Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Oorsprong en verzamelaars

10-02-2016 Sare Bakkers

Ik kom uit Zeeuws-Vlaanderen, uit een dorpje dat grenst aan België. Zo’n drie kilometer verderop is door een grote kunstliefhebber, Geert Verbeeke, een grote oude vrachtwagenloods opgekocht die hij omtoverde tot een enorme kunsthal. Een paar opeengestapelde containers en de woorden ‘Modern Art, who cares?’ wekten mijn interesse op. Aan de muren hingen brieven. Afwisselend ondertekend door ministers, staatssecretarissen en Amerikaanse, Duitse en Nederlandse curatoren en museumdirecteuren. Verder openknipte en beschreven melkpakken, een kapotte stofzuiger met een Boeddha, de composities van appels met tandenborstels, potjes op de wasbak, een paraplu en een biljarttafel. Dit was mijn eerste ontmoeting met mijn lievelingskunstenaar.  


 


Niet veel mensen kennen de kunstenaar Jacobus Kloppenburg. Tot zo’n vier jaar geleden woonde hij aan de Lauriersgracht. Na opgegroeid te zijn in de oorlog kon hij niet aanzien hoe de straten langzaam veranderden in een misselijkmakende hoeveelheid puin. De herinnering aan de Hongerwinter in 1944 waarin iedereen na een schaarse hoeveelheid waterige soep, koud en hongerig naar bed ging bleef in zijn geheugen gegrift staan. Naast een levenslange obsessie met eten, ontwikkelde hij een afkeer tegen afval en struinde hij voortaan als een jutter rond de Amsterdamse grachten. Daar verzamelde hij afval van welk soort dan ook. Hij bracht het naar zijn huis en maakte er sculpturen van. Zijn werk bestaat uit een nauwkeurige selectie objecten van bijna de gehele 20ste eeuw. Zijn huis nam de vorm aan van een sculpturaal vuilnisbelt en hij noemde het ‘het archief van de toekomst’. Hij bracht samenhang aan tussen al die kapotte en afgedankte objecten en leefde daartussen een noemenswaardig mooi leven. 

Het was de omvang van zijn werk dat de gemeente niet wist te waarderen. In 1996 maakte de huisbaas plannen voor renovatie en onder beleid van toenmalige burgemeester Schelto Patijn begon er een proces dat jarenlang zou duren, van een banaal heen en weer geslinger van aan elkaar verweten kosten. De gemeente schreef Kloppenburg de kosten toe voor toekomstige nieuwe koopappartementen waarvan de bouw ernstig werd vertraagd door zijn bezetting. Kloppenburg schoof op zijn beurt weer de waarden van zijn kunst af aan de gemeente. Maar na een proces van jaren, op 7 mei 2008, onder het listige mom van brandveiligheid, stonden de containers voor zijn deur en werd zijn appartement leeggehaald. 52.400 kilo kunst werd in de afvalcontainers gedonderd, zonder pardon, om naar brandovens te worden vervoerd. En terwijl dat gebeurde lag Kloppenburg onder zijn vensterbank, met de handen voor zijn ogen en oren. 

De gemeente zag niet wat ik zie: ‘dit is geen kunst’ vonden zij ‘dit is meer dan kunst’ vind ik. 
Ik kan het Kloppenburgse leven niet leiden, ik word door een sociale situatie gedwongen mijn leven te ordenen in doosjes, vakjes en kastjes met categoriale etiketten. Hoewel ik soms een beetje tegensputter, verzet ik me er toch niet helemaal tegen. Maar die lieve, dappere Jacobus; hij is mijn held, ik zou hem graag in mijn armen slaan en hem kussen op zijn gekke hoofd. Toch kan ik niet naar hem kijken zonder aan iemand anders te denken, namelijk aan Homerus. Buiten die gezonde haargroei delen zij nog veel meer. Als eerste zijn Kloppenburg en Homerus allebei verzamelaars, en wel van een bepaald tijdperk. Homerus verzamelde een gigantische hoeveelheid verhalen en Kloppenburg bracht een archief van de 20ste eeuw aan. Het archief werd verwoest, terwijl de man nog steeds leeft. Homerus’ verhalenarchief is vitaal tot op de dag van vandaag, terwijl zijn bestaan met de Homerische kwestie af wordt gedaan. Het doet er niet toe, of hij nu werkelijk heeft bestaan of niet, hij is een prototype geworden van een Griekse schrijver. Hoewel er bij Kloppenburg niet over zijn bestaan wordt gediscussieerd, maar slechts over de aard van zijn verzameling, is hij ook een prototype geworden. Een prototype van de verhouding tussen kunst en politiek of tussen kunst en maatschappij. 

Ondanks de onzekerheid over het bestaan van de persoon Homerus heeft een huisartsenpraktijk in Almere zich naar hem vernoemd, wat ik enigszins frappant vind, omdat het dan net lijkt alsof er een soort ontologische twijfelkwestie uitgesproken wordt, en dat bij een huisartsenpraktijk waar de zaken wetenschappelijk en met zekerheid onderbouwt zouden moeten zijn. Plaatst zo’n huisarts vraagtekens bij zijn behandelingen? Maar goed, aan de andere kant, misschien dachten ze wel gewoon: ‘leuk, Homerus, een historisch figuur’ en is het dus van lichtvoetige aard. Vergelijkbaar met de kwestie of 2-Pac nou dood is of niet, en met de mensen die beweren dat Hitler nog in leven zou zijn. 



Homerus is trouwens ook een buitenschoolse opvang in Oudwijk, een advocatenbureau in Rotterdam, een bureau dat leningen verschaft aan beproefde vakmensen in de literatuur en journalistiek, een logopedistenpraktijk op Schiermonnikoog, en niet te vergeten is Project Homerus het boek over de teloorgang van Dirk Scheringa (Dirk Scheringa, weet je nog?) Al deze mensen of instituties hebben een oude Griek nodig om zichzelf te positioneren. Alsof ze de oorsprong van iets zoeken, om daarmee hun bestaansrecht te verantwoorden. Dat is niet zo gek. Want wie denkt dat van de Romantiek alleen nog enkele straatnaambordjes in Amsterdam-West over zijn, heeft het mis. Nog steeds moet alles oorspronkelijk, origineel en authentiek zijn. Ook daarin is het zoeken naar oorsprong van belang. Moet je eens kijken naar de eerste Nederlandse letteren, zoals de ridderverhalen. Perceval was smoorverliefd op Blancefloer maar vergat in zijn gevecht zijn liefde waardoor hij verloor. Ridder Ferguut koos juist voor het vechten en was pas in staat de liefde van Galiene te beantwoorden toen het al veel te laat was. Deze constructies zijn nu toch gegroeid tot welbekende Hollywood principes. Een film met daarin liefdesscènes, boekt gegarandeerd succes. 
Als ik naar Kloppenburgs werken kijk, in ieder geval, naar hetgeen er nog van over is, besef ik dat zijn liefde groots was, zijn ambitie onuitputtelijk. Als geen ander weet hij wat het betekent om lief te hebben. Net zoals Odysseus, uit de Ilias van Homerus. Odysseus moest meedoen aan de oorlog in Troje, maar wilde liever bij zijn vrouw en kind blijven. Daarom besloot hij te doen alsof hij gek was zodat hij niet mee kon vechten. Toen ze hem kwamen halen voor de oorlog ploegde hij het strand om, om en om, om te bewijzen dat hij krankjorum was, maar toen ze zijn zoontje voor de ploeg gooide moest hij wel stoppen en werd hij betrapt op het doen alsof. 

Oorsprong kan ook bij Middeleeuwer Jacob van Maerlant gezocht worden. Hij schreef in zijn ‘der naturen bloeme’ een soort encyclopedie over hoe hij de mensen en dieren zag. Ze wisten destijds iets minder dan nu is wel bekend, maar toch beschreef hij wel zeer vreemde dieren en menssoorten zoals een hert met een hoorn op zijn neus en mensen die leefden van de geur van appels. Ook beschrijft hij dat er van de leeuw drie soorten zijn, een kleine leeuw met krullende manen zonder veel kracht, een soort nietsnutleeuw die nobel noch moedig is en edele leeuw die groot, gladharig, sterk en snel is. Op deze laatste leeuw heeft Hippoliet van Peene natuurlijk het Vlaamse volkslied gebaseerd nadat België in 1830 eindelijk onafhankelijk van Nederland werd. De leeuw van Vlaanderen gaat wel over een zeer heldhaftige leeuw, maar dat is logisch want een land dat zo pril en kwetsbaar is, kan zich beter al preventief verdedigen. En ex-minister Kris Peeters sprak over ‘het merk Vlaanderen’ en wilde een leeuw met een lievere uitstraling zodat internationale geldschieters tenminste eerder zouden investeren in Brusselse banken. Zijn keuze viel dus waarschijnlijk voor van Maerlant’s eerste of tweede leeuw, die niet echt sterk en groot waren. 

Waar Kris Peeters  over aan het dubben was, had natuurlijk te maken met de veranderlijkheid van het leven nu ten opzichte van vroeger. En daar heeft hij natuurlijk een punt. Er wordt vaak gedaan alsof de Middeleeuwse mens een soort oermens was, dat scheten en boeren in tenten liet en zwijnen van het spit vrat. Maar de Middeleeuwse mens wist allang dat de wereld niet plat was, wat ze wel dachten is dat Jeruzalem het middelpunt van de aarde was, en dat er een strenge hiërarchie bestond tussen het boven en het ondermaanse. De vier elementen zoals we die nog steeds kennen zou ondermaans zijn en aan zonde en bederf onderhevig. Afhankelijk van het jaar en de dag waarop je geboren werd, had je een bepaalde lichaamssap in overvloed, zoals bloed, zwarte gal, gele gal of slijm. Afhankelijk daarvan werden je een paar karaktertrekken toegeschreven en je diende je er maar aan te houden. 
Je kunt je afvragen wie er nou boerser was, de Middeleeuwer of wij nu tegenwoordig. Wij leven in een tijd waarin grafherrie de nieuwe naamgeving voor stilte is, er mensen illegaal kunnen zijn, net als verboden soorten drugs of het bezitten van een vuurwapen, er meldpunten voor Oost-Europeanen zijn en we vinden dat ons land ook ‘te vol’ kan zijn. Er was voor korte duur, maar toch, een politieke partij voor pedofielen, er is er zelfs een voor dieren. Er is een fanclub opgericht voor Joran van der Sloot, en er bestaat een website waar anorexiapatiënten aangemoedigd worden in hun eetstaking. Toch vreemd, dat er in die wereld geen plek is voor Jacobus Kloppenburg. 



Maar goed, als er twee mensen uit verschillende tijden komen zijn het Kloppenburg en Homerus wel. 
Een tweede parallel tussen deze mannen is dat zij beide blind zijn. Over Homerus wordt gespeculeerd dat hij blind zou zijn geweest, en ergens is Kloppenburg dat natuurlijk ook. Wie zich met zoveel liefde en compassie zijn leven lang over het afvallige materialisme bekommert, ontwikkelt oogkleppen voor de wereld waarin er een weggooipolitiek heerst en is in staat de wereld te bekijken door een wel zeer bepaalde bril. Kloppenburg kwam blind uit de tweede wereld oorlog en bedacht zijn eigen, authentieke manier van leven. Natuurlijk spreekt er uit zijn archief een politiek statement, maar zijn keus viel niet voor politiek geëngageerde manifesten waarmee hij de straat opging en actief rebelleerde tegen alles wat aan een andere kant stond. Sterker nog, er is in de Kloppenburgse wereld waarschijnlijk geen andere kant. Kloppenburg is een optimist in een utopia. Het is grappig te weten dat het woord u-topia, afstamt van de Griekse woorden oe-, wat ‘niet’ betekent, en ‘topia’ wat wereld betekend. Het, in mijn ogen, een van de positiefste woorden ‘utopia’ is waarschijnlijk bedacht door een felle tegenstander, een rechtse, ik zou haast zeggen ‘vuile’ pessimist die het dromen gelijkstelde aan het domme gevoel en dat domme gevoel tegenover zijn eigen domme ratio stelde. Utopia is een droomwereld bedacht door een felle tegenstander van het dromen. 

Over de blindheid van Homerus wordt ook wel gespeculeerd. Een verklaring luidt dat hij zijn verzamelingen eigenlijk noodgedwongen zou hebben verzameld en verteld, omdat hij door zijn handicap geen maatschappelijk aanzien kreeg in het oude Griekenland. Het vertellen van verhalen zou daarom een manier zijn om zo ver mogelijk van de grote verdomhoek te blijven. Een andere verklaring voor zijn blindheid is dat zijn verhalen zo ontzettend goed zijn dat het een onmogelijkheid zou zijn voor een ziende zo goed en secuur te schrijven dat hij wel blind geweest moest zijn. Ik weet het niet. Die tweede verklaring spreekt mij het meest aan. De tijd waarin die pessimist het woord utopia bedacht, is trouwens misschien ergens in de moderniteit gebeurt, waarin er een maakbaarheidgeloof ontstond. Mensen begonnen te beseffen dat niet God de touwtjes in handen had, maar dat de mensen zelf ook behoorlijke invloed konden hebben. Dit is natuurlijk voor een wereld waarin alleen God zeggenschap had, een totale revolutionaire gedachte. Daarbovenop kwam nog eens dat Nietsche een psychiatrische patiënt liet roepen dat God dood zou zijn. Niet voor niets ontstond er een enorme chaos. Maar die chaos werd door een overwoekerende paniekaanval, spoedig gereduceerd tot een strenge ordening van zelfbedachte regels en wetten. Maar niet iedereen was het daarmee eens, en zo ontstond er een grote spagaat van uit elkaar liggende wereldopvattingen, met aan het rechterbeen de mensen die ordening nodig hadden om een keurig leventje te leiden, de zogenaamde high-modernists, en met aan het andere been de zogenaamde historische avant-gardisten, die chaos liever als choas wilden blijven zien. 
Hierin zou Kloppenburg een absolute avant-gardist zijn in een wereld waarin orde opgelegd wordt.



En als Homerus in de moderniteit geleefd zou hebben zou hij zich in het kruis van de twee gespreide benen bevinden. Een chaos van een verzamelaar, tegenover de orde van in hoofdstukken ingedeelde literatuur. Hoewel hij zich in het nieuwe Griekenland waarschijnlijk anders ontwikkeld zou hebben, hij zou in aanraking zijn gekomen met een soort Grieks PGB of ZZP-pakket, en dat had ervoor gezorgd dat zijn noodzaak als verhalenverteller kleiner zou zijn geworden. Hoewel, sinds het faillissement van Griekenland was de noodzaak wel weer toegenomen, en zou hij net zoals we hem nu uit de verhalen kennen, schrijven om niet al slapend in de greppels van de maatschappij te belanden.

Slapen. Wist je dat slapen bijvoorbeeld ook een van die regels is die we onszelf op hebben gelegd? Die stamt al van voor de moderniteit af natuurlijk, maar het is zo dat slapen iets is wat we zelf bedacht hebben, en waar we nu niet meer zonder kunnen. Vroeger wisten de mensen gewoon niet wat ze met zichzelf aanmoesten als het donker werd. Je kunt je voorstellen dat er nauwelijks mogelijkheden waren om donkere ruimtes te verlichten en dat daarom de nacht als een gevaarlijk en dreigende tijd werd gezien. Uit een soort verveling, of uit onvermogen iets anders te doen, zijn de mensen toen gaan slapen. En voordat je het weet groeit zo’n routine uit tot een primaire behoefte, en handhaven we nu zo’n acht uur als minimum nachtrust. Net zoals we denken dat we bijvoorbeeld dood zouden gaan als we geen 2 ons groenten en 2 stuks fruit per dag eten. Mijn oma is ouder dan honderd geworden ik weet wel heel erg zeker dat zij zich, vooral vroeger, niet aan dit ingestelde minimum hield. 



Ook Kloppenburg, met vele anderen natuurlijk, overleefde de Hongerwinter zonder zo’n luxueus regeltje over maximum en minimum. Zijn moeder fietste op een fiets zonder banden naar nabij gelegen dorpjes opzoek naar voedsel. Mijn vader wilde met mijn moeder trouwen, maar voordat dat zou gebeuren leerde mijn opa hem een kip slachten, om goed voor zijn toekomstige gezin te kunnen zorgen, maar zijn dochters werden vegetariër. Zo zie je maar dat tijden veranderen. 
Adam en Eva zouden ervoor hebben gezorgd dat we aan zonde onderhevig zijn en leven als een soort boetedoening. Patriarchen hadden bedacht dat het vooral door Eva was gekomen dat ze die appel aten, omdat Eva een vrouw was, en daarmee zwak. Als Adam in dat geval meeging met zo’n zwakkeling lijkt het mij duidelijk wie er nu zwak was, maar goed. Door hun zouden wij de erfzonde nu bij ons dragen, het is dus hun schuld dat we geworden zijn hoe we zijn geworden. Af en toe was het echt erg zoals bij oorlogen of veldslagen, bij criminelen activiteiten of wanneer er 52.400 kilo kunst werd weggegooid. Maar af en toe leek het gelukkig ook mee te vallen, zoals wanneer er vrede gesloten wordt na jarenlange oorlogen, of bij de 5 gevallen waarvan het bekend was dat ze dood gingen van het lachen. En op 7 mei 1824 werd in Wenen voor het eerste de 9de symfonie van Beethoven opgevoerd, terwijl hijzelf toen al volledig doof was. Dat moet ook een mooi moment zijn geweest. 

Terug naar dat slapen, dat hield verband met het gevaar van de nacht. Ook in de Middeleeuwen was dat nog steeds een probleem. Zo werd een inbreker die ’s nachts inbrak zwaarder veroordeeld dan een inbreker die overdag te werk ging. Die keuze hield ook verband met het dreigende gevaar van de donkere nacht. Het was enger als iemand je ’s nachts je huis binnenkwam, omdat je de dader niet kon zien. Goed of slecht, het feit blijft dat er duidelijkheid over bestond. Ook over de opgelegde straffen, zoals een oor afhakken voor diefstal, werd weinig getwist. Buiten het feit dat zo’n afgehakt oor verder geen verband hield met het verdere gedrag van zo’n misdadiger werd unaniem besloten dat het de beste straf was. En dat is toch wel handig. Want wij leven nu in een bureaucratie waar de verantwoordelijkheid ligt bij tekstverwerkers, printjes en taalfouten. Er is geen menselijk hoofdverantwoordelijke meer. Na een proces van meer dan 7 jaar over de casus Kloppenburg, inclusief een nieuwe kabinetformatie, wisseling van burgemeester (na Schelto Patijn werd de zaak overgeleverd aan Job Cohen) is er geen oorsprong of fatsoenlijke reconstructie van de zaak mogelijk. De papieren voeren het hoogste woord en er is geen mens die roept: ‘IK!” ‘Ik heb het gedaan! Ik heb 52.400 kilo kunst weggegooid.’ 

Zolang er nog verwezen kan worden naar papierwerk is het papier de schuldige, een verlamde dader die niet opstaat om zijn schuld te bekennen. De typisten zijn slechts werknemers die aan niets anders denken dan een maandelijks loonstrookje waarmee ze voor het hele gezin naar pretparken gaan en meedoen aan overconsumptie in de Albert Heijn. Ze kopen AH excellent paaseieren voor de kinderen, voorzien van een schattig patroontje, stuk voor stuk verpakt in handige plastic meeneemzakjes en gevuld met praline, nougat of hazelnootcrème. Ze denken aan het ‘liefde en passie brood’ uit de Albert Heijn. Als ze dat maar kunnen kopen, en dagelijks ook, omdat het zo snel taai wordt. De naam van het brood doet ons geloven dat liefde en passie slechts een zaak is met een kortstondige strekking. Alles is inwisselbaar, materiële zaken, als wel huizen, banen, partners, meubels, hobby’s, huisdieren, zelfs kinderen. Zag dan niemand wat Kloppenburg zag, de zelfdestructieve kant van een wereld waarin alles ingeruild kan worden voor een nieuwer, beter exemplaar. En dat dat ons vervolgens niet langer gelukkig maakt dan één dag. Dat daarna de saaiheid ons aan de tenen knaagt. De adrenaline en ons geluksgevoel weer weggezakt is, het liefde en passie brood al taai voordat het opgegeten is, waardoor we weer in moeten wisselen.



Er is geen plek voor langdurige liefde en passie. Er is geen plaats in bejaardenhuizen om 60 jaar getrouwde koppels in hetzelfde huisje te laten wonen, er is geen plek op begraafplaatsen om geliefden of familie naast elkaar te begraven. Er is überhaupt geen plek.
Je bent wat je eet, zoals zovaak wordt beweerd. We zijn geconserveerde blikgroenten zonder de mogelijkheid te anticiperen op wat er daadwerkelijk om ons heen gebeurt, we zijn ongesneden liefde en passiebrood dat niet langer dan de dag van aankoop vers blijft.  En we moeten ook zo zijn, want Kloppenburgs onuitputtelijke ambitie, zijn niet te stoppen liefde en passie wordt gewoonweg weggegooid, terwijl elke zondag de ondergrondse containerbakken bij mij in de straat vol zitten. Alsof we geen idee meer hebben wat we met daadwerkelijke duurzaamheid aanmoeten. Kloppenburg werd gezien als gekke kluizenaar, terwijl als er iemand een kluizenaar is, het die gemeentewerkers wel zijn. Die zich schuilhouden tussen regels van papier, verwerpbaar maar machtig. Het zijn de getrouwe banenvullers, ze doen hun dagtaak om maar niet op te gaan in verveling want echt iets anders weten ze niet met hun leven te doen. Ze denken vrij te zijn maar ze begrijpen niet dat vrijheid niet meer is dan een beperkte bewegingruimte binnen een zedeloze dwangbuis.  

Onze denkbeelden zijn door de geschiedenis heen ontzettend veranderd, je kunt wel stellen dat dat haast een wonder is. Zo is het ook een wonder dat Nederlandse taal bijvoorbeeld bestaat. Zonder de Nederlandse taal had Geert Verbeeke, die kunstliefhebber uit België, in zijn loodsen waarschijnlijk nooit de overgebleven werken van Kloppenburg gestald. Dat zij dezelfde taal spraken en het nieuws hem daarom op tijd bereikte hebben we te danken aan Hendrik Consience. Hij is de schrijver van de eerste Vlaamse roman die heel toepasselijk ‘in het wonderjaar’ heet. Schrijvers zoals hij werden in die tijd nog gezien als ‘genie’ en in zijn geval kwamen de woorden in het Nederlands tot hem, tot de grote frustratie van zijn Vlaamse collega’s want die hadden helemaal geen zin om over te gaan op het Nederlands. Maar ik kan jullie verzekeren dat Conscience een goede keus maakte voor het Nederlands, buiten het feit dat Verbeeke en Kloppenburg goddank dezelfde taal spraken, is het Nederlands ook de taal met het woord met de meest opeenvolgende medeklinkers. Het woord ‘angstschreeuw’ heeft  acht aaneenvolgende medeklinkers! Je kunt dus wel stellen dat we behoorlijk innovatief zijn. En dat terwijl we geen superlatief voor het woord ‘favoriet’ hebben, waardoor we ons niet echt lekker in extremen kunnen uitdrukken waardoor het ook haast niet anders kan dat we een nuchter volkje zijn. Wij bouwden dan ook dijken, een fantastisch concept, maar ook een concept dat ternauwernood stand hield door het wijsvingertje van Hansje Brinker. 

Precies 184 jaar na de 9de symfonie van Beethoven besloot de gemeente 52.400 kilo kunst weg te gooien. Op die bewuste dag, 7 mei 2008 regeerde Balkenende IV en het motto luidde: ‘samen werken, samen leven’. Kloppenburg hoorde duidelijk niet bij die ‘samen’. Samen is een zeer specifiek collectief gedrag. De gemeentewerkers voerden hun orders van papier uit, bang hun hachje te verliezen, en die nacht sliepen ze waarschijnlijk heerlijk in hun warme bed, na een dag zo hard te hebben gewerkt aan de Lauriersgracht, want ze moesten zich haasten omdat het hun vrouwen het avondeten op zes uur opdienden. 4 jaar daarna, dus 188 jaar na de opvoering van de symfonie sprak ik Kloppenburg aan de telefoon. Hij was toen 82 en ik denk dat ik had verwacht dat hij doorleefd zou klinken, en verwond door de tijd. Een geslagen, maar nog steeds trouwe hond. Ik had het mis. Hij klonk vitaal, opgewekt en enthousiast. Hij is een levenslustige krijger. Hij is Achilles uit de verhalen van Homerus. De man van eer, de belangrijkste held uit de oorlog van Troje. Half God gemaakt door zijn moeder, maar toch sterfelijk. 



We positioneren ons nog steeds aan de hand van een berg in Griekenland waar Goden woonden, zo stond er vorige maand in de krant dat er al 188 miljoen euro is besteed aan de Olympische spelen van 2028. 188 miljoen! En dat terwijl het nieuwe Griekenland failliet is en Homerus zelfs in deze tijd nog in armoede had moeten leven omdat PGB’s wel bedacht werden, maar toch weer ingetrokken. Met 188 miljoen zou 52.400 kilo kunst bewaard kunnen worden, de huizen naar wens van de eigenaar gerenoveerd, volledig voorzien van verdiepingen, ruime kamers, balkon aan de zonzijde, hoge plafonds en versierd met ouderwets aandoende ornamenten. Schelto Patijn en Job Cohen zouden met 188 miljoen ongelimiteerd brieven kunnen schrijven en versturen naar de inwoners van Amsterdam. Ze zouden nog meer volksstemmingen kunnen organiseren, cursussen aanbieden over hoe om te gaan met liefde en passie langer houdbaar dan 1 dag. 

Ik weet niet precies hoeveel geld 188 miljoen is. Net zoals het gewicht van de aarde niet meetbaar is, maar wel voelbaar kan zijn denk ik dat 188 miljoen echt een hele hoop geld is. Het is een wonder dat dat symbolisch aan de berg Olympus wordt besteed, net zoals dat de liefde van Kloppenburg een wonder is, de verhalen van Homerus wonderbaarlijk zijn en we naast een schrikkeljaar ook schrikkelsecondes hebben. Ik houd wel van wonderen. Ik geloof bijvoorbeeld heus wel dat er ooit een mens was die Jezus heette en zich nogal provocerend opstelde. Bijbelgelovers geloven dat hij over water liep. Mijn lievelingsverklaring is dat Jezus als eerste mens ontdekte dat water kon bevriezen, en daarmee de eerste schaatser was. Maar dat is natuurlijk maar speculatief, zoals de meeste dingen. We zijn verloren in de tijd en zoeken naar onze oorsprong. Als je nog even terugdenkt aan die schrikkelseconde, is dat misschien waar het telkens misgaat. We zijn ons er niet van bewust. De tijd gaat aan ons voorbij zonder dat we er überhaupt kennis van hebben genomen. Misschien kun je pas voelen wat tijd is, als je de schrikkelseconde op het juiste moment weet in te zetten. En ik denk dat Kloppenburg dat deed. Nauwkeuriger nog dan geschiedschrijvers bracht hij zijn eigen tijd in kaart. Daarmee gaf hij ons antwoorden op de meest fundamentele vragen van het leven. Maar hij werd niet gehoord, sterker nog, hij werd overstemd door ruziënde ambtenaren en op geldbedachte huurbazen. Maar lieve, dappere Jacobus. Je bent mijn held, en ik heb je weldegelijk gehoord.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl