Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Lieve vreemde: LA Raeven en Alma Mathijsen schreven elkaar brieven

04-05-2020 Redactie

Zodra iemand een brief verstuurt, vindt er een ontmoeting plaats, ‘ik’ wordt ‘wij’. Brieven brengen een contact tot stand dat onvergelijkbaar is met ieder ander medium. Ze kenmerken zich door bezinning, aandacht en intimiteit, en door de tijd tussen schrijven en ontvangen. In reactie op het Holland Festival, waarin het streven naar een ‘wij-gevoel’ in veel voorstellingen terugkomt, stelt mister Motley een speciale rubriek samen. Kunstenaars en schrijvers worden uitgenodigd om per brief met elkaar van gedachten te wisselen over kunstenaarschap, gemeenschapszin en hoe deze twee met elkaar verbonden zijn. 

Vandaag publiceren we de briefwisseling tussen de kunstenaars LA Raeven en Alma Mathijsen. Het lukt hen niet de wereld buiten hun brieven te houden. 'Sorry dat mijn brief zo persoonlijk is, ik merk dat ik mezelf slecht kan afremmen.' schrijft Alma al in haar openingsbrief. Alma werd ziek zonder er zeker van te zijn of het om corona ging en LA Raeven zag een net geopende tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum weer sluiten. De drie corresponderen heel vrijmoedig over hun angsten, over vergankelijkheid, over al dan niet opgroeien in een huishouden waar het kunstenaarschap juist wel of niet werd gestimuleerd, over de loomheid die de quarantaine met zich meebrengt over kunstwerken die ten tijde van een crisis actueler worden. 'Mensen worden verdrietig, boos of emotioneel als ze ons werk zien. Omdat het te dicht bij hun zelf in de buurt komt,' schrijft LA in hun tweede brief. 

Vanwege de sluiting van het Bonnefantenmuseum is ook Annelies, het robotzusje van LA Raeven, niet zichtbaar voor het publiek. Alma schreef haar het volgende: 'Wees niet bang nu er niemand naar je kijkt. Het is nu heel erg stil. De mensen blijven thuis omdat ze luisteren naar wat de premier zegt, er is even geen tijd voor beeldende kunst. Dat moeten we nu vanaf een scherm tot ons nemen. We moeten het doen met de beelden die al aan onze muur hangen. Dat is moeilijk. Want juist nu kan kunst een grote rol spelen. Want er is veel onzekerheid. Ook voor jou helaas. We weten niet wanneer we weer door de hallen van een museum mogen banjeren.' 


Alma verstuurde de eerste brief:


Lieve L.A. Raeven,

Ik weet niet goed hoe ik jullie moet noemen. Wat willen jullie zelf het liefste? Liesbeth en Angelique? Angelique en Liesbeth? Zusjes? Dag tweelingzusjes? L.A.? Ik heb jullie nooit ontmoet. Ik ken jullie wel. Het is nu pas dat ik begrijp waar L.A. voor staat, stom eigenlijk. Want ik kende jullie namen al.
Het lukt me niet om de wereld buiten deze brief te houden. Ik zit vandaag voor de voor de zevende dag in quarantaine. Dat klinkt misschien hysterisch, zo voelt het niet. Nog voor alle maatregelen werden aangekondigd door onze premier werd ik ziek. Ik kreeg hoge koorts en moest soms zo lang hoesten dat ik moeilijk kon ademen. Ik belde mijn huisarts meerdere keren, telkens kreeg ik de assistent aan de lijn. Hij heet Hans en is niet erg aardig. Ik vertelde mijn symptomen.
De eerste keer: ‘Zelfs als je in aanraking was met iemand die het had zouden we je niet testen, dan moet je gewoon thuis blijven.’
De tweede keer: ‘Alleen als de klachten heel erg zijn laten we een test doen.’
Ik hoestte mezelf wakker. Ik hoef niet bang te zijn dat ik iemand anders wakker hoest, ik woon alleen. Al zijn de muren van mijn huis dun, misschien heb ik mijn buren gestoord. Dat zou ik wel fijn vinden, want soms voelde het of ik heel erg alleen was. Hoe wonen jullie nu? En zijn jullie ook bang? Ik ben bang. Niet zo zeer om zelf ziek te worden, misschien heb ik het al, dat zal ik niet weten, maar meer bang voor mijn familie. Mijn moeder geloofde dat het allemaal wel mee zou vallen. Ze wilde uiteten met mijn stiefvader. Ik heb ze haast gesmeekt om niet te gaan. Uiteindelijk hebben ze afgehaald bij een heel chique restaurant dat daar nog niks van begreep. Misschien ben ik te paniekerig, dat zullen we later pas weten. Misschien komt het omdat ik al zo lang binnen zit. Al denk ik eerlijk gezegd dat ik nog veel banger zou zijn als ik veel buiten zou komen. Daar zijn zwiert het virus door de lucht, plakt het aan de aardappelen in de supermarkt en danst het uit de mond van de barman. Dan blijf ik liever tussen mijn muren. Soms aai ik mijn planten. Of aai ik mezelf. Dan zeg ik dat het niet erg is dat ik bang ben. Niemand gaat me aanraken de komende maanden, daar heb ik vrede mee. We mogen geen hand schudden en ik heb geen geliefde. Een vriend vertelde me over de telefoon dat je jezelf kunt knuffelen, dat daarbij dezelfde gelukstoffen vrijkomen. Dat probeer ik doen zonder me zielig te voelen. Raken jullie elkaar aan?
Sorry dat mijn brief zo persoonlijk is, ik merk dat ik mezelf slecht kan afremmen. Als jullie het liever ergens anders over hebben, is dat natuurlijk ook goed.
Ik weet niet zo goed waarom maar jullie lijken me lief. Ik ga vandaag voor het eerst naar buiten om deze brief te posten. Geen angst mijn symptomen zijn al sinds vrijdag over. Maar toch ga ik heel vroeg in de ochtend als iedereen nog slaapt, zodat ik niemand kan besmetten. Met wat dit ook is. Misschien lach ik om een paar maanden heel hard om deze brief, misschien stelde ik me vreselijk aan, misschien niet. Ik hoop op de eerste twee. Schrijven jullie me snel? Dan schrijf ik ook weer snel. Ook al ken ik jullie niet, ben ik benieuwd hoe het met jullie gaat.

Veel liefs in deze verwarrende tijden,
Alma

Daarop ontving Alma de volgende brief:

 






Alma reageerde: 

Hallo L.A.,

Fijn om te weten hoe ik jullie het beste kan noemen. Ik vind het ook mooi, L.A., soms vind ik mijn naam te romantisch. Op de 19e -eeuwse manier bedoel ik. Wat naar dat niemand meer naar jullie werk kan kijken. Het is misschien het beste voor nu, maar toch lijkt het me vreemd dat het er nu is. Jullie hebben er zolang aan gewerkt, zoveel over gedacht en nu bestaat het en kan niemand het zien. Het doet dag en nacht zijn best in het lege museum. Ik hoop dat er misschien muizen in het museum zijn die ’s nachts naar buiten komen om de kunst alsnog te bekijken. Of misschien als het museum uiteindelijk weer open gaat doen alle werken extra hun best en glimmen ze nog iets sterker. Ik ken jullie zusje nog niet. Zij is nu neem ik aan ook helemaal alleen in het museum. Denken jullie dat ze eenzaam is? Mist ze jullie? Zou ze vrienden gemaakt hebben? Is ze bang om het virus te krijgen? Of kan dat helemaal niet? Ik vraag me zo af wat er gebeurt met kunst die niet bekeken wordt. Misschien willen jullie deze boodschap voor de zekerheid aan Annelies overbrengen:

Lieve Annelies,

Wees niet bang nu er niemand naar je kijkt. Het is nu heel erg stil. De mensen blijven thuis omdat ze luisteren naar wat de premier zegt, er is even geen tijd voor beeldende kunst. Dat moeten we nu vanaf een scherm tot ons nemen. We moeten het doen met de beelden die al aan onze muur hangen. Dat is moeilijk. Want juist nu kan kunst een grote rol spelen. Want er is veel onzekerheid. Ook voor jou helaas. We weten niet wanneer we weer door de hallen van een museum mogen banjeren. Het kan natuurlijk ook dat je het prettig vindt zoveel rust. Geen kinderen die te dichtbij komen, of tieners die samen met je op de foto willen en heel sterk naar goedkope parfum ruiken. Je bent tot leven geroepen om zekerheid te bieden aan je zussen. Zo is er nog eentje. Dus deze tijd moet niet heel fijn zijn, gezien de manier waarop je geboren bent. Maar vrees niet. Ooit gaan de mensen terug komen. Ooit zullen mensen je weer aaien. Ooit zullen je zusjes weer naast je komen zitten.

Liefs,
Alma

Ik weet niet of ze er iets aan heeft, maar misschien wel. Ik ben benieuwd naar het andere werk wat L. beschrijft. Misschien wil ik wel de eerste klant van het Bonnefantenmuseum zijn als het weer opengaat. Dan kan ik zien of ik er kwaad van wordt of dat ik juist vertederd raak. Ik neig naar het laatste. Maar vind het moeilijk omdat nu in te schatten.
Wat naar van de paniekaanvallen, A. Ik ken die ook. Hoe zorgen jullie dat jullie rustig blijven onder het tumult dat nu op ons afkomt? Ik vind dat nog best wel moeilijk. Dat idee dat beslissingen de wereld beïnvloeden herken ik. En misschien heb ik dat zelfs wel nu. Door nu naar buiten te gaan of dichtbij anderen te gaan staan, breng je ze in gevaar. Ik vind dat een angstige gedachte en durf daardoor nog maar weinig. Maar ik ga toch maar een wandeling maken, omdat ik ook gek word als ik echt veel binnen blijf zitten.
Och, ik vergeet steeds dat ik mezelf natuurlijk moet introduceren. Mijn naam is Alma Mathijsen. Ik schrijf boeken en soms een stuk voor de krant. Mijn laatste boek heet Ik wil geen hond zijn en gaat over een vrouw die langzaam in een hond veranderd. Ze wil terug naar haar ex-geliefde dus sluit ze zich aan bij een traject waarin je langzaam kunt transformeren tot een hond. Uiteindelijk word je dan terug geplaatst bij je ex-geliefde en kan zoveel van hem of haar houden als hond zijnde. Ik vind het nu wel erg moeilijk om te schrijven. Mijn concentratie is bijna helemaal verdwenen, al probeer ik wel wat notities te maken.

Wat was de brief trouwens mooi versierd! En ik moest lachen om de kinderen van L. die maar alles pakte in de supermarkt. Begrijpen zij wat er aan de hand is nu? Ik kijk vast uit naar jullie volgende brief.

Liefs,
Alma








Waarop Alma schreef: 

Hallo L.A.,

Dank voor jullie brief, het maakt me blij. En elke keer is ie ook zo mooi versierd! Dank Elfje maar van mij. Sorry dat ik zo laat iets terug stuur, ik vond het moeilijk om me ergens toe te zetten in de afgelopen week. Ik raak gewend aan dit nieuwe leven, wat prettig is voor het gemoed, maar het maakt me erg loom. Ik heb geen zin werk te maken, al moet ik aan een nieuw boek schrijven dat al in september uit gaat komen. Lukt het jullie om nog werk te maken? Zien jullie elkaar? En als jullie elkaar niet zien, missen jullie elkaar dan? Ik was al langere tijd bezig met een boek, of eigenlijk mijn memoires, al klinkt dat in het Nederlands een beetje gek. In het Engels klinkt het beter: memoir. Dat is wat het is. Het speelt zich allemaal af in Italië, waar mijn ouders 40 jaar geleden samen een ruïne kochten voor 4000 gulden. Jaar na jaar bouwden ze dat op, en brachten mij mee als baby. Sindsdien ben ik daar elke zomer een paar maanden geweest. Mijn vader overleed toen ik negen jaar was, ik beschrijf onze laatste zomer met hem en onze eerste zomer zonder hem. Vanaf toen waren mijn moeder en ik alleen. Er is daar zoveel gebeurd, ik vertel het allemaal in het boek. Nu ben ik vreselijk aan het twijfelen of ik het heden ook moet opnemen in het verhaal. Moet ik vertellen dat ik 2020 waarschijnlijk niet daar zal komen? Of zijn we dit alles al vergeten als het boek uitkomt? Betrekken jullie deze crisis in jullie werk? Ik weet nog niet zo goed hoe we daar als kunstenaars mee om moeten gaan. Jullie wel? Wordt dit een thema? Ik zag dat Arthur Japin op Twitter zei dat we dit over tien jaar vergeten zijn. Ergens hoop ik dat hij gelijk heeft, al twijfel ik.

Ik vrees dat ik net als de mensen in het museum vergeten ben dat Annelies een kunstwerk is. Al vind ik het zelf ook wel fijn om me op haar te richten. Al mijn angsten laaien op door de Coronacrisis. Door me zorgen te maken om Annelies kan ik waar ik echt bang voor ben buiten huis houden. Het is afleiding op een veilige manier. Al geloof ik ook dat alles wat bedacht is ook echt is. Ook al hebben jullie haar bedacht en gemaakt, ze bestaat wel. Of in elk geval ik wil dat ze bestaat, dat ik mijn eigen emoties op haar mag projecteren. Dat geeft me de illusie van rust. Zoals A. zegt we raken nu collectief de controle kwijt door de crisis. Misschien kunnen we als geheel leren van de kleren van A. Ik heb zelf ook een T-shirt dat ik al heb sinds ik 14 ben, de boord op de nek is helemaal uitgerekt, een stuk van de stof is log gekomen. Toch draag ik dat shirt nog steeds het liefste.
Och ja, ik denk dat het klopt dat ik uit een ‘goede smaak’ nest kom. Al vond ik het soms ook wel lastig want er werd veel van me verwacht. Ik moest viool spelen omdat mijn vader dat ook deed. Ik haatte vioolspelen. Ik was slecht en kon de stok niet tegelijk op en neer halen terwijl ik met mijn vingers de noten moest aanslaan. Uiteindelijk heb ik de viool stuk geslagen, wat heel erg was, want die was geleend. Gelukkig kon die nog wel enigszins gerepareerd worden. Een vader die directeur is van een koekjesfabriek klinkt geweldig. Mochten jullie als kind veel koekjes eten? Ik snap dat het heel moeilijk was om zo uit elkaar gehaald te worden. En wat een tragische vondst om door niet te eten toch bij elkaar te kunnen zijn. Ergens heel slim, ook al is het uiteraard gevaarlijk. Nog slimmer is het om uiteindelijk te besluiten om samen kunstenaar te worden. Kunstenaars zijn inderdaad een beetje raar, al denk ik dat we allemaal een beetje raar zijn. Maar dat kunstenaars dat durven te laten zien. Net zoals jullie.
Het klopt dat ik laatst bij Mondo was! Het was vreemd om in een studio te zijn met zoveel mensen, terwijl ik nu eigenlijk voornamelijk alleen ben. Ook mijn make-up werd niet gedaan, vanwege COVID-19. Ik kreeg wel wat tips van de visagiste op afstand. Ik hoop dat het niet heel duidelijk was op tv dat ik zelf mijn make-up had gedaan.
Ik hoop dat het goed met jullie gaat. En ben ook heel benieuwd naar jullie werkroutine en of jullie nog wat gedaan krijgen.

Liefs,
Alma

Daarop stuurde LA Raeven:







Alma stuurde tot slot de volgende brief: 

Hallo L.A.,

Ik vrees dat dit mijn laatste brief is. De deadline van Mister Motley nadert. Al zou ik het zeker gezellig vinden om later voor de lol ook nog eens een brief te sturen. Want ik ben me erop gaan verheugen. Het was prettig om houvast te hebben en te weten dat er iemand op mijn woorden wachtte. Want in mijn huis is het zo stil, daar zegt niemand wat terug. Misschien ben ik wel jaloers op de twee kinderen van L. Het lijkt me heerlijk om mijn eigen gedachte even niet te kunnen horen.
L., hoe heb je een kikkerfobie gekregen? Ik wil daar wel meer over weten. Ik heb zelf nooit zo stil gestaan bij kikkers. Soms hoor ik ze kwaken als ik op vakantie ben, maar daar stoor ik me niet aan. Wel heel leuk dat Dutch nu al zo’n fascinatie heeft. Zeg maar tegen Elfje dat ze op zoek moet naar weegbree als ze weer in de brandnetels gaat staan. Als je dat erop smeert gaat het brandende gevoel weg.
Wat naar dat jullie elkaar al zo lang niet hebben gezien. Praten via een scherm is niet te vergelijken met elkaar in het echt zien. Je kunt elkaar niet aankijken. Ik kijk meestal naar mezelf, een akelige gewoonte die ik maar niet kan afleren. Maar zelfs als ik naar de ander kijk, hebben we geen oogcontact. Je kijkt via de camera constant langs elkaar heen.
Ik snap dat jullie werk nu stil ligt. Misschien is dat wel goed, want we moeten inderdaad het cliché zien te voorkomen. Ik vind het knap dat L. al zo’n analyse kan maken van de situatie. Ik moest lachen om de chips. Of nou ja, ik herken mezelf daarin. Ik hou zo vreselijk veel van chips, het is echt mijn lievelingseten. Omdat ik nu liever niet naar de supermarkt ga (het is te druk), doe ik maar eens per week boodschappen. Dan koop ik alles wat ik nodig heb voor de komende zeven dagen. Ik kan het telkens niet laten om alle snacks in een avond achter elkaar op te eten. Ook al was het de bedoeling dat ik daar veel langer overdeed.
Och, het missen van een vooruitzicht vind ik zo zwaar dat ik doe of het niet waar is. Ik kan nu nog aan mijn boek werken, waar ik al mee bezig was voordat de maatregelen werden afgekondigd. Nu al vrees ik het zwarte gat wat daarna gaat komen. Want ik moet het eind deze maand al inleveren. Wat er daarna komt weet ik niet. Hopelijk lukt het me een nieuw boek te verzinnen. Daarmee zit ik met precies dezelfde problemen als wat A. zegt. Ik wil geen cliché werk maken. Eerlijk gezegd denk ik dat ik ver weg blijf van Corona. Net als jullie vind ik de oorzaken interessanter. Ik ben zelf zo losgezongen van de natuur. Steeds vaker wil dichterbij dingen zijn die groeien. Iets aan mij is aan het veranderen, maar ik kan nog niet zo goed zeggen wat. Dat is vaak zo als ik bezig ben met een nieuw boek. Dan merk ik dat er van alles aan het schuiven is. Ik wil in de buurt van bomen en aarde zijn. Waarom weet ik niet. En ik moet er ook niet te veel over schrijven nu, dan ben ik bang dat ik het verpest. Ideeën zijn zo breekbaar, ik hoef maar heel even te denken dat het me toch niet lukt, en dan valt het in duizend stukjes.
Een analyse blijf ik jullie schuldig. Ik wil vooral niet te snel zijn. En ik wil blijven twijfelen. Al geloof ik ook erg in vergissen. Ik weet nog dat ik een vriendin in februari een bericht stuurde, ze maakte zich vreselijke zorgen over het virus dat oplaaide in Italië. Ik zei dat het allemaal wel mee zou vallen, dat ze het beter los kon laten. Daarin heb ik me vergist. Dat is niet erg, dat is juist wat mensen doen.

Ik wil jullie heel erg bedanken voor jullie brieven, ik maakte elke keer een klein sprongetje bij de brievenbus als ik er weer eentje vond. Ik vind jullie geweldig en hoop toch stiekem dat we elkaar ook een keer in het echt gaan ontmoeten. Misschien wel met jullie zus Annelies erbij.

Veel liefs,
Alma

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl