Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Welkom in de Toekomst - Eerste verkenning

11 Mar 2014 Klaas Burger

Op uitnodiging van Marcel Pinas en het Mondriaanfonds werkt beeldend kunstenaar Klaas Burger (1977) in Moengo (Suriname) aan een ingreep in de publieke ruimte. In zijn artistieke praktijk ligt de focus op context- en locatiegebonden ingrepen. Het hele spectrum van beeldvorming, zowel in artistieke als in sociaal-maatschappelijke zin, heeft daarbij zijn aandacht. Hij schrijft voor mister Motley over zijn belevenissen.

 

WELKOM IN DE TOEKOMST

Eerste verkenning
 

Alleen voor stafleden,’ zegt Mario. 
Mario, diep donker gekleurd, bewaakt deze regel met de onverbiddelijkheid van een wachtcommandant. Zo is er duidelijkheid, zoals die vroeger gold, voor de oorlog, toen de duiktoren nog wit was en apartheid de norm. 
Bovendien, weet Mario: het zwembad is simpelweg te klein om ruimte te bieden aan alle dorpelingen.

Het wit van de springplank van het merk Durafirm is groezelig en het water niet meer zo helderblauw als ooit bedoeld. Maar Mario, verantwoordelijk voor het beheer van het bad, maait nog elke maandag het gras. En elke woensdag ververst hij het chloor. Op de overige dagen kan er gezwommen worden. Behalve op zondag, dan is het zwembad dicht. 

Ooit waren er enkel de rivier en het bos in al z’n varianten. Toen door opkomende vliegtuigbouw de bruin-rode grond plotsklaps heel veel geld waard bleek, is het dorp in één keer als bouwpakket ingevlogen. 

Centraal staat het witte huis op de hoge oever in de bocht van de rivier. Verdeeld over twee witte sokkels links en rechts naast de oprit staat de naam in zwarte letters: Casa Blanca. 
Voor het huis ligt de oprijlaan, over een breed grasveld her en der beplant met uitheemse dennenbomen. De bomen moesten de stafleden van het Aluminium Bedrijf herinneren aan hun vaderland, aan Nood-Amerika. Op statige afstand van elkaar werden voor hen rond de oprijlaan een veertigtal vrijwel identieke woningen gebouwd, vrijstaand of twee-onder-een-kap, al naar gelang de plek van de werknemer in de hiërarchie van het Bedrijf. Om deze huizen heen staan grotere gebouwen: het voormalige ziekenhuis, een watertoren, het kantoor voor de Bond van Mijnwerkers. 
En halverwege de weg naar Casa Blanca, uitkijkend over de rivierbedding, bevindt zich het blauw-witte zwembad met z’n kleine duiktoren. 

De andere huizen van het dorp staan op grotere afstand van Casa Blanca. Ze zijn even planmatig neergezet, maar zijn kleiner en staan dichter op elkaar. Ze waren bestemd voor de donkere arbeiders van het Aluminium Bedrijf. 
En ook voor deze mensen was er ooit een eigen zwembad, wit met blauw. In de jaren volgend op de oorlog is geprobeerd het vervuilde zwembad weer te openen. Maar toen op de ochtend na de schoonmaakactie het zwembad volgestort bleek met vuil en oude matrassen is de poging gestaakt. Kennelijk wilde het dorp niet dat de wereld van voor de oorlog zou herleven. 
Daarna kwam het bos, dat het zwembad overwoekerde.

-----------------------------

De binnenlandse oorlog heeft het dorp voor altijd veranderd. Dat voel ik haarfijn aan. 
Maar er is meer: de mijn in Moengo raakte leeg; de aluminiummarkt veranderde. De luxe waarmee de staf zichzelf omgaf werd teruggeschroefd en een grote hoeveelheid arbeiders afgestoten. 
Of er nu wel of geen samenhang is tussen de onlusten van de oorlog en de wetten van markt en concurrentie, feit is dat de leegstaande arbeidershuizen van Moengo beantwoordden aan de vraag naar onderdak van de mensen die na de oorlog terugkeerden naar de regio. Ze kwamen en kraakten de leegstaande woningen. Het dorp functioneert sindsdien als een luxe vluchtelingenkamp voor diegenen die niet meer konden terugkeren naar hun thuis van voor de oorlog. 

Als ik in het dorp aan wat mensen vraag hoe ze vinden dat het gaat, zegt een vrouw: ‘Eigenlijk gaat het best heel goed.’

-----------------------------

Kom je Moengo vanaf de hoofdweg binnenrijden, dan ontmoet je na de Airstrip een ommuurde villa met voor de ingang een bemande wachtpost. De villa is niet gebouwd volgens de plannen van het Aluminium Bedrijf. De villa is van later. De villa is van Ronnie Brunswijk

De oorlog begon halverwege de jaren ‘80 na een conflict tussen Brunswijk en legerleider Désiré Bouterse. Brunswijk ontpopte zich sinsdien tot zakenman en beheerst met zijn bedrijf NV Robruns de goudwinning in het land. En de gewezen vijanden hebben de handen ineen geslagen; Désiré werd president en Ronnie partner in de regeringscoalitie

Als ik langs de villa fiets, aarzel ik. 
Dan draai ik terug en rijd het roodbruine pad op, schuin vanaf de weg naar het huis. Links staan verschillende witte auto’s geparkeerd. Drie, vier mannen met ieder hun eigen interpretatie van een legeruniform hangen achter de auto’s rond, voor de improvisorische wachttoren en de poort. 
Dichterbij de weg zit op de rand van een hek een jongen in kinderlegerkleding. Hij kijkt me enkel aan in reactie op mijn groet. 
De mannen reageren afwijzend als ik vraag of ik een foto mag maken.
Ze vragen waar ik de foto voor nodig heb. 
Ik leg uit wie ik ben en dat ik het dorp aan het verkennen ben. 
‘Aha. Via Marcel,’ zegt één. 
Ik knik instemmend. Marcel Pinas is de man die me uitgenodigd heeft om in het dorp te komen werken.
Dan zegt de achterste man: ‘Ik zal even vragen, binnen.’
‘Is hij thuis?’
De man knikt. 
Ik voel mijn onrust toenemen.
Hij loopt naar het huis, via de trap naar boven op het balkon en naar de voordeur. Ik zie hem de deur op een kier doen en even wachten. 
Dan keert hij zich om, loopt de trap af en steekt als hij halverwege het huis en de poort is lachend twee duimen in de lucht.
Ik zet mijn fiets tegen het hek, neem enkele foto’s van de poort, het wachthuis en de mannen die er rondhangen. 
Dan zegt de andere man opeens: ‘Loop maar door, daar is hij.’
Ik kijk naar het balkon en inderdaad staat daar een forse man met ontbloot bovenlijf.
Met bonzend hart loop ik de oprit op. 
Ik vraag me opeens af wat ik aan het doen ben. Maar tegelijk loop ik door. Want met elke stap voel ik het belang toenemen. Hier ligt het begin van wat ik kan gaan doen. 

Bij de trap naar het balkon sluit ik me aan in de rij, die begint naast een man in lichtblauw uniform met een uzi op de arm. De voorste in de rij staat op de hoogste trede. Hij zegt enkele woorden en meneer Brunswijk luistert, terwijl hij vlak boven hem met zijn forse donkere bovenlichaam tegen de balkonleuning hangt. De regeringsleider steekt daarna de hand in de broekzak en geeft de man enkele bankbiljetten.
Vervolgens slaat Ronnie iedereen in de rij over en kijkt hij mij aan. ‘Waarvoor kom je?’
Ik herhaal de woorden die ik bij de poort uitsprak. Dat ik het dorp aan het verkennen ben.
‘Aha, via Marcel.’ Hij vindt alles prima. 
Daarna vraag ik of ik hem binnenkort mag komen interviewen.
‘7 maart ben ik weer, kom dan maar langs.’
Ik neem een foto, bedank hem en keer me om.

Ik loop over het roodbruine erf terug naar mijn fiets. 
OK, ik ga Brunswijk dus interviewen. 
Maar dan kan het ook niet anders, besef ik bij de volgende stap: naast hem een heleboel andere mensen uit Moengo. En dan niet praten over het verleden, maar alleen vanuit het heden over de toekomst: wat heeft Moengo nodig? Wat voor beeld ontbreekt hier in Moengo? En die interviews ga ik in al hun diversiteit uitzenden op de lokale radio – zo bouw ik een database waar ik mijn ingreep op kan baseren. 
Als ik bij mijn fiets kom, vind ik mijn fietssleutel niet. Ik zie ik dat ik hem niet op slot heb gezet. 
De man die me naar het balkon stuurde, staat er naast. 
Hij glimlacht: ‘Ik heb hem even voor je bewaakt.’ 

Klaas Burger, Welkom in de Toekomst

Zie ook: de aanvraag voor de artist and residency bij het Mondriaanfonds en de website van Klaas Burger.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl