Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Het eenzijdige perspectief in kunstonderwijs - afstuderen met Pelin Karar

10-07-2020 Sophie Smeets

Wie dit jaar afstudeert heeft een turbulente afsluiting van vier jaar aan de academie. Ateliers sloten, eindexamen exposities werden uitgesteld of afgelast, en stages werden vroegtijdig gestopt. Voor veel studenten autonome kunst is het examen of de afstudeertentoonstelling uitgesteld tot na de zomer, maar de jonge kunstdocenten van de docentenopleidingen door heel Nederland studeren wel nu af. Het zijn studenten met frisse ideeën over kunstonderwijs, over hoe de overdracht van kunst eruit moet zien en over welke rol kunst kan spelen in de samenleving anno 2020. Daarom interviewt Mister Motley de komende drie weken deze studenten over hoe de afgelopen periode voor hen was, hun afstudeerproject en hun toekomst. We bellen met studenten uit Leeuwarden, Zwolle, Amsterdam, Groningen, Maastricht, Tilburg, Arnhem, Utrecht en Rotterdam. Opdat hun afstuderen niet onopgemerkt voorbij gaat. Vandaag Pelin Karar van de Willem de Kooning Academie.
 

Voor haar eindproject heeft Pelin onderzoek gedaan naar hoe kunstdocenten omgaan met klassen waarin leerlingen met verschillende culturele achtergronden zitten. Ook maakte ze een performance waarin ze in gesprek gaat met zichzelf over hoe haar eigen culturele achtergrond een rol speelt in de interpretatie van verschillende kunstwerken. 

Wat voor soort problematiek is er aanwezig in het huidige kunstonderwijs in klassen met veel leerlingen met een bi-culturele achtergrond? 
Het grootste probleem is dat kunsteducatie in het voorgezet onderwijs echt vanuit een heel erg eenzijdig perspectief wordt gegeven. Bij een vak als Kunst Algemeen worden vrijwel alleen westerse kunstenaars besproken, en wanneer niet-westerse kunst wel aan bod komt, wordt er besproken hoe westerse kunstenaars op die kunst reageren. Niet-westerse kunst komt alleen als bijzaak aan bod en andere perspectieven op kunst worden vaak helemaal niet behandeld. Dat is natuurlijk heel raar, vooral als je bedenkt dat vijftig procent van alle mensen in Rotterdam bijvoorbeeld een niet-westerse achtergrond heeft.

Hoewel ik me natuurlijk in de Nederlandse kunstwereld begeef, heb ik zelf ook meegemaakt dat mijn culturele achtergrond soms botst met bepaalde lessen op de academie. Toen ik modeltekenen als vak koos, moest ik er echt even wennen dat ik een naakt persoon moest tekenen. Er zijn bepaalde onderwerpen, zoals bijvoorbeeld seksualiteit, die vanuit een Nederlandse achtergrond heel normaal zijn, maar vanuit een andere culturele achtergrond soms best moeilijk kunnen zijn. Sommige leerlingen of studenten zijn nou eenmaal niet gewend om bepaalde beelden te zien, of voelen tegenover zulke onderwerpen schaamte. Ik wil niet zeggen dat die onderwerpen dus niet behandeld moeten worden in de klas, maar ik denk wel dat het belangrijk is om als docent bewust te zijn hoe je ermee omgaat wanneer er mensen met een andere culturele achtergrond in de klas zitten.

Niet-westerse kunst komt alleen als bijzaak aan bod en andere perspectieven op kunst worden vaak helemaal niet behandeld.

Hoe kan je dat als docent aanpakken?
Ik denk dat het belangrijkste is dat docenten, samen met de leerlingen, reflectief nadenken over wáár hun eigen perspectief op kunst vandaan komt. Hoe zijn mijn normen en waarden gevormd? Waarom kijk ik op deze manier naar een kunstwerk, terwijl iemand anders zich er misschien wel ongemakkelijk bij voelt? En waar komt dat ongemak eigenlijk vandaan? Het gaat er vooral om dat die verschillende perspectieven op kunst als gelijkwaardig worden gezien. We moeten met elkaar in gesprek gaan.

Voor mijn scriptie deed ik een onderzoekje onder museumdocenten, middelbare schooldocenten en docenten in opleiding over hoe ze, tijdens een rondleiding in een museum, bepaalde kunstwerken zouden bespreken afhankelijk van hoeveel bi-culturele leerlingen er in de groep zaten. Ik was vooral geïnteresseerd in wat zij verwachtten wat de associatie van de leerlingen met het werk zou zijn, wat hun eigen associatie met het werk was, welke vragen ze wel of niet aan de groep zouden stellen en hoe ze een discussie met de klas zouden aanpakken. 

De docenten gaven bijna allemaal aan dat in ze in zulke gevallen vooral benieuwd waren naar wat de leerlingen zelf in de kunstwerken zouden zien en dat ze veel ruimte zouden laten voor een gesprek. Als docent wilden ze zich dan vooral als gesprekleider opstellen en open vragen stellen aan de groep. Dat lijkt mij heel goed. 

Ik denk dat het belangrijkste is dat docenten, samen met de leerlingen, reflectief nadenken over wáár hun eigen perspectief op kunst vandaan komt.

Vorige week werd er in de tweede kamer een motie aangenomen om lessen over racisme en het koloniale verleden op te nemen in het curriculum van zowel het primair- als het voortgezet onderwijs. Kunnen de kunstlessen op scholen ook een schakel zijn bij deze onderwerpen?
Absoluut. Ik denk dat kunst op scholen hierin een rol móét spelen. Op middelbare scholen heb je natuurlijk ook vakken als maatschappijleer en levensbeschouwing, waarbij normen en waarden worden behandeld en bevraagd. Bij een kunstvak bespreek je deze onderwerpen misschien minder direct, maar je bent bezig met ervaren en beeldvorming. Kunst kan op die manier een heel belangrijke rol spelen in het vormen van waarden en normen. Nog te vaak wordt er in kunstonderwijs vrijwel alleen gekeken naar de beeldaspecten van een kunstwerk, maar ik denk dat we veel meer zouden moeten praten over wát we nou eigenlijk zien en over hoe een beeld zich tot de samenleving verhoudt. Ook zijn er heel veel kunstenaars die heel activistisch werk maken rondom racisme en dekolonialisatie. Volgens mij kun je echt een verschil maken door ook dat aan te bieden in de klas. 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl