Niek Hendrix

Beter goed gejat

Essay
19 oktober 2021

over plagiaat in de kunst

In 1986 kocht het Boijmans van Beuningen museum een groot schilderij aan van de kunstenaar Rob Scholte. Utopia toont een levensgrote houten ledenpop, er loopt een kat bij haar voeten en een jongetje biedt de pop een kop koffie aan.

De pop is als het schilderhulpmiddel dat eerder door de De Chirico werd afgebeeld. De houding verwijst naar een traditie van schilderijen door Manet met zijn Olympia en Titiaan met de Venus van Urbino.

 

Na publicatie van een recensie in NRC waarin het werk Utopia van Rob Scholte was afgebeeld, ontving de redactie een postkaart met eveneens een houten ledenpop liggend in de pose als op het werk van Scholte. Ook het kapsel, gezicht en zelfs de kussens waren exact hetzelfde. Het was een foto van een mechanisch sculptuur van Paul Spooner, uit een klein museum in Londen.

Al snel volgde een artikel waarin deze ontdekking uit de doeken gedaan werd. “Het schilderij Utopia van Rob Scholte, nieuw gebruik of nabootsing?” Het Boijmans vond de ontdekking leuk maar had even zo goed het werk aangekocht, ook als ze het van tevoren hadden geweten. Scholte antwoordde op de vraag om zijn bron te vermeldden: “Dat deed Manet toch ook niet toen hij zijn Olympia geschilderd had?”.

De directeur van Stichting Beeldrecht was kritischer en sprak over “…(verboden) nabootsing. Dan kan je je afvragen of er wel een nieuw en oorspronkelijk werk is ontstaan. Het lijkt in dit geval heel dicht bij natekenen te liggen.” Rob Scholte had het laatste woord. Hij toverde op groot formaat het volledige krantenartikel om tot schilderij. Inclusief de Titiaan, Manet, de postkaart en zijn eigen werk. In kleur, ondanks dat het krantenartikel zwart-wit was.

De grenzen van inbreuk op auteursrecht en artistieke vrijheden worden continu opnieuw bevochten. Plagiaat wordt er al snel geroepen waarbij dan ook gigantische bedragen worden geëist. Slechts zelden wordt ingegaan op de vraag waarom dit zo’n probleem is.

Deze anekdote uit de Nederlandse kunstgeschiedenis illustreert de ideeën die we hebben rondom kunst in relatie tot authenticiteit en originaliteit. De grenzen van inbreuk op auteursrecht en artistieke vrijheden worden continu opnieuw bevochten. Vaak komen ze in het publieke debat als er weer een rechtszaak gaande is. Plagiaat wordt er al snel geroepen waarbij dan ook gigantische bedragen worden geëist. Slechts zelden wordt ingegaan op de vraag waarom dit zo’n probleem is.

Het werk van Rob Scholte toont dat ieder werk een bron kent, en soms meerdere. Het werk van Scholte kwam voort uit dat van Manet, dat kwam voort uit een werk van Titiaan en dat kwam weer voort uit een werk van Giorgione. Hoewel het werk van al deze makers hetzelfde fundament had, namelijk een naakte liggende vrouw, zijn het onmiskenbaar andere beelden. Ze zijn hetzelfde, en toch ook weer niet.

Dat is niet alleen zo bij dit voorbeeld. Denk aan alle Maria’s en Christussen waar de kunstgeschiedenis mee gevuld is. Allemaal hetzelfde en toch ook anders. Deze kunstwerken streven niet naar originaliteit, maar zijn dienstbaar aan een beeldtaal. Een taal die de makers van elkaar geleerd hebben door elkaars vondsten te gebruiken. Langzaam bij beetje zie je zo de stromingen in de klassieke kunsten voorbijkomen. Het nabootsen, de mimesis, zit al vanaf het begin ingebakken in hoe beeldende kunst tot stand komt.

Good artists copy, great artists steal”, zou Picasso ooit gezegd hebben. Al schijnt Stravinsky dat ook gezegd te hebben, en Faulkner, en TS Elliot. De bron van de quote blijkt te liggen bij de relatief onbekende WH Davenport Adams. Originaliteit was lange tijd totaal niet van belang. Dat is ergens in de loop van de tijd veranderd. Dat de quote zo vaak wordt toebedeeld aan Picasso komt door Steve Jobs die het aanhaalde in een documentaire.

Nostalgia (1988), Rob Scholte. Acrylverf op doek. Bischofberger Collection, Männedorf-Zurich, Switzerland.
Utopia (1986), Rob Scholte. 161x257cm, Acrylverf op doek, Boijmans van Beuningen museum

Rob Scholte was dan ook niet origineel, hij was niet degene die het liggend vrouwelijk naakt als eerste schilderde. Giorgione deed dat. Voor Rob Scholte is originaliteit niet het doel, maar het bevragen ervan. Dat verklaart ook waarom het naschilderen van de krant zo goed past binnen zijn inhoudelijke uitgangspunten. Het toont de grenzen van het idee van originaliteit tegenover de eeuwigdurende mimesis. Kort gezegd hoe beeldgeschiedenis een beeld betekenis geeft en hoe we daar als toeschouwer mee om gaan.

Rob Scholte gebruikte dus het werk van Spooner als bron voor zijn Utopia. De directeur van Stichting Beeldrecht geeft aan dat als Paul Spooner zou aankloppen deze gelijk zou krijgen en dus recht zou hebben op een financiële vergoeding. In deze gedachtegang Rob Scholte is een bekende kunstenaar die misbruik heeft gemaakt van het werk van een relatief onbekende kunstenaar.  Rob Scholte heeft dan een machtspositie tegenover Spooner die onrecht is aangedaan. Dat klinkt heel redelijk. Je kunt je tegelijk ook afvragen of Spooner wel daadwerkelijk zo origineel is. Is het niet zo dat zijn werk ook een kopie is zoals dat van Rob Scholte dat is?

Spooner was het te doen om het maken van mechanische reproductie van bekende werken, als vermaak. Scholte speelt met de beeldende betekenis van de Olympia van Manet, het is een kritiek op beeldende kunst.

Heeft Spooner überhaupt iets verloren? Zijn werk functioneert immers als mechanische curiositeit in zijn Londense museum en niet als schilderij in het Boijmans van Beuningen Museum in Rotterdam binnen het oeuvre van de kunstenaar Rob Scholte. De intrinsieke beeldende betekenis van de twee werken is totaal anders. Spooner was het te doen om het maken van mechanische reproductie van bekende werken, als vermaak. Scholte speelt met de beeldende betekenis van de Olympia van Manet, het is een kritiek op beeldende kunst. In die zin is Scholte niet aan de haal gegaan met het werk ten kostte van dat van Spooner. Het is niet zo dat het werk van Spooner minder gezien zou worden, of minder betekenis zou hebben. Misschien juist wel het tegenovergestelde. Het werk van Scholte heeft het werk van Spooner op geen enkele wijze vervangen. Zoals het werk van Spooner ook geen enkele invloed heeft op het werk van Titiaan of Manet.

Maar, alsnog is er die claim van originaliteit die verdedigbaar is. In het verhaal van Scholte en Spooner ligt die niet bij hen, maar bij Giorgio. Want, dat is de eerste voor zover we dat weten. Maar laten we wel wezen, zo’n origineel en complex idee is het schilderij met een liggend naakt nu ook weer niet.

Wat dat betreft is de wereld gevuld met uitvindingen die tegelijkertijd gedaan werden. Zo werden er op exact dezelfde dag ,14 februari 1876, door zowel Gray en Bell een patent voor telefonie ingediend. Zo werd de kruisboog zowel in China, als Griekenland, als Canada uitgevonden. Zo lijkt de natuur meermaals de krab te hebben heruitgevonden. En zo lijken de buidelwolf en de vos zoveel op elkaar dat de schedels haast niet uit elkaar te halen zijn, maar zijn ze totaal geen familie van elkaar.

Via Instagram account @whos__who: Josephine Halvorson vs. Richard Bosman
Via Instagram account @whos__who: Whit Harris vs. Ricardo Gonzalez
Via Instagram account @whos__who: Sam McKinniss vs Mark Mann vs Robin F Williams
Via Instagram account @whos__who: Jonas Wood vs. Brian Lotti vs. Shaun Ellison

In de kunst is dit niet heel veel anders. Wie naar de Instagrampagina “whos___who” gaat, ziet een overzicht van kunstwerken die verdacht veel op elkaar lijken. Soms gebaseerd op elkaar, maar even zo goed zijn er veel kunstwerken die conceptueel gezien identiek zijn maar door verschillende kunstenaars los van elkaar ontstaan zijn.

Als het idee, het conceptuele, bepaalt hoe origineel het werk is, dan is het risico dat één van die andere vele duizenden kunstenaars hetzelfde idee heeft gegarandeerd. Zo maakten Jan Dibbets en Richard Long vrijwel tegelijk een rechte lijn in een grasveld, zo maakten Olafur Elliason en Ann Veronica Janssen een identieke gekleurde mistkamer. Dezelfde werken maar in andere oeuvres met een andere betekenis, die elkaar dus niet in de weg zitten. Nogmaals, wij zijn de duizenden aapjes die achter een typemachine een stuk van Shakespeare aan het typen zijn. Vroeg of laat heeft iemand anders exact hetzelfde idee.

Tegelijk is het zo dat de moderne massamedia het mogelijk maken om, zonder het werk in het echt gezien te hebben, een idee te stelen van een andere maker. En dan kunnen kunstenaars elkaar wel degelijk in de weg zitten en benadelen. Zeker als het werk van de een veel meer zichtbaarheid geniet dat het werk van de ander. Als een relatief onbekende kunstenaar een werk maakt dat verdacht veel lijkt op dat van een bekende kunstenaar is er niets aan de hand. Waarom zou de bekende kunstenaar daar immers aanstoot aan nemen?

Tegelijk is het zo dat de moderne massamedia het mogelijk maken om een idee te stelen van een andere maker. En dan kunnen kunstenaars elkaar wel degelijk in de weg zitten en benadelen. Zeker als het werk van de een veel meer zichtbaarheid geniet dat het werk van de ander.

Maar als die bekende kunstenaar dat doet met het werk van een relatief onbekende kunstenaar is er natuurlijk sprake van een zekere machtspositie. De bekende kunstenaar geniet van een grotere zichtbaarheid. De relatief onbekende kunstenaar staat met lege handen. Het kan dus zijn dat iemand toevallig met een sterk vergelijkbaar werk komt. Maar er kan dus ook wel degelijk sprake zijn van het uitbuiten van een vondst van een relatief onbekende kunstenaar door de meer zichtbare kunstenaar. De vraag is dan dus of het toeval is, of dat het intentioneel het kopiëren is van de ander ten nadele van de minder zichtbare kunstenaar door de bekendere kunstenaar. Helaas kunnen we niet in het hoofd kijken van de kunstenaar om te weten of het daadwerkelijk toeval was. Hard bewijs is er lang niet altijd.

Als het over kunst gaat blijven we hardnekkig vasthouden aan het romantische cliché van de geniale kunstenaar die zit te zwoegen aan de “allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie”. Het geeft het idee dat er zoiets als een totaal origineel kunstwerk bestaat en daarmee dus ook een absoluut originele maker. Dat is toxisch omdat het geen ruimte biedt voor het idee van gedeeld auteurschap. Terwijl kunst altijd voortkomt uit reeds bestaande maatschappelijke ideeën in plaats van strikt persoonlijke. En dus krijg je de miskenning en/of het gevoel van onrecht waar al die rechtszaken om draaien en waarom er veel geld geëist wordt; de credits.

Dat is toxisch omdat het geen ruimte biedt voor het idee van gedeeld auteurschap. Terwijl kunst altijd voortkomt uit reeds bestaande maatschappelijke ideeën in plaats van strikt persoonlijke.

Illustratie van Sabina Radeva voor Penguin Books

In dit geval is er meestal sprake van een duidelijke winnaar en een verliezer maar zou het niet ook juist kunnen uitmonden in een win-winsituatie, laten we even er van uitgaan dat het toeval is dat er hetzelfde ontstaat. Het geluk is dat dit soort situaties vaker zich hebben voorgedaan, omdat er al heel lang heel veel aapjes typen. En er dus ook wel degelijk elegante oplossingen zijn die wel degelijk voordelen opleverden voor alle betrokkenen. Ook als er een verschil is tussen de publieke zichtbaarheid van de betrokkenen.

Een inspirerend voorbeeld vond plaats in 1858. De wetenschapper Alfred Russel Wallace was al jaren onderzoek aan het doen in Indonesië naar de plaatselijke natuur. Daar ontdekte hij niet alleen meerdere diersoorten, ook ontwikkelde hij het idee van natuurlijke selectie. Hij schreef er een brief over naar een collega. Wat hij echter niet kon weten was dat die collega al 20 jaar bezig was met het schrijven van een boek over hetzelfde idee van natuurlijke selectie. Ze besloten daarop om gezamenlijk een presentatie te houden over deze theorie. Zo zou de uitvinding van de evolutietheorie worden toebedeeld aan zowel Wallace als Charles Darwin.

Het erkennen van het idee van gedeelde auteurschap zou een mooie stap zijn. Niet alleen van geval tot geval, maar dat dit fenomeen bij kunst onvermijdelijk is. Uiteindelijk zijn we allemaal mensen met ideeën die al duizendmaal eerder zijn gedacht en nog bedacht zullen worden. Er zijn slechts hele kleine verschillen tussen deze ideeën omdat de tijd en context en dus ook ons perspectief veranderen.

Rob Scholte toonde dat ook al aan met zijn Utopia. Er is strikt genomen niets origineels aan, maar toch heeft het een andere betekenis dan het werk van Spooner, en Titiaan en Manet.

Misschien is het zoals Picasso al zei * “Wat betekent het voor een schilder om te schilderen zoals iemand anders? Wat is daar mis mee? Het is juist een goed iets! Je moet altijd proberen iemand anders te imiteren. Het punt is juist dat je dat niet kunt. Je probeert wat, maar je maakt er altijd een mislukking van. En op het moment dat het mislukt, wordt het iets van jezelf.

* Of Picasso dit daadwerkelijk zei doet er eigenlijk ook niet toe

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later