Welke schoonheidsproducten kun je produceren van je eigen lichaamssappen? Wat voor vloeistoffen produceert het vrouwelijk lichaam? Welke waarden hebben deze sappen, waar komen ze vandaan, wat zit erin, hoe wordt ernaar gekeken, welke verhalen hangen er omheen, hoe ‘oogst’ je ze? Geïnteresseerd in het doorbreken van taboes rondom vrouwelijke seksualiteit en de manier waarop deze wordt gecontroleerd en ingeperkt door de schoonheidsindustrie, besloot Isabel Burr Raty op een boerderij in Saul Louise, Portugal, genitale vloeistoffen te ‘oogsten’. Ze nodigde een twintigtal vrouwen uit op wat ze de ‘beauty kit female farm’ noemde; in ruil voor hun ‘opbrengst’, leerde Burr Raty hen schoonheidsproducten te maken van hun vaginale sappen. Een van deze vrouwen is Helena Dietrich, performancekunstenaar uit Brussel die ook in haar eigen praktijk veel met het (onzichtbare) lichaam bezig is en de verhouding die vrouwen hiertoe hebben. Op de boerderij spraken Burr Raty en Dietrich met elkaar over de manier waarop we ons zowel steeds meer als steeds minder verbonden voelen met ons lichaam en hoe de creatie van science-fictie verhalen hier verandering in kan brengen.

Burr Raty: Mijn onderzoek komt voort uit een interesse naar de manier waarop ons altijd over vrouwelijke organen is geleerd, en hoe we deze anders kunnen benaderen en voorstellen dan in de schoolboeken wordt gedaan. Ik leerde dat de vrouwelijke organen een ‘hypernature’ hebben die vloeistoffen kunnen produceren die net als dierlijke vloeistoffen voedzaam zijn, en die net als planten medische krachten hebben. Ik heb in de afgelopen jaren mijn eigen vloeistoffen geoogst en onderzocht in verschillende performances; zo maakte ik recent een installatie waarin ik thee maakte van mijn eigen ongesteldheidsbloed en organiseerde ik workshops waarin vrouwen om me heen verzamelden met dezelfde interesses. Uit deze bijeenkomsten werd eigenlijk de beauty kit female farm geboren: deze vrouwen zijn nu hier met mij en leren van en met mij over de manier waarop ze hun verschillende vloeistoffen kunnen oogsten en vervolgens tot schoonheidsproducten kunnen maken, en in ruil hiervoor staan zij hun ‘oogst’ aan mij af zodat ik hier mee aan de slag kan. De producten die ik hiervan maak verkoop ik. Dit handelsaspect is heel belangrijk voor mij omdat het mijn uiteindelijke doel is om te testen hoe de boerderij een zelfvoorzienend productiemodel kan worden.

 

beaty kit female farm - Isabel Burr Raty - courtsy of the artist
kit female farm - courtesy of the artist
kit female farm -  courtesy of the artist
kit female farm - courtesy of the artist

 

Dietrich: Ik ben een van de ‘oogsters’ en na een paar dagen op de female farm te zijn geweest, realiseer ik me hoezeer jij een bepaald vocabulaire hebt ontwikkeld om te praten over jouw onderzoek, de vrouwelijke organen en wat jij noemt de ‘anatomische terreinen’. Waarom is het voor jou zo belangrijk om nieuwe woorden te creëren?

 

Burr Raty: Het hele idee van dit project is om het commodificatieproces rondom schoonheidsproducten te queeren; de normatieve opvattingen die hieraan ten grondslag liggen te deconstrueren en opnieuw vorm te geven. Om dit te doen zetten we onze eigen lichamen in, en eigenlijk op, het spel. Door onze lichamen ‘orgastische terreinen’ te noemen, geven we onszelf en de andere deelnemers de kans om te onderzoeken wat het orgasme voor ons betekent - om het op die manier toe te eigenen. Dit terugpakken gebeurt voor een groot deel via taal en de concepten die we gebruiken, want onze organistische organen hebben hun namen gekregen op een moment dat wetenschappers nog vooral mannen waren. Het is dus heel belangrijk om die (beeld)taal te bevragen en met nieuwe voorstellen te komen. We werken op de boerderij dus ook niet met bestaande afbeeldingen van vrouwelijke organen maar ‘binnen het voorstellingsvermogen’ van de deelnemers – eigenlijk schrijven we gezamenlijk een science fiction.

 

Dietrich: je geeft vrouwelijke organen de naam ‘abyss’; kun je misschien uitleggen waarom?

 

Burr Raty: Abyss staat voor het onbekende. Ik vond een correlatie tussen enerzijds de sociale onwetendheid rondom de seksuele capaciteiten van vrouwelijke -en queer lichamen, en anderzijds de manier waarop deze seksualiteit als een soort donkere, obscure plek wordt gezien. Het is een plek vol geheimen, een plek van ‘niet weten’ – en dat komt grotendeels doordat we er zo weinig tijd hebben doorgebracht. Vrouwelijk seksueel plezier werd in de maatschappij gezien als iets slechts en dit zie je terug in het ongelofelijk beperkte wetenschappelijk onderzoek dat er is gedaan naar vrouwelijke seksualiteit en dan vooral de organistische en erogene zones en vloeistoffen die daar worden geproduceerd. Ik vind het belangrijk om die onbekende plek verder te onderzoeken, daar eens heen te gaan en te zien wat er gebeurt. We kunnen de beleving en ervaring niet controleren, maar deze wel faciliteren en begeleiden.

 

Helena Dietrich - courtesy of artist
Elastic Habitat - Helena Dietrich - photo by: Quentin de Wispelaere
Helena Dietrich - courtesy of artist
Elastic Habitat - Helena Dietrich - courtesy Quentin de Wispelaere
Elastic Habitat - Helena Dietrich - photo by: Quentin de Wispelaere
Elastic Habitat - Helena Dietrich - courtesy Quentin de Wispelaere

           

Dietrich: Het was vrij confronterend, om daar naar die onbekende plek te gaan. Er komen zogezegd ook ‘mentale’ vloeistoffen vrij. Wat ik sterk voel in de gesprekken, is dat er nog steeds een enorme geïnternaliseerde schaamte hangt rondom het praten over onze verlangens, trauma’s en genot. Dit is misschien wel het gevolg van een eeuwenoude onderdrukking, die teruggaat tot onze over-overgrootmoeders, die we met ons meedragen. Wat ook uit de verschillende verhalen blijkt, over niet in staat zijn om een orgasme te krijgen, de menopauze of aseksualiteit, is dat er vanuit de maatschappij nog veel druk is om ‘normaal’ te zijn. Zelfs als het over anatomie gaat heerst er een norm van hoe organen eruit zouden moeten zien.

            In het begin stond ik altijd wat twijfelachtig tegenover jouw focus op het idee van ‘productie’ omdat het best provocatief is om het idee van productie te bevragen door het zo in te zetten. Voor mij gaat het meer over op rituele wijze te ontwrichten wat deze vloeistoffen zijn en wat ze symboliseren. Mijn eigen relatie tot mijn eigen vloeistoffen is in de dagen hier al echt veranderd; waar ik deze in het begin nog wat viezig vond en me er ongemakkelijk over voelde, wil ik ze nu aanraken, ruiken en voel ik me ermee verbonden. Jij noemde het eerder ‘science fiction in praxis’ maar voor mij is het misschien juist omgekeerd; vanuit deze nieuwe verhouding tot mijn eigen seksuele organen lijkt het bijna alsof ik nu in de realiteit leef en hiervoor in een rare, dystopische, science fiction film.

 

Burr Raty: Wanneer je je richting het onbekende beweegt, flirt je automatisch ook met het bekende. Dat zit precies in het idee van ‘herclaimen’. Hoe kun je onafhankelijker zijn van wat je hebt geleerd? Voor mij is deze boerderij een groot verhaal, een soort gemeenschappelijke zoektocht naar hyper narratieven, naar nieuwe verwoordingen voor nieuwe voorstellingen van ons lichaam.

 

Dietrich: Deze creatie van nieuwe verhalen is sterk gelinkt aan mijn eigen praktijk, ik noem het zelf vaak ‘autofictions’, ficties over jezelf. In Becomming Lily bijvoorbeeld, een project dat ik een aantal jaar geleden deed, nodigde ik verschillende mensen één voor één uit in een hotelkamer om zich door middel van make-up en outfits te transformeren tot verschillende ‘lily’s’ – een (hyper)stereotype. Voor dit project maakte ik dus gebruik van uiterlijke middelen als trigger om autofictions te creëren, een uitnodiging voor een zekere esthetiek en de bevraging ervan.

            Vervolgens werd ik steeds meer geïnteresseerd in oefeningen waarin ik onbekende kleren en objecten gebruikte. Kun je een garderobe creëren die onherkenbaar is, en waar komt dit idee of beeld dan toch vandaan? Ik doe dit allemaal aan de hand van sessies met individuen, en ik maak gebruik van verschillende methodologieën zoals schrijfoefeningen, beweging -en lichaamspraktijken. Ik ben geïnteresseerd in het werkwoord ‘to unbecome’, wat eigenlijk niet bestaat maar wat voor mij gaat over het destabiliseren en herdefiniëren van gefixeerde ideeën over identiteit en ons lichaam. 

 

Burr Raty: Onze beide praktijken gaan ook sterk over belichaming en het is daarom belangrijk dat we er niet over praten, maar het echt doen.

 

Dietrich: Ja, het is een soort kennisontwikkeling door middel van belichaamde ervaringen. De paradoxale relatie tussen het materiele en immateriële is voor mij belangrijk; om bij het immateriële te komen gebruik ik juist veel materiaal. Ik creëer een innerlijke transformatie door externe items en objecten, bijvoorbeeld. Mijn meest recente project Elastic Habitat speelt zich precies op deze paradox af. Hiervoor onderzocht ik interne omgevingen en individuele ervaringen van imaginaire lichamen en creëerde samen met kunstenares en kostuumontwerpster Janneke Raaphorst een garderobe voor het speculatieve lichaam’, die in een immersieve installatie door het publiek gedragen en ervaren kon worden.

            Steeds vaker denken we dat we alleen ons brein nodig hebben. Dit uit zich in de creatie van virtuele realiteiten waar we naartoe kunnen via brillen, de simulatie van breinen en ondertussen worden onze lichamen steeds passiever. Ook terwijl wij nu met elkaar praten zitten we in stoelen, onze lichamen hangen er maar een beetje bij. We zijn zo gewend om alles met ons hoofd te doen en daarom is het voor mij juist zo belangrijk om te focussen op ervaringen die we alleen via het lichaam kunnen hebben. Het is voor mij niet genoeg om vanuit mijn stoel naar een performance te kijken, ik denk dat het belangrijker is om mensen te activeren en te laten ervaren door middel van alle zintuigen, niet alleen de oren en de ogen maar het hele lichaam.

 

Burr Raty: Dat is voor mij ook het kunstaspect aan onze beide praktijken: door de performances willen we dingen die als vanzelfsprekend zijn in vraag stellen, mensen ermee confronteren en mensen door middel van fysieke ervaringen uit hun mentale comfortzone trekken.

 

Dietrich: Ik doe een onderzoek aan het KASK over relationeel design en toen ik laatst met een groep wat fysieke oefeningen wilde doen om te kijken of het mogelijk is om een meer belichaamd perspectief op ontwerpen werpen, raakten ze hier volledig van in de war. Ze snapten echt niet waarom ze hun lichaam zouden moeten ervaren als ze bezig zijn met ontwerpen.

            Het idee van een lichaam als een functionele machine die top-down opereert is het heersende beeld van de westerse maatschappij. Het is hoe bedrijven werken, hoe we onszelf en anderen behandelen. Daarom is het zo belangrijk om uit ons hoofd te treden en andere terreinen, zoals jij het noemt, te activeren. Wie weet vertelt mijn abyss mij wel hele interessante dingen, die mijn hersenen niet begrijpen. Maar eigenlijk is het nog steeds zo dat dingen die niet op een mentale en intelligente manier worden begrepen direct als hocus pocus worden weggezet.

 

Menses antidote - Isabel Burr Raty
Menses antidote - Isabel Burr Raty : courtesy Micael Murtaugh

 

Burr Raty: Het is een langdurig dekolonisatie-project. Het lichaam is nu in handen van de wetenschap, hoe eigenen we ons deze terug toe? Ik denk dat zorg hier een grote rol in speelt, dat is wat ik eerder bedoelde met het begeleiden en faciliteren van de reis naar het onbekende.

 

Dietrich: Die reis naar het onbekende is intern, maar voor mij ook zeker materieel. Ik ben geïnteresseerd in onze verhouding tot de externe omgeving, en hoe onze verhouding tot ons eigen lichaam een invloed heeft op bijvoorbeeld design en architectuur. Hoe ontwerpen we voor onze organismes? Wat voor omgevingen creëren we voor een lichaam dat we (nog) niet kennen? Welke huizen bouwen we voor een lichaam dat (nog) niet gedefinieerd wordt? Het formuleren van deze vragen, en het openbreken van het heersende idee van wat een lichaam is, is nodig om lichamelijk geweld, misogynie en homofobie mee te bevechten.

 

Burr Raty: We moeten het idee van hybriditeit inzetten om los te komen van de manier waarop ons lichaam wordt gepresenteerd in de schoonheidsindustrie. Deze maakt onze lichamen namelijk van hen afhankelijk en stimuleert daarmee tegelijkertijd een taboe rondom vrouwelijke organen en onwetendheid over de mogelijkheden die ons eigen lichaam te bieden heeft. We zijn manipuleerbare marionetten als het om consumentisme gaat, en de activist in mij probeert deze cirkel te doorbreken door aan te zetten tot een toe-eigening van het lichaam, deze niet aan te passen aan heersende beeldtaal maar te onderzoeken hoe zij voor zichzelf kan zorgen. Mijn uiteindelijke doel is om de boerderij door te laten draaien op de uitwisseling van donaties in vloeistoffen tegen informatie hierover. Om zo meer en meer onafhankelijkheid te creëren van de conglomeraten die niet alleen de wereld, maar ook de menselijke ervaring kapot maken. Langzaam maar zeker zullen we ons tot synthetische cyborgs ontwikkelen, maar laten we voordat we ons menselijke hoofdstuk echt afsluiten in elk geval de magie van het organisme en het orgastische nog even goed erkennen en omarmen. 

 

Isabel Burr Raty creëert via film en performance hybride verhalen die met synthetische magie spelen en bio-autonome praktijken voorstellen. Ze is associate researcher bij a.pass, geeft les in Media kunst aan de ERG (École Recherche Graphique) in Brussel en is momenteel artist in residence in Amsterdam via het AFK. 

 

De Duitse performance kunstenaar Helena Dietrich woont en werkt in Brussel. Na haar master in visuele communicatie aan de Merz Academie in Stuttgart, deed ze een researchproject bij a.pass in Brussel. Haar artistieke aanpak is vaak process-based en betrekt een publiek tijdens verschillende fases van de vaak transformatieve ervaringen. Haar werk is o.a. geëxposeerd in Hebbel am Ufer Berlin, Beursschouwburg Brussels, WoWmen festival, Playground festival, Buda Kortrijk, Something Raw festival, Hors Pistes / Cinema Galeries Brussels. Ze is momenteel betrokken bij een onderzoeksproject aan KASK hogeschool en geeft les aan Luca school of arts.