Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Overwegend stekelige bossen en rottende moerassen

12-08-2020 Raymond Frenken

Wat drijft de mens in het bos? Benut zij slechts het bos als speelruimte of is er meer aan de hand? Die vraag staat centraal in het Haags Organisch Openlucht Volks Museum. Bezoekers worden uitgenodigd de rulle bosgrond, struiken, takken en bomen te zien als expositieruimte. Anonieme kunstenaars hebben hier werken bijeengebracht die aan voortdurende verandering onderhevig zijn.
 

In het voorjaar van 2020 werd Nederland veroordeeld tot massaal thuisblijven. Met een goede reden: om de uitbraak van het coronavirus in te dammen werd het openbaar leven nagenoeg stilgelegd. Op kantoren werd het licht uitgedaan, treinen reden niet meer, theaters, bioscopen en musea sloten hun deuren. De wandelingen door het Haagse Bos die beeldend kunstenaar Sarah Carlier (1981, Izegem) dagelijks maakte met haar hond, namen in deze omstandigheden aan betekenis toe. Zoals je in een museum niet alleen naar de tentoongestelde werken kijkt maar óók naar de andere bezoekers, zo groeide haar nieuwsgierigheid naar de andere bosgebruikers en naar de sporen die zij nalaten. Uiteindelijk besloot zij haar wandelroute tot museum te benoemen.

Het bos is ouder dan de stad. Het Haagse Bos is een van de laatste overblijfselen van het woud dat zich aan het begin van onze jaartelling uitstrekte langs de Hollandse kust. De beschrijving die de Romeinse historicus Tacitus gaf van onze streken komt aardig in de buurt: ‘overwegend stekelige bossen en rottende moerassen’. Ook nu nog zijn in het Haagse Bos de verschillen merkbaar tussen de hooggelegen, droge duinzandgronden en de lager gelegen, drassige veengronden.

Sarah Carlier, HOOVM, 2020
Sarah Carlier, HOOVM, 2020


Al in de Middeleeuwen, toen het gebied was uitgegroeid tot het favoriete jachtterrein van de graven van Holland die aan het Binnenhof hun residentie hadden, werd besloten tot verregaand menselijk ingrijpen om het bos een ander aanzien te geven. Ter aanvulling op de schamele berken en elzen die er van nature groeiden, werden tussen 1436 en 1557 honderdduizenden eiken, iepen, linden en beuken aangeplant. Het hout diende als brandstof en bouwmateriaal. In de eeuwen die volgden werd het bos steeds aangepast aan de heersende smaak. In de 19e eeuw werden bijvoorbeeld grote vijvers gegraven, met de vrijgekomen grond werd het moerassige deel opgehoogd. De meest verwoestende ingreep vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen een enorme tankgracht dwars door het bos werd gegraven. Na de oorlog bleek uiteindelijk 70% van alle bomen geveld, zodat een groot deel van de huidige bomen uit de jaren 1946-1950 stamt. Sommige van de oudste exemplaren zijn echter misschien wel zeven (mensen)generaties geleden geplant. In die zin is een bos een tijdmachine. Het verbindt ons met degenen die lang voor ons in de schaduw van de bomen wandelden en speelden, en ook met degenen na ons – die wij nooit zullen kennen.

Sommige van de oudste exemplaren zijn echter misschien wel zeven (mensen)generaties geleden geplant. In die zin is een bos een tijdmachine.



Ook de omgeving van het bos veranderde. Den Haag groeide uit tot een stad van betekenis. Gaandeweg raakte het bos omsloten door bebouwing die zelfbewust uitdrukking geeft aan moderniteit en macht. Toen in 1976 de Utrechtsebaan werd aangelegd, lag het voorgoed ingeklemd tussen snelwegen. De hoog oprijzende, glimmende kantoren doen dienst als wachttorens.

Gaandeweg raakte het bos omsloten door bebouwing die zelfbewust uitdrukking geeft aan moderniteit en macht.

In haar beeldend werk laat Sarah Carlier met een empathische blik zien hoe mensen zich staande proberen te houden. Juist in de lichtheid van haar benadering schemert door hoeveel moeite het veel mensen kost om te gaan met hun gevoelens, overtuigingen en vragen. Tijdens haar wandelingen door het Haagse Bos viel het haar op dat deze omgeving aan veel bosbezoekers de gewenste ademruimte en vrijheid biedt die hen in het dagelijks bestaan misschien ontbreekt. De scheidslijn tussen vertier en noodzaak is daarbij dun. De sculpturale bouwsels die je tussen de bomen aantreft kunnen dienen als speelruimte, of als tijdelijk onderkomen voor daklozen. In zekere zin heeft dat iets troostrijks: ondanks alle verschillen voelen we allemaal de noodzaak te spelen, de omgeving naar onze hand te zetten, een plaats te creëren waar we ons veilig voelen. Ook nu, temidden van een drukke, 21e-eeuwse stad, in onzekere en angstige tijden, verschaft een bos de letterlijke en figuurlijke middelen om in deze basale behoeften te voorzien. Om vorm te geven aan onze oerdriften.


Op 21 en 22 augustus, om 18:30, geeft Sarah Carlier rondleidingen door het Haags Organisch Openlucht Volks Museum. Reserveren kan via deze link.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl