Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

De kleur van de wereld die we kunnen verliezen

18-10-2020 Barbara Collé

Ik pas geregeld op een huis dat uitkijkt op een groot grasveld. Ik zit graag met mijn stoel in de erker om alle gasten van het gras gade te slaan. De honden, de spelende kinderen en de mensen op kleedjes. De grappigste gasten van het gras vind ik de meeuwen. Ze stampen op het gras om wormen omhoog te lokken. Afgelopen zomer waren alle gasten er behalve de meeuwen. Op verdord, geel gras kun je nog voetballen of picknicken, maar wormen foppen door regengeluid te simuleren lukte deze zomer geen enkele vogel.

 

‘Groenheid. Berm en blad en gras […] het groen van alles, groen, donkergroen, en bomen verderop aan de weg werpen lange Engelse schaduwen, zoals je je een zomer voorstelt.’ Groen gras associeer ik net als Ali Smith in haar boek Zomer (2020) met een zomers verlangen. Gewoon zomaar buiten kunnen liggen, me uitstrekken en naar de hemel kijken vanaf dat lapje groen. Die groene kleur lijkt intrinsiek verbonden met dat West-Europese verlangen naar de zomer. Zomers zijn groen en dat is goed. Stel dat de toekomst uit geel gras bestaat, verliezen we dan dit verlangen? Of gaan we verlangen naar geel gras? 

Nederlandse editie Zomer van Ali Smit, omslagontwerp: Sander Patelski
Nederlandse editie Zomer van Ali Smit, omslagontwerp: Sander Patelski

 

De verkleuring van groen naar geel is een stadium in het sterfproces van bladeren aan bomen. Gele bladeren zijn nog maar één stadium verwijderd van vallen. Zodra groen sterft, trekt eerst het blauw weg en blijft het geel over. Dit is het omgekeerde van het verouderingsproces van de verfstof schijtgeel die door schilders als Vermeer en Rembrandt gebruikt werd. Op het schilderij Het Straatje (circa 1658) van Johannes Vermeer staat links in het beeld begroeiing die oorspronkelijk vol groene bladeren zat. Maar de gele kleurstof is door het daglicht verbleekt waardoor alleen nog blauw zichtbaar is. Gele bladeren zijn stervende, deze blauwe zijn nep.

In dit essay zoek ik naar associaties tussen een kleur en de droogte die ons ook afgelopen zomer weer raakte. Welke kleur heeft de droogte? 

Johannes Vermeer - Het straatje
Johannes Vermeer - Het straatje

 

Ik kijk naar zwart-witfoto’s van de The Dust Bowl die in de jaren dertig van de vorige eeuw delen van Canada en de VS teisterden. Gigantische stofstormen raasden over het landschap en bedolven alles op hun weg. Op de foto’s zie ik dakramen nog net boven het zand uitsteken en ergens nog de bovenkant van een groot wiel van een kar. Het is een verlaten landschap en ik merk vooral op wat er niet langer te zien is: begroeiing. Deze stormen werden veroorzaakt door extreme droogte en decennialange grond uitputtende landbouw. De aarde was doods, er kon geen gras meer op groeien. Gras houdt het land bijeen doordat het water aan de toplaag van de aarde bindt. Als gras de aarde niet meer bedekt, zal de aarde ons bedekken.

Nu kijk ik naar de kleurenfoto’s die op mijn scherm verschijnen bij de zoekterm Dust Storm. Torenhoge rollende bergen zie ik. Okergele, oranjegele, suikerspin golven. Ik hoop dit nooit mee te maken. Ik hoop ook dat jij het nooit meemaakt.

Jarenlang heb ik een terugkerende nachtmerrie gehad waarin een prop droge wol in mijn keel bleef steken. Ik kreeg het niet doorgeslikt of uitgespuugd, als ik eraan trok werd het groter, en kreeg ik geen lucht meer.

