Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Kunstenaars, stem een wereld

15-03-2021 Jonas Staal, Anthony Heidweiler en Maria Barnas

Op 17 maart gaat Nederland naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen. Wat staat er in de partijprogramma’s over kunst en cultuur?  Deze vraag stelde de Akademie van Kunsten aan haar leden en zij schreven reflecties op de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen. 
Mister Motley publiceert  vandaag de bijdragen van kunstenaar Jonas Staal, operamaker Anthony Heidweiler en schrijver en kunstenaar Maria Barnas. 

 

--REFLECTIE JONAS STAAL OP DE VERKIEZINGEN--

Kunstenaars, stem een wereld

Als kunstenaar is het niet genoeg te stemmen op een politieke partij alleen omdat deze bereid blijkt de culturele sector financieel te ondersteunen. Want de waarde en betekenis van kunst en cultuur staan niet op zichzelf, hoe vaak de versleten beschrijving van de “intrinsieke waarde van kunst” in de cultuurdebatten ook langs mag komen. Kunst en cultuur bestaan niet in isolement, hun vorm en betekenis zijn mede de uitkomst van sociale, politieke, economische en ideologische krachten.

Door de geschiedenis heen heeft kunst en cultuur ten dienste gestaan van dominante machtsstructuren, of dit nu de kerk, de monarchie, de vermogende bourgeoisie of de staat was. Ook in recente tijden is dit het geval. Slinkende staatsfinanciering heeft kunst in handen gebracht van de 0,1% heersende klasse, als versiering voor de privéjacht of slimme investering met belastingvoordeel. Of, zoals het geval in Polen en Hongarije – en in de fascistoïde dromen van Thierry Baudet en Martin Bosma – dient de kunst autoritaire regimes en geeft zij vorm aan een mythische en gewelddadig etnisch nationalisme.

Nieuwe ideeën over kunst, over wie het maakt, wie er toegang tot heeft, en wie erdoor wordt vertegenwoordigd, is altijd het resultaat geweest van progressieve bewegingen en revolutionaire omwentelingen. Ook vandaag de dag zijn kunstenaars en cultuurmakers verbonden aan tal van emancipatorische politieke bewegingen, van Black Lives Matter tot Extinction Rebellion, om niet langer kunst te maken die de heersende macht dient, maar met kunst bij te dragen aan het verbeelden en realiseren van een nieuwe egalitaire samenleving.

Onze taak als kunstenaars zou niet moeten zijn te bedelen voor wat centen van de status quo, maar de status quo fundamenteel te ontmantelen. Met welke politieke partijen kunnen we ons verbinden in dit streven? Welke partijen omarmen de radicale, emanciperende verbeeldingskracht om niet alleen kunst, maar onze gehele samenleving te transformeren?

Als kunstenaar is het niet genoeg te stemmen op een politieke partij alleen omdat deze bereid blijkt de culturele sector financieel te ondersteunen.

De Socialistische Partij loopt nog altijd voorop als het gaat om lokale mobilisatie en verzet tegen sloop van sociale huurwoningen en de precarisering van arbeiders. GroenLinks is transnationaal het meest succesvol als deel van het Groene blok in het Europees parlement. De Partij voor de Dieren verwerpt mens-centraal denken in naam van een planetaire politiek. NIDA is uniek in haar religieuze inspiratie als basis van progressieve politiek. De Piratenpartij staat als enige een wezenlijke digitale revolutie voor. BIJ1 loopt het verst voorop in haar gelijktijdige strijd tegen neokolonialisme, kapitalisme en institutioneel racisme, en stelt een “intersectionele” politiek voor, wat zoveel wil zeggen dat zij de crises van onze tijd – klimaatverandering, etnisch profileren, economische precarisering, seksisme en uitbuiting van het globale zuiden – niet als geïsoleerde fenomenen beschouwd, maar intrinsiek met elkaar verbonden. Om deze crises te bevechten is systeemverandering noodzakelijk, en dekolonisatie een sleutelwoord.

Geen van deze voorbeelden uit de partijprogramma’s gaat direct over kunst. Zij gaan over de wereld waarin wij kunstenaars zijn, en over de nieuwe werelden en werkelijkheden die wij via ons artistieke werk kunnen helpen verwezenlijken. Vanzelfsprekend zijn de cultuurparagrafen hierin van belang, daar vinden we voorstellen cultuurbezuinigingen terug te draaien, koloniale roofkunst te retourneren, cultuureducatie te bestendigen, vrijplaatsen te steunen en een accurate representatie van kunst en cultuurgeschiedenis in musea, theaters en de publieke omroep te garanderen (veelal aangeduid middels de term “diversiteit”). Dat alles is essentieel voor de kunst, maar nog niet genoeg voor de wereld.

BIJ1 loopt het verst voorop in haar gelijktijdige strijd tegen neokolonialisme, kapitalisme en institutioneel racisme, en stelt een “intersectionele” politiek voor, wat zoveel wil zeggen dat zij de crises van onze tijd – klimaatverandering, etnisch profileren, economische precarisering, seksisme en uitbuiting van het globale zuiden – niet als geïsoleerde fenomenen beschouwd, maar intrinsiek met elkaar verbonden.

Op dit moment stevenen we af op een winst van de VVD, gevolgd door de PVV. Twee partijen die de rechtstaat structureel ondermijnen, racisme legitimeren en propageren, en klimaatcatastrofe óf bagatelliseren óf zelfs geheel ontkennen. In hun realiteit is er voor kunst alleen plek als versiering voor bankiers of als nationalistisch cultuurgeweld. Meer dan ooit hebben wij als kunstenaars een taak hun levensgevaarlijke agenda te bevechten door andere werelden van fundamentele gelijkwaardigheid uit te dragen en deze vorm, geluid, gevoel, ruimte en stem te geven.

Als we ons geen andere wereld kunnen verbeelden, dan kunnen we die ook niet realiseren. Kunstenaars, kies daarom op 17 maart niet voor de kunst alleen: stem een wereld.

Jonas Staal, kunstenaar propagandaonderzoeker en lid van de Akademie van Kunsten

Portretfoto: Stephan Vanfleteren, in opdracht van Akademie van Kunsten
Portretfoto: Stephan Vanfleteren, in opdracht van Akademie van Kunsten

 

--REFLECTIE ANTHONY HEIDWEILER OP DE VERKIEZINGEN--

Bomen die langzaam groeien krijgen diepe wortels

Binnen de faculteit filosofie aan verschillende nationale en internationale universiteiten is iets cruciaals aan het veranderen binnen het curriculum. De verandering is ingezet door studenten en ze wordt gevolgd door docenten die ruimte willen maken voor de studie naar filosofen buiten de West-Europese en Noord-Amerikaanse canon om. In een artikel in Trouw (2017) beschreef Kiki Kolman vanuit welke urgentie deze verandering plaatsvond: “Hoe kan filosofie ooit meer aantrekkelijk worden voor studenten met een diverse achtergrond, als zij zich niet herkennen in de docenten noch in de voorgeschreven auteurs.”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart is het politieke signaal richting de kunsten duidelijk: investeer in culturele diversiteit. De overheid legt het beleid in eerste instantie neer bij de culturele instituten. Maar waarom wordt het kunstvakonderwijs niet nadrukkelijker uitgenodigd om een duidelijker diversiteitsbeleid te voeren, met bijbehorende financiële middelen? Om me heen zie ik de worsteling van de culturele instellingen met het onderwerp. De belangrijkste reden: het is moeilijk mensen van kleur te vinden omdat de huidige kunstvakopleidingen te wit zijn. Veel jongeren van kleur met ambitie om in de toekomst in de kunsten te werken, herkennen zich niet in het white framing curriculum van de opleidingen.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart is het politieke signaal richting de kunsten duidelijk: investeer in culturele diversiteit.

De oplossing lijkt me duidelijk: het kunstvakonderwijs moet investeren in onderzoek naar een geleidelijke verandering binnen het curriculum. Geef studenten en docenten aan de kunstvakopleidingen bijvoorbeeld de gelegenheid kennis te maken met andere kunsttradities. Door een oprechte interesse in diverse kunsttradities worden niet alleen de verschillen zichtbaar en hoorbaar, maar vooral ook de overeenkomsten waarvan we het bestaan niet eens wisten.

Als de politiek het beleid rond culturele diversiteit de komende decennia vooral concentreert op het kunstvakonderwijs, zullen jongeren met een cultureel diverse achtergrond eerder de keus maken voor een kunstopleiding. Ze kunnen er een breder wereldbeeld ontwikkelen, wat uiteindelijk leidt tot een grotere diversiteit van kunstdocenten voor de klas en kunstenaars op podia en in musea.

Er bestaat een prachtige uitdrukking die de politiek zich in de oren kan knopen: bomen die langzaam groeien krijgen diepe wortels. Geef de kunstensector in de breedste zin van het woord de tijd voor een diversificatie van het kunstbeleid. Daar is vanuit een scherpe dialoog, tijd en rust voor nodig, trek er zeker 20 jaar voor uit.

In een tijd met allerlei onzekerheden en gevaren voelt iedereen op de een of andere manier de urgentie om de wereld opnieuw te bekijken. De kunsten kunnen en moeten daarin een inspirerende rol spelen. Kunst is per slot van rekening een vitaal onderdeel van onze wereld. En natuurlijk moet de overheid (op gepaste afstand) deze omslag omarmen. Geen verstikkende omhelzing, geen koude douche van codes en regels, niet beleren, maar stimuleren.

Anthony Heidweiller, operamaker en lid Akademie van Kunsten

Portretfoto: Jelmer de Haas, in opdracht van Akademie van Kunsten
Portretfoto: Jelmer de Haas, in opdracht van Akademie van Kunsten

 

--REFLECTIE MARIA BARNAS OP DE VERKIEZINGEN--

Vaarwel

Het kan zijn dat ik een te hoge verwachting heb van cultuur. Naar mijn idee is cultuur allesomvattend als het landschap dat mij omringt. Het kan de vorm aannemen van een steeg, een plein, een park, een polder, een zeewering met de zee daarachter en het denkbeeldige landschap dat er altijd doorheen schemert: wat ik me herinner, waar ik liever zou willen zijn.

Deze voor mij haast vanzelfsprekende vermenging van werkelijkheden maakte wellicht dat ik me meer thuis voelde op de kunstacademie dan op de universiteit. Halverwege de jaren '90 heb ik een jaar Engels gestudeerd. Wat ik me daarvan herinner - en ik sluit niet uit dat ik er iets bij heb verzonnen - is dat het woord landschap door de Friezen is meegenomen naar Engeland. Je hoort er nog steeds iets Noord-Hollands in: landskap - klanken die in de Engelse mond gemakkelijker liggen als landscape.

Een van de mooiste woorden die de Engelse taal heeft verrijkt, is 'vaarwel'. Ik stel me daarbij voor dat zeelui werden uitgezwaaid door familieleden, die vaarwel nog letterlijk bedoelden: vaar goed, kom veilig thuis. Toen een terugkeer uitbleef, kreeg het woord aan beide zijden van de Noordzee een meer onheilspellende betekenis. Wie vaarwel nu in de mond neemt, spreekt een lange geschiedenis uit van verlangen en vervormde betekenis.

Het kan zijn dat ik een te hoge verwachting heb van cultuur. Naar mijn idee is cultuur allesomvattend als het landschap dat mij omringt.

Het kan zijn dat ik een te hoge verwachting heb van wat taal vermag. Het kan zijn dat ik een te hoge verwachting heb van hoe mensen zouden kunnen omgaan met het begrip 'cultuur'. Wanneer ik de politieke programma's van de meest prominente partijen lees, krijg ik de indruk dat zij cultuur zien als een diersoort op smeltend drijfijs dat een geklimatiseerd, omheind park nodig heeft of op z'n minst een reddingsbrigade om uitsterven te vertragen.

Het CDA ziet weliswaar dat taal, cultuur, religie, tradities en folklore een rol spelen bij identiteit en verbondenheid, maar ziet - net als de SP - de vruchten daarvan bij voorkeur terug in een historisch museum. De ChristenUnie meent dat kunst, cultuur en creativiteit de samenleving verrijken. Het is het snufje zout op de aardappel, zou je kunnen zeggen.

D66 heeft de meest gerichte plannen om de positie van de kunstenaar te versterken: de partij ziet kunst en cultuur als een fundament, maar ook als iets waar iedereen van zou moeten kunnen genieten. Uit die toevoeging blijkt dat cultuur niet wordt gezien als iets wat vanzelfsprekend al van iedereen is. En waarom moet er altijd genoten worden van cultuur? Kunst kan - als deel van het leven - verschrikkelijk zijn.

De VVD wil hedendaagse cultuur graag toegankelijker maken en geeft daarbij een voorbeeld uit 1581. GroenLinks vindt dat de waarde van cultuur wordt miskend. De partij wil investeren in kunst en cultuur, met extra aandacht voor inclusie, diversiteit en jonge talenten en met goede arbeidsvoorwaarden voor kunstenaars en mensen achter de schermen. Met de beste bedoelingen richt GroenLinks zich daarmee uiteindelijk op niet meer dan een actieve reddingsbrigade.

Geen van de partijen zegt: wij zijn onze cultuur, cultuur bepaalt wie wij zijn. Nergens lees ik:

kunst is noodzakelijk om onze cultuur te bevragen en aan te scherpen.

Wie van cultuur iets bijzonders maakt dat hulpbehoevend is, zegt er 'vaarwel' tegen. Cultuur behoeft - net als ons landschap dat (inclusief koeien in de wei en KLM-vliegtuigen aan de blauwe hemel) te zien valt als één groot gesubsidieerd kunstwerk - stelselmatig aandacht en financiële ondersteuning omdat cultuur is wie we zijn. En - misschien nog wel belangrijker - wie we zouden kunnen zijn.

Maria Barnas, schrijver en lid van de Akademie van Kunsten

Portretfoto: Blommers Schumm, in opdracht van Akademie van Kunsten
Portretfoto: Blommers Schumm, in opdracht van Akademie van Kunsten

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl