Enige tijd geleden werd ik gevraagd om als expert plaats te nemen in een selectiecommissie voor een grote kunstmanifestatie. Er was geen budget om mij voor mijn tijd en expertise te betalen. Toen ik vroeg waarom dit was, werd mij simpelweg verteld dat dit nooit het geval is voor leden van de selectiecommissie. Vreemd. Want om ‘expert’ te worden, heb ik vele jaren gestudeerd (waarvan een hoge studieschuld het bewijs is) en heb ik sindsdien de ervaring opgedaan om mij geschikt te maken voor een dergelijke commissie. Er werd mij verzekerd dat het een hele leuke dag zou worden die tevens de mogelijkheid biedt om met interessante mensen te netwerken. Deze reactie schoot mij in het verkeerde keelgat. Immers, waarom zou het feit dat ik mijn werk leuk vind het aanvaardbaar maken dat ik er niet voor betaald krijg? Er zijn vast ook veel doktoren, bankiers en tuiniers die iedere dag met plezier naar hun werk gaan, die krijgen dan toch ook gewoon betaald?

Ik moet toegeven dat ik mij lange tijd niet echt druk maakte over wat ik verdiende. Zolang ik mijn vak kon uitoefenen en in mijn basisbehoeften kon voorzien, vond ik het wel best. Toch ben ik daar de laatste jaren anders over gaan denken. Want de wanbetaling in de kunstsector, die de meesten net als ik dat deed voor lief nemen, toont ook de lage waardering die onze samenleving heeft voor kunst en cultuur. Ondanks dat we in de kunst misschien anders denken over de betekenis van geld, leven we in een cultuur die haar waardering uit door middel van een monetair systeem. Door akkoord te gaan met een lage vergoeding, waarderen we kortom niet alleen onszelf onder maar juist datgene waarvan we zoveel houden.

Onlangs kwamen de Sociaal Economische Raad (SER) en de Raad voor Cultuur (RvC) opnieuw met een rapport dat aantoont dat de arbeidspositie van mensen in de culturele sector erg slecht is. Het rapport heeft de titel Passie Gewaardeerd. Want, zo concluderen de raden, ondanks de bezuinigingen die veel kapot hebben gemaakt, ‘wordt [er] nog steeds hoogstaande kunst en cultuur geproduceerd en wordt er volop geëxperimenteerd.’ De kunstsector is op deze manier zichzelf aan het betalen terwijl een groot deel van de individuen die deze sector maken tot wat hij is in armoede leven. Het is kortom de hoogste tijd dat deze inzet en passie naar behoren gewaardeerd begint te worden. 

De adviezen die de raden in het rapport geven ter verbetering worden voor een deel al opgevolgd, met name met betrekking tot sectorbrede samenwerking. Zo hebben sinds de bezuinigingen presentatie-instellingen zich verenigd in De Zaak Nu en kunnen individuen die in de sector werkzaam zijn lid worden van Platform Beeldende Kunst. Deze en andere overkoepelende organisaties hebben zich weer verenigd in BKNL; een informeel overleg van organisaties die opkomen voor het belang van beeldend kunstenaars, musea, presentatie-instellingen en galeries in Nederland. Uit deze samenwerking is onder andere de richtlijn kunstenaarshonoraria tot stand gekomen dat begin dit jaar is gelanceerd en door veel spelers in de kunstwereld wordt ondersteunt en uitgevoerd.  Dit is belangrijk omdat het op zijn beurt weer een signaal richting de politiek is en de roep om structureel meer geld ter verbetering van de gehele sector kracht bij zet. Het is dan ook op zijn zachts gezegd jammer dat er nog steeds grote musea zijn zoals het Stedelijk in Amsterdam en De Fundatie die de richtlijn niet ondersteunen. 

Maar hoe belangrijk de reeds gezette stappen ook zijn, het is ook noodzakelijk dat we binnen de kunstsector zelf meer waardering voor elkaar tonen. Dat we zelfs als er geen geld is - helaas vaak het geval - werken zonder vergoeding niet als norm hanteren maar er met elkaar over in gesprek gaan. Want het is niet normaal om als professional niet betaald te krijgen, hoe leuk je je werk ook vindt. Totdat we onszelf op waarde kunnen schatten, kunnen we dit ook niet van een ander verwachten. 

Beeld Jan Hoek
Beeld Jan Hoek

Irene de Craen is artistiek directeur van Hotel Maria Kapel (HMK) en bestuurslid van Platform Beeldende Kunst. Als freelance schrijver heeft zij bijgedragen aan nationale en internationale tijdschriften en websites waaronder Metropolis M en Frieze. In 2011 en 2012 was ze organisator en curator van FATFORM in Amsterdam Zuidoost. Persoonlijke interesses en onderwerpen van onderzoek zijn kunstenaarsinitiatieven, archieven, postkoloniale theorie, epistemologie en fetisjisme.