Lieneke Hulshof

‘Als kunstenaar ben ik erg gewend aan verveling’ – in gesprek met Derk Thijs

Interview
23 maart 2021

Nu de coronacrisis al meer dan een jaar duurt, begint het dagelijkse leven steeds surrealistischere vormen aan te nemen.  Als hoofdredacteur van een digitaal kunsttijdschrift ben ik natuurlijk dagelijks bezig met maken van verhalen op het internet, maar die ontstonden wel altijd vanuit de materiele werkelijkheid. Nu echter de musea al maanden gesloten zijn, ik bijna geen kunstenaar meer fysiek spreek en mijn werkomgeving zich gereduceerd heeft tot een laptopscherm, stel ik mijzelf vaker vragen over de aard van kunst. Over haar totstandkoming, haar publiek en haar overdracht.  Wat ben ik eigenlijk aan het doen? En voor wie?

Ik heb daarom besloten om wekelijks bij een kunstenaar op atelierbezoek te gaan. Om juist die vragen die ik aan mijzelf stel met kunstenaars door heel Nederland te bespreken. Hoe hebben zij het afgelopen jaar ervaren? Welke waarde heeft kunst als het niet getoond wordt? En hoe behoud je de discipline om aan het werk te gaan als iedere dag lijkt op de dag die eraan voorafging?

Als eerste bezocht ik het atelier van kunstenaar Derk Thijs. Hij schildert, tekent en maakt collages in contrastrijke kleuren met daarin allerlei niet-menselijke figuren die menselijke eigenschappen krijgen toebedeeld. Zoals witte bonen die samen aan een tafel zitten of ouderwetse molens met gezichten en knipperende ogen. Hij werkte in 2015 een jaar lang vanuit een camper om de directe omgeving te kunnen vangen en had daarna een atelier in IJmuiden om de gevolgen van milieuvervuiling van dichtbij te kunnen bekijken. Wat hij zag in IJmuiden was weer een directe aanleiding om zich als kunstenaar aan te sluiten bij Extinction Rebellion.
Hij heeft nu een atelier in Amsterdam, maar is ook steeds vaker op straat te vinden met zelfgemaakte spandoeken die de klimaatafbraak agenderen. Anders kan hij niet aan zijn kinderen uitleggen waarom hij iedere dag schildert terwijl de wereld letterlijk aan het (op)branden is.

Ben jij als kunstenaar beter gewend aan geïsoleerd en zelfstandig werken dan de meeste mensen die daar nu voor het eerst mee worden geconfronteerd? 
Ik ben wel heel erg gewend aan verveling en misschien ook aan een soort wanhoop. Het moment van ‘Oh, ik weet echt niet meer wat ik nu met mezelf moet’ kom je bijna iedere dag wel tegen in je atelier.

Wat doe je dan op zulke momenten?
Ik weet niet of ik daar tips voor kan geven.

Die verveling hoort er ook misschien bij om tot werk te komen?
Ja. Soms probeer je het te onderdrukken en dan ga je heel hard toch schilderen, maar vaak gaat het dan mis. Dus ik denk uiteindelijk dat het toch beter is om er maar doorheen te gaan in plaats van het weg te duwen. Vaak kunnen er dan nieuwe dingen gebeuren, dan ga je bijna uit wanhoop of verveling andere spullen pakken en iets proberen wat je niet had verzonnen. Dat zijn voor mij vaak wel vruchtbare momenten.


 

Atelier Derk Thijs

Ik ben wel heel erg gewend aan verveling en misschien ook aan een soort wanhoop.

‘Tijd verspillen’ en verveling zijn voor jou dus ook waardevol?
Ik heb een heel groot voorbehoud jegens het idee dat mensen goed zijn in plannen en programma’s maken. Ik denk dat dat erg overschat is. Misschien komt dat ook omdat ik het zelf gewoon echt niet kan. Ik moet altijd vanuit het improviseren werken en vanuit afwachten tot ik innerlijk overtuigd ben ergens op verder te gaan of iets te veranderen, in plaats van voor mezelf te zeggen ‘Ik ga nu een concept schrijven en ik ga dan over twee weken dingen uitvoeren die in dat concept staan.’ Voor mij staat dat echt heel ver weg, die manier van kunst maken.

Op de academie waar ik werk (ArtEZ BEAR, red.) wordt veel aandacht aan research besteed. Veel mensen en ook collega’s gaan er eigenlijk al vanuit dat kunst altijd met een concept begint. Ik geloof daar minder in. Voor mij is dat in ieder geval anders.

Hoe werkt dat dan voor jou?
Ik heb een groot voorbehoud voor het talige. Concepten zijn altijd erg gedefinieerd, uitgekristalliseerd, terwijl je juist als kunstenaar naar een plek wil waar je het zelf juist nog niet weet. Ik houd erg van Timothy Morton, die filosoof. Hij zei laatst in een podcast: ‘ideeën komen uit het verleden en gevoelens komen uit de toekomst.’ Hij zei blij te zijn met Black Lives Matter en andere bewegingen die nu eigenlijk heel erg vanuit emotie en spontaniteit en minder vanuit een soort strategie en programma opereren. Hij benadrukt dat je moet proberen daar ruimte aan te geven.

Concepten zijn altijd erg gedefinieerd, uitgekristalliseerd, terwijl je juist als kunstenaar naar een plek wil waar je het zelf juist nog niet weet.

Ook al ben je gewend aan verveling, gedij jij eigenlijk goed onder het hebben van geen deadlines? Of maakt dat geen verschil voor jou?
Nee, het maakt wel verschil. Je gaat er wel anders van werken. Ik merk dat ik meer naar binnen ben gekeerd.

Een tijdlang geen deadlines hebben kan heel fijn zijn, maar dat moet op een gegeven moment wel ophouden want anders ga je ook twijfelen over wat voor zin het werk heeft. Het is daarnaast ook moeilijk om dingen af te maken of te weten waar ze moeten stoppen. Voor mij is een tentoonstelling vooral een afbakening van een tijdsperiode.

Er zijn allerlei keuzes die nog wel gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld bij een werk daar achter bij jou aan de muur heb ik geprobeerd een soort stoffen lijst te maken die nog niet af is en ik heb nog veel andere ideeën hoe ze te presenteren. Ik merk dat die vragen nu blijven liggen die waarschijnlijk wel beantwoord waren als ik die nu had moeten tentoonstellen.

Wat heb je de afgelopen tijd eigenlijk gemaakt?
Ik was begonnen met collages van gekleurd papier en sinds een paar maanden schilder ik ook weer echt op doek. Wat mij betreft zijn dat twee verschillende groepen werk. Het is verfrissend om met gekleurde collages te werken omdat het snel is. Je kan gewoon dingen uitknippen en schuiven, er is veel ruimte voor toeval. Terwijl schilderijen juist traag zijn en daar ben ik altijd heel veel aan het twijfelen en dingen aan het veranderen. Het zijn twee erg verschillende tempo’s.

Ben je op die papierwerken bezig met wat je aan het afbeelden bent of verloopt dat intuïtiever?
Sommige zijn wel echt super intuïtief, maar ik had wel een soort thema. Ik had al heel lang op mijn computer een foto van een precolumbiaans tapijt staan met daarop allerlei gezichtjes.

Ik keek hier opnieuw naar en ik ging wat op zoeken. Toen bleken het geen kleine hoofdjes te zijn, maar bonen. Je ziet allerlei verschillende soort bonen. Dat gegeven vond ik ineens heel mooi. Het blijkt dat de boon een best belangrijk motief is bij sommige volken uit het precolumbiaanse tijdperk, de tijd voordat Zuid-Amerika werd gekoloniseerd door Europa. Er zijn ook vazen gevonden waarop eigenlijk strijders worden afgebeeld die dan bonen zijn, bonen met speren en helmen op. Een van de dingen die ik er leuk aan vond is dat het een soort natuur is die aan het vechten is. Dat past natuurlijk bij Extinction Rebellion. Dat was waarom ik er enthousiast van werd.

De natuur krijgt met die bonen een soort stem?
Ja, op een bijna stripachtige manier. Vooral als iets dan al zo oud is, dat is een soort rare relativering.

Dus toen ben je die boon meer gaan gebruiken in die papierwerken?
Ja. Dus soms zie je echt een soort sperziebonen, maar soms zie je alleen de erwt of het boontje zelf, een soort nierachtig vormpje. Hoe die collages er nu uitzien lijkt een beetje op hoe ik heel lang geleden schilderijen maakte, dus platter en grafischer. Ik keek toen veel naar religieuze kunst omdat ik het mooi vind dat religieuze kunst geen beschrijving is van de werkelijkheid, maar meer een soort idee. Een soort hypothetisch idee dat misschien ergens anders vandaan komt en bijna als een soort openbaring of als iets wat hoop geeft, verschijnt. Ik houd erg van dat soort beelden en hoe die zo verschijnen met die symbolische taal.


 

Atelier Derk Thijs

Een van de dingen die ik er leuk aan vond is dat het een soort natuur is die aan het vechten is.

Bedoel je dan dat een religieus kunstwerk ook onderhevig is aan de boodschap van een religie ?
Ja, dat het minder alleen maar kunst is, maar kunst in dienst van iets. Die invloed van religieuze kunst in mijn werk is flink afgesleten de laatste jaren, ook omdat zoiets nu niet meer geldig is. Daardoor is mijn werk ook van vorm veranderd. Door mijn ervaring bij Extinction Rebellion de afgelopen anderhalf jaar, waar het gaat over gemeenschappelijk dingen doen, denk ik dat ik dit soort verwijzingen naar ‘kunst in dienst van’ weer opnieuw kon maken.

Je sloot je aan bij Extinction Rebellion omdat je je zorgen maakt over de wereld en iets met die zorgen wilde doen. Dat kon je niet kwijt in je kunst. Vervolgens heeft die ervaring bij XR wel weer invloed op je werk, terwijl je dat van te voren misschien wel helemaal niet had bedacht?   
Inderdaad. Het voelde als een grote spagaat om mijn schilderijen te maken die impressionistisch aanvoelen en heel erg afstand hebben van de dingen en aan de andere kant op straat actie te ondernemen. Dus wat mij betreft is het heel logisch om te kijken of er manieren zijn om dat een beetje bij elkaar te brengen. Daar vloeien die collages uit voort.

Tegelijkertijd blijft het ook gewoon nog steeds kunst. Maar we hebben bij Extinction Rebellion wel weer elementen gebruikt. Ook dat gegeven van een boon zit nu in sommige spandoeken en het logo is ook een beetje daaraan gelieerd.

Er zijn veel kunstenaars die werk maken over de klimaatcrisis. Denk jij ook dat kunst kan bijdragen aan dat gesprek en het redden van de wereld? Of blijf je daar juist van weg in je eigen werk?
Dat verandert bij mij de hele tijd. Ik ben er heel erg over in de war. Ik denk ook niet dat dat weg zal gaan. Als je het vergelijkt met echt de straat op gaan, vind ik vaak veel kunst die zich geëngageerd voordoet, best wel pretentieus. Dan denk ik; als je het echt meent, moet je denk ik iets anders doen. Maar aan de andere kant ben ik zelf ook bezig om mijn werk daarop af te stemmen.

Soms denk ik van, dat moet gewoon naast elkaar bestaan; mijn werk bij Extinction Rebellion en het werk in mijn atelier. Maar net kwam ook aan bod dat ik juist wel aan het proberen ben om dat toch bij elkaar te krijgen. Dat zijn twee tegenovergestelde denkbeelden.

Het is gewoon super ingewikkeld. Als je echt een standpunt inneemt in je werk, is dat ook best wel geforceerd. Dat is volgens mij een hele rationele beslissing. Een van de dingen die ik in kunst waardeer, is een soort voorbehoud jegens taal. Heel veel discussies, zoals het gesprek over de klimaatcrisis, spelen zich alleen maar af in taal, terwijl in het schilderen juist veel aandacht is voor alles wat niet zo makkelijk in taal te vatten is. In mijn werk ben ik altijd op zoek naar een manier van communiceren die niet binair is, eerder zacht en teder. Dat is eigenlijk voor mij belangrijker dan in bijvoorbeeld mijn schilderen wel of niet iets vinden.

Gisteren spraken we elkaar heel kort even aan de telefoon en toen vertelde je dat je een eerste digitale vergadering had met een groep kunstenaars. Kan je iets meer vertellen over die groep en vanuit welke behoefte je ze hebt uitgenodigd om samen te komen? 
Ik heb het de hele tijd maar over Extinction Rebellion, maar dat heeft mij wel laten inzien dat ik samenwerken super waardeer. Uit positieve ervaring ontstond bij mij de wens om te kijken of samenwerken ook mogelijk in het verlengde van je eigen artistieke praktijk ligt. Bij XR is er inhoudelijk weinig discussie over wat er gemaakt moet worden. Het is gewoon duidelijk wat je wil zeggen waardoor het ook niet zo heel moeilijk is om samen te werken. Maar hoe werkt dat als je een groep vormt met andere kunstenaars zonder een duidelijk activistisch uitgangspunt?

Het is nog erg open wat we gaan doen met elkaar. Maar de hoofdbeslissing is om niet uit te gaan van je eigen individualiteit. Om onze eigen ego’s te bevragen, dat is voor mij al heel belangrijk. In een kunstwereld waar het kapitalisme altijd op de loer ligt is samenwerken een soort vorm van verzet voor mij.


 

Atelier Derk Thijs

Een van de dingen die ik in kunst waardeer, is een soort voorbehoud jegens taal.

Kwam die noodzaak om samen te komen vooral door een jaar waarin je heel weinig momenten hebt gehad dat je andere kunstenaars ziet? Of heeft het veel meer te maken met het punt waar jij nu staat in je praktijk ?
Vooral dat laatste. Vooral uit een soort twijfel over het nut en het belang van in je eentje kunstwerken maken. En dan ook nog als witte man van middelbare leeftijd. Misschien is het wel goed om ruimte te maken voor anderen en om niet alleen maar jezelf in te zetten voor je eigen carrière.

Ben je je daar ongemakkelijk over gaan voelen? Over het innemen van ruimte met je eigen werk?
Ja, een beetje wel ja.

Ergens is dat best gek omdat het inherent lijkt te zijn aan het kunstenaarschap; dat het over jezelf gaat en dat je zelf werk maakt waarmee je de wereld in gaat. Komt dit ongemak voort uit het feit je nu al een heel aantal jaar kunstenaar bent? Of heeft het te maken met de huidige tijdsgeest?
De tijdsgeest, maar in mijn geval ook heel erg met de ernst van de klimaatcrisis. Als je je dat realiseert, lijkt het opeens heel futiel om je alleen maar in te zetten voor je eigen carrière. En niet alleen het probleem van de klimaatcrisis, maar ook over de gehele ongelijkheid in de samenleving. Het is juist nu super belangrijk om te proberen uit je eigen bubbel te stappen en de dialogen aan te gaan. En ook de vraag te stellen hoe je jezelf kan organiseren buitenom de structuren van instituten. Dat is ook iets heel moois aan XR, dat het helemaal onafhankelijk is op een bepaalde manier en dat het over zelforganisatie gaat om frustraties of emoties te delen.


 

Derk Thijs in zijn atelier

Als je je dat realiseert, lijkt het opeens heel futiel om je alleen maar in te zetten voor je eigen carrière.

Voel je nu wel de urgentie om bijvoorbeeld een eigen tentoonstelling te maken?
Nee, eigenlijk niet. Ik zou misschien wel binnen afzienbare tijd een tentoonstelling bij mijn galerie kunnen hebben. Maar andere dingen voelen voor mij momenteel urgenter.

Heeft dat ook te maken met het innemen van ruimte?
Ja, ik twijfel wel echt aan het de hele tijd vooropstellen van mijn eigen praktijk. Ik wil zeker wel graag mijn werk maken, maar ik vind het best oké om te weten dat ik een paar werken heb waar ik heel tevreden over ben en waarvan ik weet dat het niet zoveel uitmaakt of die volgend jaar of over drie jaar worden tentoongesteld, want die zijn er gewoon.

Ik weet ook niet wat er na drie jaar zou gebeuren, maar ik wil gewoon nu niet het belang van mijn eigen werk vooropstellen en liever helemaal proberen mij af te stemmen op alles wat er aan het veranderen is in onze samenleving. Ik heb het gevoel dat iedereen in de kunstwereld, maar ook in de wereld daarbuiten, op een bepaalde manier aan het rouwen is. Of zich aan het doordringen is van hoever we van de natuur zijn afgeraakt.

Dat zijn zoveel grotere dingen die zo legitiem voelen, dat ik liever de tijd neem om dat te laten doordringen, of om te kijken wat ik van mijn eigen praktijk wel en niet kan meenemen daarin. In plaats van heel erg proberen mijn eigen werk te promoten.

—-
De komende weken gaat Lieneke Hulshof ook nog op bezoek bij kunstenaars Shertise Solano, Femmy Otten en Arash Fakhim. Heb jij het afgelopen jaar bijzondere inzichten opgedaan en wil je ook graag dat ze langskomt op je atelier om het kunstenaarschap in een pandemie te bespreken? Stuur dan een mail naar [email protected] en zij zal mogelijk contact met je opnemen voor een gesprek.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later