Image

Napoleon nam Rembrandt mee

26 Aug 2015 Wieke Teselink

Een fijngevoelige gravure van Albrecht Dürer in de enorme handen van een soldaat. Naast het veroveren van land, bezetten van belangrijke gebouwen, doden van mensen en andere gruwelijkheden is het buitmaken van kunst een serieuze taak voor een machtbeluste heerser. Rob van Leijsen duikt voor zijn Master thesis in de geschiedenis van kunstroven. In de catalogus Art Handling in Oblivion behandelt hij vijf grootschalige inbeslagnames. De heersers Napoleon, Hitler, Stalin en hun regimes komen voorbij in de catalogus, eveneens de recente oorlogen in Afghanistan en Irak.

Aan Napoleon Bonaparte danken we postcodes, rechts rijden en onze maateenheden, en een grote, Europese kunstcollectie. Deze grootheerser is niet de eerste die kunstroven tot een onderdeel van zijn veldtochten maakt. Al in 2250 voor Christus wordt een gedenksteen van de Lullubi door de Elamites uit Iran naar hun eigen stad meegenomen, als bewijs van overwinning. Napoleon kijkt op zijn beurt weer af bij de Romeinen. Hij stelt een overheid aan om de systematische inbeslagneming te organiseren, waarbij hij zelf uiteraard aan het roer staat. De veroveringen zijn onderdeel van zijn grootheerschappij, om te kunnen concurreren met het Oude Rome. Napoleon neemt onder andere Rembrandt, Jan Steen en Rubens mee op zijn strijdtocht door Oostenrijk, Polen, Duitsland en Spanje. In het boek lees je de geschriften van twee Duitse museumdirecteuren die de plunderde werkwijze van Dominique Vivant Denon beschrijven, de eerste directeur van het Louvre. Voor Muséé Napoleon, nu het Louvre, veroverde Denon en zijn kamaraden vele kunstwerken door heel Europa voor zijn heerser Napoleon.

Net als bij Napoleon zijn de kunstroven een wezenlijk onderdeel van Hitlers strijd om heerschappij. Zijn plunderactiviteiten hangen volledig samen met zijn ideologie. Daarnaast zijn de kunstroven ook een aanzienlijke inkomstenbron voor het Duitse leger. De familie Rothschild in Parijs en Wenen wordt barbaars ontdaan van hun kunst door de Nazi’s, de meeste werken uit hun collectie blijken voorbestemd voor het Führermuseum in Linz. Baron Louis Nathaniel de Rothschild uit Wenen wordt naar een concentratiekamp in Dachau gestuurd, nadat hij al een jaar in gevangenis zit, in ballingschap en al zijn eigendommen onder Duitse bewind zijn gezet. Zijn vader zorgt er uiteindelijk voor dat hij wordt vrijgelaten, weliswaar in ruil voor de rechten van hun gehele kunstcollectie.

Na 1945 roept Stalin ‘Trophy Brigades’ in het leven om de door de Nazi’s geroofde kunst terug te halen. Tweeënhalf miljoen werken worden in vier jaar tijd vervoerd naar de Sovjet, waarvan er nu nog steeds veel kunst verscholen is in chique huiskamers, verlaten zolders of tochtige bergingen. Tijdens de oorlogen in Afghanistan en Irak is handel en ruil een belangrijk argument voor de kunstroven. Gewone burgers worden aangemoedigd om historische plekken en musea te plunderen, vervolgens worden de veroveringen naar de Westerse wereld verhandeld voor geld, gevangenen of wapens.

In het midden van de catalogus bevindt zich een visuele weergave van alle plunderingen. De vijf grote kunstroven die van Leijsen bespreekt in Art in Oblivion zijn naast elkaar gezet. Alle geroofde beelden, aardewerken, schilderijen en tekeningen zijn hier per historische gebeurtenis als een tentoonstelling gesorteerd. Het is intrigerend om de geroofde kunst zo naast elkaar te zien. De opsomming  lang, vol met werken die ooit geselecteerd zijn op hun waarde, soms op onderwerp of vanwege hun maker. In Afghanistan en Irak is de geroofde kunst duidelijk het oudst, sommigen van ver voor Christus, en de Duitse collectie in het Hermitage bevat veel tekeningen.

Rob van Leijsen maakt in zijn boek een uitvoerige uitwerking om inzicht te geven in de grote kunstroven. Een lijst met praktische gegevens van de gestolen werken, afbeeldingen uit oude administratieve boeken, foto’s van depots en soldaten met het veroverde werk in hun handen en schriftelijke bewijzen van de kunstroven. Het complete verhaal van alle kunstroven is niet te vertellen, omdat niet elk regime een even strikte administratie er op na hield. In de verhalen rondom de verdwenen kunstwerken zullen altijd gaten zitten: niemand weet precies wat ermee gebeurd is, waar het is gebleven en wat de huidige staat van het werk is. Het boek biedt genoeg stof om onze eigenaardige, gruwelijke geschiedenis te overpeinzen. De informatie is geheimzinnig, als gesloten politiedossiers of verzegelde enveloppen. De oude foto’s en brieven zijn bepaald niet bedoeld voor iedereens ogen. De opsomming van administratieve gegevens, zoals het ook in de oorspronkelijke boeken heeft gestaan, het serieuze lettertype en de consequente indelingen in hoofdstukken schijnt tevens licht op de weergaloze efficiëntie en geordendheid van dictators in oorlogstijd. Het papier is dun als een naslagwerk en ook de geur van het papier trekt je onderbewustzijn naar een oude bibliotheek vol gewichtige boeken.

Jammer dat het boek een papieren kaft heeft, het verdient een stevigere omslag.

In de titel Art Handling in Oblivion schuilen de onbekende, niet opgeschreven verhalen over de kunstroven, verloren door de tand des tijds. In het nieuws duiken zo af en toe de verhalen op, door een gevonden kunstwerk of een geheimzinnig leren boekje met kostbare informatie. Dit jaar werden in mei nog 400 kunststukken van 4000 jaar oud in een Amerikaanse helikopter geladen. De enorme collectie werd gevonden door Amerikaanse commando’s in het huis van een hoge commandant van de IS. De collectie werd waarschijnlijk veroverd tijdens de Irak oorlog in 2003.* Het verwoesten van een andere identiteit of cultuur en daarmee het verrijken van je eigen is een wrede constructie, de geschiedenis leert dat het een efficiënte financiering is voor oorlogsvoering. Soms komt een kunstwerk nooit meer terecht en verdwaalt het in een andere context, in een ander museum, huis of opslagplaats, in een ander land; als een orakel van de geschiedenis dat doorzingt in het heden.

Kijk voor meer informatie over het boek op de website
* bron