Image

wat wereldberoemde kunstenaars deden voordat wij ze allemaal kenden

24 Jan 2016 Heske ten Cate

Ze begonnen allemaal als huilende, afhankelijke, hulpeloze baby's en werden geboren in vergeten straten van stille dorpen in de minder beroemde staten en provincies, of in een hoge achterkamer met piepende deuren in een strafkamp van China. Ze groeiden op, kregen te eten en drinken, moederliefde, speelden ook op pleintjes in de zon, ruzieden wellicht ook met hun broers of zussen, gingen naar school om zo uiteindelijk op een punt te komen toelating te doen op één van de kunstacademies verspreid over de wereld. (op een enkeling na die wereldberoemd werd in de kunsten als autodidact)

Ook Ai Weiwei, Sol Lewitt of Olafur Eliasson werden op hun nummer gezet door docenten en werden niet direct begrepen. Ook zij roerden eindeloos in hun ziel opzoek naar inspiratie, een weg, een teken om door te gaan en ook zij hebben dagen vol diepgewortelde onzekerheid gekend. En na de academie, was het gat even zwart en groot als bij ieder ander kunstenaar. Juist dat schept hoop voor de heimelijke, gefrustreerde of beginnende maker.

Er zijn maar weinig beroepen op de wereld waarvoor je een baan hebt om je daadwerkelijk beroep uit te kunnen oefenen. Naar eigen schatting (en dus niet op harde cijfers gebaseerd) ga ik ervanuit dat het gros van de mensen werkt, omdat ze hun baan leuk vinden, omdat hun werk uitdagend is, of omdat het geld verdient, zodat de huur betaald kan worden, of je op vakantie kunt, of om ieder andere reden waarvoor geld nodig is... Kunstenaars werken vaak om hun echte werk te kunnen doen: namelijk het maken van kunstwerken. Daarom verwart een politicus eens in de zoveel tijd het maken van kunst met het hebben van een (linkse) hobby en lijkt het soms gelegitimeerd om kunstenaars voor een hongerloontje aan de slag te laten gaan. Kunstenaars worden soms het verwijt gegeven traag te reageren, niet goed van zich af te bijten als de politiek hen uitdaagt, of er hangt verwarring romdom subsidies waardoor er een beeld geschapen is dat kunstenaars lui hun hand omhoog houden en wachten tot de subsidiepot rinkelt. Vaak zijn kunstenaars echter traag met reageren, omdat ze de post nog aan het rondbrengen waren, de telefoon opnamen bij de receptie, of worsten in uitgeholde broodjes aan het proppen waren bij de HEMA. 

Ai WeiWei was ieder weekend in het casino te vinden
Ai WeiWei was ieder weekend in het casino te vinden

Laten we voor eens en voor altijd stoppen met ons schamen voor alle bijbaantjes van kunstenaars. Niets is eervoller om een schamele patatverkoper te zijn, een bibliotheek dame, of de jongen achter de bar van het museumcafé om vervolgens verftubes, fotorolletjes of vellen papier te kunnen kopen. En toch voelt het soms mislukt. Misschien wel door de bijna alomvattende mening dat wanneer je als kunstenaar geen geld verdient binnen de kunst, je ook geen succesvol kunstenaar bent. Toch komen de beste kunstenaars niet van de academie met een masterplan en een zak vol geld om dit uit te voeren, hebben zij nog geen fans, mecenassen of musea die zijn deuren opent voor tentoonstellingen. Nee, wereldberoemde kunstenaars hadden even schamele baantjes in het begin als ieder ander kunstenaar. Werken om te kunnen werken, om uiteindelijk de wereld in vervoering te brengen en de receptietelefoon in de haak te hangen. Voor goed.

Ai WeiWei
Baan: Pokeraar en Blackjack speler. 
Bijna lijkt het uit een James Bond film gegrepen. 'De Chinees' (en bij James Bond vaak ook 'de vijand') die stoïcijns met dikke pakken geld in pak aan de casinotafel zit. Ai WeiWei was ieder weekend in de casino’s van Atlantic City te vinden en bleek een formidabele speler te zijn. Hij betaalde in één keer zijn gehele studie af met de speelkaarten. Toen Ai WeiWei in 2001 gearesteerd werd publiceerde een blackjack blog een artikel over hem met de tekenende titel: “Arrested Chinese Blackjack Guru Ai WeiWei Also an Artist and Activist.” (lees hier het artikel)

Mark Rothko
Baan: postbode, krantenverkoper. 
Toen de familie Rothko verhuisde van Rusland naar Portland overleed vader Rothko. Om de familie te ondersteunen moest de jonge Mark kranten en brieven bezorgen. Jaren later, als kunstenaar in New York bracht hij nog altijd brieven rond om daarnaast te studeren en te schilderen… (misschien dat de brievenbus wel inspiratie was voor de vormkeuze van Rothko’s werken) 

Mark Rohtko
Mark Rothko

Yves Klein
Baan: judoka master. 
Niet alleen was Klein een ontzettend goede judoka, hij schreef ook een boek over Judo. Les Fondements du Judo. Dit schreef hij toen hij leerde voor master Judoka in Tokyo. Eenmaal terug in Parijs opende hij zijn eigen Judo school waar hij jaren les gaf. Uiteindelijk bereikte Klein zelfs de hoogst haalbare rang in Europa binnen de Judo.

Cover van het boek van Yves Klein
Cover van het boek van Yves Klein

Claes Oldenburg
Baan: mislukte nieuwsverslaggever. 
De van oorsprong Zweedse kunstenaar begon als leerling journalist bij het City News Bureau in Chicago. Niks wat hij schreef is ook daadwerkelijk gepubliceerd. “I was assigned to cover stories that were considered unimportant but which I found fascinating,” Zo zegt Oldenburg in the L.A. Times in 1995. “I once covered the death of a man who'd spent his life collecting nuts and bolts — every drawer and receptacle in his apartment was full of nuts and bolts.” Helaas bleef het voor Oldenburg bij onderschriften schrijven en kleine klusjes. 

James Turrell
Baan: Piloot en later eigenaar van een ranch die failliet ging. 
Toen Turrell zestien jaar was haalde hij zijn vliegbewijs. Vanwege gewetensbezwaren vloog hij niet in de Vietnam oorlog, maar hielp hij Tibetaanse monniken na de Chinese invasie aan voedsel en andere eerste levensbehoeften. Nadat dit achter de rug was stortte Turrell zich op het maken van kunst. Om zijn werk financieel te ondersteunen opende hij een ranch met kuddes koeien, waarover hij ooit zei: “I don’t know if it’s harder to make a living as an artist or a rancher,”aldus Turrell in Smithsonian in 2003. 

James Turrell
James Turrell

Judo Boek Yves Klein
Judo Boek Yves Klein

Dan Flavin
Baan: Guggenheim garderobe jongen en MoMA liftjongen en bewaker. 
Hij betaalde zijn rekeningen met de minder glamoureuze baantjes in de grote musea van New York. Maar heeft goed gekeken naar alle kunst en is inmiddels onderdeel van de vaste collectie van MoMA.

Sol LeWitt
Baan: receptionist bij het MoMA, soldaat. 
Ook Sol Lewitt leefde in tijden dat Amerika in oorlog was. Voordat hij überhaupt kunst kon gaan maken diende hij eerst verschillende missies in Korea en Japan. In 1953 kwam hij terug in Amerika waarna hij direct naar New York verhuisde. Overdag maakte hij kunst en ’s avonds was hij receptionist bij MoMA. (Daar leerden kunstenaars Dan Flavin, Robert Mangold, and Robert Ryman elkaar allemaal kennen middels baantjes in de garderobe, lift en receptie.) 

Een jonge Sol LeWitt in zijn atelier in New York
Een jonge Sol LeWitt in zijn atelier in New York

Philip Glass & Steve Reich
Baan: klusjesman met bus en loodgieter. 
Ze verhuisden samen gezinnen en andere particulieren. Daarnaast bezorgden zij pakketten en brieven. Glass was tevens voor lange tijd loodgieter.

Raymond Pettibon
Baan: middelbare schoolleraar wiskunde. 
Dit deed hij eerst jaren, voordat hij besloot de leerlingen gedag te zeggen en zijn kunst te maken. 

Olafur Eliasson 
Baan: breakdancer in een dansclubje dat optrad op feesten en partijen.
Twee jaar achter elkaar won Olafur de Scandinavische breakdance wedstrijden. “In 1984, I was completely convinced it was art,”zei Eliasson tegen het tijdschrift 032c over zijn breakdance praktijken.“Today, I doubt that.” Hij gaf jaren les om geld te verdienen.

Olafur Eliasson in actie
Olafur Eliasson in actie