Toen ik het werk Sun stand Still (2017) van Gal Weinstein zag, stond ik oog in oog met mijn nachtmerrie. Van staalwol en piepschuim maakte Weinstein een meterslange en hoge grijze stofwolk. De structuur van de wolk was precies de structuur uit mijn droom. De vorm deed denken aan die van een Dust Storm Cloud. Toen ik bij het werk wegliep vroeg ik me af of Weinstein en ik dezelfde nachtmerrie hadden. Of had hij misschien met dit uitvergrote beeld een schrikbeeld gecreëerd waarin veel mensen, niet alleen ik, hun oerangst herkennen? 

Gal Weinstein - Sun stand Still
Gal Weinstein - Sun stand Still
 

Op de site van het KNMI lees ik dat droge zomers niet alleen de groei van de gewassen in dit seizoen stagneren, maar dat de gevolgen ook in deze winter nog doorwerken. En de droogte van afgelopen zomer is zelfs in de volgende zomer nog in de bodem traceerbaar. Het regent nu al dagen, maar de droogte van afgelopen zomer kan daarmee niet worden ingehaald, goedgemaakt of uitgegumd. De droogte stapelt zich op, elk volgend seizoen begint in de min. De verzameling persfoto’s op de site van kale, dorre, vergeelde en verbleekte velden, is niet mis te verstaan. Geelgrijs, geelbruin, okergrauw. De kleur van de droogte is in deze landschappen zonder twijfel geel.

In het boek Aristoteles over kleur (2001) staat achterin een lijst met kleuren die in verschillende Oudgriekse teksten voorkomen. In die lijst staan twee woorden voor geel: Oochros en Xanthos. De laatste staat voor geel dat licht geeft, glanst en straalt zoals sterren, goud of honing. Oochros is de kleur voor ‘mensen die bang zijn, weinig eten en voor filosofen’. Dit geel is een verbleekte, grauw ongezonde kleur. Er waren dus verschillende woorden voor goed-geel en zorgelijk-geel. Dat zorgelijke geel baart zorgen omdat wij weten dat het eigenlijk een andere kleur had moeten zijn. Als iemand niet bang is of meer zou eten, zou hij een andere kleur hebben. Dorgeel gras zouden we dus ook zorgelijk-groen kunnen noemen. Er is een kleur waar we naar verlangen en er is een kleur die we met man en macht moeten proberen te voorkomen.

Afgelopen winter was er in Huis Marseille een tentoonstelling waarbij verschillende tonen geel in verband werden gebracht met landschap. Het kunstenaarsduo Arja Hop en Peter Svenson houdt zich bezig met het abstraheren en weergeven van natuurlijke kleurstoffen. Deze kleurstoffen destilleren zij uit planten en leggen vervolgens die kleurresiduen vast doormiddel van fotografie.

Het project was gesitueerd in Tamaki, Auckland Nieuw Zeeland. In dit gebied zijn zowel zware industrie, steden en natuurgebieden te vinden. Uit de bladeren en de schors van de Mangrove destilleerden het duo kleurstoffen. Deze kleursamples vertonen een grote verscheidenheid aan geeltonen, geen kleurresidu was gelijk. 

Arja Hop & Peter Svenson. Florachromes: een verhaal van vier rivieren, foto: Eddo Hartmann
Arja Hop & Peter Svenson. Florachromes: een verhaal van vier rivieren, foto: Eddo Hartmann

 

De vraag rijst of de geeltinten verkregen in het natuurgebied puurder of helderder zijn dan de kleuren van de Mangrove uit het industriegebied. Zouden hier ook wenselijke en zorgelijke geeltonen te zien zijn? Mogelijk wel, maar welke invloed de vervuilde grond precies op de kleuren heeft, bleek niet uit het project. Er was bijvoorbeeld geen nulmeting van de gele kleurstof van de Mangrove (als die al bestaat?). Op hun website schrijven Hop en Svenson dat zij voor een verdere analyse van dit project graag een samenwerking met wetenschappers van de universiteit van Auckland willen aangaan.

De wetenschap zal de kleurresiduen waarschijnlijk vertalen naar overtuigende data over bodemverontreiniging en kleurverzadiging. Maar dit kunstproject met de verscheidenheid aan geeltinten toont nu al dit aan: waarschijnlijk heeft onze vervuilende praktijk een onwenselijke invloed op het leven van planten. En is die mogelijkheid, de waarschijnlijkheid, niet al genoeg om ons gedrag te veranderen? Zo helder, wonderlijk en esthetisch hebben we deze informatie nog niet vaak voorgeschoteld gekregen. Bij mij sloeg het in als een bom. De poëtische en beeldende vertelkracht van de kleuren raakte me dieper dan menig grafiek ooit deed.

In 1998 liet Olafur Eliasson groene kleurstof vloeien in 6 rivieren verspreid over de wereld. Het felle groen reflecteerde van het wateroppervlak zoals het groene Noorderlicht van de hemel flitst. De groenheid die Smith beschrijft als de kleur van een zomers verlangen, is als rivierkleur niet wenselijk. Voorbijgangers dachten dat er een lek was van chemische stoffen uit omliggende fabrieken. 

Olafur Eliasson - River
Olafur Eliasson - River

 

Eliasson voegde een kleur toe aan rivieren, Hop en Svenson abstraheerden kleur uit bladeren. Beide projecten leggen door middel van de kleuren een relatie tussen ons en onze omgeving. Er is een kleur die goed, gezond en wenselijk is. En er is een kleur die gevaarlijk is. Bovendien zijn het kleuren die elkaar kunnen inwisselen. Maar als de ene kleur de plek heeft ingenomen van de ander, krijgen we die eerste dan nog terug?

In mijn onderzoek naar kleur kijk ik altijd naar kleurcombinaties. De titel van de prachtige poëziebundel Kleur komt nooit alleen (2002) van Antjie Krog, is mijn uitgangspunt. Kleuren zien wij niet als abstractie, losgezongen van context en omgeving, maar zijn verbonden met elkaar. Ze verkleuren, beïnvloeden, versterken en verzwakken elkaar. Dat spektakel neem ik graag waar en verbind ik vervolgens aan de gehele ervaring van een kunstwerk.

De kleuren die ik in dit stuk voor me heb liggen, staan ook met elkaar in relatie, maar ik zie ze niet tegelijkertijd. Het groene water van Eliasson heeft de anders bruinblauwe rivieren tijdelijk vervangen. Geel gras is wat ik voor me zie, groen zie ik niet. Ook al zie ik maar één kleur, toch komt deze niet alleen. Ik zie naast de huidige kleur ook de kleur die het daarvoor had of die het zou moeten hebben.

Zou het helpen om dorgeel de hashtag te maken van de droogte die het gevolg is van de opwarming van de aarde? Op dit moment is groen de kleur die voor bewustzijn geplakt wordt om mensen aan te sporen de wereld niet meer zo klakkeloos te vervuilen. Groen is de positieve kleur die in regenwouden en op grasvelden hoort. Maar het lijkt alsof dat beeld van wat we te verliezen hebben ons niet aanspoort ander gedrag te vertonen. Als we niet meer over groen bewustzijn spreken maar over dorgeel bewustzijn, dan zien we tegelijk met de kleur die we niet wensen, de wenselijke kleur die we kwijt kunnen raken. Want dorgeel is de kleur die de plaats in heeft genomen van het vruchtbare groen. We moeten dan nog wel even bedenken of geel de juiste kleur is. Of is bijvoorbeeld stofgrijs, kleurloos, vergeeld-groen of spookkleur beter?

Op het idee van een spookkleur kwam ik door het fotoboek van Peter Funch The Imperfect Atlas (2019). Funch gebruikte in dit boek de fototechniek die voor de allereerste kleurenfoto’s werd gebruikt. Elke foto is opgebouwd uit drie foto’s met een afzonderlijke kleurfilter: een rode, een groene en een blauwe. De drie beelden samen maken de foto in full-color. Daardoor zijn niet alleen de kleuren representatief voor hoe we de kleuren normaal zien, maar het is ook door die kleuroptelling dat we diepte in de foto zien. Als de kleurfilters apart worden afgedrukt, zien we kleurvlakken zonder structuur of kleurschakering en daardoor zonder diepte. Daar speelt Funch heel mooi mee. Want doordat de foto’s uit drie aparte foto’s worden opgebouwd, zit er tussen de verschillende afdrukken tijd. Voor alles wat stilstaat maakt dat geen verschil maar voor de bewegende elementen wel. Bewegende mensen, auto’s, een vogel en wolken zijn op de drie afdrukken op verschillende plekken vastgelegd. De rode afdruk ligt daardoor net naast de groene die weer naast de blauwe ligt. Dat wat tijdelijk en bewegelijk is in het landschap, is een eendimensionaal kleurvlak geworden. De onbeweeglijke bergen en hoge pijnbomen zijn driedimensionaal. In een eeuwig landschap hangen de kleurvlakken als spoken in het luchtledige. 

Peter Funch - The Imperfect Atlas
Peter Funch - The Imperfect Atlas

 

De eendimensionale kleuren werken als sporen en dat is precies wat Funch wil overbrengen: de onnatuurlijke, onwenselijke en zielloze afdruk die de mens in het landschap achterlaat. Het berglandschap dat we zien ligt in de Amerikaanse staat Washington. De namen van twee grote bergen leggen direct een afschuwelijke voetafdruk bloot. De ene berg heette Koma Kulshan (de witte berg) de andere Talol (moeder der wateren) totdat de oorspronkelijke bevolking werd verdreven door de Europeanen. De Europeanen eigenden zich direct de bergen toe door ze te vernoemen naar twee vrij willekeurige mannen: Baker en Rainer. Eerst hadden de namen nog een betekenisverwijzing naar hun relatie met dit landschap, nu dragen ze namen van twee mensen die nauwelijks een relatie hebben gehad met dit gebied.

Waar kleur thuishoort binnen onze perceptie van de wereld weten we niet precies. Vaak als mensen hun waarneming gaan conceptualiseren, beginnen ze allereerst te twijfelen aan ‘de ware aard van kleur’. We vinden het ook niet vreemd als een kunstenaar zegt dat hij zich bezighoudt met kleur én vorm. Alsof we ze kunnen scheiden. Als filosofische exercitie kan dat interessant zijn, maar dit project van Funch laat overtuigend zien wat er overblijft als je kleur echt lostrekt van de tastbare wereld. We raken een belangrijk hulpmiddel voor onze verbinding met onze omgeving kwijt. Diepte, afstand en ruimte interpreteren wij door middel van kleur. De wereld wordt daardoor tastbaar. Ook geven kleuren ons aanwijzingen over tijd en toestand: groen gras of geel? Maar hangen de kleuren los van materie dan zeggen ze ons niets, dan spoken ze en zijn ze niet meer van deze wereld.

Zolang we kleur zien als abstractie wordt de afstand tussen ons en de natuur alleen maar groter. Kleuren helpen ons juist om ons te realiseren dat we deel uitmaken van de wereld. Waar we staan ten opzichte van bergen, rivieren, bomen, dieren en waar we staan in de tijd. Want door kleuren te verbinden aan zomer, angstaanjagende stofstormen, gezonde Mangrove’s, zieke mensen en heilige bergen, zien we ze voor ons. We zien ze, ervaren ze, maken er onderdeel van uit. Alle kleuren in dit stuk zijn een oproep om kleur niet los te trekken van maar juist te integreren met ons wereldbeeld.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl