Joost Jungsik Vormeer

De groene nachten van Salman Toor

Column
7 mei 2026

Joost Jungsik Vormeer is al lange tijd gefascineerd door de doeken van Salman Toor: ‘Ik heb het gevoel dat ik in zijn schilderijen wil wonen.’ Toor portretteert op een intieme manier het leven van Zuid-Aziatische queer mannen. Nu er twee van Toors doeken in het Stedelijk Museum Amsterdam te zien zijn, staat Joost voor het eerst oog in oog met de schilderijen.

Ook als een titel of een sterrenhemel het niet meteen weggeeft, lijkt het vaak avond op de schilderijen van Salman Toor. Of ergens tussen middernacht en zonsopkomst. Misschien komt het door het kleurgebruik, Toors voorkeur voor verzonken schakeringen groen, waarmee hij in de interieurs op zijn doeken de suggestie van gedimd licht wekt. Of door de schildertechniek met brede kwaststreken, die de contouren van mensen, kledingstukken en alledaagse gebruiksvoorwerpen zachter en intiemer laten lijken dan het zonlicht toestaat.

Salman Toor is een Amerikaanse kunstenaar van Pakistaanse afkomst. Zijn solotentoonstelling in het Whitney Museum in 2020/2021 viel samen met de pandemie en misschien dat om die reden zijn schilderijen, die ik toen alleen online bekeek, mij zo boeiden. Toor schildert de jonge mensen uit zijn eigen omgeving die zich tussen Zuid-Azië en de Verenigde Staten bewegen. Ze dansen, praten, drinken en knuffelen en hun samenzijn voelde vertrouwd en onbereikbaar tegelijk. Toen contact met anderen niet meer vanzelfsprekend was, wilde ik niets liever dan in een schilderij van Salman Toor verblijven. Volgens mij wordt dit verlangen breder gedeeld. Iemand schreef op X: ‘lowkey want to live inside a Salman Toor painting’. Zoals de nacht het leven verzacht, de scherpe randen van fel licht of harde geluiden eraf haalt, hebben Toors ontmoetingen op doek vaak iets vredigs. Onwillekeurig wil ik erbij horen, meeluisteren, meepraten.

In het Stedelijk Museum Amsterdam stond ik voor het eerst tegenover twee schilderijen van Toor. Af en toe ging er een alarm af uit de andere zaal en ik vreesde dat dat voor mij bedoeld was omdat ik zo dicht bij de doeken stond. Ze waren kleiner dan ik had verwacht. Op Late Night (2024) zit een naakte masturberende man in het midden van een kamer, zijn hoofd schuin naar achteren en zijn ogen gesloten. Is hij zich bewust van de aanwezigheid achter de deur? Toch bleef ik vooral naar de ramen kijken, naar het uitzicht op de nachtelijke straat, badend in een filmisch neongroen van straatlantaarns en autolampen.
Ik heb mannen voor dates over de vloer gehad, die, bang dat ze gezien zouden worden, eerst de gordijnen sloten voordat ze op de bank durfden plaats te nemen. Die vrije blik op de ramen op Late Night haalden voor mij de benauwing, veroorzaakt door de blik van die glurende man, voor een deel weg.
Waiting (2024) vond ik herkenbaarder, het beeld verleidelijker: vijf mensen in een ruimte, van wie twee onder een deken op een bank, hoewel de vijfde persoon voor een groot deel buiten beeld blijft. Een rechterhand zonder zichtbaar lichaam met een lange sigaret tussen de vingers.

Salman Door – Waiting (2024). schenking Pete en Michelle Scantland, en Late Night (2024), schenking Collectie Freddy Insinger. Foto: Peter Tijhuis.

Bestaat er een woord voor het verlangen om in fictie te willen leven? Dat je net als Emma Bovary je omgeving verafschuwt en wegdroomt bij een fantasiewereld? In de tram naar Amsterdam Amstel dacht ik aan Noem me bij je naam van André Aciman. Ik las die roman in mijn studententijd met een gevoel van verliefdheid, niet zozeer voor de personages, maar eerder voor de omgeving, de villa in Italië, de artisanale gerechten en een bijna vanzelfsprekende toegang tot beeldende kunst en literatuur. En ik voelde me buitengesloten. Dat hoort soms bij verliefdheid, maar het gevoel zat dieper. De personages in de roman zijn welgesteld, Amerikaans of Italiaans, en de vele hoog-culturele verwijzingen Westers. Weliswaar beschrijft Aciman hoe een intense liefde fysieke en geestelijke grenzen tijdelijk opheft, hoe het verlangen naar samensmelting voorheen gescheiden identiteiten verwisselt, maar ik zag mezelf niet meteen in die wereld. Niet rijk genoeg. Niet Westers genoeg.

Nu lijken de personages op de schilderijen van Salman Toor op het eerste gezicht ook welgesteld en kosmopolitisch. De kunstenaar sprak over deze keuze in een interview: ‘I like painting Brown boys enjoying bourgie [bourgeois] lifestyles, comfortable and emancipated, in control of their queer narrative, vain and vulnerable, and able to laugh at themselves.’ Tegelijkertijd heeft hij oog voor hun kwetsbaarheid. Op Nightmare (2020) ligt een man op zijn rug op de grond. Een andere man staat links naast hem met een steen in zijn handen, terwijl een derde op zijn knieën bij de benen van het vrijwel naakte slachtoffer zit. Toch wordt zelfs in dit beeld de dreiging van homofoob of seksueel geweld verzacht. De weerloosheid in de houding van het slachtoffer en de wat aarzelende poses van beide agressors verwijzen misschien naar martelaarschap en schuld.

De kunstenaar heeft een voorliefde voor Europese schilderkunst uit de renaissance en de vroegmoderne tijd, hoewel hij ook geïnteresseerd is in andere tradities, zoals de miniatuurkunst van het Mogolrijk. Maar Toor begon zijn carrière met weelderige imitaties van oude Europese meesters als Caravaggio en Diego Velázquez. De visuele rijkdom van die stijl is nog steeds aanwezig in het werk van Toor, alleen zijn de karakters gewijzigd. Ze komen uit de wereld van Toor. Alsof ze suggereren: stel je nu eens die Italiaanse villa voor met andere kunst aan de muren. Andere mensen in de kamers. Mensen zoals wij. Of jij. Stap maar in onze appartementen. In New York, Lahore of Kolkata. De nacht is van ons.

De werken Late Night (2024) en Nightmare (2020) zijn te zien in de tentoonstelling Beyond the Manosphere – Masculinities Today in het Stedelijk Museum Amsterdam (tot en met 2 augustus 2026.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht