Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Geen excuses voor het ongemak

05-03-2020 Marc van Dijk

Ongemakkelijkheid is een basis-ingrediënt voor kunstenaars. In een belevingswereld waarin onbehagen overal is, is die vanzelfsprekendheid in de kunst soms iets te makkelijk. 
 

Ooit, in premoderne tijden, was ongemak iets hanteerbaars. Een splinter in je duim. Pijnlijk, maar op te lossen. In de Dikke Van Dale heeft die oude lading van het woord nog steeds de overhand. ‘Ongemakkelijk’ is volgens het woordenboek dat wat ‘last geeft’. Een flink deel van de betekenissen heeft met het lichaam te maken – fysiek ongerief, denk aan een ongemakkelijke houding, brandend maagzuur, een kwaal. Ander klein ongemak: overzichtelijke tegenslagen. Deze trein komt te vervallen, deze website is tijdelijk onbereikbaar – ‘onze excuses voor het ongemak’. 

Spinario, hanteerbaar ongemak
Spinario, hanteerbaar ongemak

In een belevingswereld waarin onbehagen overal is, is die vanzelfsprekendheid in de kunst soms iets te makkelijk. 

Klassieke kunstenaars wisten hier wel raad mee. Ze sublimeerden het ongemak, ze maakten er schoonheid van. Ik denk dat de ‘doornverwijderaar’ of Spinario nooit zo’n populair onderwerp zou zijn geworden in de Klassieke Oudheid en in de Renaissance als de geportretteerde jongen niet zo rustig, ogenschijnlijk bijna genietend omging met zijn kwelling. Het is dat je weet dat zo’n klein scherp dingetje in je voet heel venijnig kan zijn, maar pijn of ongemak is wel het laatste dat dit beeld uitstraalt.

Ongemak in persoonlijke situaties is al iets moeilijker. Je hebt net iets lulligs gezegd over een collega, en ineens blijkt diegene vlak achter je te staan. Met het ongemak treedt onmiddellijk de schaamte in. De wens om even in de grond te verdwijnen, of om je eigen actie ongedaan te maken. 

Ze sublimeerden het ongemak, ze maakten er schoonheid van.

Het ongemak laat zich niet zomaar verdrijven, daarvoor moet je op zijn minst iets anders van de situatie weten te maken, zoals die klassieke beeldhouwers. In het diepe springen, toegeven dat je fout zat, credit zien te krijgen voor een nieuw begin. Dit kan knap lastig zijn, toch is het meestal wel te doen. 

Maar tegen het massieve ongemak dat de westerse mens in deze tijd bekruipt is nauwelijks een remedie denkbaar. Excuses zijn niet aan de orde (ook al worden ze soms wel uitgesproken, zelfs namens complete landen), en een nieuw begin lijkt al helemaal uitgesloten. 

René Bosch - ongemak in de koelkast
René Bosch - ongemak in de koelkast

Het beeld dat René Bosch maakte voor de groepstentoonstelling ‘Ongemakkelijk’ laat dit mooi zien, maar niet enkel door het hoofdonderwerp van de foto. We zien de binnenkant van een koelkast, waarin twee dode kraaien de aandacht opeisen – een verwijzing naar de keuken van Ongewenst Dier, die beesten en beestjes bereidt die normaal de destructor ingaan. Tijdens de opening van de expositie zal Ongewenst Dier een zwaan serveren, ‘om aandacht te vragen voor de absurditeit van onze omgang met vleesproductie en overlast gevende dieren’. 

Ongemakkelijkheid verzekerd, inderdaad. Het probleem is alleen dat we over al die andere producten in die koelkast minstens evenveel ongemak ervaren. Niet alleen over het onbestemde gesealde vlees, maar ook over de melk en jus ’d orange op de achtergrond. Zijn de sinaasappelen voor dat sapje misschien in een vervuilend vliegtuig uit Zuid-Amerika hierheen gebracht, of op een vieze boot? En dan die melk – zullen we het eens over het leed van de eindeloos gemolken moederkoe hebben, die haar kalfje niet of nauwelijks mag voeden en die na een leven lang melk geven bedankt wordt met een machinale pin door haar kop? Of over de hoeveelheid water, voedsel en energie die nodig is om haar volgens schema te laten groeien en pieken? Over de eeuwenoude regenwouden die nog dagelijks voor sojaplantages met het oog op rundveevoer gekapt worden, gefinancierd door Nederlandse bankenOf over de methaan-uitstoot van onze geliefde bonte koe?

Het probleem is alleen dat we over al die andere producten in die koelkast minstens evenveel ongemak ervaren.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. We bevinden ons in een massa-extinctiegolf. Ik voel me ongemakkelijk bij een winter zonder één dag vorst. Ik voel me ongemakkelijk bij het feit dat een derde van de westerlingen overgewicht heeft – bij huisdieren is het zelfs de helft, terwijl er ook nog steeds mensen sterven van de honger. Ik voel me ongemakkelijk bij verdrinkende mensen in de Middellandse Zee, die proberen een continent te bereiken dat met de dag xenofobischer lijkt te worden. Ik voel me ongemakkelijk bij de verdeling van het kapitaal in de 21ste eeuw – zie Thomas Piketty, die in zijn laatste boek opnieuw laat zien hoe de kloof van werkende en bezittende klasse steeds dieper wordt, een tikkende tijdbom onder de democratie en de sociale cohesie. Ik voel me ongemakkelijk bij politici die desondanks het liefst lijken te praten over economische groei, of over onzinnige identiteitskwesties, of over de laatste uitspraak van de populairste populist. 

En wat heeft dit nou allemaal met kunst te maken? Veel, als je bedenkt dat ongemak een basis-ingrediënt van de beeldende kunst is geworden. De klassieke kunst was gericht op harmonie en verheffing, op schoonheid, op bevestiging van geloofswaarheden en idealen waarin de mens zichzelf herkende, of moest herkennen. Voor ongemak was daarin weinig ruimte. 

Marina Abramovic - Koningin van het ongemak
Marina Abramovic - Koningin van het ongemak

Moderne kunstenaars gingen doelbewust op zoek naar het ongemak. Sinds het opzienbarend brutale naakt in ‘Le déjeuner sur l’herbe’ (1863) van Edouard Manet de kijker uitdagend aankijkt hebben kunststromingen elkaar overtroffen in het verstoren van de bedompte harmonie en de verstikkende regels van de klassieke academies – met gevaar, spontaniteit, levenslust, steeds gevoed door ongemak met de traditie waaruit ze voortkwamen. Je zou een moderne kunstgeschiedenis kunnen schrijven met als leidraad de ongemakkelijkheid over alles wat kunst van oudsher ‘kunst’ maakte: bevestiging van geldende idealen of waarheden, ambachtelijkheid, schoonheid, geniale scheppingskracht. Van het urinoir van Duchamp tot de massa(re)producties van Warhol, Koons en Hirst. Van Joseph Beuys, die zichzelf opsloot met een coyote tot Marina Abramovic, koningin van de ongemakkelijkheid, die haar bezoekers in 1974 een tafel vol werktuigen ter beschikking stelde om haar mee te benaderen zoals ze wilden, inclusief een pistool. 

Sindsdien zit het ongemak in de kunst stevig in het zadel; het is van iets buitenissigs in een vereiste veranderd. Je zou het een nieuw academisme kunnen noemen: het moet schuren, pijn doen, ongemakkelijk zijn, anders mag het niet eens kunst heten. Maar het is een beetje zoals met scherp eten: je raakt eraan gewend. En dan heb je steeds meer pepers nodig om nog iets te proeven. 

Mylan Hoezen, ongemakkelijk en aantrekkelijk, foto: Marc van Dijk
Mylan Hoezen, ongemakkelijk en aantrekkelijk, foto: Marc van Dijk

Maar het is een beetje zoals met scherp eten: je raakt eraan gewend.

Tijdens een bezoek aan Art Rotterdam onlangs viel me op dat veel interessante jonge kunstenaars zich allang niet meer beperken tot het oproepen van of het verwijlen bij ongemak. Dat zou nu te makkelijk zijn. 

In een indrukwekkende installatie van Mylan Hoezen kon je een groep performers met een druk op de knop synchroon laten bewegen volgens vaststaande patronen, alsof ze zich in een app bevonden. Het was een genot om naar te kijken en ook al dacht ik dat het werk haast wel een verwerking moest zijn van de kilte en ontmenselijking waarmee het digitale leven gepaard gaat, werd ik er vrolijk van – al wist ik niet precies waarom. De onverstoorbare concentratie waarmee de performers hun taak uitvoerden getuigde van een benijdenswaardige vorm van in het hier en nu zijn, waar geen mindfulness tegenop kon. Als de kunstenaar inderdaad verwijst naar de digitale cultuur, dan beperkt hij zich niet tot een wrang commentaar (representatie van het ongemak), maar biedt hij meteen een vitaal alternatief: een intense, gedeelde fysieke ervaring, zowel voor performers als toeschouwers.

Tijdens een bezoek aan Art Rotterdam onlangs viel me op dat veel interessante jonge kunstenaars zich allang niet meer beperken tot het oproepen van of het verwijlen bij ongemak.

Op een kruk aan ‘Bar no. 5’ van Margriet Craens kon je werken aan je ‘sociale hygiëne’, losjes geïnspireerd op de door de Drank- en Horecawet verplichte cursus voor horecamedewerkers (het diploma van de kunstenaar hing ingelijst aan de wand). Twee bezoekers konden er volgens een door de kunstenaar bedacht stappenplan een gesprek voeren onder leiding van de barvrouw, om een gedeelde ongemakkelijkheid te lijf te gaan. De uiteindelijke ‘oplossing’ school in een speciaal voor de gesprekspartners samengesteld mixdrankje dat gaandeweg ontstond, dankzij persoonlijke identificatie met wonderlijk gevormde etiketloze glazen flessen. Waarom bestaan dit soort bars niet in de echte wereld?

Melanie Bonajo, TouchMETell, 2020, AKINCI
Melanie Bonajo, TouchMETell, 2020, AKINCI

En Melanie Bonajo, die de Nederlandse bijdrage aan de Biënnale van Venetië van 2021 mag gaan verzorgen, liet kinderen in een knuffelbaar decor praten over lichamelijkheid en intimiteit, op zo’n manier dat geen bezoeker er onberoerd of met een strak gezicht naar kan kijken. Ook hier werd het ongemak niet enkel getoond of vergroot, maar werd het – woordelijk en letterlijk, in actie en beweging – te lijf gegaan. 

Misschien is de uitdaging voor de kunstenaar van nu wel om te ontwapenen, het alomtegenwoordige ongemak tijdelijk weg te nemen, te doorbreken, te vervormen – zoals ooit met de jongen die een doorn in zijn voet had. 

Dit artikel maakt deel uit van een reeks artikelen die verschijnt naar aanleiding van de expositie ‘Ongemakkelijk’, die van 14 maart t/m 11 april 2020 te zien is in Arti et Amicitiae te Amsterdam. www.arti.nl 
Deze reeks artikelen is mogelijk gemaakt door stichting Niemeijer Fonds.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl