Image

Verlangzamen in de jaren zeventig

29 Aug 2014 Hanne Hagenaars

In de Gazet van Antwerpen 24 mei Essen las ik een verhaal over een familie die radicaal voor een andere levensstijl hebben gekozen: Geen douche, geen zeep, geen wc op water, geen tv, geen radio, geen ijskast, geen diepvriezer, geen grasmachine, geen stofzuiger, geen dierlijke voeding. Ze werken minder en geven de kinderen zelf les: "We zijn gelukkiger zo."

Een week later ben ik op bezoek bij Renate Jacobs. In een kamer vier hoog boven de Amsterdamse Wallen ontmoeten houten beelden van goden, kunstobjecten, kalebassen en struisvogeleieren elkaar en als je je heel stil houdt kun je hun gesprek als het ware opvangen.  Draden van verwantschap zijn zichtbaar tussen de etnische objecten en de kunst van Jacobs en haar inmiddels overleden man Raoul Dohmen. Buiten klinken sirenes, het gegil van een alarm, stemmen en een startende scooter. De stad strekt zich loom uit in de warme avondzon. Binnen klinkt de fluitketel en Renate gaat koffie maken terwijl ik kijk en luister naar het gefluister van alles wat hier aanwezig is.

In de jaren zeventig en tachtig leefden Renate Jacobs en haar man Raoul Dohmen de ultieme hippie droom. Het begon er mee dat zij beiden graag wilden 'verlangzamen', geen elektrische apparaten gebruiken, zo simpel mogelijk leven. Ze verhuisden vanuit Amsterdam naar Kimswerd in Friesland en lieten de elektriciteit afsluiten en de ketel eruit halen, geen warm water, geen licht, en alles met de hand. Het werkte tamelijk absurd uit. Als het donker werd ging in het hele dorp het licht aan behalve in hun huis. Het was geforceerd èn het ging niet ver genoeg. De NAM werd gebeld om alles weer aan te sluiten.

Na een periode met vrienden in een woongemeenschap in Engeland besloten ze naar een eiland in de Pacific te gaan. 'We waren een boekje tegengekomen met kunst die op deze eilanden gemaakt was en het leek ons dat daar mensen zouden wonen met spirituele inzichten.' Met twee kinderen wilden ze op de meest primitieve manier gaan leven op een plek waar je zonder portemonnee kon verblijven. Ze wilden weten hoe het leven aan de basis is. Ze namen hun plan serieus en startten met een gedegen voorbereiding, kennis over kruiden, een goede conditie opbouwen, vechtlessen zodat ze, indien nodig, zich konden verdedigen en het verzamelen van handgereedschappen.  Ook kochten ze 'emigratiekleding': 'als hippie liep Renate in een lange jurk en met rood geverfd haar. Voor de reis verzamelden ze kleding uit de jaren vijftig, rokjes, jasjes, om in het buitenland niet te veel op te vallen.  Vrienden werden er kwaad want kleding bleek zowel een code als een harnas te zijn, daar mocht je niet zo maar uitstappen.'

Renate vertelt over de boottocht van vierentwintig uur over water om het eiland te bereiken en hoe ze al die tijd wakker was gebleven om naar de stralende sterrenhemel te kijken en het hemeldak boven zich zag veranderen van dag naar nacht naar dag. Het water, de lucht, het sterrendonker en het ochtend licht, de kosmos omhelsde hen allemaal daar op die boot. Met de hemel  aan alle kanten ben je zo klein in zoiets groots. Als buitenlanders mochten ze geen land kopen, maar waren in contact gekomen met een Nederlandse boer die op dit eiland  een bedrijf was begonnen en ze konden een stukje land van hem huren. Er liepen zowel magere lenige koeien als herten rond.  Renate en Raoul kwamen terecht op het uiterste puntje van het eiland aan de andere kant. Er was geen kraan waar water uit kwam maar wel een riviertje.  Het verzamelen van eten nam veel tijd in beslag, vruchten en noten, zee-egels, schelpdieren of ze vingen vissen met een speer of door een lijn uit. te zetten. Vrijwel steeds waren er ook vrienden en geestverwanten die zich een tijdje bij hen voegden. Het was een intense tijd waarin ze leerden op hun intuïtie te vertrouwen en zich over te geven aan nieuwe systemen. 'Als de kinderen er met z'n tweeën op uit trokken vroeg ik hen om terug te komen terugkomen als ik hen riep, 'dan roep ik jullie in mijn hoofd en jullie horen het ook in je hoofd.' Als golven die je op kunt vangen. Ik denk dat inspiratie een verwante trilling is want als ik iets ga maken merk ik dat ik wordt geleid. Hoe dat precies  gaat weet ik niet, maar het werkt. 'Renate vertelt over de immense veranderingen die deze periode in haar als persoon  te weeg bracht. "Je kunt je niet voorstellen hoe ik eerst was, dat ik boos kon worden en in die boosheid kon blijven steken, dat verdween totaal.'

Beeldhouwers staan hoog aangeschreven bij de Maori's en dat maakte hun acceptatie een stuk eenvoudiger. Raoul en Renate maakten sculpturen van materiaal dat voorhanden was, opstellingen die vanzelf weer verdwenen. Ze hielden van kunst die een functie vervulde in rituelen en het dagelijks leven dat daar vervuld was van geesten en voorouders. Raoul trok maandenlang op met de sjamaan, later ontmoette hij in Afrika ook tovenaars. Als sjamaan maakte hij zijn eigen jas, alsof het een nieuwe stam betrof met alle bijbehorende parafernalia. Ieder ding aan die jas is zelfgemaakt zoals de kokosnoot met een snaar en de ketting en de leren emblemen. Raoul had zijn zakken altijd vol met alles wat hij tegenkwam,  zoals zakjes met stenen of een grote schelp en die hangen nu allemaal aan het pak. Voor ze de plek op het eiland hadden gevonden trok Renate een tijd op met een Maori vrouw die haar alles leerde over kruiden en planten. Als een van de kinderen zich sneed dan wist ze met welke planten de wond kon genezen.In die tijd gaven de boeken van Carlos Castaneda hen de inspiratie om gewoonweg te durven vertrouwen en zich over te geven aan wat er zich voor deed. Om los te laten. 'Door die boeken kreeg je moed om op een andere manier naar de wereld te kijken. Castaneda is er van overtuigd dat je in het leven niet moet zoeken maar dat je de essentiële zaken gewoon tegenkomt, als je ze herkent kun je ze als een cadeau accepteren.'

Na het eiland zijn ze rondgereisd, naar India, de Filippijnen, Indonesië. Tijdens het reizen kom je op stille afgelegen plekken en daar ontstonden ook weer  sculpturen. Van stenen, hout, schelpen en  zand  bouwden ze een beeld dat als een baken de omgeving markeerde, tot het weer verdween. Soms woonden ze een tijdje in de stad en werkten  dan in een atelier. Ze maakten  beeldjes van been, dat vind je overal.
Toen de kinderen  12 en 14 jaar oud waren keerden ze weer terug naar de maatschappij zodat de twee meisjes  naar de middelbare school  konden. Totaal hebben ze dan acht jaar gereisd, van 1972 tot  1980. Het viel dan voor de kinderen ook niet mee om zich te voegen naar  het regime van de middelbare school.

In de huiskamer van Renate hangt een klein schilderij van een vogel die uit een mond tevoorschijn komt, De laatste adem, heet het. 'Wat ik bij voortduring ervaar is dat alles op de juiste tijd gebeurt', zegt Jacobs. Raoul is niet oud geworden maar hij was er op voorbereid. Een zigeuner had hem al vroeg verteld dat hij jong zou sterven. Tot het laatste moment was hij zonder angst, als een krijger vol  kracht kwam hij de dood tegemoet. Ik vraag Renate of zij bang is voor de dood. Renate: 'De dood, ik ben heel benieuwd. Ik zou niet weten wat waar en wat niet waar is maar ik kan het me allemaal voorstellen. Ik vind het fijne gedachten. Raoul komt wel eens langs. Wat dat nou precies is, maakt niet zo veel uit. Ik ervaar voortdurend lijnen en connecties. Bang voor de dood ben ik niet. Als het dan tijd is dan ga ik maar. Je moet voelen dat het je tijd is. Ik leef heel erg in het nu. Na het overlijden van Raoul was er veel verdriet, en ja gaat elkaar missen. Toch is er ook een acceptatie. In de Westerse landen lijkt de dood en het onvermijdelijke van de dood geheel verdwenen. Als persoon ben ik veranderd door deze periode en daardoor is ook mijn werk veranderd. Vroeger was het vol symbolen terwijl ik nu meer verhalen vertel. En ik wil vooral niet oordelen.  Ik heb dit schilderij gemaakt over transseksuelen, sommige mensen denken dat ik er een oordeel over heb maar Ik noem het feiten.  Ik vind het moedig. Deze maatschappij zorgt dat je dat moet doen. Het is een document over iets dat gebeurd. Ik zie graag alle kanten van een situatie.

Opnieuw kijk ik rond in haar woonkamer. Hoe hebben ze dat allemaal kunnen verzamelen, tijdens het reizen en een leven zonder portemonnee. In mijn hoofd laat ik me meeslepen door de objecten die de klopgeest, de watergeest de boeman en dwaalgeest mee naar Nederland hebben genomen. De lucht trilt in de hitte en sommige godenbeelden komen in beweging. In de verte hoor ik het onweer naderen.Dan zegt Renate plotseling:

'Wij maken ons druk over grote en kleine zaken maar Moeder Aarde vindt het allemaal niet zo belangrijk.'