Alex de Vries

‘Alleen in mijn atelier kan ik mezelf verwezenlijken’ – op atelierbezoek bij Lisa Couwenbergh

Interview
15 januari 2026

Iedere voorstelling van Lisa Couwenbergh verrast door de precieze manier van schilderen van de op het oog eenvoudige taferelen die in een vreemd aandoend illusionisme zijn uitgewerkt. Het is een persoonlijke wereld: ‘Dit is wie ik ben. Voor ik kon zeggen over mijn werk “Dit is van mij”, heb ik een lange weg afgelegd.’ Alex de Vries ging op atelierbezoek bij Lisa Couwenbergh.

Na een opleiding als grafisch ontwerper is Lisa Couwenbergh (Haarlem 1953) na verloop van tijd schilder geworden. In haar schilderijen en reliëfs laat zij architectuur samenvallen met organische vormen. In haar nieuwe werk speelt stofuitdrukking een grote rol – evenals de menselijke vorm. Ze gebruikt haar verbeelding om de wereld en het leven anders voor te stellen dan we gewoon zijn. Zien, verbeelden en kijken zijn aan elkaar verwant in het werk van Lisa Couwenbergh. Het lezen van haar werk is dan ook geen kwestie van begrijpen, maar van ontdekken.

Op een recent schilderij van Lisa Couwenbergh is een gedrapeerde stof te zien die meer dan driekwart van het paneel bedekt. Daaronder zien we aan de linkerkant twee blote voeten en rechts daarvan, waar de stof iets is opgebold, de kop van een panterachtig ondier met gele ogen en een opengesperde bek met scherpe hoektanden. Dit raadselachtige werk dat tegelijkertijd aantrekkelijk en angstwekkend is, laat kwetsbaarheid zien en bedreiging.
Ze toont met dit schilderij haar fascinatie voor de details in de oude schilderkunst die we pas bij langdurig observeren ontdekken.

Lisa Couwenbergh - Untitled. Acrylic on Panel, 49 x 90 cm, 2025

‘Na een zwaar ongeluk begin 2019 heb ik door een ernstige hersenschudding twee jaar niets kunnen doen. Zowel fysiek als mentaal was ik er slecht aan toe en kon ik niet werken. Het werd me toen duidelijk dat ik alleen door in mijn atelier te zijn mezelf kan verwezenlijken. Toen ik heel voorzichtig weer begon, kon ik mijn oude werk niet hernemen. Dat was groot, monumentaal en qua materiaal technisch veeleisend. Ik zag een stuk stof, een satijnen jurk, waarvan ik dacht dat ik kon proberen de eigenschappen schilderkunstig weer te geven. In de kunst is dat een kwaliteitsproef die ik nog niet had afgelegd en waarvan ik niet wist of ik het kon. Tijdens mijn herstelperiode, keek ik veel naar mijn handen. Ik kon niet lezen, tv kijken of met de computer werken. Het enige wat ik kon was een beetje haken.
Ik ben naast die satijnen jurk mijn hand, als gebalde vuist, gaan schilderen aan het uiteinde van een lange arm.’

Zo is er langzamerhand een reeks nieuwe werken ontstaan. Schilderijen op paneel van jurken, handen, armen, voeten, benen, en dieren. Een hand op de kop van een hond, handen om de vacht van een poes, handen die een gezicht vasthouden, een hangende arm langs een kleurrijk stoffenpatroon, een slapende hond onder een sofa op een kleed, een hand die een arm omklemt, een hond onder een kanten tafelkleed, starende hondenogen voor een donkere jurk, een uitgestrekt lichaam dat zich onder een laken uitstrekt waar de voetzolen onderuit steken, – een verwijzing naar het schilderij van de dode Christus uit 1483 van Mantegna.
In feite zijn het schilderijen die uiterlijk niets te raden overlaten, maar die je toch moeilijk kunt duiden. Er wordt iets wezenlijks verbeeld over begrippen als onschuld, angst, vervoering, machteloosheid, ontroering, troost, teleurstelling, moedeloosheid en wilskracht, maar je kunt er niet echt de vinger op leggen. Iedere voorstelling verrast door de precieze manier van schilderen van de op het oog eenvoudige taferelen die in een vreemd aandoend illusionisme zijn uitgewerkt. Het is een persoonlijke wereld: ‘Dit is wie ik ben. Voor ik kon zeggen over mijn werk “Dit is van mij”, heb ik een lange weg afgelegd.’

Lisa Couwenbergh - Untitled, Acrylic on Panel, 23 x 122 cm, 2024
Lisa Couwenbergh - Untitled, Acrylic on Panel, 115 x 50 cm, 2025
Lisa Couwenbergh - Untitled, Acrylic on Panel, 110 x 48 cm, 2020

Lisa Couwenbergh groeide op in Heemstede met twee zussen en een broer. Haar vader was inkoper van stoffen en gordijnen voor grote warenhuizen en haar moeder zorgde voor het huishouden. Op de lagere school was ze slecht in rekenen, maar goed in tekenen. Ze was een jaar of zeven of acht toen ze met haar vader naar Teylers Museum ging. Dat was een openbaring, een bevestiging van wat al sluimerde: ‘Ik wil een ander leven dan mijn ouders.’
Ze was gefascineerd door de bijzondere verzamelingen stenen en fossielen in het museum. Het idee van de Wunderkammer en het vertonen van collecties vatten meteen post bij haar. Aan een muur hing een gordijntje dat ze van haar vader op mocht tillen. Daarachter zat een tekening van Michelangelo, een studie voor de Sixtijnse Kapel van een naakte man op de rug gezien. Die tekening was gemaakt door een kunstenaar kreeg ze te horen. Dat wilde zij ook. Zo leren tekenen!
Eerst werd ze op zevenjarige leeftijd lid van een operetteclubje, vanuit de gedachte dat ze dan misschien ontdekt en beroemd zou worden en zo zou kunnen ontsnappen aan een bestaan als huisvrouw en een boeiend leven zou leiden. Maar ze was de langste van allemaal en kreeg vooral mannenrollen. Iets later volgde ze bij drie achtereenvolgende kunstenaars in Haarlem tekenlessen. Een van hen was Poppe Damave (1921-1988) die wordt gerekend tot de Haarlemse Vijftigers. Op de middelbare meisjesschool waar ze ongelukkig was met vakken als boekhouden en wiskunde, deed ze eindexamen met een tien voor tekenen. Ze wilde maar één ding: naar de kunstacademie. Doordat ze nog geen 18 was moest ze eerst haar werk laten zien aan de directeur van de Rietveld Academie, toentertijd de grafisch ontwerper Dick Dooijes, die haar toelatingsexamen liet doen. Zo kwam ze in 1971, nauwelijks achttien jaar, terecht waar ze thuishoorde.

‘Als puber was ik nogal onhandelbaar en liep veel weg van huis. Ik had een Antilliaans vriendje en verkeerde in hippie-achtige kringen waar hasjiesj werd gerookt. Ik probeerde van alles uit, maar het was niet de wereld die ik zocht. Op de Rietveld Academie koos ik voor de afdeling vrije kunst, maar de atmosfeer daar vond ik in zichzelf gekeerd en traditioneel, een saaie oude mannenclub. Ik voelde me meer aangetrokken tot de afdeling grafische vormgeving waar de betrokkenheid met wat er in het leven en de wereld gebeurde groot was. Daar leerde ik veel: affiches maken met loodzetsel en houten letters, fotografie, zelf foto’s afdrukken, boekbinden, lettertekenen en typografie. Wel bleef ik gedurende mijn hele opleiding lessen modeltekenen volgen.’

Lisa Couwenbergh - Untitled, Acrylic on Panel, 39 x 49 cm, 2025
Lisa Couwenbergh - Untitled, Acrylic on Panel, 39 x 71 cm, 2025

De atmosfeer waarin Lisa Couwenbergh op de afdeling grafische vormgeving terechtkwam werd sterk bepaald door de ontwerpers die in 1974 het sociaal en politiek geëngageerde collectief Wild Plakken oprichtten: Rob Schröder, Lies Ros en Frank Beekers. In de Amsterdamse kunstwereld leerde ze Manuel Ferreira Dias (1944-2018) kennen, een Portugese beeldhouwer die als politiek vluchteling naar Nederland was uitgeweken en aan Ateliers ’63 studeerde. Ze kregen een relatie en via hem kwam ze in contact met kunstenaars als Carel Visser en Constant (Nieuwenhuys). Voor haar stage aan de opleiding grafische vormgeving ging ze drie maanden in een drukkerij in Portugal werken. Dat was in 1974 nadat de Anjerrevolutie in Portugal het dictatoriale regime had beëindigd. Manuel Dias keerde terug naar Porto waar Lisa zich, na haar eindexamen in 1976, bij hem voegde. Ze zou er twee jaar blijven en vooral werken als ontwerper voor het theatercollectief Seiva Trupe waarvoor ze kostuums, decors en persfoto’s maakte en affiches en ander drukwerk ontwierp. Ook illustreerde ze schoolboeken en nam ze actief deel aan het culturele leven rond de academie van Porto waar Dias een aanstelling kreeg.

‘Manuel was een “onecht kind” van een arme vrouw die niet kon lezen of schrijven en die hard moest hard werken om de kost te verdienen. Daarom werd hij opgevoed door twee oudere vrouwen in het dorp, Rosa en Guida. Het was een ontroerend weerzien toen ze hem na tien jaar weer terugzagen. Rosa liet me zien waar hij als baby sliep: een la in een grote kast. Als kind had Manuel een wedstrijd voor het maken van zandsculpturen gewonnen met een Christuskop. De bankier Pinto Magalhães besloot als mecenas zijn schoolopleiding te betalen onder de voorwaarde dat hij nooit zou blijven zitten. Hoewel dat veel druk gaf heeft hij aan die voorwaarde voldaan, maar hij ontvluchtte Portugal toen hij na de academie dienstweigerde, omdat hij als dienstplichtig militair zou worden uitgezonden naar een van de Portugese kolonies in Afrika.
Toen ik met Manuel in Portugal woonde heeft hij me alle streken, dorpen en steden van zijn land laten zien. Ik had er geen idee van dat er in Europa nog zulke bittere armoede bestond. Door het fascistische regime was Portugal een onderontwikkeld en arm land geworden. Toeristen kwamen nauwelijks in Porto.
Overal werd ik door mijn lengte en blonde haar nagestaard. Na verloop van tijd kon ik mij redelijk redden in het Portugees en hoorde ik mensen verbaasd zeggen: “Die moet wel twee meter zijn.” Als vrouw werd ik in Portugal op een passief agressieve manier door mannen bejegend. Ze liepen me soms achterna. Als ik vroeg wat ze van me wilden, wisten ze zogenaamd van niets. Manuel was overigens een zeer geëmancipeerde man. Hij kookte altijd en hield het huis schoon en maakte voor mij de beroemde Rietveldstoel na toen hij merkte dat ik die mooi vond. Met hem maakte ik ook veel reizen, onder meer naar Roemenië dat toen nog door dictator Ceaușescu werd geregeerd. Manuel was lid van de communistische partij maar door reizen naar Roemenië en Rusland ontdekte hij dat zijn politieke idealisme daar werd gelogenstraft.’

Na twee jaar keerde Lisa terug naar Nederland omdat ze in Portugal als kunstenaar geen perspectief zag. Bovendien wilde ze zich verder ontwikkelen als vrij beeldend kunstenaar en zich verdiepen in de schilderkunst. Dat deed ze door veel musea te bezoeken en goed te kijken hoe de schilderkunst zich had ontwikkeld, welke technieken er werden gebruikt en welke materialen daarvoor werden ingezet. Ze was vooral geïnteresseerd in de periode van de overgang tussen de Middeleeuwen en de vroegrenaissance met kunstenaars als Granach, Dürer en Van Eyck, maar ook in eigentijdse schilders als Baselitz, Max Beckmann en Philip Guston.
Ze reisde nog regelmatig op en neer naar Portugal en Manuel kwam soms naar Nederland maar hun relatie liep op den duur ten einde, hoewel ze tot de dood van Manuel, in 2018, bevriend bleven.

Lisa Couwenbergh - Untitled, Acrylic on Panel, 30 x 70 cm, 2024

In Nederland woonde Lisa in korte tijd op negen verschillende adressen en in kraakpanden totdat ze in 1981 een etage vond aan het Molenpad in het centrum van Amsterdam waar ze tot op vandaag woont en haar werkruimte heeft.

Al die intense ervaringen vinden later op een of andere manier hun weg naar de schilderijen waar Lisa Couwenbergh bekend mee zou worden, weliswaar niet op een letterlijke manier, maar meer als een onderhuids gevoel dat met name in het opvallende perspectief van haar doeken en panelen tot uiting komt: haar voorstellingen ogen vaak als van heel nabij gezien; je kijkt er zodanig tegenaan dat je erin wordt opgenomen.

‘In de jaren dat ik uitzocht wat ik als schilder wilde laten zien bestond de Beeldende Kunstenaars Regeling nog en die gaf me de mogelijkheid elke dag in mijn atelier te werken en te experimenteren. Later heb ik dankzij werkbeurzen me verder kunnen ontwikkelen. De natuur werd mijn grootste inspiratiebron. In die tijd was het credo van Ateliers ‘63 dat je in een abstract idioom een herkenbare stijl zou ontwikkelen om daaraan vast te houden. Als je dat consequent volhield zou je in de kunstwereld worden herkend en eerst nationaal en later internationaal naam maken. Maar als ik een enkel motief een paar maanden had gehanteerd, begon ik me te vervelen en zocht ik een nieuwe uitdaging. De wereld had zo veel meer te bieden. Ik heb eindeloos gevarieerd, ook in techniek. Ik ben uiteindelijk van olieverf overgestapt op acryl.
Mijn eerste fascinatie als schilder betrof de natuur en vooral koralen. Van die koralen heb ik in een geabstraheerde versie een eigen wereld gemaakt. Ook een inspiratie voor mij was een verblijf in Canada waar ik via een vriendin meedeed aan twee exposities. Ik kreeg een week een eigen kamer in de artist-in-residence voorziening in Banff in de Rocky Mountains. Het was daar vijfentwintig graden onder nul en ik maakte een wandeling door het besneeuwde gebied. De wandelroute werd gemarkeerd door lange houten staven die boven de sneeuw uitstaken. Aan het begin stond een bord: “You are in Bear Country”. Er was helemaal niemand en het was er heel stil. Maar ik zag aan sporen dat er al iemand voor mij had gelopen. Ik werd steeds verder het landschap in getrokken omdat het er zo overweldigend mooi was. Boven op een heuvel had ik uitzicht op een bevroren rivier. Ik zag een hertenbok met een groot gewei, gevolgd door een aantal hindes, het ijs oversteken. Aan mijn wimpers hingen ijsbolletjes. Er was alleen maar oneindige natuur, een ervaring die wij in Nederland niet kennen. Opeens kwam het besef: als ik hier een been breek, bevries ik ter plekke. Het werd donker, de bomen bogen zwaar door onder de sneeuw. Ze stonden als grote gestalten, een beetje beangstigend om me heen. Die ervaringen heb ik op mijn manier figuurlijk in mijn schilderijen verbeeld.
De natuur, het maanlandschap, mossen, paddenstoelen, druppels, bomen, dieren, maar ook architectuur en de schilderkunst zijn allemaal inspiraties.’

In 1989 kreeg Lisa Couwenbergh de derde prijs van de Prix de Rome voor de schilderkunst met Betty van Haaster (eerste prijs), Rob Birza (tweede prijs) en C.M. Kok als mededingers, in 1996 gevolgd door de Jeanne Oosting Prijs voor de schilderkunst. Ze is een eigenzinnige vertegenwoordiger van een schildertaal die vrijwel onvergelijkbaar is met wat er in de eigentijdse beeldende kunst wordt gemaakt. Uitzonderlijk zijn vooral ook haar schilderijen waarin bakstenen in frivole constructies levendige gedaantes vormen, geïnspireerd op sculpturale toepassingen zoals we die kennen van de architectuur van de Amsterdamse School in met name de Spaarndammerbuurt.
‘In 1976 was ik voor het eerst in New York waar ik zoveel van de hoogbouw herkende van de films die ik had gezien die daar waren opgenomen, maar ik was er niet op voorbereid om een wolkenkrabber te zien die helemaal was opgetrokken uit baksteen. De waanzin dat zo’n gebouw steen voor steen was ontstaan veroorzaakte een obsessie voor baksteen die ik later in schilderijen heb uitgeleefd.‘

Lisa Couwenbergh - Mural 215 x 360 cm, Diepenheim, Drawing Centre, 2008
Lisa Couwenbergh - Mural, 300 x 340 cm, Vishal Haarlem, 2008

Lisa Couwenbergh ontwikkelde een driedimensionale manier van werken die zich in haar schilderijen al had aangekondigd. Ze combineerde monumentale murals met sculpturale toevoegingen, zoals haar bijdrage aan de tentoonstelling 1001 Nacht die eerst in het Jan Cunen Museum in Oss en in 2002 in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien was. Daarvoor construeerde ze een wandvullend reliëf van bepleisterd piepschuim. Ze maakte ook een aantal beelden in de openbare ruimte zoals een gevelbeeld met een uil en geometrische objecten aan de Eerste Van der Helststraat in Amsterdam en een werk met paddenstoelen aan de gevel van het voormalige onderkomen van het Amsterdams Grafisch Atelier in de Jordaan.
In 2014 had ze een werkperiode in het Europees Keramisch Werk Centrum waar ze haar sculpturale werk verzelfstandigde in de vorm van delicate steenachtige objecten van geglazuurde klei die herinneren aan haar eerste bezoek aan Teylers Museum.
Minstens zo intrigerend is een aantal vloerwerken die ze maakte waarbij je de betekenis niet eenduidig kunt verklaren. Dat is een van de belangrijkste intenties die Lisa Couwenbergh met haar werk heeft. Als bewust levende, maatschappelijk betrokken vrouw en kunstenaar wil ze politieke en ethische standpunten buiten haar werk houden en die uitsluitend op verbeeldingskracht, fantasie en creativiteit beoordeeld zien.

‘Mijn kunst maakt deel uit van wie en wat ik ben, net zoals mijn politieke overtuiging en sociale verantwoordelijkheid die ik waar nodig in mijn leven uitdraag. Dat ik dat niet binnen mijn werk als beeldend kunstenaar tot inzet maak, wil niet zeggen dat wat er in de wereld gebeurt mij niet beroert. Kunst is heel belangrijk in onze maatschappij omdat het mensen op een andere manier laat kijken, wat inhoudt dat je niet hoeft te accepteren wat je krijgt voorgeschoteld. Door mijn ongeluk ben ik erachter gekomen dat ik altijd zal blijven schilderen, ook als er niet naar wordt gekeken door anderen. Het is voor mij een voorwaarde van bestaan.’

Lisa Couwenbergh - ’Silent Waters’ Mural, 3 x 24 meter, Drawing Centre Diepenheim, 2015
Lisa Couwenbergh - ‘Under the Skin’ Gouache on Paper and three sculptures, 105 x 230 cm, 2016
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht