Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Gluren door een sleutelgat

25-03-2020 Sophie Smeets

Een goede vriendin vertelt vaak anekdotisch over haar vader, die bij een filmavondje met het gezin de gewoonte heeft om, wanneer er een plotse seksscène voorbijkomt, gespeeld gechoqueerd te vragen: ‘‘Jeetje, wat gebeurt er nóú?’’
Hoewel mijn eigen vader een stuk minder provocerend is, vind ook ik weinig dingen zo ongemakkelijk als het kijken naar erotische filmscenes op televisie in het gezelschap van mijn ouders. Terwijl ik met het schaamrood op mijn kaken in stilte naar het beeldscherm staar en de neiging probeer te onderdrukken om zogenaamd ongeïnteresseerd mijn telefoon te pakken of de film vooruit te spoelen, verbaas ik me op zulke momenten vaak over het sociale ongemak dat zo’n banale activiteit als televisiekijken teweeg kan brengen. 
In tegenstelling tot andere dagelijkse gêneringen, wordt dit ongemak in gang gezet door een fictief beeld dat helemaal buiten jezelf staat en ook niets met plaatsvervangende schaamte te maken heeft.
 

Soms is kijken even ongemakkelijk als bekeken worden. Waar je in het dagelijks leven je ogen makkelijk afwendt van datgeen dat je niet wil zien, kan beeldende kunst je blik juist sturen en vasthouden, ook als dat ongemak oproept. Wat voor kunst schuurt wanneer ernaar gekeken wordt en waardoor komt dat? Voor welke kunstwerken sluiten we het liefst onze ogen en hoe kun je je verhouden tot een werk waar je enkel tenenkrommend naar kunt kijken?

hoe kun je je verhouden tot een werk waar je enkel tenenkrommend naar kunt kijken?

Dat kijken naar seks een vruchtbare bodem is voor ongemak wordt pijnlijk bevestigd wanneer ik het werk Adorn (2018) van kunstenaar en pornoregisseur Jennifer Lyon Bell aanschouw op de (inmiddels afgelaste) tentoonstelling Ongemak in Arti et Amiticiae in Amsterdam.  Op de flyer van de tentoonstelling prijken de woorden van Arnon Grunberg, gebaseerd op het werk van Camus: ‘‘Over het gat dat gaapt tussen wat de mens wil en wat de wereld hem te bieden heeft.’’


De pornofilms van Bell worden over het algemeen anoniem in de slaapkamer bekeken, maar bevinden zich soms ook binnen de muren van een tentoonstellingsruimte. In Arti et Amiticiae wordt het werk getoond tussen houten schutten, verscholen achter een gordijn met ernaast het kijkwijzersymbooltje met vier voetjes. In het hok staat ook een bed, maar ik weet niet of het de bedoeling is dat ik erop ga zitten. Liever gluur ik door de kier in het gordijn naar de vrijende mensen op het scherm.
Alle films van Bell zijn gemaakt met als doel om seks realistischer, feministischer en intiemer te representeren dan bij de meeste alternatieven in de porno-industrie. Adorn is een dertig minuten durend portret van twee mensen die een erotisch spel spelen: ze beginnen naakt, maar al vrijend trekken ze steeds meer kledingstukken aan. De camera focust veel op hun gezichten, die afwisselend verleiding, extase en soms onzekerheid weerspiegelen. Het zijn met name deze close-ups die bijdragen aan de echtheid, en de echtheid draagt bij aan mijn ongemak. Ik sta hier toch in een tentoonstellingsruimte.

Adorn, Jennifer Lyon Bell, 2018
Adorn, Jennifer Lyon Bell, 2018
Jennifer Lyon Bell, Ongemakkelijk, Arti 2020, Fotografie Maarten Nauw.
Jennifer Lyon Bell, Ongemakkelijk, Arti 2020, Fotografie Maarten Nauw.

 

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre schreef in zijn boek Het Zijn en het Niet (1943) een stukje over de voyeur, waarbij hij stelde dat een persoon die door het sleutelgat kijkt zonder dat hij ooit betrapt wordt, of kan worden, vol kan opgaan in zijn actie: hij ís de starende blik. Maar zodra iemand hem opmerkt, of wanneer de kans bestaat dat hij wordt betrapt, reflecteert de voyeur op zijn actie en voelt hij schaamte, omdat hij zichzelf door de ogen van de ander ziet gluren naar iets dat eigenlijk aan zijn ogen onttrokken had moeten zijn. Hij staat nu aan het andere eind van de starende blik. 

En dat is precies de reden dat Adorn in een museale context een totaal ander werk is dan wanneer je de film thuis in je eentje zou bekijken. Terwijl ik voor het gordijn sta besef ik mij dat niet de film zelf het hoofdonderwerp van mijn waarneming is, maar dat het verstoord wordt door een beeld van mijzelf door de ogen van mogelijke andere bezoekers: glurend door een sleutelgat.

Terwijl ik voor het gordijn sta besef ik mij dat niet de film zelf het hoofdonderwerp van mijn waarneming is, maar dat het verstoord wordt door een beeld van mijzelf door de ogen van mogelijke andere bezoekers: glurend door een sleutelgat.

Balthus, Thérèse Dreaming, 1938
Balthus, Thérèse Dreaming, 1938


Porno in de openbare ruimte roept dus een sociaal ongemak op, maar het is niet zo dat voyeurisme enkel wrijving veroorzaakt in het bijzijn van anderen. Eind 2017 lanceerde Mia Merrill, een bezoeker van het Metropolitan Museum in New York, een petitie om het schilderij Thérèse Dreaming (1938) van Balthasar Kłossowski de Rola, beter bekend als Balthus, uit het museum te laten verwijderen, of op zijn minst van meer context te voorzien. Op het schilderij valt Thérèse Blanchard te zien, een dertienjarig meisje dat achteroverleunt in een stoel. Haar handen zijn achter haar hoofd in elkaar gevouwen en een been is opgetrokken, zodat haar onderbroek zichtbaar is. Haar ogen zijn gesloten en op haar wangen heeft ze een blos. Ze is zich duidelijk niet bewust van de blik van de toeschouwer.

‘‘Given the current climate around sexual assault and allegations that become more public each day, in showcasing this work for the masses without providing any type of clarification, The Met is, perhaps unintentionally, supporting voyeurism and the objectification of children.’’ Luidt Merrill’s aanklacht tegen het Met, die door 11.598 mensen ondertekend werd. Haar verzoek om het werk uit het museum te verwijderen is niet onbegrijpelijk. Hoe verhoud je je tot zo’n schilderij, waarbij je in feite gluurt naar het ondergoed van een dertienjarige? Daarbij is de kritiek op Balthus niet nieuw of ongegrond: jonge meisjes in suggestieve houdingen zijn een terugkerend onderwerp in zijn oeuvre.

Jennifer Lyon Bell, Ongemakkelijk, Arti 2020, Fotografie Maarten Nauw.
Jennifer Lyon Bell, Ongemakkelijk, Arti 2020, Fotografie Maarten Nauw.

Toch zou ik durven stellen dat Thérèse Dreaming eerder ongemak oproept dan walging. Het is impliciet en gelaagd genoeg om verschillende interpretaties mogelijk te maken. In andere woorden: het is geen bewíj́s voor Balthus’ perversie.

De Zweedse filosoof Elisabeth Schellekens bespreekt in haar essay Taking a Moral Perspective on Voyeurism in Art (2012) het verschil tussen voyeuristische kunst en pornografie. Zonder te suggereren dat een kunstwerk niet lustopwekkend kan zijn of dat een pornografische foto of film nooit gelaagd is, is het een feit dat dat laatste een veel eenduidiger doel dient. Een kunstwerk is, daarentegen, in essentie nooit een ééndimensionaal instrument om een bepaald verlangen te bevredigen, maar nodigt uit om te reflecteren op alle artistieke aspecten. De reden dat je niet wegkijkt van Thérèse Dreaming is omdat het verf op doek is: een beeld dat gecomponeerd, gemanipuleerd en bovenal méér dan een perverse fantasie is.
Dat is wanneer het interessant wordt. Schellekens laat zien dat voyeuristische kunst vereist dat de kijker twee standpunten inneemt: dat van het directe publiek dat naar het kunstwerk kijkt, en dat van de toeschouwer in de hoek van de museumzaal die het publiek aanschouwt. Kijkend naar Thérèse word je uitgedaagd om niet alleen het schilderij en de context, maar ook jezelf te bevragen. Als je eenmaal kijkt, geeft het je de ruimte om de confrontatie met je eigen persoonlijke ongemak aan te gaan.

 

Tentoonstelling Boris Mikhailov in het MoMA, 2011
Tentoonstelling Boris Mikhailov in het MoMA, 2011


Wie gluurt kan ongemak verwachten. Voyeurisme staat zelden op zichzelf: kijken wordt beantwoord door bekeken worden, door de ander of door jezelf. Ik moet denken aan het werk van Boris Mikhailov, wiens foto’s ik ooit op het internet tegenkwam. In tegenstelling tot Thérèse of het vrijende koppel in de film van Jennifer Lyon Bell, zijn de mensen in deze foto’s zich bewust van het starende oog van de camera. De Oekraïense kunstenaar en fotograaf maakte vanaf 1996, vijf jaar na de ondergang van de Sovjet Unie, gedurende twee jaar honderden foto’s van dak- en rechtelozen in zijn geboorteplaats Kharkov, die hij publiceerde in een boek: Case History.

Voyeurisme staat zelden op zichzelf: kijken wordt beantwoord door bekeken worden, door de ander of door jezelf.

Tegen betaling en een warme maaltijd poseerden de modellen als performers voor de camera. Soms zijn ze naakt en nemen ze een uitdagende positie aan, of tillen ze hun kledingstukken op om hun lichaam te laten zien: buiken, borsten, billen, wonden, vervormingen, uitslag en een tatoeage van Lenin. Rauwe beelden zijn het, die de zwaarte van hun bestaan laten zien, maar niet bedoeld zijn om sympathie op te wekken. De modellen belichamen ‘de ander’, de randen van de samenleving waar je normaal met je rug naartoe staat. ‘‘Kijk naar ons!’’, dagen de mannen en vrouwen op de foto’s je uit. Kijkend naar de foto’s overvalt me een gevoel van diepe schaamte, maar mijn blik afwenden is onmogelijk: deze mensen kijken terug.  

Boris Mikhailov, uit de serie Case History, 1996-1998
Boris Mikhailov, uit de serie Case History, 1996-1998

 

Dit artikel maakt deel uit van een reeks artikelen die verschijnt over ongemak.
Deze reeks artikelen is mogelijk gemaakt door stichting Niemeijer Fonds.

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl