Een woordspeling is doorgaans niet de beste tentoonstellingstitel, maar erover sprekend met deelnemende kunstenaars voldoet ‘Tegendraads met textiel’ wonderwel. 
Het kunstwerk is altijd iets anders dan je denkt. Dat alleen al maakt de kunstwerken met textiel in deze tentoonstelling tegendraads. Ze volgen niet het geijkte patroon van de gekende textielkunst en geven er commentaar op. Steeds is het werk een overweging dat er anders naar kan worden gekeken, dat je er op een andere manier mee kunt omgaan. Deze tentoonstelling doet zich voor als een lapjeskat die door de beeldende kunst sluipt en venijnig speelt met de materie als een gevangen muis. We hebben hier iets te pakken.

Iedere kunstenaar die met textiel werkt, krijgt te maken met vooroordelen waarvan je denkt dat die al lang geleden overwonnen hadden moeten zijn. Ze zijn nog altijd hardnekkig en zaaien onterechte twijfel over de status van het medium. Dat geldt voor meer kunstdisciplines die een materiaal inzetten om iets aan de orde te stellen dat op geen andere manier beter kan worden uitgedrukt. 

Hier vinden 27 kunstenaars elkaar in openhartigheid, tastbaarheid en herstel van verloren waarden. Het kunstwerk is steeds een symbiose tussen bedenksel en maaksel. Het uitzonderlijke is dat de uitvoering van wat de kunstenaar bedenkt in stille tegenspraak kan zijn met zijn voornemen. 

Barbara Polderman
Barbara Polderman

In de entree van de tentoonstelling hangt een schoenveterportret door Vincent Dams van de jazzmuzikant Charlie Mingus. Diens streven om complexiteit te vereenvoudigen valt samen met deze verbeelding ervan. 
Barbara Broekman toont in de nis bij de entree in de video ‘Open monden’ hoe tussen de generaties steken vallen omtrent het mensbeeld en hoe ze die middels haar werk tracht op te halen. Haar vierluik in de eerste ruimte van een stereotype vrouwbeeld kritiseert het geseksualiseerde kijken dat een geaccepteerde norm lijkt te zijn. Dat leidt bij haar tot commentaar en openlijk verzet.
Annesas Appel vangt in haar tweeluik dat ernaast hangt een universeel schrift in gestikte tekens, een notatie die in je hoofd een uitvoering mogelijk maakt. Je bedenkt hoe je kunt handelen naar wat je ziet. 
Er tegenover laat Alet Pilon in het dualistische beeld van de gejaagde en de jager de aaibaarheid van het hert samenvallen met de hardvochtigheid van de schutter die mismoedig zijn dilemma staat te overdenken. 
Ze doet dat tegen een achtergrond van een serie minimalistische werken van Marian Bijlenga. Zij brengt met spaarzaamheid een gevoelige en rijke wisselwerking tot stand tussen verschuivingen en variabelen. 
Dat werk uitgevoerd in textiel tegelijkertijd picturaal en sculpturaal kan zijn, bewijst Martin Fenne met geplooide stofuitdrukking waarin materialiteit door lichtval en kleurverhoudingen een verraderlijke substantie krijgt. Je denkt te weten wat je ziet, maar je kunt het niet definiëren.
Liesbeth Touw laat in twee werken de polen van de spanningsboog in haar werk zien: een donker monochroom werk op textielpapier waarin het oog zich verliest, tegenover de verleiding van een object dat zich gedraagt als de corsage van deze tentoonstelling. Speld die in gedachte op.

Barbara Broekman
Barbara Broekman

Annesas Appel
Annesas Appel

In de tussenruimte hangt een schilderij van Berend Strik als een stoffelijk overschot van een verzwegen verleden: op een koloniale begraafplaats in Indonesië hebben bewoners bezit genomen van de familiekapellen van de voormalige kolonialisten die wij zelf zijn geweest. 
Het uitbundige bloemstilleven van Linda Nieuwstad laat een vorm van wildgroei zien die door twee bescheiden werkjes aan de wand wordt gerelativeerd: we kunnen ons nog zoveel verbeelden uiteindelijk verwelken zelfs de bloemen op ons graf. 
De overrompeling door de natuur die ons treft wordt bevestigd door de grote en twee kleine wandkleden van Margriet Luyten. Daarin combineert zij landschappelijke schoonheid met poëtisch gemoed. Aan dit werk ligt het verlangen naar lyrische overgave ten grondslag. 
Daar tegenover toont een enkel werk van Marian Bijlenga aan dat het weliswaar in gezamenlijkheid een versterkend karakter heeft, maar dat het afzonderlijk getoond een eigen identiteit behoudt. 
Dat geldt in dezelfde mate voor het bescheiden fotowerk van Carolien Scholtes ernaast; hier is een onmiddellijke intimiteit zichtbaar die in haar grotere werken een overweldiging wordt. 
In de aangrenzende fotocollages van Chantal Rens zijn een of meerdere beelden in elkaar geschoven. Ze frapperen door hun vanzelfsprekendheid waarvoor geen uitleg bestaat. In ieder beeld dat ze bij elkaar brengt keert ze het kijken om.

De chinoiserie van Harmen Brethouwer van de draak en de brandende parel, in zijn opdracht hand geborduurd door Annètje Mellink, herneemt op innovatieve wijze een rijke Chinese beeldtraditie. Brethouwer laat zien dat idee en uitvoering elkaar voedende elementen zijn die in samenhang de kracht van het beeld bepalen en dat traditie en ambacht altijd baat hebben bij vernieuwing en variatie. 
De twee kleine schilderijen van Carina Ellemers bevestigen in het kader van deze tentoonstelling hun hoedanigheid als doeken. Het materiaal van de schilder die op canvas of linnen werkt heeft bij haar een consequentie voor het inhoudelijke karakter ervan. 
Het linnen hemd en de donkere kleding in de twee stofassemblages van Halina Zalewska overspannen generaties, geschiedenis, cultuur, geografie en haar persoonlijke betrokkenheid daarbij. Ze brengt de organen van het leven aan de oppervlakte. Ze laat letterlijk zien wat ze op haar lever heeft. Hier klopt het hart van de kunst zichtbaar voor iedereen. 

Chantal Rens
Chantal Rens

Carina Ellemers
Carina Ellemers

In de zijruimte brengt Vincent Dams het idee van het textiele beeld op een lichtvoetige manier tot de essentie terug, zonder dat we eraan kunnen ontkomen dat het hem ernst is. Met twee knotten wollen, enkele washandjes en twee draadjes vat hij de landschapskunst studieus samen. 
Het beeld van Alet Pilon waar dan het oog op valt is dat van een vrouw die zich in een verkreukelde schulp heeft teruggetrokken en die ieder moment als een vuurvogel te voorschijn kan komen. Juist in die gehurkte houding als van een gespannen veer is een overweldigende dreiging voelbaar. 
Wie zich dan omdraait ziet het eerste werk dat Berend Strik ooit met de naaimachine maakte en dat hier voor het eerst wordt geëxposeerd. Het is de veelvoudige bewerking van een zelfgemaakte kindertekening die hij ooit aan een tante gaf en na haar dood terugkreeg. Het werk bewijst dat je de waarde van de kunst af kunt meten aan een onbaatzuchtige kindertekening waar het allemaal mee begint. Wie daarin zijn uitdrukkingsvorm vindt kan er zijn hele leven op terugvallen.
De relatie tussen ouder en kind krijgt in een derde werk van Barbara Broekman dan nog eens genuanceerd gestalte in een vormentaal die knipoogt naar de quilt.  
Onvergankelijke kunstzinnigheid staat los van de vergankelijkheid van het leven dat door de kunst zo indringend wordt getoond, zoals in de askleurige planten en bloemen van Riëtte Wanders. Ze schetst een toekomstbeeld waarin de schoonheid opnieuw haar gezicht verbrandt, vooral als een vorm loutering.
Daar staat het sprankelende leven tegenover waarmee het plezier in het kijken en verbeelden wordt gevierd, zoals Lam de Wolf dat doet. We kennen de aanmatiging dat de beeldende kunst het onzegbare en het onzichtbare toont. In talloze gradaties laat Lam de Wolf zien dat wie het zegbare zichtbaar maakt de beeldende kunst wellicht een grotere dienst bewijst. Direct naast haar werk hangen nog een paar doekjes van Carina Ellemers die vooral op zichzelf in hun beslotenheid moeten worden bekeken. Tegelijkertijd gaat het ook om de wisselwerking die ze aangaan met hun omgeving door de weerschijn die ze daar veroorzaken. 

Riette Wanders
Riette Wanders

Carolien Scholtes
Carolien Scholtes

In de achterruimte zijn drie werken van Barbara Polderman. Ze heeft in stofuitdrukking haar beeldtaal gevonden en overtuigt daarme als schilder en beeldhouwer. Zij laat zien dat de verstandhouding tussen inhoud, materiaal en vorm een onlosmakelijke samenhang moet hebben om vrij te kunnen denken.
Het beeld van Gijs Assmann geeft in die zin ook te denken, omdat het een geestverschijning betreft die niet te verdrijven valt. Het spookbeeld steekt zijn kop op dwars door een veilig bestaan heen: het ligt opeens op tafel. In het droombeeld op een geborduurd kussen lacht hij daar om. 
De drie gedeconstrueerde kledingstukken van Karin Arink draaien het idee van de kleren van de keizer om: het is niet de kleding die onzichtbaar is in het beeld, maar ons lichaam dat we verbergen. In wat ons omhult stelt Karin Arink lijfelijke sensualiteit voor als innerlijke kracht.
Op de lange wand hangt een aantal grote en middelgrote werken van Carolien Scholtes. In een overdadige chaos van objecten en materialen geeft ze stoffelijk uitdrukking aan de zintuiglijkheid van onze positie in het leven. 
Naast en langs de trap zijn de beklede takjes en takken van Desiree Hammen een geleiding voor ons denken over de zorgvuldigheid waarmee we onze kwetsbaarheid kunnen beschermen en dat we dat op een aantrekkelijke manier kunnen doen. We moeten het ons in ieder geval aantrekken, zoals zij het de takken heeft aangetrokken.

Jenny Ymker
Jenny Ymker

Nicole Schulze
Nicole Schulze

In de bovenruimte zijn de drie foto’s van Maurice van Es een onderstreping van het belang van het alledaagse in de kunst. We zien zijn grootvader die een blauwe trui uittrekt. En hoewel het gezicht van de grootvader in die handeling onzichtbaar wordt, is het een volmaakt portret. De grote collage ernaast is een deel van de verzameling die Maurice van Es fotografisch aanlegt van alle kleding die hij ooit heeft gedragen. 
De viltkoppen van Anna Frydman zijn vervolgens bijna een schrikbeeld, hoewel ze ook onmiddellijk ontroeren door hun zachte aanraakbaarheid. Anna Frydman is in haar werk altijd nietsontziend uit mededogen met het leven dat uiteindelijk meedogenloos is. Zij moet het wel in het gezicht zien.
Het wandkleed van een vrouw aan het weefgetouw door Jenny Ymker is de pars pro toto voor deze expositie. In haar wandkleden is persoonlijke betrokkenheid bij precaire onderwerpen uit het dagelijks leven letterlijk voelbaar. Traditie en actualiteit komen samen in de bedrading van deze fotografische gobelins.
Nicole Schulze maakt in haar sculpturale object duidelijk dat wat we over het verleden verzinnen intrigerender is dan wat er daadwerkelijk wordt overgedragen. We moeten er ons toch een voorstelling van maken en dat doet zij met speels plezier. 
Zo’n voorstellingsvermogen kan dan uitmonden in een installatie zoals die door Anthony Kleinepier wordt getoond. Hij laat ons vooral zien dan we het ook anders hadden kunnen doen in het verleden en dat ons bestaan dan een verrassende uiterlijk gedaante had aangenomen. 
We eindigen met een samenhangend tableau van werken van Isabel Ferrand als een reis door wereld. Ze brengt naar voren dat we ons bewust kunnen verhouden tot wat ons door overerving ten deel valt. Ze wijst ons erop dat we ook medeverantwoordelijkheid dragen voor waar we ons van af hebben gekeerd. Ze maakt dat inzichtelijk in opengewerkte materialen waarin de tekens van de tijd verstrikken terwijl de tijd zelf ons door de vingers glipt. 

Keren we terug naar de centrale ruimte van Witteveen Visual Art Centre waar Oeke Witteveen de gastvrouw is en proberen we de balans op te maken, dan blijft enkel het citaat van Margriet Luyten over: ‘I only sigh.’

Margriet Luyten
Margriet Luyten

Deelnemende kunstenaars zijn: ANNESAS APPEL | KARIN ARINK | GIJS ASSMANN | MARIAN BIJLENGA | HARMEN BRETHOUWER | BARBARA BROEKMAN | VINCENT DAMS | CARINA ELLEMERS | MAURICE VAN ES | MARTIN FENNE | ISABEL FERRAND | ANNA FRYDMAN | DESIREE HAMMEN | JENNY YMKER | ANTHONY KLEINEPIER | MARGRIET LUYTEN | LINDA NIEUWSTAD | ALET PILON | BARBARA POLDERMAN | CHANTAL RENS | CAROLIEN SCHOLTES | NICOLE SCHULZE | BEREND STRIK | LIESBETH TOUW | RIËTTE WANDERS | LAM DE WOLF | HALINA ZALEWSKA |

Berend Strik
Berend Strik

Witteveen visual art centre
Konijnenstraat 16 A - 1016 SL Amsterdam
open: dinsdag t/m zaterdag