De aanraking tussen huid en veren – in gesprek met Bo Zhang
Bo Zhang is een van de zes winnaars van de Buning Brongers Prijzen 2026. Mister Motley interviewt dit jaar alle kunstenaars. Pelumi Adejumo spreekt Bo in haar atelier. ‘Voor mij kunnen vogels een symbool zijn voor een leven elders. Veel mensen leiden een alledaags leven, maar vragen zich af: wat als het leven iets anders zou kunnen zijn. Dat gevoel heb ik zelf lange tijd gehad. Toen ik nog bij een bedrijf werkte, stelde ik me voor: wat als ik schilder zou kunnen zijn? Dat idee bleef me lange tijd achtervolgen.’
Door de blik van vogels te volgen, wist Bo Zhang haar eigen leven te transformeren. We spreken over haar kleurrijke, fluorescerende schilderijen, de onschuld van duiven en haar contact met verschillende soorten vogels. In haar stem en blik tref ik een verwonderde en open geest, waarin ruimte is voor speelsheid en kijken zonder oordeel.
Pelumi Adejumo
Kun je iets vertellen over hoe je kunstenaar bent geworden?
Bo Zhang
Ik denk dat ik een wat ongebruikelijke weg heb afgelegd naar het kunstenaarschap. Het kwam niet vanzelfsprekend na de middelbare school. Veel jonge mensen gaan direct naar een kunstacademie, maar ik ben geboren en opgegroeid in Harbin, in het noordoosten van China. Het ligt dicht bij Mongolië en Rusland, dus het is er in de winter echt heel koud.
Mijn ouders zijn vrij traditioneel, zoals veel Oost-Aziatische ouders. Mijn moeder werkte aan een universiteit en mijn vader was advocaat. Ze verwachtten dat ik een normaal en stabiel leven zou leiden. Zelf was ik van jongs af aan erg aangetrokken tot schilderen en tekenen. Ik herinner me dat ik overal in het huis van mijn ouders zat te tekenen. Toen ik nog geen tien jaar oud was, dacht mijn moeder: ze maakt ons huis kapot, dus laat ik haar maar naar schilderles sturen. Ik vond het geweldig.
Toen mijn ouders ontdekten dat ik het misschien iets té leuk vond en ik zei dat ik naar de kunstacademie wilde, zeiden ze: “Nee, laat het maar een hobby blijven.” Ze konden zich een leven als kunstenaar niet voorstellen. Daarom ging ik naar een technische universiteit, eerst in China, daarna in Duitsland en Nederland. Pas tijdens mijn promotie in cognitieve psychologie begon ik aan de Gerrit Rietveld Academie te studeren. Doordat ik de parttime-opleiding Dogtime volgde, kon ik mijn kunstopleiding afronden naast mijn onderzoekswerk. Kort na mijn afstuderen besloot ik fulltime kunstenaar te worden. Het voelde alsof ik terugkeerde naar iets wat ik altijd al had willen doen.
Je zei dat je een lifelong bird keeper bent. Bedoel je dat letterlijk?
Ja. Ik had al huisvogels voordat ik naar school ging. Mijn vader kocht mijn eerste paar grasparkieten. Daarna bleef ik vogels houden. Toen ik op de kleuterschool zat, had ik ook duiven als huisdieren. Dat was toen heel populair in Noord-China, vooral postduiven die hun weg terug konden vinden. Ik had op een gegeven moment vijftien tot twintig duiven op mijn balkon. Als ik er nu op terugkijk, denk ik dat ik ze misschien niet had moeten houden, want het was erg rommelig en het waren niet de juiste omstandigheden voor ze. Maar ze zijn wel een belangrijk onderdeel van mijn jeugdherinneringen geworden.
Op dit moment heb ik twee Bourkes parkieten en een valkparkiet. In mijn schilderijen zie je soms roze vogels. Die komen niet uit mijn verbeelding, zo zien mijn vogels er daadwerkelijk uit.
Wat symboliseren vogels in je werk?
Voor mij zijn het in de eerste plaats gewoon vogels. Het zijn echte wezens die met mij samenleven. Ik schilder ze alsof ze mijn huisgenoten zijn, gewoon aanwezig in de ruimte. Maar toch, als je vraagt of ze symbolisch zijn, zou ik zeggen: een beetje. Ik ben me ervan bewust dat het een bijzonder gezicht is. In een gewone, huiselijke omgeving een vogel vrij zien rondvliegen, dat is op zichzelf al iets magisch.
Voor mij kunnen ze een symbool zijn voor een leven elders. Veel mensen leiden een alledaags leven, maar vragen zich af: wat als het leven iets anders zou kunnen zijn. Dat gevoel heb ik zelf lange tijd gehad. Toen ik nog bij een bedrijf werkte, stelde ik me voor: wat als ik schilder zou kunnen zijn? Dat idee bleef me lange tijd achtervolgen.
Soms kan ik naar mijn vogels kijken en even mentaal ontsnappen aan de werkelijkheid. Je ziet dat idee ook terug in de kleine ramen in mijn schilderijen. In één schilderij zie je bijvoorbeeld vanuit een koelkast de lucht en de sterren.
Bedoel je het schilderij Chores, met wel twintig duiven op het aanrecht?
Ja, en vooral die koelkast is voor mij een sterk symbool: je bent bezig met dat soort dagelijkse dingen en wilt daar even aan ontsnappen, om ergens anders naartoe te kunnen dwalen.
De vogels wijzen je de weg. Hoe reageerden je ouders toen je fulltime kunstenaar werd?
Voor mijn afstuderen hadden we daar moeilijke gesprekken over. Vooral mijn moeder was er aanvankelijk sterk op tegen. Maar ik weet dat ze het goed bedoelde. In de Chinese cultuur is een vaste baan heel belangrijk.
Na mijn afstuderen zag mijn moeder hoeveel doorzettingsvermogen ik had en dat ik ook erkenning kreeg. Uiteindelijk dacht ze: als dit het enige is wat je gelukkig maakt, ga dan maar door.
Er is iets wat me bijzonder heeft geraakt. Nadat ik mijn baan had opgezegd, zei mijn moeder dat ze me iets cadeau wilde geven. Ze vond dat ik een echt Chinese manier van signeren moest hebben en liet daarom een kunstenaar een stenen stempel voor me maken, zoals je die ziet bij Chinese schilderkunst en kalligrafie.
Dat is zo mooi.
Ja, dat raakte me echt. Ik moest ervan huilen. Na dertig jaar… dat was een heel bijzonder moment voor me.
Als ik het goed begrijp, ben je opgegroeid met vogels en andere dieren om je heen. Je ziet ze als je broers en zussen, als vrienden, of gewoon als wezens. En ze bieden je een manier om na te denken over verschillende mogelijkheden van perceptie en van leven. Ik vraag me af: zijn er andere kunstenaars die je verbeelding voeden?
Er zijn veel kunstenaars die ik goed vind, mensen zoals Anthony Cudahy, Aubrey Levinthal en Peter Doig. Recentelijk ben ik ook erg aangetrokken tot de portretschilderijen van Elizabeth Peyton, vooral vanwege haar losse penseelstreken.
Ik ben figuratief schilder en begin altijd vanuit mijn persoonlijke fotoarchief. Mijn schilderijen gaan vaak over heel intieme situaties, in plaats van over grote, spectaculaire thema’s. Daarom let ik op kunstenaars die vergelijkbare onderwerpen schilderen en die iets bijzonders weten te maken van het alledaagse. Deze kunstenaars werken ook vanuit foto’s, uit hun persoonlijke archief of vanuit gevonden afbeeldingen. Maar hun schilderijen zijn nooit simpelweg reproducties. Je kunt zien waar het schilderen begint. Je ziet de keuzes die ze maken, hoe ze iets opener of ambiguer maken en je ziet hun penseelstreken. Dat fascineert me. Daar ben ik zelf ook voortdurend mee bezig: hoe begin je met een fotografische referentie, maar ga je daar vervolgens voorbij? Hoe bereik je een geschilderde kwaliteit en maak je een schilderij dat interessant blijft om naar te kijken?
Ik speel daarbij veel met kleur. Ik gebruik vaak een fluorescerend kleurenpalet, vooral neonroze. Ik begon die kleur te gebruiken tijdens mijn studie aan de Gerrit Rietveld Academie, toen ik onderzoek deed naar het gezichtsvermogen van vogels. Vogels zien een veel breder kleurenspectrum dan mensen, ze kunnen bijvoorbeeld ultraviolet licht zien. Ik ben gaan experimenteren met de vraag hoe je kleuren die wij niet kunnen waarnemen toch in een schilderij kunt representeren.
Daardoor creëer je ook dat dromerige, alsof het beelden zijn die zich zowel op aarde als in een alternatieve, meer absurde realiteit afspelen. Hoe kies je de foto’s uit die je gaat schilderen?
Wanneer ik met een foto werk, probeer ik eerst te begrijpen wat me ertoe bracht om die foto te maken. Daarna vraag ik me af waarom ik juist deze foto uit mijn archief heb gekozen om er een schilderij van te maken. Ik wil het gevoel dat me in eerste instantie aantrok kunnen vangen.
Kun je daar een voorbeeld van geven?
Dodo is een schilderij van een vogel die op de buik van mijn man ligt, terwijl hij gewoon op de bank ligt te rusten. Wat me raakt, is dat het een tafereel is dat ik zelf vaak zie, maar veel mensen kunnen zich misschien moeilijk voorstellen dat een vogel zich zo comfortabel op iemands lichaam voelt. Ik vind die aanraking tussen huid en veren heel mooi. Dat een vogel zo dichtbij kan zijn en mensen zo kan vertrouwen. Die vogel is helaas een paar jaar geleden overleden.
O nee.
Toen ik het schilderij maakte, wilde ik niet dat het fotorealistisch zou worden. Misschien is dat ook waarom ik de vogel alleen als contour heb geschilderd, bijna transparant. Het is een wezen dat er niet meer is. De buik trekt me aan. Ik vind die interessant en ook grappig om te zien. De rest van het lichaam is voor mij minder belangrijk. In het schilderij blijft alleen een fragment over: een vogel op een buik.
Heel mooi. Ik ben ook benieuwd naar het schilderij Bystander. Ik kan het niet helemaal plaatsen. Ik zie een duif en zijn dat gieren?
Ja, dat klopt. Het zijn gieren. Ik zag dat tafereel in Artis in Amsterdam. De dierentuin vind ik fascinerend omdat je er dieren ziet die je anders nooit zou tegenkomen. Het is bijna een monument voor dieren. Je ziet er ook ontmoetingen tussen verschillende soorten die in de natuur bijna onmogelijk zouden zijn. Ze hebben bijvoorbeeld een grote ruimte voor gieren. De tralies zijn breed genoeg voor kleine vogels om naar binnen te vliegen, maar de gieren kunnen er niet uit. Er zitten daardoor voortdurend duiven en andere kleine vogels, zoals eksters en mussen, in de ruimte van de gieren. Dat is een bizarre situatie. De gieren zijn natuurlijk gevaarlijke vogels en de medewerkers voeren ze rauw vlees. Op het schilderij zie je twee gieren die van een lamsbeen eten, terwijl er vlak naast hen een duif staat te kijken. Duiven zijn nogal dom en nieuwsgierig, dus die staat daar gewoon heel dicht bij en kijkt wat er gebeurt.
Je lijkt hem inderdaad niet als een symbool van onschuld tegenover het monsterlijke neer te zetten. Hij lijkt gewoon te denken: what’s up?
In het schilderij heb ik het wel iets dramatischer gemaakt. Het is alsof ze midden op een podium staan. Er valt een soort spotlight op de achterkant van de gieren.
Het is een beetje een verontrustende scène, omdat de gieren het bloederige dode vlees eten. En ondertussen staat die duif daar zo onschuldig naar te kijken. Hij bevindt zich in een compleet andere wereld.