'Muscle Memory’, de solo expositie van Jakup Ferri in hedendaags kunstenpodium BRADWOLFF PROJECTS in Amsterdam Oost, refereert aan Ferri's poëtische herinneringen aan zijn jeugd in Kosovo. Voor deze tentoonstelling heeft de kunstenaar zich laten inspireren door volkskunst en outsider art en experimenteert daarmee in nieuwe media zoals ambachtelijk geknoopte wandtapijten en zand schilderijen.  BRADWOLFF PROJECTS, gevestigd in de sfeervolle koepelruimte van het voormalige Burgerziekenhuis, biedt kunstenaars een podium om nieuwe werkvormen te ontwikkelen en onderzoek te doen in hun presentaties en is om die reden een samenwerking aangegaan met Jakup Ferri. 

Ben jij dit met je zoon?’ vraagt Christine van den Bergh, oprichter en artistiek leider van Bradwolff Projects. Ze wijst op het computerscherm naar een vrolijke tekening van een man en een klein jongetje die samen zwemmen in zee.  Kunstenaar Jakup Ferri moet daar kennelijk even over na denken, want het blijft lang stil. ‘…Ja...’ antwoordt hij dan, schouderophalend maar welwillend. Christine lacht. 


In de ruimte ons heen liggen de werken van Jakup op de grond: kleden, sommige groot, andere kleiner -‘Deze zou voor een baby kunnen zijn.’ zegt hij.  De kleden zijn geborduurd door vrouwen in Albanië: een enorm karwei waar maanden werk in gaat zitten.
Dat gaat als volgt: Ferri levert de vrouwen een wit laken aan, waarop hij de lijnen van zijn tekening heeft aangebracht, soms ook al wat kleuren. De vrouwen werken het uit, kleuren de vlakken in met draad, brengen soms ongevraagd extra motieven aan of wijzigen de kleuren. Ze behoren tot een laatste generatie handwerkers, de kunstenaar kwam via via met hen in contact.
‘Vind je het niet vervelend dat de vrouwen zich soms niet precies aan de opdracht houden?’ vraag ik.
‘Soms pakt het wel eens verkeerd uit,’ antwoordt hij, maar, zo vertelt hij, hij wil hen toch die vrijheid geven. En hij vindt het ook leuk om zich te laten verrassen. 
Voordat we met elkaar rond de tafel gingen zitten, hebben we uitvoerig naar de kleden op de grond staan kijken: Jakup Ferri, Christine van den Bergh, Sara Lot van Uum en ik. Maar nu drinken we thee en eten krentenbollen uit een zakje dat Christine meebracht. Ze scrolt door de werken op zijn website, in voorbereiding op de op handen zijnde tentoonstelling, die te zien zal zijn in deze prachtige galerieruimte. Er is veel licht en in het middenstuk zit een hoge, witte  koepel. Welke werken ze uiteindelijk gaan tonen en hoe ze die precies gaan ophangen, is op dit moment nog niet duidelijk, maar waarschijnlijk worden de kleden met staaldraad opgehangen, zodat je er tussendoor kunt lopen. Ook zullen er wat zand schilderijen te zien zijn. 

Terwijl de anderen praten, denk ik na over wat ik ter voorbereiding op mijn ontmoeting met de kunstenaar gelezen heb over zijn werk. Zo las ik over de videofilms die hij -alweer jaren geleden- maakte in zijn geboortestad Prishtina (Kosovo). Ik vind wat ik over die videowerken las, maar moeilijk te rijmen met de indruk die zijn kleden op me maken. 
‘In hoeverre is je werk politiek?’ vraag ik hem daarom. 
‘Ik hou me daar niet zo mee bezig.’ is zijn antwoord, en dat klopt inderdaad met het gevoel dat ik heb. Wanneer ik naar zijn tekeningen en kleden kijk, valt me vooral hun dromerig-poëtische kwaliteit op, en de prettig naïeve, surrealistisch wereld die je binnentreedt. Mensen maken muziek, mensen zwemmen en dansen of spelen voetbal... En niet alleen de mensen. Ook de dieren en de objecten doen eraan mee. Dit alles vindt vaak plaats in een wat lege, platte ruimte. Omgeving en het perspectief zijn meestal grotendeels weggelaten. De tekeningen tonen natuur, vrije tijd, ontmoetingen, bezoekjes aan de kapper. Ik word binnengetrokken in een aangename, ontspannen wereld. 
Nog steeds in verwarring vanwege de afwijkende beschrijvingen van zijn videofilms, vraag ik hem of die afwezigheid van politiek in zijn werk, door de jaren heen ontstaan is. Ook dat blijkt volgens hem niet het geval te zijn. 
Hij legt me uit dat de filmpjes die hij in die tijd begon te maken, min of meer vanzelf ontstonden. Terwijl hij leefde en werkte in het van het hedendaagse westen afgesloten Prishtina, gebruikte hij zichzelf vaak als onderwerp en leek steeds te reflecteren op de geïsoleerde situatie waarin hij zich bevond. Anderen zagen daar kunstkritiek in, maar zo heeft hij het nooit heel uitgesproken bedoeld. 
‘…Maar wie ben ik om de mensen dat te ontnemen?’ zegt hij. ‘Iedereen mag in mijn werk zien wat hij wil.’  
Terug naar de tekeningen. Die zijn inderdaad weinig politiek of maatschappelijk geëngageerd, maar daarmee nog niet vrijblijvend. Eerder lijken ze uit te drukken wat er buiten die abstracte ruimte gebeurt, op intiem, persoonlijk vlak. Zoals Christine zegt: 
‘Ze laten je zien waar het écht om gaat in het leven.’ 

Bijna in elke tekening staan ontmoetingen en samenzijn centraal. Het samen eten of spelen. De omgeving waarin dat gebeurt, maar dan niet zozeer de ruimte, maar voornamelijk de objecten die daarmee gemoeid zijn. 
Vaak spelen ook dieren een rol, voornamelijk honden of vogels. Niet overal is duidelijk om welk dier het gaat. Af en toe staan hybride mens-diersoorten.  
Zoals het geval is bij een van de kleden op de grond. Het werk toont een soort groepsportret van mensen en honden: ‘Dat werk stamt uit de tijd dat ik werkte bij de Servische straathondenopvang.’ legt hij uit. 
Op een ander kleed staan een man en een vrouw tegenover elkaar. Boven hen giet een engel een flesje liefde over hen uit. 
De man en de vrouw steken hun wijsvinger naar voren en raken de straal aan, waardoor die uit elkaar spat. Ik zeg: ‘Het lijkt alsof deze afbeelding gaat over de hogere liefde en de menselijke weerslag ervan, en hoe die op aards niveau vervormd wordt.’  
Jakup luistert nieuwsgierig en lacht een beetje. Hij gaat niet zeggen of dat zijn bedoeling is geweest. 
Bovendien gaat zijn aandacht naar iets anders uit: het zit hem niet helemaal lekker dat zijn kleden zo schoon zijn en dat hun kleuren zo helder blijven. Hij loopt er zelf ook af en toe met zijn schoenen overheen, overweegt om ze eens een paar weken ergens op de grond te laten slingeren om ze wat groezeliger te maken. 
Om diezelfde reden neemt hij zijn werken af en toe mee naar buiten. Hij wil ze laten ademen en onderdeel laten zijn van het leven. Dat ze kunnen verschieten in het zonlicht, vies kunnen worden van de aarde. Op zijn website staan foto’s waarop te zien is hoe hij en een vriend aan de oever van een rivier zitten op een zonnige dag, terwijl de kleden uitgestald liggen over de rotsen. 

Ook zijn er op zijn website foto’s te vinden van hem en de handwerkende vrouwen, die samen een voltooid kleed omhoog houden. In één foto ontstaat een grappig droste-effect: de vrouw en hij tonen een kleed, waarop staat afgebeeld hoe twee mensen een kleed tonen. De foto’s op zijn website waarin de werken in een omgeving liggen, hebben opvallend vaak een kwaliteit op zich. 
‘In hoeverre zie je deze foto’s als onderdeel van je werk?’ vraag ik dan ook. Maar Jakup Ferri vindt de foto’s vooral registraties van zijn werk. 
En daar heeft hij natuurlijk wel een punt, want op het computerscherm is, ingezoomd op de uiteindelijke werken, maar nauwelijks te zien welke afbeeldingen tekeningen, en welke afbeeldingen kleden zijn. Vanwege de dunne lijnen en stippeltjes lijken de tekeningen geborduurd, en de borduursels getekend. Toch is ook dat vervloeien interessant. Qua onderwerpen put hij steeds uit dezelfde soort beeldtaal, maar doordat hij verschillende mediums gebruikt (hij werkt ook met sculptuur en mozaiek), wordt een extra laag toegevoegd. Op de tekeningen zie je opeens mensen verschijnen die mozaiek leggen, en het mozaiek dat zij leggen plooit dan weer als een rommelig neergelegd doek. Dat werkt humoristisch en verfrissend. 
Ik krijg een goed humeur van de wereld van Jakup Ferri, en van de pretentieloosheid van zijn werkwijze. Een pretentieloosheid die overigens niets afdoet aan zijn werken, die ze simpel en ongelaagd zou maken. Integendeel. Vriendelijk vertellen ze over de klanken en kleuren van het leven van alledag. Nodigen ze je uit om zachter, oplettender te worden. 


Christine en Jakup nemen nog een paar praktische details door, Jakup neemt zich voor om de volgende keer nog wat tekeningen mee te nemen, om die onderdeel te laten zijn voor de tentoonstelling. Dan staat hij op:
‘Helaas, ik moet nu gaan, anders kom ik te laat bij mijn zoon…’ Hij moet nog een heel eind met de trein. ‘Tot over een paar dagen.’ 
Christine staat op en steekt hem de zak met daarin de overgebleven krentenbollen toe: 
‘Hier neem mee,’ zegt ze, ‘voor onderweg.’ 

Publieksprogramma: 
De Spaanse zanger en gitarist Victor Herrero is in de context van de tentoonstelling uitgenodigd om te komen spelen op dinsdag 3 mei van 21.00 - 22.00 uur. De muziek is geïnspireerd op Spaanse volksliederen en Latijns-Amerikaanse poëzie.

Jakup Ferri Muscle Memory
Opening zondag 10 april 16.00 – 18.00 uur
Tentoonstelling loopt t/m 8 mei 2016
Voor meer info en tickets info@burobradwolff.nl 
http://burobradwolff.nl/contemporary_art.php