Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Vrouw doet dit, dat

28-09-2020 Sytske van Koeveringe

Tussenmomenten als; nog even in je bed blijven liggen voor je er echt uit moet, je boodschappen uitpakken, uit het dakraam hangen of gewoon het lezen van een boek helpen schrijver en kunstenaar Sytske Frederika van Koeveringe haar de dagen (en de pijnen) door. Ze is op deze momenten gaan inzoomen en heeft hier schilderingen van gemaakt en een essay over geschreven.

Enkele van haar schilderijen zijn dit weekend te zien in Sexyland bij de tentoonstelling A- lonely show. Een groepstentoonstelling die verschillende aspecten van eenzaamheid uitlicht. Mister Motley publiceert vandaag het essay van Sytske Frederika van Koeveringe. 

 

T O E N  IK 

in mei 2019 voor de tweede keer met dezelfde klacht bij de huisarts zat, besefte ik hoe grof het woord pijn eigenlijk wordt behandeld. De huisarts vroeg: 

Welk cijfer geef je de pijn op de pijnmeter van 1 tot 10?

En erna vroeg ze:

Hoe zou je het omschrijven?  Is het een stekende, prikkende, aanhoudende, zeurende, kloppende, onverdraaglijke, of verschrikkelijke pijn? 

                                                                       **

Als je pijn in een cijfer kan omzetten, zou je het ook kunnen omrekenen, optellen, delen door, vermenigvuldigen en op een gegeven moment aftrekken tot het punt nul. 

                                                                       **

En…is het niet opvallend dat pijn veelal in verbinding staat met harde, hoekige mijn inziens nogal negatieve woorden? Zou dit invloed hebben op de verstandhouding tot de pijn die we in ons dragen?  Kunnen we pijn doormiddel van taal en onze kijk op ons lichaam lichter, of op zijn minst ietsje dragelijker maken? 

                                                                       **

In Aids in zijn beeldspraken merkt Susan Sontag op dat in de taal binnen ziektes veel oorlogstermen worden gebruikt: een ziekte is een ‘aanvaller’ op de samenleving, een chemotherapie is ‘agressief’, of ‘gif’. Als patiënt moet je ‘strijden’, bij aids heb je verschillende soorten ‘aanslagen’ op je lichaam te voorduren. etc. 

Deze bovengenoemde woorden zijn groots, onaangenaam en laten uitschijnen dat je continu sterk moet zijn, altijd in gevecht bent. Terwijl je als zieke vaak niet eens ‘echt’ kan strijden, het is meer je overgeven aan wat je lijf je te vertellen heeft. 

T O E N  IK 

met mijn elleboog achter een deurkruk bleef hangen, zei ik ‘au’. Deze kreet was hoog, schel. Een dag erna stootte ik mijn teen tegen een tafelpoot wat gelijk opging met een kreun. 

Als een aan te wijzen lichaamsdeel langer pijn doet dan de korte ‘au’ of kreun, kronkelt het lijf in een positie om dat wat pijn doet – op een niet altijd handige manier – te ondersteunen. 

Je pakt je been vast waar je je hebt gestoten of je drukt de pijnscheut weg. Misschien wrijf je erover, of kan de pijn weggemasseerd worden. 

Deze eerste reacties zijn fysiek, hebben allesbehalve te maken met de uitgesproken taal. Het lijf voelt iets en handelt hierna op zijn manier. De beweging kan je zien als een taal ansich. Maar op één of andere manier hebben we hier niet genoeg aan. Want zodra pijn komt geven we woorden aan dat moment van de pijnscheut, bijvoorbeeld: 

AU! Mijn vinger zit tussen de deur!

Je zegt wat er is gebeurd, dit is bijna binnen hetzelfde tijdsbestek als dat je vinger tussen die deur zat, daarom komen de zinnen hard je mond uit: je lijf zit nog in die die kramp van dát moment. Maar die zeven woorden verwoorden niets van het exacte moment dat je vinger tussen de deur zat. 

Niets.

Want dat wat je voelt is iets anders dan dat wat er op dat moment gebeurt. In feite kan je dus zeggen dat taal het moment van pijn doodslaat.  

                                                                       **

(en dan te bedenken dat dit maar simpele voorbeelden van pijn zijn) 

                                                                       **

Pijn in een woordenboek: 

Een akelig gevoel als waarschuwingssignaal bij schadelijke prikkeling van het lichaam. 

Algemener krijg je het niet. 

In een ander woordenboek: 

Bij het ervaren van pijn, je lichamelijk (al dan niet geestelijk) lijdt, dit wordt veroorzaakt door verwonding of door een niet aan te wijzen oorzaak.

                                                                       **

Yo, maar pijn is óók: 

hulp durven vragen, grenzen aangeven, en deze blijven uitspreken (niet ervan uitgaan dat die ander het op een gegeven moment wel snapt), je behoeftes aangeven (en ook hier er niet van uitgaan dat de ander je wel snapt), rust durven nemen, vertrouwen hebben in je eigen lichaam en geest en dus op je intuïtie, het is je zinnen soms eventjes verzetten – film of serie kijken als de pijn te erg aanwezig is en je echt niets kan ondernemen, het is je soms ontzettend vervelen, een beetje voor je uitstaren, soms erg zen, het is alsmaar gezond blijven eten en drinken, blijven bewegen, het is je soms ontheemd voelen, verdomd eenzaam, wanhopig, het kan je lamlendig laten voelen en uitzichtloos, het kan je een opgesloten gevoel geven, maar pijn heeft óók een kracht (ook al beschouw je dit wanneer je middenin die pijn zit niet zo), het is lief zijn voor jezelf, jezelf iets (en meer) gunnen, ruimte en tijd maken voor jezelf en man; wat is het ontzettend leerzaam!

                                                                       **

Pijn doet al het andere verdwijnen. Die neemt het over, overstemt, laat geen ruimte voor iets anders. De omgeving glijdt weg, de goede dingen, de slechte. De wereld wordt kleiner. Pijn destabiliseert het lichaam en uiteindelijk het ik: er blijft niets anders over dan het kwaad. Je kunt niets anders voelen dan de pijn. Het beeld wordt weggevreten. 

(…)

De pijn deed niet gewoon pijn, het deed pijn hoe die pijn deed. Als niemand dat begreep, was er niemand die de pijn kon verlichten. In je hoofd nam hij toe. 

Johanna Frid- Nora of Brand Oslo brand! 

                                                                       **

Als ik online pijn opzoek en doorklik en verder (en weer door- en weer door- en door-) klik en klik en klik kom ik op een site die me vertelt dat pijn begint bij zenuwuiteinden die geprikkeld zijn of bij een beschadiging van de zenuwen. Die prikkels, semi- elektrische signalen worden via zenuwbanen doorgegeven aan het ruggenmerg en komen uit bij onze hersenen. 

                                                                       **

In de film Shutter Island wordt beweerd dat het hersendeel waarin pijn wordt gesignaleerd weggesneden kan worden. 

                                                                       **

Ik heb ‘zenuwen’ opgegoogled en die zijn dus alom aanwezig. Ze zitten er met zijn allen. Ze zitten door heel mijn lijf, zelfs in uw lijf. Iedereen barst van de zenuwen. 

Als ik hierover verder wil lezen kom ik op allerlei begrippen die ik zelf nooit aan pijn zou koppelen, sterker nog; ik wist niet eens van het bestaan van deze woorden!

Gemyeliniseerde Aδ- zenuwvezelsthalamus of formatio retcularis.

Deze woorden doen me denken aan ziekenhuisbezoekjes: ik stap niet letterlijk een andere realiteit binnen, ik stap óók een andere taal in. Elke klacht, iedere bijwerking, elk medicijn is ingekapseld in zijn eigen vocabulaire en dus in zijn eigen wereld. 

T O E N  IK 

in juni 2019 me bewust werd van mijn neusvleugels (ik voelde ze drukken bij elke teug adem) las ik dat pijn al in de middeleeuwen als iets vaags werd gezien, men dacht dat zodra je pijn ervoer dit een straf was van God. De oplossing was bidden.

                                                                       **

In 1974 beweerde Erasmus Darwin dat pijn óók verbonden is aan emoties, hoe sterker een pijnprikkel, hoe sterker de emotie. 

Ik vermoed dat het vanaf toen een beetje is ontspoord; taaltechnisch gezien. 

                                                                       **

Op online fora is het huilen met de pet op: pijn wordt hier veelal automatisch aan een klaagzang gekoppeld. 

Enerzijds logisch; pijn is irritant, schrijnend, soms beangstigend, het kan je stress geven, je kan je ertegen verzetten en je kan er zowel mentaal als fysiek helemaal door naar de getver gaan. 

Anderzijds is pijn een bijzonder en monter figuur: hij (of zij?) is de enige die het lef heeft om tegen jou persoonlijk te zeggen: 

Hey, wist je dat er iets he-le-maal mis is met jou? 

Dus, luister nou maar naar mij, anders worden de klappen nog harder.

                                                                       **

Pijn is als een kapot brandalarm dat om de zoveel minuten laat weten dat het stuk is. 

En als je denkt: ah, hij piept om de tien minuten! 

Dan piept hij ineens na dertig minuten. 

                                                                       **

Mijn haren trekken
Mijn voorhoofd bonkt
Mijn oogbollen in mijn oogkassen branden

Licht is altijd te fel, na tien uur in de avond kan ik mijn zonnebril afzetten
Mijn oren suizen, knakken, al het geluid is scherp

Mijn neusvleugels drukken mijn schedel kapot

Van een vlaag parfum, koffieadem of geurende bloemen word ik misselijk

Mijn kaken zijn van staal
Mijn tong heeft geen gevoel
(en mijn smaakpapillen zijn verbrijzeld) 

’s Nachts voel ik hoe mijn tanden stuk voor stuk in mijn tandvlees zitten

Mijn botten schuren
Mijn spieren staan continu gespannen
Mijn bloed klotst 
Mijn rug kraakt

Er zit een tramkabel door mijn rug en in mijn buik ligt een rotsblok

Op houten stoeltjes of bankjes zitten is geen mogelijkheid
Kleding met een boordje of een elastiek knellen
Bestek met een scherpe steel laat ik liggen 
Van kruidig eten begin ik te tranen

Mijn benen loodzwaar
Mijn huid kan ik eraf pellen
Mijn gewrichten 
Mijn nagels
Mijn

T O E N  IK 

in de zomer van 2019 meemaakte hoe mijn pijn werd opgepakt door de mensen om mij heen heb ik verschillende lijstjes bijgehouden. Een lijstje met wat er werd gezegd, een lijstje wat er werd gedaan en eentje met wat ik allemaal kreeg. 

Zo kreeg ik onder andere: boeken, glaasjes water (met een rietje), flessen spa rood, (gescheurde) plastictassen met boodschappen, meloenen (waarvoor ik de kracht niet had om deze open te snijden), een weekend weg in een bos, een T-shirt, geurende olie, een tas, een glazenklavertjevier, drie geluksengelen, wierrook, een stretcher, 17 punten taart, 2 sjaaltjes, een te klein topje, beddengoed, nog meer boeken, geld, koffies, thee, een roze sapje, achtenveertig keer avondeten, een bord met een bloem erop afgebeeld, een ketting, lippenbalsem, zelfgemaakt mango ijs, ijs bij de ijscoman ijs, een ecologische deo-stick,  432 sms-berichtjes, 278 mails, 58 ansichtkaarten, 6 handgeschreven brieven, ontelbaar veel vragen, het woord vervelend kreeg ik ook te pas en on te pas in mijn handen gedrukt, afschuwelijk veel medelijden en een berg tips en adviezen.

Oneindig veel adviezen. 

Alsof ik door een landschap wandelde en me niet door natuur waadde maar door adviezen heen moest ploeteren. 

                                                                       **

Ja, natuurlijk: het is allemaal onvermogen, mededogen en bovenal ‘goedbedoelde’ intenties.

(als je je bedenkt dat het allemaal uit een goed hart komt, vat je het misschien minder zwaar op)

Maar yo; heb ik hierom gevraagd? Of moet ik door mijn pijn rekening houden met jouw pijn (en dus met jouw onvermogen ten opzichte van mij(n pijn) ?) 

                                                                       **

Adviezen geven aan iemand die het moeilijk heeft, is hoe dan ook verraderlijk. Het is de meest verleidelijke optie, omdat je dan tenminste iets kunt doen, anders dan met de ander in het donker blijven. Maar impliciet zeg je dat jij het beter weet, dat je zelf wel uit dat donker ontsnappen zou, dat je iets kunt bedenken wat de ander niet bedacht heeft. Zonder het te willen vergroot je de kloof. 

Wytske Versteeg- Verdwijnpunt

Of deze dan: 

Naastenliefde komt in al haar facetten uiteindelijk op niets meer of minder neer dan in staat zijn de ander te vragen: ‘Wat scheelt eraan?’ 

Sigrid Nunez- Wat scheelt eraan.

                                                                       **

Ja, vraag gewoon: Hey, hoe gaat het? 

(en wacht op een antwoord in plaats van het zelf in te vullen)

                                                                       **

In het boek Leer ons stil te zitten van Tim Parks bestaat het eerste deel veelal uit onbegrip omtrent Park’s lijf dat pijn heeft tijdens het plassen. 

Hij schaamt zich, is ontzet en boos op zijn lichaam. Het doet niet wat hij ervan verwacht: stil zitten en schrijven op door Parks bedachte tijden (zonder pauzes). 
Zijn lijf zeurt en Parks is enkel en alleen boos. 

Ondanks dat ik het een kutboek vond, herkende ik mezelf in zijn verzet, zijn frustratie en zijn teleurstelling jegens zijn lichaam. 

                                                                       **

Jij (de ratio) wil iets.
Maar krijgt dit niet.
Omdat het lichaam (ook jij) iets anders doet. 

                                                                       **

Misschien vond ik het daarom een kutboek; te confronterend. 

(oké, én omdat ik het slecht geschreven vond)  

T O E N  IK 

in augustus 2019 ‘mijn’ behandelend arts over mijn fysieke pijn vertelde (voor de zoveelste keer) antwoordde ze:

Heel vervelend voor je, maar dit hoort erbij. 

Als het te erg wordt, neem je gewoon een paracetamol. 

Je weet dat je maximaal 8 paracetamols mag slikken op een dag.

Wat ook helpt is genoeg leuke dingen doen. 

                                                                       **

‘Mijn’ haptotherapeut:

            Blijf jezelf vooral aanraken, masseer, wrijf, wees lief voor je lichaam, ze moet al zo hard werken. 

                                                                       **

‘Mijn’ acupuncturist:

Wanneer een mens pijn ervaart, hoeft dit niet plaatselijk te zijn. Volgens de eeuwenoude Chinese geneeswijze bestaat het lichaam uit verschillende energiebanen: een voortdurende stroom. 

Dus als je pijn ervaart kan je dat zien als een opstopping en als iets stagneert, heeft dat in andere delen van je lichaam zijn consequenties. Zie je lichaam als een geheel dat met elkaar samenwerkt. Een continue stroom van verbintenissen. 

T O E N  IK 

genoeg moed had verzameld om met mijn vrienden over mijn fysieke pijn te praten vroegen ze: 

Maar wat voel je dan precies?

Ze stonden al dichtbij en hoopten misschien door mijn antwoord nog dichterbij te kunnen komen. Mijn pijn samen te kunnen dragen. Maar hoe meer woorden ik eraan gaf hoe verder ik van ze af kwam te staan. Werkelijk waar geen één antwoord komt overeen met de daadwerkelijke pijn. 

Soms haper ik als ik deze vraag krijg, er zijn momenten dat ik naar woorden zoek, mijn tranen wegdruk of een ander onderwerp aanzwaai: 

Wat ga jij dit weekend doen? 

Soms praat ik ineens in metaforen: 

Ik vermoed dat er continu iemand in mijn botten en gewrichten snijdt met een bot mes. 

Maar er zijn ook momenten dat ik de vraag wegwimpel, er niet meer op inga en verzwijg dat ik überhaupt pijn heb en al het zeer verbijt. 

                                                                       **

Iemand:          (maar heh? Net zeg je dat je wilt dat mensen vragen hoe het met je gaat en dan wordt er gevraagd hoe het met je gaat of wat je voelt en dan is.het.weer.niet.goed.)

Ik:                    (jaaaaaaaaa, zit niet ieder mens vol tegenstrijdigheden?)

Die iemand:    (ohjaaaaaaa) 

                                                                       **

Hoe kan het dat iets wat zoveel invloed heeft, bijna niet te vangen is in taal en hoe opvallend is het dat pijn zo nauw verweven is met allerlei gevoelens? 

Alsof de pijn zelf ook niet weet wie of wat hij/zij precies is en zich achter gevoelens schuilhoudt.

Gevoelens zoals: onbegrip, frustratie, boosheid, verdriet, angst, stress, schaamte, ongemak en een onnoemelijk grote hoeveelheid eenzaamheid. 

                                                                       **

Taal is als een opgelegde handicap die in plaats van nabijheid vooral verwijdering faciliteert en die oprechte zielsontmoetingen schaars maakt of zelfs vervangt door een blindemandans voor dolende individuen die al verbaal masturberend naar elkaar reiken maar elkaar nooit raken en uiteindelijk allen alleen verpieteren in pretentie.

Aldus Roland Goedemondt in Geen sprake van

                                                                       **

Hoezo staat de Nederlandse taal zo ver af van alles wat fysiek is?  Lees: lachen, huilen, klaarkomen, het horen van een schel geluid, iets lekkers proeven, een adrenalinekick, het ervaren van pijn.

Of is dit taaleigen?  

                                                                       **

In Waarom wij lachen van Anton C. Zijderveld lees ik dat de Duitse filosoof en socioloog Plessner beweert dat de mens niet alleen een lichaam heeft, maar ook als persoon een lichaam is

Zo is het opmerkelijk dat wij ons nooit volledig identificeren met ons lichaam. We zijn meer dan een lijf, we zijn een persoon. Maar we kunnen ook afstand van ons lichaam nemen, het als het ware objectiveren, er bijvoorbeeld in de spiegel naar kijken, of in het ziekenhuis overlaten aan artsen en verpleegkundigen. 
Het lijf overrulet de persoon. Zowel een lachbui als een huilbui zijn niet tegen te houden lichamelijke uitbarstingen. Ons denken of bewustzijn blijft buiten spel, en hoe gênant we het ook kunnen vinden, ons lichaam neemt de leiding over van ons verstand, en we barsten in lachen of huilen uit.

Als het lijf doet waar hij/zij zin in heeft, niet altijd in taal te vangen is…Als taal zoals Goedemondt mooi (en grappig) verwoord juist afstand schept…Waarom hechten we dan überhaupt zoveel waarde aan de gesproken taal? Als er tussen lichaam en geest zo’n grote afstand zit, en meerdere mensen dit beamen hoezo spelen we hier dan niet op in? 
(om nog maar te zwijgen over de continue afstand tussen ik en de Ander) 

T O E N  IK 

in oktober 2019 bij ‘mijn’ masseur was zei ze: 

            Ik voel dat je lichaam veerkrachtig is, een ontzettende veerkracht woedt er in je.

T O E N  IK 

doorvoelde hoeveel energie ik van hoop kreeg.

T O E N  IK 

deze tekst (exact deze tekst) in november 2019 naar NRC Handelsblad stuurde, werd het afgewezen voor een publicatie. 

Het is te vaag, te meanderend. 
Je komt niet echt tot een conclusie.

                                                                       **

(dus ik zei: zal ik lekker in je bek schijten?)
(nee, dat zei ik niet, ik was gewoon teleurgesteld)

                                                                       **

Maar ik dacht wel: is dat niet juist wát pijn is? 
Pijn meandert de dagen door.

                                                                       **

Een tijdje na de afwijzing van deze publicatie werd ik uitgenodigd bij Mondo (een kunst&cultuurprogramma van de VPRO). De aanleiding was de verschijning van mijn boek Dag nacht licht toch.

Het was de bedoeling dat ik met 2 of 3 andere patiënten aan tafel mocht schuiven. 

De vrouw die mij hiervoor belde kwam naar mijn buurt gefietst. We hadden afgesproken bij mijn lievelingskoffietentje; zij dronk thee en ik een spa-rood. Ze had glanzend haar, grote ogen, een lijf dat zich zonder moeite voortbewoog en ze had iets speels en sexy’s tegelijk- alles straalde, haar energie brandde in mijn ogen (en in mijn ziel).  

Ze gaf me complimenten over mijn werk. Over hoe ik eruitzag (in dit stadium van de ziekte) en over hoe ik me opstelde tegenover ziek zijn (en ik nam de veren dankbaar aan). 

Lekker! 
Kijk me zitten! 
Ik ben meer dan de ziekte! (dacht ik) 

Voor ze vertrok beloofde ze dat we, die andere patiënten en ik, in Mondo de andere kant van de ziekte zouden bespreken. 
We mochten vertellen hoe kunst ons daarin heeft geholpen. 
Dat kunst onze redding was (en is).
We zouden…
Ik werd afgebeld.

Ja, sorry, gast 3 is terminaal en heeft te horen gekregen dat hij nog maar kort te leven heeft. Dus hebben we besloten hem alleen uit te nodigen. 

Ja sorry, maar je moet ook maar denken, het is maar tv. 

                                                           **

Alsof ik deelneem aan een wedstrijd waar ik niet voor getekend heb. 

T O E N  IK 

erachter kwam dat te veel teleurstellingen achter elkaar óók pijn kunnen doen, heb ik eventjes gehuild. 

                                                                       **

Geen paniek; ik ga hier niet alle teleurstellingen opsommen. 

                                                                       **

Afknapper. Bittere pil. Deceptie. Desillusie. Domper. Fiasco. Frustratie. Gemoedstoestand. Misrekening. Misslag. Onbehaaglijkheid. Ontgoocheling. Pech. Tegenslag. Tegenvaller. Terugslag. Verijdeling. Verkeerde verwachting

                                                                       **

Mijn blik blijft hangen op Verkeerde verwachting.

Komen die verwachtingen dan van mij of van de Ander of is het een wisselwerking? 

(en als het een wisselwerking is, dan moet er toch een manier zijn om die om te buigen dat ik niet elke keer teleurgesteld achterblijf?) 

(dus dan zou je kunnen zeggen; jij bent je eigen teleurstelling…) 

(ohooo)

T O E N  IK 

mijn pijn met ‘mijn’ osteopaat besprak zei hij:

Het is een wisselwerking tussen lijf en geest. Je geest kan pijn wegdrukken, iets van 

AAH WEG HIER! 
Je lichaam daarentegen, herinnert zich de situaties die op de eventuele oorzaak lijken, dan buigt hij het om tot spanningen. Die spanningen hopen zich op als je lichaam en geest nauwelijks tot niet met elkaar communiceren. 
En onthoud; jij bent je lichaam én je geest. 

                                                                       **

Dus waar het op neerkomt is:

Ik ben mijn pijn.
Ik ben mijn angst.
Dus ik ben angst en pijn.
Top.

                                                                       **

Hoe wonderlijk dat pijn en angst hand in hand gaan…

                                                                       **

(en óók: hoeveel ikken ben ik dan precies?) 

T O E N  IK 

ontdekte hoe diep mentale pijn kan gaan zakte de moed me in de schoenen.

                                                                       **

Mentale pijn kan dus eigenlijk van alles zijn: liefdesverdriet, een gemis, teleurstelling, verkeerde verwachtingen hebben, eenzaamheid, rouw, een bepaalde somberte, een alomvattende leegte ervaren, geen voldaan gevoel hebben na een dag, alles als een opgave zien, overwerkt zijn, je opgesloten voelen, een constante onbegrip ervaren tijdens een gesprek – dit en nog meer.

                                                                       **

De marathonloper Eliud Kipchoge begint opzettelijk te lachen wanneer hij pijn ervaart, tijdens het lachen komt er een stofje vrij waardoor hij de pijn beter kan verdragen. Hij gooit een fysieke ‘daad’ op een andere fysieke toestand. Ik vind dit een mooie, zelfs bijna dierlijke manier om met je fysieke zijn om te gaan. 

Zoals je pijn ‘weg’masseren, of in een gekke kronkel liggen om het te verzachten ook een mooie reactie is. 

                                                                       **

Het lichaam draagt jou, jij (de ratio) niet het lichaam.

                                                                       **

Tijdens de hele behandeling heb ik wekelijks gedanst en dagelijks yoga-oefeningen gedaan. Hoe hard mijn spieren ook trokken, hoeveel mijn botten ook tegen mijn huid aan schuurden, hoe angstig ik hier ook van werd en hoe weinig vertrouwen ik ook in mijn lichaam had; ik trok mezelf op die yogamat of pushte mezelf om mee te deinen op het ritme van Paul Simon. 

Ook al was het maar een minuut. 

                                                                       **

Muziek is als een zalfje, ze verkoelt tijdelijk je eczeem in je nek, je weet dat het niet voor altijd is maar blijft toch smeren. 

                                                                       **

Ik vind dit een stom essay. Ik houd er niet van om zoveel over pijn te praten (of te schrijven). Dit hier zomaar voor uw neus te leggen. Het voelt alsof ik altijd gewichtig ben. 

Misschien ben ik dit óók, maar ik ben dit niet alleen: ik ben echt niet alleen maar pijn. 

Ook al heb van de osteopaat geleerd dat ik óók mijn pijn ben. 

Nu ik dit zo onder elkaar schrijf heb ik het idee dat ik me moet verdedigen voor mijn pijn of dat ik zoals altijd mijn pijn moet verbijten. 
Misschien kunnen we ons beter afvragen waarom gesprekken of onderwerpen over pijn zo snel pathetisch worden. Hoezo draaien mensen (waaronder ik) met hun ogen over andermans pijn? Hoezo keuren we (ik!) andermans of ons eigen pijn veelal af? 

Waarom is het zo godvergeten moeilijk om je kwetsbaar op te stellen? 

                                                                       **

Iedere pijn zou altijd als legitiem beschouwd moeten worden en niet eerst gewogen en getoetst hoeven worden om te zien of die wel bestaansrecht heeft. 

Nadia de Vries- Kleinzeer

**

Maar het moet natuurlijk ook weer niet zo zijn dat we het de godganse dag alleen maar over onze kwaaltjes gaan hebben. Dan wordt alles zo gewichtig. Al hoeft dit niet zo te zijn, toch? Kan het praten over kwaaltjes, pijnen dezelfde lichtheid dragen als het hebben over bijvoorbeeld je vakantie? 

(En moet dat eigenlijk wel, niet alles hoeft licht te zijn… toch?)

T O E N  IK 

begin februari 2020 klaar was met de behandeling zag ik zwart. Overal om mij heen was het stroperig, zwaar; nutteloos. Ik wist niet wie ik was, of ik wel was en of ik was wie ik was omdat de ander dat verwachtte. Was ik voorheen positief van aard of deed ik alsof? Deed ik een goede dertig jaar alsof? Waar liggen mijn waarden, wat vind ik belangrijk? 

Nu nog is het psychisch en fysiek elke dag een worsteling. Dat ik naar de wereld, naar mijn naasten kijk en denk: 

Oké. 
Dus dit is het. 
Hiervoor sta ik op.

Waarom sta ik eigenlijk op? 

Er lijkt een continue zwaarte op mijn schouders te rusten. Soms drukt ze letterlijk op mijn schouders en hangt ze aan mijn ledematen als een bungelende peuter aan een klimrek op een godvergeten plein.

                                                                       **

Een vriendin:

Logisch dat je het spoor bijster bent. Een half jaar lang dacht je dat je doodging en nu leef je gewoon nog. Het is dan toch niet meer dan logisch dat je alles opnieuw moet herdefiniëren? Dat je opnieuw moet uitzoeken wat de kern is van jouw bestaan? 

Een vriend: 

De afgelopen tijd werd eraan jouw lichaam gewerkt, aan jouw gezondheid. Mensen zaten aan je, legden je dingen op. Je moest de behandeling ondergaan, je had niet echt een keus ofzo. 
En nu ben jij weer aan zet. 
Jij mag nu zelf weer aan het werk. Je lichaam en geest moeten elkaar opnieuw vinden, zich op elkaar afstemmen zonder opmerkingen, tips, adviezen van artsen of andere mensen. Jij bent het nu zelf die het leven opnieuw een bestaansrecht mag geven.

T O E N  IK 

ontdekte dat ik tijd, plaats en soms eventjes, heel eventjes mezelf (en dus de afgelopen maanden en de daarbij horende pijn en eenzaamheid) kon vergeten, ben ik me gaan focussen op die momenten. 
Ik ben letterlijk gaan inzoomen op de lichtpuntjes van een dag; de tussenmomenten die veelal over het hoofd worden gezien. Of wat zeg ik? Die vaak als ‘moetje’ worden ervaren, terwijl ze allemaal nodig zijn om het leven te onderhouden.

Die tussenmomenten ben ik gaan schetsen, tekenen. Ik ben kleuren gaan mengen en schilderen. Ik ontdekte dat ik door schilderen een ruimte creëer waar alle emoties langs mogen komen en doordat ik alle gemoedstoestanden tijdens het schilderen toelaat ontstaat er een kalmte, een energie, (zelf) vertrouwen en voel ik me met vlagen zelfs gelukkig. 
Voldaan.
Ja, dat is het woord.
Voldaan. 

                                                                       **

Mijn moeder zei:

Dat deed je als kind vroeger al, als je je niet lekker voelde ging je knutselen. Dan zat je zomaar dagen in je knutselhoek en maakte je de ene tekening na de ander. Je leek wel een productiehuis, een fabriek! Haha. Och man, en je maakte papierwerk, pakken vouwblaadjes gingen er doorheen. En verhaaltjes, weet je het nog, je verzon er allerlei verhaaltjes bij. 

Waarom ik dan zoveel knutselwerk heb gemaakt (en nog in dozen heb liggen) en me dus kennelijk ongelukkig voelde, wist mijn moeder dan weer niet. 

                                                                       **

Tussenmomenten: 

  • Boodschappenlijstje maken
  • Boodschappen doen
  • Boodschappen uitpakken
  • Gevallen wasknijpers zoeken (deze niet vinden)
  • De was sorteren
  • Wasjes draaien
  • Was ophangen (secuur) 
  • Koffies maken (en drinken)
  • Wandelen in de avond
  • Op bed liggen (blijven liggen) (overwegen uit bed te stappen maar toch blijven liggen)
  • Lezen 
  • Yoga doen
  • Voor me uit staren
  • Oefeningen doen die me werden opgedragen door een arts
  • Muziek luisteren
  • Dansen
  • Met (lieve) vrienden kletsen, hun zien bewegen en wachten tot er een fonkeling in hun ogen verschijnt wanneer ze een cavia, een baby of een pluizige hond zien of als ze gewoon in een goede flow zitten. (Kleine kanttekening: hoe gelukkig ik ook bij mijn vrienden ben en hoeveel liefde ik ook voor ze voel, er is altijd de angst dat ze op een dag vertrekken. Is het niet naar een dorp, een ander land dan wel omdat we elkaar zat zijn of omdat zij of ik op een dag doodgaan.) 
  • Uitgebreid douchen, insmeren (selfcare) 
  • Uit het dakraam hangen
  • Door het park of een bos of over een strand lopen
  • In bad zitten
  • Kleding strijken, deze eventueel vermaken  
  • Etc. 

                                                                       **

Mensen kunnen weggaan om wat voor reden dan ook. 

Kunst kan dat niet. 

T O E N  IK 

me bewust van de dagen, van tijd, van keuzes en van het feit dat je voor veel van je dagbesteding zelf verantwoordelijk bent, vroeg ik me af of we niet allemaal onze dagen opvullen om het lijden te vergeten.

(iedereen heeft wel wat, toch?) 

We doen leuke dingen om niet te hoeven lijden of ook maar te denken aan ons leed. 

Er is zo’n filosoof, die beweert dat de mens alleen maar bezig is met afleiding, puur om het lijden in het leven niet onder ogen te zien.

Maar nu vraag ik je: wat deed die filosoof dan op een dag, wat moet je in godsnaam doen als je het leven volgens zijn theorie moet doorleven? De hele dag zittend voor je uitstaren en wachten tot de dag voorbij is?

                                                                       **

Overigens, als je zegt dat leven per definitie lijden is, wordt er veelal op gereageerd dat dat pessimistisch is. Pijn en lijden liggen niet ver van het zwelgen in je zelf en het zwelgen in je zelf wordt over het algemeen afgekeurd (zoals ik mijn eigen pijn en dit essay op een manier óók afkeur).
Al denk ik ook dat een mens niet pessimistisch kan zijn. Als ik zeg dat ik pijn heb, zowel fysiek als mentaal ben ik gewoon eerlijk, toch? 

Pessimistisch ben ik niet. 
Want ik leef. 
Zodra je leeft en ervoor kiest om te blijven leven ben je al van positieve aard.

(wat eigenlijk nu impliceert dat ik zelfdoding als iets negatiefs beschouw, wat ik niet vind. Dat kan je niet zomaar veroordelen als negatief of positief – eerder moedig. Maar mi gaddo, dit voor een andere keer)

                                                                       **

Ha!

Afleiding/lijden  dat afleiding een korte ei is en lijden met een lange IJ wordt geschreven zou kunnen betekenen dat alles dat lijdt uitgerekt is en of wordt. Wat ook zo voelt, want wanneer je lijdt duurt alles zo ontzettend lang. 

Net als bij het woord pijn. 
Pijn duurt ook lang. 

T O E N  IK 

een keer met mijn moeder belde zei ze:

Als je kunstenaar bent, hoef je niet te lijden. Dat is niet nodig. Jij hoeft niet te lijden, je hebt toch een hartstikke leuk leven? 

Ik zei zoiets van:

Jaja

(een van mijn standaard antwoorden als ik met mijn ouders bel) 

Mijn ouders ontkennen veelal hun pijn of wimpelen het weg. Maar is het niet zo dat wanneer je je eigen pijn ontkent, je meestal te weinig kunt meevoelen met andermans pijn?

Mijn moeder is bang wanneer ik lijd. Sterker nog, ze kijkt steevast treurig als ik zeg dat ik pijn heb. Wimpelt het weg (of zegt dat ik me aanstel of dat ik er niet in moet blijven hangen). 

Ik houd dus veel voor me. 
Ik doe voor mijn ouders alsof. 

                                                                       **

Opmerkelijk is dat ze hun pijn wel uiten als ik hun verwachtingen niet nakom.

                                                                       **

Dat je pijn kan gebruiken als vorm om aandacht te creëren. 

                                                                       **

Gil the Grid (een bewegings kunstenaar) vertelt in een interview dat je andermans pijn alleen maar kan doorvoelen en dus kan zien (of je het nou wil of niet) als je zelf óók een periode hebt gehad waarin pijn als hoofdpersonage in je leven heeft gespeeld.

                                                                       **

Ik zie kunst als een vorm die al het mensenleed dat er op deze aardbol verkeert, blootlegt. En daar komt dus nogal veel pijn bij kijken. 

Een vriendin merkte op dat er binnen literatuur veel wordt geleden. 
Ja, in vrijwel elke roman wordt op een verkapte manier gezegd: Leven is Lijden (met de lange IJ)
Diezelfde vriendin merkte ook op dat alle kunst nooit echt vrolijk is. Tenminste, als je inzoomt op waarom de kunstenaar maakte wat hij of zij heeft gemaakt. De uitwerking kan wel iets luchtigs, vrolijks, esthetisch hebben of een zekere schoonheid bezitten. 

Zou dit komen doordat er in het dagelijkse bestaan niet veel tijd en ruimte is voor ongemak? 

                                                                       **

Godzijdank is er kunst.

Godzijdank gaat niet alle kunst over pijn (!).

                                                                       **

Sticks (een Nederlandse rapper) zegt dat je je leven moet leiden en niet je leven moet lijden. Of nee, hij zei het anders. Pakkender. Beter. Maar hij bedoelde (of zo interpreteerde ik het) dat je je leven moet leiden met een korte ei. Dat jezelf aan zet bent. Dat je zelf de teugels in handen kan hebben.
Ik ben te lui om op te zoeken in welk filmpje hij dit zei en vooral hoe hij die korte ei zo mooi en subtiel in zijn vocabulaire (en dus in zijn leven?) heeft verweven. 

(ik ben echt fan he, van Sticks)

                                                                       **

Een collega-schrijver mailt:

Zelf zit ik ook weer in een reeks onderzoeken, waarvan de uitslag een pure roulette is. Je kent het fenomeen. Optimisme is verplicht, en in feite ook de enige keus.

De mail doet me meer dan ik zou willen. Ik vind het confronterend, schrijnend en pijnlijk. Naast het feit dat ik niemand een kankersoort gun, krijg ik het koud van die altijd optimistische kijk die nodig is in tijden dat alles om je heen in duigen valt.  

Ja, óók ik ben optimistisch. Positief, ja. Ik probeer het mooie van alles in te zien. Maar bij deze mail besef ik dat positiviteit óók als overlevingsmechanisme kan worden ingezet. 
Ineens besef ik me dat ik ook belachelijk optimistisch was tijdens de behandeling.

                                                                       **

Een vrouw die ik vaag ken, zegt dat mensen die wijze dingen zeggen een vorm is van een overlevingsstrategie. Een overlevingsmodus om het leven te doorstaan. 

Stel dat dit waar is, dan zouden er dus vet veel mensen rondlopen die het leven (elke dag weer!) als een worsteling zien.

Is dit niet schrijnend? 

(en wat valt er over die andere mensen te zeggen, die schijnbaar geen wijze dingen zeggen? 

Dan kom ik toch al snel op de vraag: wie bepaalt wat wijs is en wat niet? 

T O E N  IK 

opmerkte dat ik afdwaal.

T O E N  IK 

ontdekte dat mijn pijn niemands pijn is en ik dus zelf verantwoordelijk ben voor hoe ik hiermee omga en mij hiertoe verhoud, ben ik mijn dagen anders gaan invullen en de verstandhouding tot mezelf gaan bijschaven. 
Ik ben mijn pijn, ja.
Ik ben mijn angst, ja.
Ik ben de daarbij gepaarde eenzaamheuhg.
Ik omarm de pijugh. 
Ik accepteerugh.

Oké.

Ik kan nog meer bijschaven aan mijn houding. 

                                                                       **

Ik geloof dat hoe je je tot jezelf verhoudt invloed heeft op hoe je je eigen pijn ervaart. Ik geloof ook dat er een groot deel hiervan in de Nederlandse taal schuilt; wanneer je grofgebekt bent, je lomper en misschien zelfs harder handelt, zowel naar de ander als naar jezelf. 

                                                                       **

In mijn opvoeding werd veel weggelachen en grove taal gebruikt. 

Nu let ik hierop. 

Ik lach nog wel veel (en negen van de tien keer is dat niet uit vrolijkheid) maar ik ben me er bewust van, net zoals ik op mijn taal let. Ik wil niet zoals in het eerste deel van Tim Parks boek Leer ons stil te zitten alleen maar boos en gefrustreerd zijn. Ik wil geen verbitterd en verzuurd mens worden. Ik wil niet, zoals de dokter mij oplegt, denken in cijfers, statistieken of in onaardige en strijdvaardige woorden. Ik wil niet bij het clubje van de online fora horen. Ik wil liever ook niet, zoals mijn ouders, mijn pijn blijven verbijten (kost veel energie man). 

Nee, ik geloof dat naast de fysieke pijn het lijf al dat mentale; dus het verzet, die teleurstellingen, angsten, wrok en boosheid op een gegeven moment niet meer tillen kan. 

Sterker nog; ik denk dat het lichaam alle gewichtige gevoelens niet alleen dragen wil, dat hij of zij (het lichaam) óók kalmte, liefde, rust en vrolijkheid mag ervaren. Ik denk dat als je die gevoelens óók toelaat… pijn uiteindelijk dragelijk kan worden.

T O E N  IK 

doorhad dat je verantwoordelijk bent voor jezelf en je dus aan jezelf kan werken ervoer ik weer hoop.

(oké, niet altijd. Soms vind ik het ontzettend vermoeiend en zwaar; altijd maar dat werken aan jezelf. Dan voelt het letterlijk alsof ik aan het ploeteren ben)  

                                                                       **

Mijn haren groeien (godzijdank!)
Mijn voorhoofd beukt mijn gedachten enkel kapot voor mijn menstruatie begint
(om over mijn menstruaties na de behandeling nog maar te zwijgen) 

Mijn oogbollen in mijn oogkassen branden alleen als de moeheid toeslaat
Het licht is nog altijd te fel, na tien uur kan ik mijn zonnebril afzetten

Mijn oren suizen alleen als ik te veel spanning ervaar
Mijn neusvleugels drukken zo nu en dan in de nacht 

Dan word ik wakker, en herinner ik me de behandeling; de liefde, de vrienden, de artsen, de verplegers, de plastic handschoentjes, de chemische geur, de naalden, de continue doodsangst-

Misselijk ben ik alleen nog maar als ik te veel snoep

Mijn kaken masseer ik dagelijks met een balletje
(tip van de osteopaat, en guess what? Het helpt gewoon!) 
Mijn tong tintelt bij te weinig weerstand; wat weer in lijn staat met mijn hevige menstruatie
Mijn tanden zijn oké, geloof ik
Mijn botten, idem dito
Mijn spieren voel ik als ik te hard heb gesport of te hard van stapel ben gelopen
Mijn bloed stroomt geloof ik wel lekker
Het rotsblok in mijn buik is vervangen door een ovalen steen, niet heel chill maar oke

Mijn bekkenbodem geeft ongeveer 14 dagen lang in de maand aan dat ik anders leven moet 

(maar hoe dan precies vertelt ie dan weer niet) 

Op houten stoeltjes of bankjes zitten kán, al gaat mijn voorkeur toch uit naar een zacht zitvlak 
Kleding met een boordje of een elastiek draag ik
(kijk me shinen) 
Bestek met een scherpe steel gebruik ik, al kleeft er een donkere herinnering aan
Kruidig eten eet ik, en jezus wat is het lekker!

Mijn benen kennen periodes dat ze loodzwaar voelen
Gewoon; van de een op de andere dag
(en dan is er ook gelijk de herinnering en die priemende angst)

Mijn huid smeer ik dagelijks twee keer in met lekker geurende olie
Mijn gewrichten kraken soms, in de nacht
Mijn nagels zijn aangesterkt 

Maar in in mijn brein is het moes
Ik vergeet gesprekken, woorden, herinneringen, namen en functies van zoiets simpels als een keukenkastje
Concentratie is moeilijk te vinden
Te veel prikkels zorgt voor kortsluiting 
Een afspraak langer dan twee uur houd ik niet vol
Twee afspraken in de week is het maximale wat ik verkroppen kan
Ik word dagelijks overvallen door een intense moeheidsaanval
En ik draag een constante angst bij me, angst voor verval die veelal in de nacht aanklopt en netjes op mijn bedrand blijft zitten tot het licht wordt 

Mijn vriendenkring is geslonken als die van een vrouw op leeftijd die naar het platteland is verhuisd

Maar mijn prioriteiten zijn duidelijker
Er heerst (naast alle angst) een soort kalmte of vertrouwen in mezelf

Ik geloof niet dat dit het is 
(ik hoop dat ik over een poosje minder in fysieke en mentale gaten val)
Maar ik geloof wel dat ik mijn ziekte voor altijd met me meedraag
Is het niet als gedachtegoed, nog een fysieke nawee dan wel in een boek, een essay of in een kunstwerk

T O E N   IK  

            B O R S T K A N K E R   

                                                                  HAD

Het werk van Sytske Frederika van Koeveringe is dit weekend te zien in de tentoonstelling A- lonely show, klik hier voor meer informatie. 

Sytske van Koeveringe, vrouw zoekt wasknijper (vindt deze niet)
Sytske van Koeveringe, vrouw zoekt wasknijper (vindt deze niet)
Sytske van Koeveringe, Vrouw begrijpt de ruimte ff niet meer (maar ze zit er wel in) (in die ruimte)
Sytske van Koeveringe, Vrouw begrijpt de ruimte ff niet meer (maar ze zit er wel in) (in die ruimte)
Sytske van Koeveringe, Vrouw leest
Sytske van Koeveringe, Vrouw leest
Sytske van Koeveringe, Vrouw wacht tot de douche warm genoeg is
Sytske van Koeveringe, Vrouw wacht tot de douche warm genoeg is

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl