Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Wie trekt aan de noodrem? - De macht van het genie en de verantwoordelijkheid van de groep

26-11-2020 Ingeborg van der Ven

Ingeborg van der Ven sprak tientallen wetenschappers over ervaringen met ongewenst seksueel gedrag en intimidatie. Naar aanleiding van de zaak Andeweg vroeg Mister Motley Ingeborg een blik te werken op de kunstsector.

Zaterdagochtend 31 oktober, nog in bed lees ik ‘het artikel’ in NRC. De avond ervoor had ik het stuk al via meerder wegen gekregen. Na verschillende alinea’s word ik 1) misselijk, 2) boos, 3) onrustig. Wie is deze Julian Andeweg? Ik vind direct een video op Youtube, in de serie Kunst is lang van Mister Motley.

“Ja de academie heeft mij eigenlijk niks geleerd hoor!” Stoer legt Andeweg in de eerste minuten al uit dat hij maar weinig van zijn genoten opleiding nodig heeft gehad voor het succes dat hij heeft als beeldend kunstenaar. Ik weet genoeg en klik de video weg. Zelf volg ik vergelijkbare misstanden binnen de wetenschap en dit profiel is geen uitzondering. Zelfvoldaan, verheven boven de rest, tegelijkertijd charismatisch en welbespraakt.

De volgende ochtend is de video niet meer te vinden. Weggehaald. Net als de rest van de kunstwereld zoekt ook kunstmagazine Mister Motley naar een manier om om te gaan met deze casus. Wat te doen met deze kunstenaar en zijn daden?

Dus hier zijn we. Ik, journalist op het gebied van wetenschap en bestuur, ben ook gevraagd om vanuit mijn ervaring te reflecteren op dit verhaal. Een andere sector, maar een vergelijkbaar verhaal.

De pagina’s vol ervaringen en voorbeelden van de NRC maken mij nog steeds misselijk. Maar ze verrassen me niet meer. Zelf deed ik onderzoek naar deze problematiek in de wetenschap. Ik sprak tientallen wetenschappers over ervaringen met ongewenst seksueel gedrag en intimidatie. Binnen elke universiteit is een verhaal te vinden rondom een succesvolle wetenschapper (in de meeste gevallen een man) die ondanks machtsmisbruik en (seksuele) intimidatie een glansrijke carrière wist te maken.

Waar mensen samenwerken gaan zaken mis. De cocktail van machtsongelijkheid en kwetsbaarheid maakt dit probleem voor wetenschap en kunst wellicht nog complexer.

Om het probleem van een onveilige werkvloer goed te begrijpen onderzocht ik niet alleen de ervaringen van slachtoffers maar ook de instituten, de regels en de cultuur. De hoge mate van hiërarchie, de informaliteit binnen een faculteit en de afhankelijkheid van een beginnende wetenschapper ten opzichte van zijn of haar meerdere bleken hierbij faciliterende factoren. Componenten die niet alleen in de wetenschap maar ook in de kunstsector zijn te vinden. 

Als journalist is mijn visie op seksuele intimidatie en machtsmisbruik de afgelopen tijd breder geworden. Mijn heftige veroordeling van ongewenst gedrag is niet afgenomen maar tegelijkertijd is mijn begrip van de complexiteit van dit probleem wel gegroeid. Riep ik in mijn eerste jaar nog om een snelle en adequate oplossing, hernieuwde wetgeving en een totale herziening van het systeem van vertrouwenspersonen en ombudspersonen, inmiddels is mijn begrip voor de instituten en de mensen die daadwerkelijk iets aan dit probleem proberen te doen gegroeid. Waar mensen samenwerken gaan zaken mis. De cocktail van machtsongelijkheid en kwetsbaarheid maakt dit probleem voor wetenschap en kunst wellicht nog complexer.

Zowel wetenschappers als kunstenaars worden geacht met iets te breken. Ze bereiken succes als ze weten te breken met het bekende en een weg weten te vinden naar het onbekende. Die weg vraagt ook om een grote kwetsbaarheid van wetenschappers en kunstenaars. En wellicht juist daarom moeten onderwijsinstituten beginners hier zo goed in begeleiden. In het artikel uit het NRC is duidelijk te lezen dat de onderwijzers studenten niet tegen het grensoverschrijdende gedrag van Andeweg konden beschermen.

De weg van breken met het bekende geeft wellicht ook meer ruimte aan de ontwikkeling van mensen die eerder geneigd zijn grenzen van anderen te breken. En een omgeving die vanwege de grote informaliteit weinig checks and balances heeft om dit gedrag snel te corrigeren. Een structuur van governance die aan verandering toe is.

Waarom houden we als groep bepaalde mensen de hand boven het hoofd?

Het meldsysteem

Wat ik nu binnen de wetenschap zie is dat de verantwoordelijkheid voor verandering alleen neer wordt gelegd bij bestuurders. Vanzelfsprekend dragen bestuurders een verantwoordelijkheid voor de veilige omgeving. En toch vind ik het van groot belang om breder te kijken.

Nee, het gaat niet overal mis. Ja, er zijn ook organisaties die echt grote stappen zetten. Maar als het mis gaat, dan gaat het veelal om een langere periode. Hoe kan dit? Uit de verhalen die ik door de jaren hoor blijkt dat in veel situaties collega’s en direct betrokkenen op de hoogte waren van misstanden. Op veel afdelingen is vaak bekend wat er gebeurt en er zijn in verschillende casussen duidelijke momenten aan te wijzen waarop de omgeving, de groep, heeft verzaakt in te grijpen. Ook dit is een element dat terugkomt in de verhalen rondom Andeweg.

Het is goed dat er op dit moment binnen universiteiten van alles uit de kast wordt getrokken om veiligheid te creëren: protocollen, richtlijnen, zero-tolerance beleid, vertrouwenspersonen en ombudsmannen. Maar is deze manier van governance voldoende als niemand zich uitspreekt?

Een meldsysteem is een wassen neus als niemand een melding maakt. Juridische verantwoordelijkheid is een duidelijke voorwaarde voor het creëren van veiligheid, maar biedt omstanders geen vrijbrief om signalen te negeren. We moeten dichterbij kijken. Waarom houden we als groep bepaalde mensen de hand boven het hoofd? 

Louise Bourgeois - Arch of Hysteria (1993)
Louise Bourgeois - Arch of Hysteria (1993)

 

De genie en de groep

Het blijft mij na de afgelopen jaren verbazen hoe sterk de behoefte van de groep is om een bepaalde persoon een speciale status te geven. Er is iets dat een persoon goed kan en op een bepaald moment doet het er verder niet meer toe wie deze persoon is als mens. Alles lijkt geoorloofd. Een fenomeen dat je in de wetenschap veel terug ziet komen. “Ja maar deze professor, die kan ik toch niet op het matje roepen.” Een fenomeen dat er uiteindelijk voor kan zorgen dat een vermeend “genie” zich 14 jaar als een beest gedraagt en desondanks, of dankzij?, een glansrijke carrière opbouwt.

In onze cultuur zit het geloof ingebed dat er mensen zijn die bijzonderder en exceptioneler zijn en meer gaven hebben dan anderen. We zien anderen graag als minder saai en minder voorspelbaar dan wij zelf zijn of hoe wij onszelf zien. Daar waar we zelf soms niet geslaagd zijn in het ontwikkelen van iets geniaals willen we in ieder geval geloven dat het genie wel degelijk bestaat. Als we het zelf niet zijn, dan willen we er in ieder geval dichtbij zijn.

Ga ik te snel en te ver als ik zeg dat veel “net-niet-genieën” het onderwijs in gaan? Of op een andere manier een faciliterende rol spelen voor “hen-die-het-wel-gelukt-is”? Ook in het artikel over Andeweg komt naar voren dat docenten vaak op de hoogte waren van het gedrag van de beeldend kunstenaar. Maar dat vaak, wellicht vanwege de eigen affectie met deze ontluikende genialiteit of de reputatie van de kunstenaar in kwestie, geen actie werd ondernomen.

Om het beeld van de genie of de geleerde in stand te houden zijn wij blind voor veel zaken. We knijpen een oogje toe om de illusie te bewaren. Een quote uit het NRC-artikel illustreert: "Van Roosmalen mailt vlot terug. „Juliaan is een ingewikkeld persoon”, erkent hij. „Iemand die niet altijd deugt, die grenzen opzoekt, verschillende versies van de waarheid hanteert. Maar dit zijn ook „eigenschappen die kunnen getuigen van een intrigerend en eigenzinnig kunstenaarschap”.

Inmiddels is duidelijk geworden dat deze Van Roosmalen, directeur van kunstcentrum Stroom na wederzijds overleg ontslag neemt. Is hiermee het probleem opgelost? En hebben we daarmee de situatie veiliger gemaakt? Als het hierbij blijft en als deze stap nu gebruikt wordt om dit hoofdstuk af te sluiten is mijn antwoord op deze vragen: Nee.

Verantwoordelijkheid

In deze discussies praten we vaak over “het slachtoffer” en “de dader”. Twee personen die voor het gemak buiten de deelnemers van het gesprek vallen. We hebben grote meningen, veroordelingen; “de echte oplossing is natuurlijk” en “het zou mij nooit overkomen dat”. We praten over hen en zetten onszelf graag aan de zijlijn.

Veroordelen is te makkelijk. We moeten met elkaar kijken naar de rol die we spelen, en accepteren dat veel van deze processen voor onszelf iets opleveren. “Maar leg je de verantwoordelijkheid dan niet onnodig bij het individu en niet bij de instituten die ons zouden moeten beschermen tegen ongewenst gedrag?” deze vraag kreeg ik in de voorbereiding van dit artikel. Wellicht bedoel ik meer een reflectieve verantwoordelijkheid dan de daadwerkelijke juridische verantwoordelijkheid. Het falen van het systeem van aangifte en rechtsgang in de casus Andeweg is evident, en wederom voor geen nieuw gegeven. Dit is een aanleiding voor een geheel nieuw artikel (en onderzoek). Maar door de verantwoordelijkheid alleen bij de politie en het rechtssysteem neer te leggen, maken wij onszelf er te gemakkelijk vanaf, en onttrekken wij ons van de groep en van de belangrijke rol die we kunnen spelen.

Er zijn namelijk zoveel kleine momenten die in 14 jaar tijd een verschil kunnen maken. Een docent die wél ingrijpt. Een vriend of vriendin die de puzzelstukjes aan elkaar verbindt. Een galeriehouder die na verschillende klachten niet alleen het gesprek aangaat, maar laat zien zelf niet met dergelijk gedrag geassocieerd te willen worden en het verhaal duidelijk wil krijgen.

De vraag is hoe lang je als omstander kunt volhouden dat je het niet hebt gezien en daarmee niet geweten. Is het niet tijd dat we allemaal een bepaalde mate van bewustzijn ontwikkelen als het gaat om een veilige leeromgeving of werkvloer? Zeker in deze tijd, van social media en een steeds groter wordende transparantie en openheid. De signalen zijn er, maar we moeten wel durven luisteren, kijken en benoemen.

De noodrem

Een paar weken geleden trok ik voor het eerst in mijn leven aan de noodrem. In mijn coupé zat een vrouw met haar been klem tussen de deur. Haar eigen schuld, bleek later, ze sprong na het fluitsignaal nog naar binnen. Gelukkig kon de conducteur haar bevrijden en liep de situatie goed af.

Met ruim 13 min vertraging vertrokken we even later van het station. Niemand was blij met de ontstane situatie. De hele coupé niet: “zucht, nog luidere zucht”, de conducteur niet: “deze vertraging is veroorzaakt door mensen die nog steeds na het fluitsignaal naar binnen springen”.

Het slachtoffer dat wij hadden gered, wandelde heel snel het perron af, bang voor represailles. De sfeer was zo benauwd dat ook het clubje helpers na het reddingsmoment elkaar niet meer durfde aan te kijken en op Den Haag Centraal zonder een woord de trein uit rende. Wat een anti-climax.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat het moment waarop je aan de noodrem trekt niet altijd een gemakkelijke is. Dat het je ook niet altijd in dank wordt afgenomen en dat je er zelfs niet altijd “een redding” mee realiseert.

Toch is het van belang dat we onszelf afvragen of we zelf nog aan de noodrem durven te trekken. Als we daadwerkelijk iets willen veranderen aan een veilige werkvloer binnen de wetenschap of kunstsector dan moeten we niet alleen kijken naar governance maar ook naar onze eigen rol. We moeten ons uitspreken. En dan niet op het moment dat we de volledige bewijslast opgetekend in het NRC vinden, maar al veel eerder. Als het verhaal nog onduidelijk is, er vermoedens zijn en je mogelijk een coupé vol medereizigers enorm kan irriteren.

 

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl