Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

De kleur van intimiteit

29-01-2021 Barbara Collé

Het is een van de meest intieme verhalen die iemand me de afgelopen weken heeft verteld. Een hars ritueel. Muziekje aan, snacks op voorraad, momenten om wat extra berichtjes te sturen of even met iemand te kletsen via de speaker. En ondertussen de wax roeren en warm maken. Dit ritueel, waarbij mijn vriendin haar lichaam met hars van ongewenste haargroei ontdoet, duurt alles bij elkaar zo’n vier uur. Soms doet ze ’s avonds een deel en de rest in de ochtend.

 

Ik ben geen waxer, maar kreeg er door haar verhaal bijna zin in. Ik weet niet wat ik nu intiemer vond: mijn voorstelling van de geur van haar wax of de voorstelling van het donkere haar op haar huid.

Ken je die foto van Mona Hatoum: Van Gogh’s back (1995)? Het zwarte haar op de rug van een man is natgemaakt en gestileerd in het wervelende patroon van de hemel van het bekende schilderij De sterrennacht van Vincent van Gogh. Zo intiem die rug. Net als de geur van de wax die ik me voorstel tijdens het verhaal van mijn vriendin. Alsof ze het me niet alleen vertelt, maar ik erbij ben en we het samen doen. 

Mona Hatoum, Van Gogh's back (1995) Tate Modern London, © Mona Hatoum.
Mona Hatoum, Van Gogh's back (1995) Tate Modern London, © Mona Hatoum.

 

Zoals in de film Sukkar Banat (Caramel) uit 2007 van Nadine Labaki. Suiker, water en citroensap, gemengd, geroerd, verwarmd, plakkerig. Het glanzende vloeibare goud strijken vrouwen in een beautysalon over elkaars huid waar die dun, zacht, gevoelig en verborgen is. Ze leggen het op hun tong, dan een druppel op een lip, zodat ze de warme suiker met citroen ook proeven. 

Nadine Labaki, Sukkar banat / Caramel (2007).
Nadine Labaki, Sukkar banat / Caramel (2007).

 

Ik bedenk dat bovenstaande wellicht een begin is voor dit stuk over de kleur van aanraking en intimiteit. Door de pandemie zijn we ons al een tijd bewust van het gebrek aan aanrakingen en het gemis van echte nabijheid van elkaar. Onze tastzin wordt minder geprikkeld. Heeft deze kilheid een relatie met kleuren zien? Hebben we door deze sensuele onthouding ook een tekort aan bepaalde kleuren? Is kleur ooit tastbaar? Zijn er kleuren die we intiem ervaren? En zijn er kleuren die we niet alleen visueel gewaar worden maar die tegelijk ook onze andere zintuigen aanspreken zoals onze reuk- en tastzin? Mijn eerste antwoord is ja, maar als ik voor dit stuk op zoek ga naar kunstwerken waarvan de kleuren mij sensuele prikkels hebben bezorgd, blijkt dat het vooral de materialiteit, het geluid of de onderwerpen zijn die me lichamelijk sensaties opleverden.

Ik zoek verder en denk nogmaals aan de film van Labaki die ik me als lichamelijk en sensueel herinner. Ik probeer concrete scènes uit Caramel voor me te zien. Ik zie pastelkleuren, veel goudkleurig licht, zo zoet, maar de geur die ik ruik klopt niet. Ik ruik een sterke dennengeur. Ik moet remmen omdat voor mij een vrachtwagen via het fietspad de weg opdraait. Hij zit volgeladen met kerstbomen, het is januari en er zijn extra vuilniswagens ingezet om de dennen en sparren van straat te halen. Het leidt tot een explosie van geur. Ruik ik ze nu zo duidelijk omdat ik aan een beeld dacht waar ik de geur van probeerde op te roepen? Of scheiden de dennenbomen extra veel geur af, zoals een kat dat via zijn kaken doet als hij zijn territorium wil afbakenen? Het beeld van de afgedankte bomen stemt me verdrietig, de geur is heerlijk. Ook als de vrachtwagen uit het zicht is, ruik ik het nog. 

Nadine Labaki, Sukkar banat / Caramel (2007).
Nadine Labaki, Sukkar banat / Caramel (2007).

 

Geur heeft een sterke band met herinneringen. Je ruikt iets en opeens ben je ergens terug, meestal totaal onverwacht. Onverwacht want het is niet iets wat op commando lukt. De filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) vergelijkt de overgave aan onze zintuigen met de overgave van ons lichaam aan slaap. We kunnen slaap niet ontbieden of commanderen. ‘Sleep suddenly comes when a certain voluntary attitude suddenly receives from outside the confirmation for which it was waiting.’ Je ligt daar in bed en bent wakker, haalt rustig adem tot je situatie verandert en je slaapt. Volgens Merleau-Ponty overkomt ons hetzelfde bij zintuiglijke waarneming. ‘In the same way I give ear, or look, in the expectation of a sensation, and suddenly the sensible takes possession of my ear or my gaze, and I surrender a part of my body, even my whole body, to this particular manner of vibrating and filling space known as blue or red.’

Ik twijfel of ik bovenstaand citaat moet inkorten maar voor mij is ook juist dat einde, waar Merleau-Ponty spreekt over de vibrerende en ruimtevullende kleuren, geweldig. Een kleur zien is dus voor deze fenomenoloog, een filosoof die uitgaat van de ervaring in plaats van het denken, iets dat ons overrompelt. Zoals ik mijn lichaam aan slaap overdraag, geef ik mijn lichaam over aan kleur. Met deze overgave heb ik een eerste verbinding tussen kleur en ons lichaam gevonden.

De eerste kleuren waar ik mijn lichaam aan gaf, waren de kleuren van Cindy Sherman. 

De meest tastbare kleur is het geeloranje licht dat schijnt op de rug in Hatoums foto en het sfeervolle oranje, zonnegoudgeel dat over de hele film van Labaki schijnt. Die goudgele gloed is een tastbare kleur op onze huid, want we kunnen dat licht werkelijk als warmte voelen. Ook een plek op een steen in de zon of je voeten op de toplaag van zand aan het strand op een zomerdag, zijn verwarmd door het zonlicht. De plek waar de steen in de schaduw ligt, is niet alleen kouder maar ook donkerder. Warme kleuren zijn altijd in het licht. Infrarode straling kunnen we als kleur niet zien, maar we zien en voelen wel waar het licht op valt. Dit specifieke licht kan ons net als een geur terugbrengen naar een moment lang geleden waarop de warme lucht ook deze kleur had. De lege lucht kan van kleur en sfeer veranderen en lichamelijk worden.

De eerste kleuren waar ik mijn lichaam aan gaf, waren de kleuren van Cindy Sherman. Tijdens mijn eindexamen op het gymnasium nam mijn docent handvaardigheid uit New York de catalogus van de Moma-tentoonstelling van Cindy Sherman mee. Ik voelde me zo vereerd en heb zeker deze energie meegenomen tijdens het bekijken van Shermans fotoseries, en wellicht is daardoor de climax wat versterkt. De bekende Film Stills van Sherman zijn opgenomen in deze catalogus, maar ik werd gegrepen door een andere serie die verzameld was rond een essay ‘Disgust Pictures’. De foto’s bevatten veel zwart dat rood is, allerlei tonen vaal geelgrijs en een mysterieuze blauwgroene gloed. Sherman heeft gebruik gemaakt van gekleurd licht en de manier waarop die stralende kleuren met de kleuren van de oppervlaktes mengen, had ik nog niet eerder gezien. De kleur van het licht vulde de leegte en verkleurde de substantie waar het op viel. De ether, de atmosfeer, de lucht had een kleur en het gaf me het idee dat ik in die lege ruimte kon, met mijn vinger, hand, adem. 

Cindy Sherman, Untitled #182, 1987, color photograph, 89 1/2 x 59 1/2\".
Cindy Sherman, Untitled #182, 1987, color photograph, 89 1/2 x 59 1/2".

 

Deze foto’s tonen grote vlakken witgrijs en groengeel dons, partijen vloeibaar glimmende donkerrode smurrie en roze, groene of zwarte klodders drap. Hoe natter de substantie hoe meer die aan ingewanden doet denken, hoe droger hoe meer het de inhoud van de afvalbak is. Beschimmeld eten van dichtbij gefotografeerd. Ik zag wel dat het vies was, maar ik vond het vooral mooi. Deze kleurcombinaties en al die verschillende texturen, de matheid en de glans van kleur had ik nooit eerder zo gezien. Als ik nu naar de foto’s kijk vraag ik me af of de lichamelijke intimiteit die ik toen heb ervaren, niet vooral komt door de close-ups. Zijn intieme momenten niet altijd in close-up, van dichtbij, waardoor alles wazig in elkaar overloopt? Onduidelijk waar jij begint en ik ophoud? Als je ontvankelijk bent voor zintuiglijke indrukken, zie je dan nog scherp? Heb je dan nog overzicht? Of is er alleen nog net genoeg licht en donker en een randje of effen vlak?

Het videowerk Balafre (2016-2017) van Susan Kleinberg vind ik net zo intiem als de serie van Sherman, terwijl deze video een close-up geeft van meteoriet van ongeveer 5000 jaar oud die in een kroon is gezet. De steen is gefilmd met een microscopische lens, en komt dus heel dichtbij, het is onmogelijk om wat ik in de video zie met het blote oog te zien. Vlijmscherpe hoeken en randen van het meteoriet blinken en kaatsen kleur. De diffuse omgevingskleuren gaan van goudgeel naar zonnegeel en oranje en verkleuren dan naar vloeiend grijs, paarsgrijs en zilver. Het is gelei, nat, droog, scherp, zacht en steeds veranderend. Onder de video heeft Kleinberg ‘the hum of the universe’ gemonteerd. Zwaartekrachtgolven die over 1,3 miljard jaar naar ons toe komen. Het is geluid en materiaal van uiterst ver dat via de blik door een microscoop en geluid via een koptelefoon mijn lichaam binnendringt. De meteoriet is mysterieus door zijn buitenaardse herkomst maar niet vies zoals de beschimmelde resten in de foto’s van Sherman, toch lijkt de intimiteit van de beelden op elkaar. Beide tonen door de close-up alles zo tastbaar mogelijk. Het is zo dichtbij dat we alleen nog wazige contouren zien en onze reuk- en tastzin onze informatie moeten aanvullen. Het diffuse karakter van deze kleuren bindt beeld en geluid aan mij. 

Susan Kleinberg, Balafre (2016-2017).
Susan Kleinberg, Balafre (2016-2017).

 

De wonderbaarlijke diffuusheid van ons leven komt terecht in de lege lucht.’ De roman Wit van schrijver Han Kang is een uitwerking van dezelfde nabijheid maar dan verbeeld met woorden. Han schrijft ook over iets heel groots, een verlies van een leven, door witte, scènes in detail te beschrijven. Op koude ochtenden bewijst het eerste witte ademwolkje dat ons ontsnapt dat we leven. Koude lucht stroomt donkere longen in, zuigt onze lichaamswarmte op en wordt in waarneembare vorm uitgeademd: wit doorschoten met grijs.’ De taal van Han is gedetailleerd, elke textuur van sneeuw, vleugels, lakens, maanlicht op de vloer, oppervlaktes van deuren, is tastbaar.

En dan ziet Han dat wit nooit wit is. Het is grijs, lila, blauw, groen, geel, bruin. 

Het boek gaat over het verlies van Han’s oudere zus. Haar oudere zus is een paar uur na de geboorte op de borst van hun moeder gestorven. Het verdriet over het verlies is een grote aanwezigheid in het gezin van Han, maar het verlies is ook een ruil: als de oudere zus van Han was blijven leven, was Han zelf niet geboren, want dan hadden haar ouders al een dochter gehad. Han probeert haar rol als bonuskind te compenseren door ook het leven van haar zus op zich te nemen. Om deze symbiose los te peuteren en daarbij niet haar zus maar ook niet langer zichzelf in de steek te laten, construeert Han dit boek met een verzameling aan witte scènes met witte, tastbare dingen. De aanraakbaarheid is van groot belang omdat een niet geleefd leven allesbehalve lichamelijk of tastbaar is, en het voor Han belangrijk is dat het leven van haar zus toch gemanifesteerd wordt, om het los te kunnen maken van haar eigen leven. En dan ziet Han dat wit nooit wit is. Het is grijs, lila, blauw, groen, geel, bruin. Het zijn al deze kleuren wit die de leegte gestalte geven. Een leven dat bestaat uit de wereld die elk mens om zich heen componeert, intrekt, bouwt en ervaart.

Han Kang, The White Book (2016), Portobello Books London. Foto op omslag van ©Choi Jinhyuk.
Han Kang, The White Book (2016), Portobello Books London. Foto op omslag van ©Choi Jinhyuk.

 

In de openingsscène van de film Leaning into the Wind: Andy Goldsworthy (2017) loopt de kunstenaar Goldsworthy door een vervallen en verlaten huis in de bergen in Brazilië. We zien details van het houtwerk van het dak en het staketsel van de stenen muren met houten frames. Hij kijkt van dichtbij naar de muren en strijkt met zijn vinger over het materiaal en zegt: ‘Deze plek is zo doorgedrongen van de aanwezigheid van mensen die hier zijn geweest. Hier zo staan heeft iets ongemakkelijks. Het is bijna té persoonlijk. Je krijgt hier een indringend kijkje in het leven van anderen.’ Dan zien we op de rommelige vloer een kleine witte cirkel. Op de donkere smoezelige vloer steekt het wit hel af. In een volgend filmshot wordt het beeld staand en zien we een stuk van het rieten dak. Dan begrijp ik dat de witte cirkel licht is. Als een spotlight, perfect rond schijnt er licht naar binnen. Opeens begint de cirkel te wasemen, er lijkt rook uit op te stijgen. Het wit is lila paars, zelfs een beetje blauw als de binnenkant van een vlam. De cirkel wasemt meer en meer en dan zien we de gehele lichtstraal als een lijn, schuin vanuit het dak vallen. Goldsworthy bezemt stof in de richting van de lichtcirkel en het stof maakt de baan die het licht aflegt zichtbaar in een pastelgrijze baan uit een bron van witgoud. Het stof dwarrelt en laat het licht vlammen en kronkelen als een geest. Alsof hij de achtergebleven adem van de mensen die dit huis bouwden, bewoonden, leefden en verlieten, zichtbaar maakt. De krioelende substantie van stof zorgt ervoor dat dit witgoud tastbaar is. Kleur maakt ruimte tastbaar en brengt de leegte zo dichtbij dat we dat wat verdwenen is, voorzichtig en zacht zouden kunnen aanraken. Iets wat we eigenlijk niet kunnen zien is intiem nabij gekomen. 

Dust Swept and thrown to reveal a shaft of light Ibitipoca, Brazil 12 September 2014, 2014, uit: Thomas Riedelsheimer, Leaning into the Wind, Andy Goldsworthy (2017).
Dust Swept and thrown to reveal a shaft of light Ibitipoca, Brazil 12 September 2014, 2014, uit: Thomas Riedelsheimer, Leaning into the Wind, Andy Goldsworthy (2017).

 

I surrender a part of my body, even my whole body, to this particular manner of vibrating and filling space known as blue or red. Onze overgave aan de vibrerende leegte die we alleen al door te ademen eigenhandig inkleuren. Ook als we door een virus angstig zijn geworden voor elkaars adem.

Barbara Collé is beeldend kunstenaar en (opgeleid als) filosoof. Zij onderzoekt onze ervaring van kleur aan de hand van essays en videowerken.

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl