Als het verleden begint te muteren – over het werk van Natasha Tontey bij 1646
Geschiedenis is niet gestold, maar is een gegeven dat constant opnieuw gestalte kan krijgen. Dat is wat de Minahassische kunstenaar Natasha Tontey met haar speculatieve filminstallaties doet. In haar solotentoonstelling Macho Mystic Meltdown: Substracted Anthology bij 1646 in Den Haag worden de poreuze grenzen tussen herkenbaarheid en fictie opgezocht. ‘Natasha’s werk lijkt gebeurtenissen op het snijvlak van herinnering en mythe te reconstrueren, telkens nieuwe configuraties uitproberend. Zoals een helder droombeeld dat je wilt beschrijven, maar oplost zodra je inzoomt op de details. Humor kan zo plots sarcastisch worden, en lieflijke gebaren kunnen vervormen tot monsterlijke woede.’ Paoletta Holst bezocht de tentoonstelling en ging dieper in op deze droombeelden.
Zoom in: kauwen met voedsel tussen de tanden, en lachen, manisch lachen, hysterisch lachen. Zoom uit: Een eitje bakken op een blauw vuurtje. Reizen op een dolfijn door een nachtelijke oceaan. Stapels eierdozen in de hoek van de ruimte. Militair ritmisch stampvoeten. Een fragiel ouder wordend lichaam dat zichzelf toont in mannelijkheid én onzekerheid. Een eiershake maken, voor wat extra proteïne.
De ruimte: donker, met een accent van diepblauw blacklight dat contrasteert met de overwegend oranjeachtige filmprojectie en tafeltjes met geruite kleedjes waarachter je kunt plaatsnemen.
Het zijn enkele willekeurige, in elkaar hakende beelden en ervaringen uit Natasha Tontey’s drie immersieve filminstallaties in haar solotentoonstelling Macho Mystic Meltdown: Substracted Anthology bij 1646 in Den Haag. Wat aantrekt in haar installaties is precies de speelsheid waarmee poreuze grenzen tussen herkenbaarheid en fictie worden opgezocht.
Met name de momenten waarop personen hun eigen persiflage worden. Zoals in Chapter 4: In a Muscle Mood, waarin Beetje, een Minahasa Permesta-oorlogsveteraan, zijn verouderde, gespierde en door oorlog getekende lichaam toont. Zijn lichaam draagt niet alleen het gewicht van een geschiedenis, maar vormt ook het vertrekpunt voor Natasha om thema’s als trauma, zorg en kwetsbare mannelijkheid in postkoloniaal Indonesië te verkennen. Lichamen dragen geweld en intimiteit met zich mee, in overgeërfde herinneringen, gebaren, spanningen en trauma’s.
Natasha’s werk lijkt gebeurtenissen op het snijvlak van herinnering en mythe te reconstrueren, telkens nieuwe configuraties uitproberend. Zoals een helder droombeeld dat je wilt beschrijven, maar oplost zodra je inzoomt op de details. Humor kan zo plots sarcastisch worden, en lieflijke gebaren kunnen vervormen tot monsterlijke woede.
In Natasha’s eigen woorden: ‘Voor mij is het verleden niet iets nostalgisch of vaststaands. Het gedraagt zich eerder als voorlevend materiaal: het muteert, spookt, vermomt zich en keert soms terug als een monster, een grap of een vervormd beeld.’[1]
Collectieve geschiedenissen kunnen zich zo vermengen met persoonlijke verhalen, en persoonlijke herinneringen met collectieve. Dit roept de bredere vraag op naar wat er achterblijft. Hoe onthouden we wat we zien en ervaren? Hoe geven we het een plaats en laten we het voortbestaan?
Eén antwoord zou kunnen zijn, het zogenaamd objectief documenteren, categoriseren, annoteren en bewaren van gebeurtenissen, bijvoorbeeld in archieven voor toekomstige generaties. Dat is een dominante manier waarop geschiedenis hier, in Nederland en op veel andere plekken, wordt vastgelegd: als iets dat zich in het verleden afspeelt en voortleeft in bevroren beelden en documenten. Voor subjectieve interpretatie, fictie en speculatie lijkt daarbinnen weinig ruimte, waardoor vele verhalen en ervaringen onderbelicht blijven of vermeden worden.
Dit komt naar voren in Chapter 2: Monster; She Wrote. Daarin herinterpreteert Natasha het verhaal van een beruchte Minahasa-strijdster uit de jaren vijftig, die tijdens de Permesta-oorlog in Indonesië beviel terwijl ze ondergedoken zat. Ze weet zowel het militarisme van de strijdster als haar veronderstelde biologische bestemming ter discussie te stellen.
De vraag die Natasha bezighoudt is welke toekomst en wiens toekomst het verleden mogelijk maakt: ‘De toekomst wordt voor mij gevormd door wat is onderdrukt, verkeerd herinnerd of onafgemaakt is gebleven. Ze groeit voort uit onopgeloste geschiedenissen, voorouderlijke overleveringen, beschadigde archieven en vormen van kennis die vaak als irrationeel, marginaal of achterhaald worden beschouwd.’
Haar filminstallaties brengen dit indringend en humorvol naar voren. Geschiedenissen en herinneringen zijn geen passieve, maar actieve verbeeldingsoefeningen die het mogelijk maken ons een andere toekomst voor te stellen.