo nu en dan van te vergewissen dat je er nog bent, niet zozeer in jezelf, maar in je geliefde. Aan de erotiek moet je je overgeven, de tijd en de ruimte vergeten, aan het moment onttrokken aan jezelf voorbij gaan. Voordat je eraan begint lijkt het onbestaanbaar en na afloop is het alsof het niet is gebeurd. Voor en na het vrijen ben je alleen op jezelf aangewezen en tijdens het beminnen besta je alleen in de ander.

Beeldende kunst over liefde, lust en verlangen luistert nauw, want ontaardt zo maar in gênante vertoningen waarvan je liever gevrijwaard wilt blijven. Er is veel wat tussen geliefden onderling de ultieme intimiteit vertegenwoordigt, dat buiten hen om de grootste walging opwekt. Erotiek en seks in de kunst vormen daardoor enkele van de motieven die als doorslaggevend kunnen gelden voor de kwaliteit van het kunstenaarschap. Als je fascinatie voor de lichamelijke lust evenredig is aan oprechte verbeelding daarvan, dan is de beeldende kunst superieur. In feite moet de verhouding tussen jou en het kunstwerk een op een weerspiegelen wat je voelt voor je geliefde. Het belangrijkste aspect in die verstandhouding is de raadselachtigheid van de lijfelijkheid waaraan wederzijds geen weerstand kan worden geboden. Die lijfelijkheid vormt meteen ook een mentale kwestie: iedere fysieke eigenaardigheid brengt dan het hoofd op hol. Tegelijkertijd is die lichamelijke overgave een zaak van volledige versmelting van wat je in wezen voor een ander kunt voelen. Daar komt dan weer geen rationele overweging aan te pas. In het kunstwerk moet de emotionaliteit de boventoon voeren en toch komt geen kunstwerk tot stand zonder compositorische overwegingen, vorm- en kleurkeuzes, motiefbepaling, inhoudelijke drijfveer en planmatige materiële uitwerking. Het resultaat moet zo zijn dat je verstandelijke aanschouwing ervan geen verweer heeft tegen de verzinnebeelding van de liefde. Een goed kunstwerk heft het zintuiglijke verweer op, waardoor je eraan uitgeleverd en overgeleverd raakt, zoals dat ook in de lichamelijke liefde gebeurt.

Chantal Breukers, En soms begrijp ik alles
Chantal Breukers, En soms begrijp ik alles

Paul de Reus, Making Love, 2006
Paul de Reus, Making Love, 2006

Openlijk erotisch werk over de lichamelijke liefde is in de beeldende kunst meestentijds in het verborgene gehouden. Om een of andere redenen zijn de menselijke liefdesuitingen maar in beperkte mate voor de openbaarheid bedoeld. Dat is waarschijnlijk zo, omdat een publiek vertoon ervan vaak een ontluisterend en mechanisch gehalte krijgt, zoals in de commerciële pornografie. Dat wil niet zeggen dat die pornografie niet opwindend of lustopwekkend kan zijn, maar net zo vaak is deze ontnuchterend en desastreus voor je libido. Dat geldt niet voor de verbeelding van de erotiek in de beeldende kunst, omdat die nooit gesimuleerd is en altijd de persoonlijke verstandhouding van de kunstenaar met zinnelijkheid tot onderwerp heeft. Dat kunnen de weerzinwekkendste aberraties zijn overigens, die desondanks in hun beeldende aard onweerstaanbaar zijn. Expliciet seksueel zijn overigens de meeste erotische kunstwerken niet. Als ze dat wel zijn, hebben ze een vanzelfsprekendheid die in feite niet aanstootgevend kan zijn, al zijn er altijd moraalridders die iedere genitale suggestie - een prominente pilaster in een speelse spelonk - als zodanig zullen opvatten.

In de kunstwerken die in de tentoonstelling ‘1001 nacht, vertellingen van Eros’ te zien zijn, komen we de liefdesgod in allerlei gedaanten tegen: als mythologische figuur, als Bijbelse verleiding, als sprookjesfiguur, als fantasiebeeld, als stereotype, als verzinsel, als huis-, tuin- en keukenfiguur, als ideaalbeeld, als geslachtsdaad, als symbool, als ‘het beest met de twee ruggen, vrolijk elkanders spek wrijvend’ zoals Rabelais het in ‘Gargantua en Pantagruel’ beschreef enzovoort.  Naast onbekommerd erotisch plezier zien we ook andere aspecten van het liefdespel, eraan voorafgaand en na afloop ervan. Dan komen allerlei gevoelens aan bod die tijdens het vrijen er niet toe doen zoals spijt, wroeging, berouw, schuld. Het blijft eigenaardig dat de overweldiging door de lust, die geheel gericht is op een verzadigende euforie, die overwegingen tijdelijk helemaal uitsluit. Als je er geen last van wilt krijgen, moet je er niet aan beginnen, maar dat doen we toch, ondanks onszelf. Voorafgaand kunnen we al de gevolgtrekkingen maken voor naderhand, maar gedurende de vrijage doen die er niet toe.

In de kunstwerken zien we allerlei uitingen van de erotische idylle, maar uiteindelijk is die nooit zo onschuldig als ze wordt voorgesteld. Op de achtergrond zien we maatschappelijke, politieke, historische, religieuze, ethische, economische en filosofische mogelijkheden en onmogelijkheden omtrent de lichamelijke liefde. Al die facetten vormen belemmeringen voor het beleven van de erotiek als een onbaatzuchtig liefdesspel waarbij het niet gaat om het leveren van een prestatie waar iets tegenover staat, maar om een uitwisseling van liefkozingen die met evenveel onzelfzuchtigheid worden gegeven als ontvangen en daarin hun bevrediging vinden.

De erotiek onttrekt zich aan de tijd in het moment zelf, waar de kunst streeft naar een tijdloze betekenis tot in lengte van jaren, zo mogelijk tot in de eeuwigheid. We zijn gevangen door het verlangen dat altijd maar even kan worden ingelost. Het is de bevrijding van de verleiding die strandt op de kust van die onweerstaanbare lust. Maar nu we ons niet, als ware het parfum van Patrick Süsskind hier ontkurkt, aan een erotisch bacchanaal overgeven, laven we ons aan het bekijken van de verbeeldingen van Eros’ Vertellingen, en dat op een dag die het nauwelijks waard is om er je bed voor uit te komen waarin je met je minnaar of minnares zoveel prettiger je aan de vergetelheid prijs zou kunnen geven.

Willem de Lange, Zondeval
Willem de Lange, Zondeval

Toine Moerbeek,  De Madonna van het varken
Toine Moerbeek, Bruid en Muze

Jans Muskee,  De mooiste dag van zijn leven
Jans Muskee, De mooiste dag van zijn leven

Alex de Vries schreef deze tekst voor De Boterhal in Hoorn voor de tentoonstelling '1001 nacht, vertellingen van Eros. Een tentoonstelling over liefde, lust en verlangen', met werken van Willem de Lange, Toine Moerbeek, Bernard Verhoeven, Chantal Breukers, Jans Muskee, Pietsjanke Fokkema,  Marisa Rappard, Els Benjamins, Anita Mandemaker, Ionika Aalders, Marit Dik, Paul de Reus en Esther van Casteren. Ga voor meer informatie naar de website van De Boterhal.