Image

Over mensen en muren. Een exodus in oorlogstijd

30 May 2018 Gerda van de Glind

‘We have to give every refugee essential protection. The tragedy is not only that people has lost their lives. The tragedy is the people who, in the very rich nations, have lost their humanity.’

Een oneindige stroom meandert door het landschap, door bossen en velden, zoekend naar een veilige plek om uit te monden. Het is geen kolkende rivier maar een myriade van ontheemden. Een exodus in oorlogstijd. Een meisje van tien loopt in hun midden. Als het geluid van vliegtuigmotoren nadert heft ze haar hoofd angstig naar de hemel. Ze kruipt net als iedereen in de sloot, waar ze tussen de warme lichamen van haar ouders en de koude modder wacht tot de kogels niet langer tussen hemel en aarde klieven.

Inmiddels is ze 92 jaar oud en zijn haar haren zo wit als de toef melk op haar cappuccino. We zitten tegenover elkaar in de stoptrein, waar ik eigenlijk net aan Ai Wei Wei’s boek over menselijkheid wilde beginnen, maar het lot wilde dat ik haar in levende lijve tegenkwam. Tussen de volgende elf haltes vertelde ze me haar levensverhaal. Over immense verwoesting en alles achter je moeten laten wat dierbaar is, over opnieuw beginnen en moedig zijn, over haar Afrikaanse zoon en naar de hemel gaan. Op de terugweg las ik het boek alsnog, en samen weven ze een nieuw verhaal.

Het meisje wordt in 1930 in Middelburg geboren en verhuist een paar jaar later naar Breda. Ze is 
tien jaar oud als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en de stad in 1940 tussen twee vuurlinies komt te liggen. Vijftigduizend mensen vluchten naar het zuiden terwijl de Duitsers ze onder vuur nemen. Het meisje schuilt onderweg in sloten en greppels en ziet tientallen mensen om het leven komen. Uiteindelijk bereikt ze samen met haar ouders en zussen een klooster in Zundert. Na een tijdje mogen ze terugkeren naar Breda, maar ze verhuizen naar Nijmegen. Daar dendert de oorlog in volle kracht verder. Het meisje hoort overal om haar heen granaatvuur en bommen, en vanuit haar raam ziet ze slachtoffers en de verwoeste kerktoren. Ze ziet zoveel ellende dat ze het haast niet kan geloven als de oorlog in 1945 voorbij is.

Ze groeit op tot een jonge vrouw en gaat op haar twintigste een tijdje werken in Genève. In de tijd dat ze daar is wordt er in diezelfde stad een verdrag opgesteld. Een verdrag waarin staat dat mensen die in hun thuisland gevaar lopen moeten worden geholpen in het land waar zij asiel aanvragen. Europa had namelijk van de oorlog geleerd en wilde zorgen dat mensen op de vlucht altijd een veilig oord kunnen vinden. De jonge vrouw vindt dat hoopvol. In de jaren ‘50 keert ze terug naar Nederland, naar Arnhem om precies te zijn. Toevallig net om de hoek van waar ik nu woon. De wereld is namelijk zo groot nog niet.

- Uit ‘Humanity’ van Ai Wei Wei.-
- Uit ‘Humanity’ van Ai Wei Wei.-

In 1957 wordt een jongen geboren in Peking. Een jaar later wordt zijn vader ervan beschuldigd vijand van het volk te zijn. Hij wordt samen met zijn gezin verbannen naar een werkkamp. De jongen is dan 1 jaar oud. Na een paar jaar mogen ze terugkeren, maar in 1967 wordt zijn vader opnieuw verbannen. De jongen duikt met zijn familie onder in een hol in de grond. Pas in 1975 zullen ze terugkeren naar Peking. De jongen is inmiddels een man geworden en gaat in 1978 naar de filmacademie.

De vrouw woonde al die jaren in Arnhem, maar verhuist in de jaren ‘70 naar Malden. Ze woont alleen, en als ze eind jaren 70 hoort dat er een vluchtelingenkamp in de buurt is, besluit ze dat ze meer wil doen. Ze heeft de oorlog immers zelf meegemaakt en vindt dat je je medemensen in nood moet helpen. Ze neemt een vluchteling in huis. Het is een jongen van achttien die is gevlucht uit Oeganda. Dictator Idi Amin slachtte er honderdduizenden mensen af, waaronder zijn ouders. De vrouw sluit hem in haar armen. Ze geeft hem onderdak, leert hem Nederlands en helpt hem een nieuw leven op te bouwen. Na een paar jaar noemt hij haar voor het eerst zijn Nederlandse moeder, en zij hem haar Afrikaanse zoon. 

Aan de andere kant van de wereld is de Chinese man inmiddels afgestudeerd. In 1981 vertrekt hij naar New York, maar als zijn vader in 1993 ziek wordt keert hij terug naar Peking. Zijn vader overlijdt in 1996. In de jaren daarna begint de man boeken te schrijven, gebouwen te ontwerpen en kunstwerken te maken. In 2011 wordt hij opgepakt en 81 dagen vastgehouden. De officiële reden is belastingontduiking, maar volgens activisten komt het omdat de man kritiek levert op het mensenrechtenbeleid van de Chinese regering. Nadat hij vrijkomt krijgt hij huisarrest en nemen ze zijn paspoort af. Vier jaar later krijgt hij zijn paspoort en vertrekt hij naar de Verenigde Staten. Eenmaal daar mag hij zijn thuisland niet meer in. Hij is opeens een vluchteling en besluit voor mensenrechten te strijden. Hij verhuist naar Berlijn en richt zijn aandacht op dat wat volgens hem de grootste menselijke crisis is sinds de Tweede Wereldoorlog: de huidige vluchtelingencrisis. Hij reist langs vluchtelingenkampen over de hele wereld en toont hun verhaal in talloze kunstwerken.

De vrouw is inmiddels 92 en een trotse oma. Haar Afrikaanse zoon is teruggegaan naar Oeganda en heeft daar een zoon gekregen. Ze hoopt hem nog te zien voor ze dood gaat, en maakt zich zorgen. Over de toekomst van de wereld en over hoe we met elkaar omgaan. Over hoe we steeds meer hekken bouwen en mensen liever niet binnen laten. Over dat er nu meer mensen dan ooit op de vlucht zijn sinds de Tweede Wereldoorlog. Wel meer dan 65 miljoen. Zelf kan ze niet veel meer doen, ze is oud en bovendien aan het dementeren. Daardoor komen er ook veel oude herinneringen naar boven. Die kan ze maar beter met mij delen zegt ze, want die mensen boven in de hemel weten dat allemaal al. Voor ze uitstapt zegt ze me dat ik ondanks al het leed in de wereld niet bang moet zijn, dat ik een beetje lef moet hebben in het leven, en compassie.

De man is nog wat jonger dan de vrouw en ze kennen elkaar niet, maar hij zegt in feite hetzelfde. Vorig jaar zei hij het onder andere met een indrukwekkende documentaire, Human Flow. Over de muren en grenzen waar vluchtelingen letterlijk en figuurlijk tegenop lopen. Dit jaar zegt hij het onder andere met ‘Humanity’ een klein boekje met een kaft zo helderblauw als de ogen van die oude dame. Het staat vol met quotes van hem over vluchten en losgerukt worden van alles wat je lief is. Over leven in angst en met gevaar voor eigen leven oversteken naar een onzekere toekomst, om er vervolgens achter te komen dat je in de steek wordt gelaten. Over grenzen en muren die worden opgeworpen om je buiten te laten. Over de macht van beleidsmakers en de kracht van kunstenaars, over verbeeldingskracht en jezelf in de schoenen van de ander kunnen zien.  Maar vooral over onze blik naar de ander, en over hoe we die niet mogen afwenden.

‘When the Berlin Wall fell in 1989, 11 countries around the world were cut off by border fences and walls. By 2016, 70 countries had built border fences and walls. The U.S. is now trying to build a new wall with Mexico and for me this is unthinkable. This solution had never worked and it testifies to the notion that we have become less courageous.’

‘Yes, we have different religions, different backgrounds, different languages, but humanity is one; we’re all vulnerable. We all want to have safety and for our children to have possibilities. We need to protect each other.’ 

‘ Nationality and border are barriers to our intelligence, to our imagination and to all kinds of possibilities.’

- Uit Humanity van Ai Wei Wei.- 

Kunstenaars hebben de kracht en het kritisch vermogen om te reflecteren op onze samenleving. In een serie artikelen belicht schrijver Gerda van de Glind boeken die de worstelingen, motieven en gaven van kunstenaars weerspiegelen.