Arent Boon

‘Daar word ik stil van’ – met kunstenaar Mounir Eddib naar ‘Knappe koppen’ in het Emile van Dorenmuseum in Genk

Interview
21 december 2023

Samen met kunstenaar Mounir Eddib bezoekt Arent Boon het Emile van Dorenmuseum in het Vlaamse Genk, in het bijzonder voor de tentoonstelling Knappe koppen. Ze waarderen de landschappen van Van Doren en zijn onder de indruk van een installatie van Öznur Özturk. Toch vragen ze zich ook af: welke ‘knappe koppen’ zou dit museum nog meer kunnen tonen?

Op een gure zondagmorgen in december stap ik de bus uit op het station van Genk, een Vlaamse stad die ruim twintig kilometer over de grens bij Maastricht ligt. Op mij wacht de kunstenaar Mounir Eddib. We hebben afgesproken om het Emile van Dorenmuseum te bezoeken, in het bijzonder de huidige tentoonstelling Knappe koppen.

Het museum is alleen ’s middags open, dus we beginnen met een kop koffie in het centrum van de stad. Mounir kent Genk van binnenuit, wat duidelijk blijkt uit alle verhalen die hij weet te vertellen over het heden en het verleden van deze stad. Mounir is medeoprichter van The Building, een open kunsthuis en collectief voor opkomende makers in Genk. Samen met andere leden van het collectief was hij curator van Wasteland, een tentoonstelling afgelopen zomer op C-mine, een voormalig mijngebouw in Genk dat is omgetoverd tot creatieve hotspot. Wasteland liet het werk zien van een diverse groep Genkse kunstenaars die op de sporen van het verleden van de stad samen timmeren aan een nieuwe weg.

Ook het Emile van Dorenmuseum kent Mounir al lang. Als een van de enige kunstmusea in de regio is het belang van dit museum niet te ontkennen. Mounir vertelt me op dat hij soms, als het museum gesloten is, onder een van de afdakjes van het museumgebouw zijn vrienden treft. Bovendien is Mounir altijd op de hoogte van de tentoonstellingen die er plaatsvinden. Knappe koppen heeft hij nog niet gezien, maar hij verheugt zich er wel op. Wat laat het museum, naast Van Doren, nog meer van de Genkse kunst zien?

Gert Robijns, Zicht op zee, 2020 © Stad Genk.

We lopen het centrum uit door een beboste omgeving. We zien een klein park met een aantal kunstwerken liggen, met in het midden ervan een villa uit het begin van de twintigste eeuw waarin het museum is gevestigd. Om de villa staat een metalen geraamte bedekt met spiegellamellen: een installatie van de kunstenaar Gert Robijns. Bij binnenkomst worden we hartelijk ontvangen door twee vrijwilligers. We worden binnen omringd door oud meubilair, een familiefoto en een imposante buste van de kunstenaar. ‘Ik vind het mooi’, merkt Mounir op, ‘dat dingen met eerbied en respect behandeld worden.’ Dit is namelijk het voormalig huis van Emile van Doren zelf, die net als vele andere schilders aan het eind van de negentiende eeuw naar Genk kwam om het landschap te schilderen. 

Zoals Mounir mij voor ons bezoek al had uitgelegd, is na het overlijden van Van Doren in 1949 zijn huis, zijn inboedel en een deel van zijn kunstcollectie door zijn dochter Fanny nagelaten aan de stad Genk. Na verloop van tijd besloot de stad hier een museum van te maken. Het museum focust zich niet alleen op de kunstenaar zelf, maar ook op zijn tijdgenoten en hedendaagse kunstenaars die met de stad te maken hebben. De tentoonstelling Knappe koppen, die Mounir en ik komen bekijken, doet een poging om de schilders en de mensen uit deze stad centraal te stellen.

Mounir en ik beginnen bij een van de landschappen van Van Doren zelf, die in de voormalige woonkamer van de kunstenaar is opgehangen. We laten het kunstwerk rustig op ons inwerken. Van Dorens felle kleurgebruik prikkelt mijn zintuigen. Mounir, zelf schilder, verplaatst zich meer in de rol van de kunstenaar. ‘Tàk, tàk’, met zijn vingers enkele centimeters boven het doek geeft Mounir aan welke verftoetsen hij mooi vindt. Mounir herkent hoe Van Doren soms dikkere verflagen aanbrengt, soms lagen die zo dun zijn dat het doek door de verf heen lijkt te schijnen. ‘Als je dikker verft, heb je reliëf, en moet het meteen goed zijn. Het is bijna een soort van boetseren, ofzo. Je bouwt het op en je kunt blijven voortborduren.’

Öznur Özturk, Intermix, 2023 © Öznur Özturk.

We zetten ons bezoek voort in de voormalige atelierruimte van Van Doren. Een hoge, brede ruimte: de grootste in het museum. We herkennen schetsen van naaktmodellen uit de academietijd van de kunstenaar, een onvoltooid schilderij op een schildersezel en een landschap van een tijdgenoot.

Een installatie in het midden van deze ruimte trekt onze aandacht. Het is het werk Intermix, van de Genkse fotograaf Öznur Özturk: een klein monument, een paar meter hoog, met in het midden op ooghoogte een portret. We zien een meisje met kort zwart haar, een wit jurkje aan, dat ons met grote, ronde ogen aankijkt. De foto beweegt met onze blik mee, het blijkt een 3D-portret te zijn. ‘Het brengt het beeld tot leven’, observeert Mounir. ‘Het achtervolgt je.’

Boven de foto herkennen we een duifje. De installatie die de foto omlijst, wordt gedragen door twee zuilen. ‘Als ik denk aan zuilen’, zegt Mounir, ‘dan denk ik heel vaak aan buitenmuren, die iets dragen, en dat kan heel robuust overkomen, heel zwaar, groot, en dominant, maar dat gevoel heb ik nu niet.’ De zuilen dragen een fronton, met bloemen en bladeren die mij doen denken aan decoraties in barokke paleizen. ‘Er is gewoon heel veel aandacht voor wie nu op dit moment letterlijk in het centrum van de ruimte staat’, ziet Mounir.

We lopen om de installatie heen. Aan de achterkant treffen we een tweede portret, van een mevrouw die ons met een vriendelijke, wijze glimlach aankijkt. ‘Ik zie het nog te weinig gebeuren dat je een gesluierde vrouw in een museum vertegenwoordigd wordt.’ Ik lees voor uit de beschrijving, die we aan het begin van ons museumbezoek hebben meekregen: De afgebeelde vrouw is van Turkse origine, die, jong gehuwd, in de jaren zestig terechtkwam in Genk, waar haar man als mijnwerker aan de slag kon. Özturks ambitie, volgens deze beschrijving, is om nog twee portretten toe te voegen aan de installatie en zo de intergenerationele en interculturele dimensie ervan – als verbeelding van onze maatschappij vandaag – nog verder uit te diepen.

‘Ja, heel mooi’, reageert Mounir. ‘Daar word ik stil van.’  

Ik word ook stil. Ik denk terug aan de geschiedenis waar Mounir bij ons gesprek vanochtend niet omheen kon draaien. In de twintigste eeuw groeide Genk, net als bijvoorbeeld Heerlen, uit tot een mijnenstad. Van Doren moet ervan getuige zijn geweest. In de mijnen werkten onder andere gastarbeiders, die vaak onder zware omstandigheden binnen hiërarchische systemen hun arbeid moesten verrichten. Hoewel de mijnen inmiddels enkele decennia zijn gesloten, werkt het verleden nog altijd door: culturele instellingen in de stad richten zich liever op beroemde, gevestigde kunstenaars dan op de diverse kunstenaars die de hedendaagse stad Genk eigen is. 

Het biedt voor mij een verklaring waarom het werk van Özturk ons zo weet te ontroeren. We nemen een stapje terug, geven de andere werken een kans, maar keren toch weer bij de installatie terug. Mounir denkt aan bell hooks, gemarginaliseerde mensen from margin to center plaatsen. ‘Ik vind het symbolisch dat een ruimte, die ooit als atelier fungeerde van de schilder, omgetoverd wordt om plaats te maken voor mensen die nog heel vaak buiten de marges vallen, en nu ook letterlijk in het centrum te zien zijn van de ruimte.’

We lopen door naar boven. Op de eerste verdieping treffen we de voormalige slaapkamer van Fanny, waar onder andere schilderijen hangen van tijdgenoten van Van Doren. Ze kozen vergelijkbare thema’s: uitgestrekte heides, boerderijen, met hier en daar een persoon. Genk, toentertijd een dorp, bood voor hen ontsnapping van verstedelijking en industrialisatie, een terugkeer naar de natuur. Ik beken dat mijn aandacht voor deze landschapsschilderijen begint te tanen. Mounir is toegeeflijker: hij vindt deze landschappen wel ‘mooi geschilderd’. ‘Als iets mooi is’, benadrukt hij, ‘dan is het niet per se goed. Dat is wel even een onderscheid dat ik wil maken. Het is mooi, omdat het klopt.’

Toch lijkt Mounir ook wel toe te zijn aan een rustmoment. In de voormalige logeerkamer zien we een getekend portret van koning Boudewijn, waar wij allebei op afknappen. ‘Onze lieve koning’, zegt Mounir sarcastisch. Hij pakt een kruk, gaat zitten, en denkt even na. Hij wist al van tevoren dat Öznur Özturk een installatie in het museum zou tonen, die inderdaad indruk op hem heeft gemaakt. Ergens had hij toch wat meer verwacht. ‘Het is één werk tussen vele andere werken. Ik zou het prettiger hebben gevonden als die lijn doorgetrokken kon worden naar de andere ruimtes waar we doorheen liepen. En ik denk, ik geloof dat dat heel sterk en heel mooi was geweest, als die keuze gemaakt werd.’

Caroline Coolen, Uomo Selvatico, 2017 © Stad Genk.

We zijn allebei vol van prikkels als we ons naar de uitgang begeven. We hebben eerbied voor de manier waarop Van Dorens werk hier is bewaard, en waren tot stilte ontroerd door Özturks installatie. Toch valt Mounirs constatering niet te ontkennen: de lijn die bij Özturk begint, wordt in de rest van het museum niet helemaal doorgetrokken. Het wijst op een worsteling: hoe geef je een hedendaagse draai aan dit historische museum? Naar wiens werk, naar welke ‘knappe koppen’ zouden wij op deze plek kunnen kijken? Voor een kunstmuseum in een complexe, diverse stad als Genk blijkt dit geen sinecure. 

Eenmaal buiten wijst Mounir mij nog op een aantal kunstwerken in het parkje, waaronder een beeld van Caroline Coolen onderaan de heuvel. Het begint echter zo hard te sneeuwen dat we het kunstwerk nog amper kunnen zien. Op de valreep vraag ik naar dat afdakje waar Mounir zo graag ging schuilen. Het blijkt pal aan de ingang van het museum te liggen. ‘En dan zat ik hier, en dan was het dicht, niemand was binnen.’ Hij vertelt dat hij hier met vrienden kwam en gesprekken voerde over The Building of andere zaken, ‘om ons ongenoegen te uiten’. Het voelt voor Mounir als een groep rokers die soms op dezelfde plek samenkomen. ‘Dat dat gewoon kan onder een afdakje van een museum.’

De tentoonstelling Knappe koppen is te zien in het Emile van Dorenmuseum in Genk tot en met 4 februari 2024.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later