Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Het Eiland Ik

09-02-2021 JAM van der AA

Over sociale afstand en het nut daarvan voor het ontwikkelen van een milde mening.

Het Eiland Ik1
Toen ik studeerde was er een periode waarin wij, studiegenoten, nadachten over wat eenzame opsluiting met ons zou doen. Vind je dan je kern? Je eigenheid?
Vooral die eigenheid leek ons als beginnend kunstenaar belangrijk. We keken klassiekers als Andrej Roebljov (1966), waarin de hoofdpersoon een zwijgplicht aflegt. In Le Papillon (1973) zagen we wat eenzame opsluiting met je kan doen, als Charri
ère beschrijft hoe hij als gevangene op het Duivelseiland twee jaar doorbrengt in een isolatiecel.

Vooral die eigenheid leek ons als beginnend kunstenaar belangrijk.

Er was een klasgenoot die besloot om tijdelijk niet meer te praten en ik heb me destijds een dagdeel in een isoleercel op een TBS-afdeling laten opsluiten. Er waren studiegenoten die bedachten dat ze een ervaringsbureau wilden beginnen. Ze boden, in concept, mensen de gelegenheid om een periode lang ontvoerd te worden2, bij wijze van entertainment in een wat onbestemde, wezenloos aandoende tijd. Waarschijnlijk hebben vooral mensen met een geprivilegieerde positie dergelijke fantasieën, maar dat wil niet zeggen dat ze oninteressant zijn. Laten we wel wezen: ontvoerd worden wekt zéker een rollercoaster aan onbekende, onontgonnen emoties tot leven in een ingedut en kabbelend systeem. Saai zal het in ieder geval niet zijn.

Sociale terugtrekking
De gedachte dat je terug zult keren tot een wezenlijke kern als je volkomen op jezelf aangewezen wordt onder nogal oncomfortabele of sobere omstandigheden, dat dit eenzame lijden de ware aard van een mens laat zien, is bepaald geen nieuw idee. In de Spartaanse levenswijze werd door Griekse tijdgenoten ook al met bewondering gekeken naar begrippen als ‘authenticiteit’ en 'zuiverheid'.

Bezien tegen verschillende achtergronden zijn er lange tradities van trachten een ‘ware ik’ te vinden door middel van tucht, soberheid en afzondering. Of waarin gepoogd wordt het ‘ik’ juist volkomen te verliezen, om in contact te komen met het goddelijke, ware of zoiets onwaarschijnlijk puurs als inspiratie. Om een orakel, een doorgeefluik van het een of ander te zijn. Dit verschijnsel zien we wereldwijd terug in vrijwel alle natuurgodsdiensten en in uiteenlopende sjamanistische praktijken. En altijd speelt terugtrekking uit het sociale leven daarbij een belangrijke rol.

Emily Dickinson

Waarschijnlijk hebben vooral mensen met een geprivilegieerde positie dergelijke fantasieën, maar dat wil niet zeggen dat ze oninteressant zijn.

Door de toegenomen tijd die we alleen (moeten) doorbrengen, met weinig afleiding buiten de deur, ben ik mij gaan oriënteren op de voordelen van dat sobere alleen zijn. Een medaille heeft altijd twee kanten. Dit is een periode waarin ik bijna iedereen hoor over wat zij missen. Maar ik denk, wanneer je het in een breder perspectief plaatst, er ook vooral heel veel gevonden kan worden. Op het Eiland Ik. Waar je helemaal tot jezelf kunt komen.

Lange tijd werd van de Amerikaanse dichter Emily Dickinson (1830 - 1886) gedacht dat ze aan pleinvrees leed. Recenter onderzoek naar haar correspondentie suggereert dat haar steeds verdere afzondering van het sociale leven een zelfverkozen isolatie was, om beter tot haar kern te kunnen komen. Haar gedichten laten scherpe observaties uit het dagelijkse leven en uit haar eigen bewustzijn zien. Om daartoe te komen is een bepaalde solitaire concentratie een vereiste.

Het lijkt erop dat zij koos voor een afgezonderd leven, in navolging van de Amerikaanse schrijver Thoreau, die een vorm van het transcendentalisme in de praktijk probeerde te brengen. “Our life is frittered away by detail. Simplify, simplify," is een quote van hem: Houd je slechts met de echt belangrijke zaken bezig. Thoreau trok zich twee jaar lang terug in een hut aan een meer (Walden Pond) en hij schreef later het boek Walden, of Life in the Woods (1854) waarin hij beschrijft hoe je een eenvoudig leven in de natuur kan leiden, afgezonderd van de 'beschaafde' samenleving. Het thema ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ past bij de insteek voor een naïeve levensstijl waarbij het individu vooral naar zichzelf luistert en de eigen regels bepaalt. 

In Japan is het niet altijd een verlangen naar burgerlijke ongehoorzaamheid wanneer men zich terugtrekt. Het is vaker het onvermogen om aan de heersende sociale maatstaven te voldoen, dat er voor zorgt dat mensen afhaken. In Japan heeft dit kluizenaarschap een officiële status. Hikikomori3 worden de mensen genoemd die weigeren hun huis of kamer te verlaten gedurende zes maanden of langer. De Japanse psychiater Tamaki Saitō voegt daar als criterium nog aan toe dat er geen enkele andere mentale stoornis mag zijn die terugtrekking en de mijding van het sociale leven veroorzaken. Bij de gratie van het feit dat familie eten blijft brengen (of geld stuurt), kunnen deze personen in hun zelfverkozen quarantaine blijven.

De Rooms-Katholieke traditie heeft een lange geschiedenis waarin mensen zich afzonderden, om slechts in het gezelschap van God te verkeren, en niet alleen in kloosters waar in groepsverband een leven buiten de mondaine maatschappij wordt geleefd. In het begin van de renaissance lieten vooral vrouwen zichzelf opsluiten. Het jezelf laten inmetselen in een kluis aan een kerk werd een soort hype. In een lang, voorbereidend proces werd, begeleid door zo’n kerk, gekeken of de vrouw in kwestie psychisch bestendig zou zijn tegen een leven in afzondering.

Het is vaker het onvermogen om aan de heersende sociale maatstaven te voldoen, dat er voor zorgt dat mensen afhaken.

De realiteit van het inmetselen stond niet garant voor een totaal afgezonderd leven met een eigen tempo en een heleboel rust, vooral omdat de ingemetselde anachoreet vaak een levende heilige werd. Een soort ingemetseld luisterend oor waar mensen op bezoek gingen voor wijze, inspirerende woorden.
Een bekende anachoreet Agnes Durochier (1390 - 1482) was 80 jaar lang ingemetseld in een ruimte 
in de kerk, vanwaar Durochier de preek kon volgen. 

Hedendaags kluizenaarschap
Door onze huidige situatie zien we verschillen in de mate waarin kunstenaars het openbare leven nodig hebben. Sommige makers kunnen alleen maar werk maken wanneer er van buitenaf een druk bestaat; een geplande expositie of een project met deadline. Andere kunstenaars zonderen zich heel gedisciplineerd iedere dag af in hun atelier en werken daar. 

Door onze huidige situatie zien we verschillen in de mate waarin kunstenaars het openbare leven nodig hebben.

Een vraag die mij meermaals is gesteld, is wat je precies als kluizenaar definieert. Ikzelf vind de precieze definiëring heel oninteressant. Je hebt er écht wel een gevoel bij, of een beeld. Neem nu bijvoorbeeld schrijver Judith Visser. Zij zegt zelden tot nooit af te spreken met mensen. Niet naar verjaardagen en partijtjes te gaan. Ze laat alleen haar honden uit. In een bos. Maar ze komt bijvoorbeeld wel sporadisch op televisie. Waar het om gaat, is dat zij ervoor kiest om de ruis en de prikkels van sociale omgang tot een voor haar leven strikt noodzakelijk niveau terug te dringen om te kunnen schrijven. 

Ik heb ooit het huis van een overleden kunstenaar-kluizenaar gekraakt die slechts op zaterdag buiten kwam. Hij liep dan onder andere naar de V&D om sigaretten en tijdschriften te kopen. Na zijn dood zijn al zijn spullen en creaties uit zijn huis gehaald, in een container gekieperd en vernietigd. Slechts enkele restanten waren er over, over het hoofd gezien. In een huis dat totaal in verval was geraakt. Waar de tand des tijd niet meer tegengehouden kon worden.

De oude man met de wandelstok met spiegels  (zoals veel Nijmegenaren hem kennen), had de hele voorgevel van zijn huis in prachtige kleuren geschilderd. Maar de buren zagen hun huizen in waarde dalen en de schilderingen moest worden weggehaald.

Ik denk nog steeds dat daar, in die container voor dat vervallen huis, een boeiend nalatenschap is teloorgegaan. Maar soms heeft vergane glorie méér zeggingskracht dan de glorie zelf.

In gesprek met onze leegte
Ik betrap mezelf er vaak op dat ik, als ik lange tijd alleen heb doorgebracht, niet alleen terugpraat tegen de miauwende kat. Ik spreek ook de dingen toe. Ik stel mezelf hardop vragen. Ik lees mezelf voor. Ik onderzoek het ritme van een zin. Of de klank van een woord.

Op de universiteit had ik les van Hubert Hermans, die internationaal bekend werd vanwege de dialogical self theory. Kort samengevat hebben wij mensen een meerstemmig zelf. Dialogische relaties spelen zich niet alleen af tussen personen, tussen groepen en culturen. Er zijn ook verschillende ‘ik-posities’ die zich binnen het zelf van de individu aftekenen. Hermans omschrijft dat dialogische relaties tussen personen, groepen en culturen enkel mogelijk zijn als een individu in staat is om productieve dialogen of dialogische relaties te hebben met zichzelf. Ik schaam me sindsdien minder erg voor het feit dat ik hele gesprekken voer met mijn dressoir.

Meg Forsyth, Observer, Lavender

Kort samengevat hebben wij mensen een meerstemmig zelf. 

De Observers van kunstenaar Meg Forsyth doen mij aan deze dialogical self theory denken. Ik kende haar werk vooral als grafische, nogal abstract aandoende schilderijen. In de loop van afgelopen Covid-19 zomer begon Meg Forsyth te experimenteren met het idee van de toekijkende beschouwer. Door een gebrek aan toeschouwers, ging zij een publiek portretteren dat eigenlijk niet bestond. Ze begon deze fictieve portretten in zachte pastelkleuren te tekenen en ze aan de muur te hangen, tegenover de plek waar normaal de schilderijen hangen waar zij aan werkt. Zodat de Observers de onderwerpen in haar geschilderde werk, aan de overkant van het vertrek kunnen observeren. Sommige gezichten lijken kritischer dan anderen.

Meg Forsyth, Observers, Under The Green Penumbra

Zodat de Observers de onderwerpen in haar geschilderde werk, aan de overkant van het vertrek kunnen observeren.

Meg Forsyth bedeelde elke Observer een rol toe. With Disgust, The Botanist, The Virologist, The Skeptic om een paar voorbeelden te noemen. Deze Observers kunnen een stand-in zijn, een elegante oplossing voor het gebrek aan publiek en aan sociale interactie. Het mooie is dat er ook een Observer (In Pink Shirtis die gewoon een roze T-shirt aan heeft. Er is geen enkele reden dat alleen specialisten of mensen met een sterke mening geïnteresseerd zouden zijn in de onderwerpen van haar werk. En dat maakt de groep personages die Meg Forsyth bedenkt veelzijdig. Het spannende is dat de Observers zich ook buiten haar atelier kunnen gaan verhouden tot haar schilderijen.

Kunstenaar Laura Bolscher onderzoekt in recent werk hoe je op relatief grote afstand (de breedte van de Waal, 200 meter) met anderen kunt communiceren. Zonder mobiele telefoon. Staande op een installatie die deze communicatie onderzoekt, tuur je als toeschouwer door een verrekijker naar een communicatiepunt aan de overkant van de Waal. De installaties aan beide oevers fungeren als speelse communicatiemiddelen. Je kunt als het ware de ander aan de overkant lezen, bijvoorbeeld op basis van de kleur van een te hijsen vlag, en een soort codetaal met stenen. En dan ontvouwt zich een spel van mogelijkheden en vooral ook van onmogelijkheden. Want elk communicatiepunt is voorzien van andere communicatiemiddelen, er kan niet met dezelfde middelen worden ‘geantwoord’.

Laura Bolscher , foto: Gijs Velsink

En dan ontvouwt zich een spel van mogelijkheden en vooral ook van onmogelijkheden.

Omdat de communicatiemiddelen die de installatie biedt overduidelijk fysiek en non-verbaal zijn door de tussenruimte die de rivier vormt, brengt het een nog groter gevoel van vervreemding teweeg. De toeschouwer wordt zich bewust van de moeilijkheden als onze gesprekspartner zich niet binnen een bepaalde afstand bevindt en je niet kunt terugvallen op specifieke vaardigheden, zoals taal of gezichtsuitdrukkingen.

Het werk laat zien dat om afstand te overbruggen een vindingrijkheid, een investering en een creatief of onderzoekend vermogen gevraagd wordt. Ten minste, als je tot verbinding wilt komen.
In gesprek met Laura Bolscher ontdekte ik dat het haar in dit werk niet per se gaat om begrip. Bij dit werk moet je op komen dagen, anders gaat het niet werken. Je moet verdragen dat je de ander niet begrijpt. En dan kun je, mits je bereid bent dingen uit te proberen, eventueel toch tot verbinding komen.

Laura Bolscher, foto: Tygo van Dijk

Het werk laat zien dat om afstand te overbruggen een vindingrijkheid, een investering en een creatief of onderzoekend vermogen gevraagd wordt.

De patronen die zich tussen mensen afspelen zijn steeds een variatie op dezelfde grondvorm. Maar wij zijn vaak niet in staat om over de grenzen van onze sociale groep en de daarbij horende normen heen te kijken.
Daarom vind ik de pogingen van kunstenaars tot onderzoek naar gesprek of verbinding waardevol. Net zoals kunstenaars die de confrontatie met zichzelf aangaan en daardoor ook met de condition humaine.
Met jezelf móet je het weer bijleggen, als je flink ruzie hebt gemaakt omdat er in jezelf een tweestrijd is ontstaan.

---------------

1 Deze titel ontleen ik aan het werk Het eiland Ik (2017) van Remco W. Visser

2 De film The Game kwam in 1997 uit en het kan best mogelijk zijn dat de studiegenoten zich hebben laten inspireren door deze film. Naar het schijnt was er in 2013 een bedrijf in Detroit waar je vanaf 500 dollar een Extreme Kidnapping vanaf 4 uur kon bestellen en het lijkt erop dat deze ‘service’ afgelopen augustus weer nieuw leven is ingeblazen voor heel Michigan.
Het illustreert in ieder geval de vraag naar hoe origineel en ‘eigen’ we denken. Vaak valt dat wat tegen. Max Siedentopf plaatste op 13 oktober jl. een werk op Instagram, waarop hij direct werd beschuldigd van plagiaat. Een korte zoektocht door cyberspace liet ons zien dat het werk zelfs nog veel eerder door meerdere anderen al was gemaakt.

3 (ひきこもり of 引き篭り; vertaling: sociale terugtrekking).
 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl