Hille Engelsma

Wat zegt het veenmos? Een speculatief essay over De Onlanden, ter ere van Into Nature

Essay
31 juli 2026

Dit jaar vindt de buitententoonstelling Into Nature plaats in het moerasgebied De Onlanden, op de grens van Groningen en Drenthe. Deze editie, getiteld Haunted by Waters, vertrekt vanuit de vraag hoe we ons vanuit het begrip wederkerigheid opnieuw tot het moeras kunnen verhouden, juist met het oog op een toekomst waarin steeds meer land aan het water zal worden ‘teruggegeven’. Deze vraag vormt het vertrekpunt voor dit speculatieve essay, waarin een veenmos uit De Onlanden de verteller is.

Veenmos en het pad van de slang

Stories are among our most potent tools for restoring the land as well as our relationship to land. We need to unearth the old stories that live in a place and begin to create new ones, for we are storymakers, not just storytellers. Robin Wall Kimmerer – Braiding Sweetgrass: Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge, and the Teachings of Plants (2013)

The return from within the earth, from where the death rest, along with the capacity for bodily renewal, makes the snake the most natural symbol of immortality and of rebirth of sickness and mortal anguish. Aby Warburg- Images from the Region of the Pueblo Indians of North America (1923)

Wij, een plukje van een groot veenmos, staan al enige dagen op je bureau. Wij voelen je kijken, aandachtig. Als je goed luistert hoor je ons verhaal.

Kopje veenmos op bureau

Wij veenmossen houden van natte gebieden, zoals het deel van de Onlanden ten westen van de stad Groningen, waar je ons vond. Wat je van ons ziet is een frisgroene bovenkant. Maar daaronder, waar het waterig is, stapelen onze afgestorven delen zich op. Deze zijn naar beneden gezakt en zwart van kleur geworden. Dit noemen jullie veen. Door de zure en zuurstofarme omstandigheden kunnen onze afgestorven delen niet volledig worden afgebroken. Zo vormt zich, laag op laag, steeds meer veen.

Doorsnede met veenmosstekjes, Foto Bas van de Riet, TRBEELD

Per jaar groeit er zo’n 0,14 centimeter veen.[2] In duizend jaar kan zich zo een veenpakket van ongeveer 1,4 meter vormen. In het nabijgelegen Bargerveen zijn veenlagen bekend die tot circa zes meter dik zijn.[3] We slaan koolstof op die we ooit als koolstofdioxide uit de lucht hebben opgenomen. Momenteel beslaan wij met al onze zusterveengebieden samen maar 3 procent van het aardse landoppervlak.[4] Toch rust in onze lagen meer koolstof dan in alle bossen op aarde samen. [5]

In de Onlanden had meer veen kunnen zijn, maar veel van ons verdween vanaf de late middeleeuwen. Door drooglegging voor landbouw en de winning van turf verdwenen onze voorouderlijke lagen. Toen onze begraven resten opnieuw in contact kwamen met de lucht, oxideerden ze en kwam de eeuwenlang opgeslagen koolstof vrij als koolstofdioxide.[6] Of delen van ons werden gedroogd tot turf en verbrand in de steenovens van het nabijgelegen klooster in Aduard, waar kloostermoppen werden gebakken.[7] Dus wanneer het rode metselwerk van de Groningse kloosters en kerken je ogen vangt, weet dan: wij hebben daaraan bijgedragen.

(2)
Zespól Redakcyjny, “How do climate and groundwater levels regulate the rate of peat accumulation?”,  Wodnesprawy, gepubliceerd op 18 september 2025, https://wodnesprawy.pl/en/how-do-climate-and-groundwater-levels-regulate-the-rate-of-peat-accumulation/, Veen groeit gemiddeld ongeveer 0,14 cm per jaar, al varieert dit afhankelijk van omgevingsfactoren zoals waterstand en klimaat tussen circa 0,05 en 0,3 cm per jaar.
(3)
Provincie Drenthe, “Onvervangbare natuur”, geraadpleegd op 13 juni 2026, https://www.provincie.drenthe.nl/onderwerpen/natuur-milieu/bodem/bodem-erfgoed/aardkundige-waarden/bargerveen/onvervangbare-natuur/
(4)
“Creative Associates: Visualisation of carbon sequestration in temperate peatlands”, University of Plymouth,  https://www.plymouth.ac.uk/research/institutes/sustainable-earth/creative-associates/carbon-sequestration-peatlands, geraadpleegd op 5 juni 2026, met drie procent is het de grootste lange termijnopslag van plantaardige koolstof. Met twee keer zoveel koolstof als het hele bos van de aarde samen.
(5)
“Land-building marsh plants are champions of CO2 capture”, Radboud Universiteit, gepubliceerd op 6 mei 2022, https://www.ru.nl/en/research/research-news/land-building-marsh-plants-are-champions-of-co2-capture, Veenmoerassen nemen wel vijf keer zoveel CO₂ per vierkante meter op dan bossen, en 500 keer meer dan oceanen.
(6)
Stichting Natuurbelang De Onlanden, “Het Natuurgebied”, geraadpleegd op 6 juni 2026 https://www.deonlanden.nl/het-natuurgebied/
(7)
Edward Houting en Hans Vrijer, Kloostermoppen: Middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen, (Gorredijk: Noordboek, 2018),13
Kerk Garnwerd bestaande uit (Aduarder) kloostermoppen, Foto N. Nomen, publieke domein

Wat begon met landbouw, turf en baksteen, werd later grootschaliger en gemechaniseerd. Windmolens, gemalen en sloten moesten ons temmen. Veel van ons werd drooggelegd en ontgonnen; het land klonk in en het hoogveen verdween. Maar op de grens van Groningen en Drenthe hield een deel van ons stand. Daar bleef het laagveen bestaan. [8] Telkens wanneer jullie dachten ons bedwongen te hebben, keerde het water terug. Te nat, te instabiel. Dat verdomde onland, foeterden jullie. De monniken van Aduard hadden het eeuwen eerder al ervaren. [9]

Onze zustermoerassen ten oosten van Groningen, de veenkoloniën, hadden het slechter getroffen. Hier werden enorme oppervlakken afgegraven, afgevoerd en uiteindelijk verbrand. In jullie schoorstenen en fabriekspijpen stegen wij op als koolstofdioxide. Steeds meer van ons hoopte zich op in de atmosfeer en hield de warmte van de aarde vast.

 

(8)
Stichting Natuurbelang De Onlanden, “Het Natuurgebied.”: Hoogveen ligt boven het grondwaterniveau in de omgeving, laagveen ligt daaronder. Laagveen is ontstaan in grondwater en dus onder het grondwaterniveau. Hoogveen juist daarboven. Omdat regenwater op die plekken niet kon wegzakken.
(9)
Herman Sips, “De onlanden van Noord-Drenthe”, Noorderbreedte, gepubliceerd op 30 september 2000 ,https://noorderbreedte.nl/2000/09/30/de-onlanden-van-noord-drenthe/
Het turfsteken in het veengebied nabij Valthermond (veenkoloniën). De personen zijn niet bekend, 1910 – 1920, fotograaf onbekend, Drents Museum

We voelden hoe de warmere lucht alsmaar meer waterdamp droeg. Wat zich ooit geleidelijk verdeelde, viel nu vaker in korte, hevige buien.[10] Lucht en water bewogen anders. Wat eens een ritme van opbouw en afbraak was, verloor zijn maat: droogte hield langer aan, regen viel heviger, en de intervallen om te herstellen werd steeds korter. De natuurlijke kringlopen van verval en regeneratie raakten ontregeld. [11]

Herinner je de zware neerslag van 1998 nog?[12] Toen het water zich ophoopte rond jullie stad en delen overstroomden. Waar wij ooit water opnamen en vasthielden, lag nu ontwaterd en ingeklonken land dat de regen niet meer kon bergen. Gelukkig besloten jullie daarna om ons — De Onlanden — tot een waterbergingsgebied te maken. Weet dan dat wij tot twintig keer ons drooggewicht aan water kunnen opnemen en vasthouden.[13]

De wateroverlast deed de oudste veenlagen herinneren aan een verhaal dat ooit door het smeltwater van de voorlaatste ijstijd was doorgegeven. Het gaat over landijs dat zand, grind en zwerfkeien opstuwde tot wat jullie de Hondsrug noemen. Die gaf de stad Groningen haar hogere ligging, maar liet ook lage vlakten en kommen achter.[14] Daar bleef water staan, hoopten plantenresten zich op en groeiden wij uit tot veen. Tijdens de aanhoudende regen van 1998 vond het water opnieuw zijn weg naar die oude laagten.

(10)
Thomas Nail, “Kinocene Ethics”, Ill Will, gepubliceerd op 22 April 2022, https://illwill.com/kinocene-ethics, Feedbacklussen zijn bij Nail de wederkerige bewegingen waardoor menselijke en niet-menselijke processen elkaar voortdurend voortbrengen. Ethisch handelen betekent die lussen niet afsluiten of exploiteren, maar ze openhouden en laten circuleren. Het huidige economische systeem versterkt lussen van extractie, accumulatie en versnelling, waarbij materiële en energetische stromen worden geconcentreerd en aardse circulaties worden verstoord. Een Kinocene ethiek probeert daarentegen regeneratieve lussen te bevorderen waarin materie, energie en leven kunnen circuleren en herstellen.
(11)
Volgens Thomas Nail raken systemen verstopt wanneer zij dood, verval en ontbinding proberen tegen te houden. Daardoor worden de cycli van afbraak, herverdeling en vernieuwing onderbroken. Op korte termijn kan dat stabiliteit lijken op te leveren, maar op lange termijn verzwakt het juist het vermogen van het systeem om zichzelf te vernieuwen.
(12)
“Natste dagen van de zomer”, Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), gepubliceerd op 16 augustus 2010, https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/natste-dagen-van-de-zomer, De extreme regen van 27–28 oktober 1998 werd waarschijnlijk vooral veroorzaakt door de specifieke weersituatie van dat moment, maar de kans op zulke zeer natte gebeurtenissen neemt toe in een opwarmend klimaat. In 1998 lag de mondiale temperatuur al duidelijk hoger dan in de pre-industriële periode, maar de huidige attributiewetenschap stond nog in de kinderschoenen om het te kunnen bewijzen, maar de mogelijkheid bestaat. Twan Mientjes, “Meer regen in toekomst is onzeker”, Dagblad de Limburger, 3 nov 1998, In het artikel is Woordvoerder H. Geurts van het KNMI aan het woord: “Feit is dat het de afgelopen jaren wereldwijd warmer is geworden. En warmere lucht kan meer vocht en dus neerslag bevatten. Wat we vooral zien dat is intensievere neerslag; meer regen in korte tijd.” Marten Wiersma, “Pompen of verzuipen – Nederland staat met zijn rug naar het water”, Trouw, 3 november 1998, In het krantenartikel wijst Natuur- en milieu educatie IVN hoe allerlei ontwikkelingen te maken hebben met de wateroverlast, zoals de klimaatverandering mede als gevolg van het broeikaseffect, ingrijpende maatregelen in de stroomgebieden van de grote rivieren, bodemdaling in het westelijk deel van Nederland en stijging van de bodem in het oostelijk deel, meer verhard oppervlak, en afname van de waterberging bouwen in de zomerbedding van rivieren
(13)
Robin Wall Kimmerer, Gathering Moss: A Natural and Cultural History of Mosses, (Corvallis: Oregon State University Press, 2003), 113
(14)
Jeroen Wiersma en Theo Spek, “Het Aardkundig Landschap”, in Landschapsbiografie gemeente Groningen, Kenniscentrum Landschap, (Groningen – Rijksuniversiteit en Gemeente Groningen, 2026), 15-25, https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Bijlage/Bijlage-Landschapsbiografie-Gemeente-Groningen-eindversie-27-september-2024-verkleint.pdf
Twee ondergelopen PTT telefooncellen tijdens de wateroverlast nabij de stad Groningen in 1998, fotograaf onbekend, Drents Archief

Veel van het overgebleven moerasland ligt nu onder de bebouwing van de stad of onder de akkers, nadat onze rol als brandstof grotendeels was overgenomen door andere energiebronnen. Zo werden onze afgegraven zusterveengebieden in de veenkoloniën ontgonnen voor intensieve landbouw. Landbouwmachines strooiden mest uit en maaiden het gras. Om te voorkomen dat deze zware machines wegzakten in de natte veengrond, werd het waterpeil in de sloten verlaagd. Daarmee werd ons zusterveen blootgesteld aan zuurstof, waardoor het begon af te breken en in te klinken, een proces dat vandaag de dag geruisloos doorgaat.[15]

Jullie prechristelijke voorouders in de bronstijd en ijzertijd leken meer met ons te resoneren. Voor hen waren wij een gebied tussen het aardse en het kosmische; een toegangspoort naar het hogere.[16] Zij gebruikten ons, maar anders: voor het conserveren van voedsel[17], voor luiermateriaal[18], brandstof en zwaarden die ze wonnen uit het moerasijzer. [19] Uit dankbaarheid gaven zij dingen terug, zoals offermessen waarvan één bij ons in de buurt is gevonden, in het dorp Appelscha.[20] Maar het waren ook votiefoffers om hulp te krijgen van hogere machten of hun dank uit te drukken omdat hun smeekbeden waren gehoord. [21]

(15)
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Stop bodemdaling in veenweidegebieden: Het Groene Hart als voorbeeld, (Den Haag: Rli, 2020), 10: “Hoewel verstrekkend, overtuigen deze gevolgen lang niet iedereen van de urgentie om maatregelen tegen bodemdaling te treffen. Dat is op zichzelf te begrijpen. Bodemdaling is immers een geleidelijk, bijna sluipend proces dat al lang gaande is”. Het Rli-advies uit 2020 vormt het centrale en meest uitgebreide advies over bodemdaling in veenweidegebieden binnen het Nederlandse beleidsdebat, https://www.rli.nl/publicaties/2020/advies/stop-bodemdaling-in-veenweidegebieden-het-groene-hart-als-voorbeeld
(16)
Melanie Giles, Bog bodies: Face to face with the past, (Manchester – Manchester University Press, 2020), 157
(17)
Ibid., 132-133
(18)
Lorraine Boissoneault, “How Humble Moss Healed the Wounds of Thousands in World War I”, Smithsonian magazine, gepubliceerd op April 28 2017, https://www.smithsonianmag.com/science-nature/how-humble-moss-helped-heal-wounds-thousands-WWI-180963081/, hoewel niet met zekerheid valt te zeggen of veenmos als luier werd gebuikt in de brons- en ijzertijd, weten we dat inheemse Amerikanen dit wel deden.
(19)
Martha Henriques, “The mystery of the human sacrifices buried in Europe’s bogs”, BBC, gepubliceerd op 8 September 2022, https://www.bbc.com/future/article/20220907-the-mystery-of-the-human-sacrifices-buried-in-europes-bogs , Giles, Bog bodies: Face to face with the past, 156-157
(20)
Nelleke Ijssennagger, “Het offermes van Appelscha”, in Land der Entdeckungen. Die Archaologie des friesischen Kustenraums/ Land van Ontdekkingen. De archeologie van het Friese kustgebied, red. Kegler, J. F., Nieuwhof, A., Nowak-Klimscha, K., & Reimann, H, (Aurich Ostfriesische Landschaft, 2013), 259
(21)
W.A.B. van der Sanden, Het meisje van Yde (Assen: Drents Museum, 1994), 119
Replica van Offermes van Appelscha door Jeroen Zuiderwijk, Brons. ca. 1700–700 v. Chr, 36 cm, Fries Museum, Foto Jeroen Zuiderwijk

Je kunt dit misschien zien als primitief, maar wij voelden dat het voortkwam uit een besef van kosmische wederkerigheid. We hoorden dit terug in hun vertellingen over de slang Jörmungandr, die zichzelf in de staart beet en om de wereld wond om de orde te bewaren.[22] Wij herkenden hierin het voortdurende proces van geven en nemen; van eten en gegeten worden, zolang de midgaardslang niet loslaat. [23] Anders is er chaos ofwel Ragnarök.

(22)
Anders Andrén, Tracing Old Norse cosmology: the world tree, middle earth, and the sun from archaeological perspectives (Vol. 16). (Lund: Nordic Academic Press, 2014). Het boek is opgebouwd rond de gedachte dat archeologisch materiaal uit de prehistorie gelezen kan worden naast de latere Edda’s, waardoor bepaalde mythische structuren eeuwen terug te volgen zijn.
(23)
Jean Chevalier en Alain Gheerbrant, The Penguin dictionary of symbols. (London: Penguin, 1996), 846-847: Jormungand representeert de oneindige kosmische cirkel van creatie en desctructie
Ouroboros, kopie uit 1478 van een verloren vierde-eeuws alchemistisch traktaat van Synesius, in de Noorse mythologie verschijnt de ouroboros als de slang Jörmungandr. Publieke domein/ Wikimedia Commons

Meestal werden voorwerpen, voedsel en offergaven in ons geworpen. Maar rond het begin van jullie jaartelling was het een meisje van zestien jaar dat hier niet ver vandaan in ons werd achtergelaten, in Yde om precies te zijn. Mogelijk hing dit samen met een dreiging die zich vanuit het zuiden naar het noorden verplaatste. [24]

Aan de grens van de Rijn verschenen groepen gewapende mannen, gehuld in harnassen en marcherend in strakke gelederen. Zij brachten een cultuur van efficiëntie, extractie en imperialisme met zich mee, waarin land werd gezien als bron van opbrengst voor een kleine elite.[25] Het leek alsof zij de staart van Jörmungandr wilden doorhakken. Een offer leek noodzakelijk.

Het meisje werd aan ons zusterveen toevertrouwd. Langzaam raakte zij met ons verweven. Veenmossige zuren en zuurstofarm water werkten op haar in en hielden bacteriën tegen die haar anders zouden hebben afgebroken. Als een beschermende huid hechtte het veen zich aan haar en looide haar lichaam.[26] Zo bleven haar huid, haar en zelfs haar vingerafdrukken bewaard. Ons zusterveen heeft het meisje door de poort voorbij de dood getrokken naar jullie tijdsdimensie, met in haar aanschijn een waarschuwende echo: Rag-na-rök.

(24)
Van der Sanden, Het meisje van Yde, 104 – 123: Sanden stelt dat het meisje waarschijnlijk is geofferd (p. 119), waarbij hij een verband legt met de tumultueuze tijd waarin zij leefde (p. 122)  toen ‘er geen grotere bedreiging was dan ingelijfd te worden door een wereldmacht. Het Romeinse Rijk breidde zich namelijk steeds verder naar het Noorden uit en het heeft er even naar uitgezien dat ook Noord-Nederland zou worden opgenomen in het immense rijk’ (p.104). Dit bracht allerlei gevaren mee: decimering van de bevolking, vernietiging van nederzettingen, akkers en cultusplaatsen, meer spanning tussen stammen, tweespalt in families en tot slaafgemaakten.
(25)
Peter Garnsey and Richard Saller, The Roman Empire: Economy, Society and Culture, (Berkeley: University of California Press, 1987)
(26)
Terence J. Painter, “Lindow man, Tollund man and other peat-bog bodies: the preservative and antimicrobial action of sphagnan”, Carbohydrate Polymers 2 (1991), 123-142
Reconstructie Meisje van Yde circa 40 v.Chr. - 50 n.Chr., Collectie Drents Museum, publieke domein

Misschien heeft haar offer geholpen, want de Romeinen zijn niet blijvend voorbij de Rijn gebleven. Of had dit te maken met onze waterige, instabiele toestand en de onberekenbare zee? Aan ons viel geen rechte orde te ontlenen. Wat zij zagen was onland: onherbergzaam, verschuivend, onvoorspelbaar.[27] Hun centuriatio — het raster van rechte lijnen waarmee zij land verdeelden — vond hier geen houvast.

(27)
Tacitus, Cornelius. The Agricola and Germania of Tacitus, vert. R.B. Townshend, (London : Methuen & Co., 1894), 55: “[…] apart from the perils of that terrible unknown ocean, no man would think of abandoning Asia or Africa or Italy and seeking a home in Germany, with its uninviting lands and ungenial climate, its dreary aspect and its social gloom, if it werenot his native place.” Plinius de Oude (Maior), De wereld. Naturalis historia, vert. Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis en Ton Peters, (Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2004), boek 16, 2: “(…) wat is de natuur en karakteristieken van het leven van mensen die leven zonder bomen of struiken. We hebben inderdaad gezegd dat in het oosten, aan de kusten van de oceaan, een aantal rassen in zulke behoeftige condities verkeren; maar dit geldt ook voor de rassen van volkeren die de Grote en Kleine Ghaucen genoemd worden, die we gezien hebben in het noorden. Daar stort, twee keer in elke periode van een dag en een nacht, de oceaan zich met een snel getij zich over een onmetelijke vlakte, daarbij de eeuwenoude strijd van de Nature verhullend of het gebied tot het land of de zee behoort. Daar bewoont dit miserabele ras opgehoogde stukken grond of platforms, die ze met de hand hebben aangelegd boven het niveau van het hoogst bekende getij.”
Deel van kadasterplan Franse stad Orange, eind 1e–begin 2e eeuw na Christus, Musée d'art et d'histoire, marmer, Orange, publieke domein/ Wikimedia Commons

Pas in de late middeleeuwen kregen jullie grip op ons.[28] Wij zagen boeren met scheppen op ons afkomen, en vanaf de wierde Adewerth kwamen lekenbroeders uit het klooster van Aduard aangelopen.[29] De kerk torende uit boven het moerassige kwelderlandschap, dat bij vloed door het zeewater werd overspoeld.[30] De boeren en monniken groeven lange, rechte ontwateringssloten om ons heen, zodat onze bovenlaag uitdroogde en later met zand werd afgedekt om akkerland te vormen.[31]

Met de kennis van de monniken werden dijken, kanalen, sluizen en bruggen aangelegd om het water te beheersen. Zelfs de zee werd bestreden. Haar zoute tongen reikten vanaf het Noorden tot aan de wierde Adewerth. [32] Het was alsof de monniken een zalvend plezier in hun waterbeheersing beleefden. Zij zagen zich dan ook niet voor niets als ‘bedwingers van de natuur’, geroepen om Gods schepping in goede banen te leiden. [33] Binnen die schepping werden wij, planten, laag op de ladder van het leven geplaatst: boven het minerale rijk, maar ver onder de dieren en de mens. [34]

(28)
[i] Jantienus Bakker, Watermanagement door monniken van Aduard : van waddenland tot wat een land! (Aduard : Museum Sint Bernardushof, 2016), 9-12
(29)
Jakob Loer, De Sint Bernardusabdij te Aduard, (Aduard: Museum Sint Bernardushof, 2025), 16-17
(30)
Bakker, Watermanagement door monniken van Aduard, 6
(31)
Wiersma en Spek, Landschapsbiografie gemeente Groningen, 44-50
(32)
Loer, De Sint Bernardusabdij te Aduard, 17
(33)
Peter van Vleuten, “Polders: al duizend jaar springlevend”, Buitengewoon, gepubliceerd op 2 oktober 2025,  https://www.buitengewoon-nh.nl/post/polders-al-duizend-jaar-springlevend
(34)
Peter J. Bowler, “From the Chain of Being to the Ladder of Creation”, in Progress unchained: Ideas of evolution, human history and the future (Cambrige: Cambridge University Press, 2021), 27 – 68  https://www.cambridge.org/core/books/progress-unchained/from-the-chain-of-being-to-the-ladder-of-creation/5AE5C779B5DB07A6896D174C5A55493B, Het gaat hier om de ladder der natuur, dit was een middeleeuws hiërarchisch wereldbeeld waarin alle wezens een door God bepaalde plaats innamen, van levenloze materie tot God, waarbij hogere niveaus werden geassocieerd met grotere volmaaktheid en kennis.
Dijkbouw, Illustratie uit wetboek Oldenburger Saksenspiegel, dertiende eeuw, Landesbibliothek Oldenburg

Maar de dijken deden jullie de verwoestende kracht van de zee vergeten. Jullie verleerden haar te vrezen en met haar noodlottigheid te leven. Hoe anders was dat voor de vroegere bewoners van de wierde. Deze watermensen bouwden hun heuvels van klei en plaggen boven op ons.[35] Wij voelden hoe het koude, bruisende zeewater ons doordrenkte en zich weer terugtrok — het gaf en nam.

Ja, het gaf de watermensen een open weg om te worden bevaren voor handel en levenservaring, en liet zeeslib achter voor vruchtbaar grasland waarop hun koeien konden grazen. [36] Zij spraken met respect over dit dier, verwijzend naar hun oerkoe Audhumla, die met haar kosmische melk het oerkosmische wezen Ymir voedde, uit wiens dode lichaam hun wereld zou ontstaan.[37] Maar de zee kon ook nemen: eens in de zoveel tijd kwam een verwoestende overstroming.[38]

(35)
Cnossen, J., De bodem van Friesland, (Wageningen: Stichting voor bodemkartering, 1971)
(36)
Michael Pye, “De uitvinding van geld”, in Aan de rand van de wereld: hoe de Noordzee ons vormde. vert. Arthur de Smet, Frits van der Waa, Pon Ruiter (Antwerpen: Bezige Bij, 2014), 27- 47
(37)
Wietske Prummel, “The Significance of Animals to the Early Medieval Frisians in the Northern Coastal Area of the Netherlands: Archaeozoological, Iconographic, Historical and Literary Evidence”, Environmental Archaeology 6 (2001), 73-86: Runderen waren economisch de belangrijkste huisdieren voor de vroegmiddeleeuwse Friezen in het terpengebied. De Friezen hielden heilige koeien op Fositeseiland (waarschijnlijk Helgoland) gewijd aan de God Fosite.
(38)
Pye, Aan de rand van de wereld, 40-41: Pye schrijft dat in de jaren dat de mensen in het Noorden van Nederland de zeestraten beheersten, de zee hen nog kon ruineren. Zo waren er in 834, 838 en 868 enorme overstromingen. Toch hadden mensen het volgens hem goed in deze moeilijke randgebieden.
Wierde van Ezinge, Foto Hardscarf, publieke domein/ Wikimedia Commons

Zelfs hun sterkste god Thor moest zijn meerdere erkennen in de zee. Wij hoorden eens een moederstem door het moerasriet vertellen hoe hij eens tijdens een drinkwedstrijd zijn hoorn niet kon ledigen, omdat die heimelijk verbonden was met de oceaan.[39] Of hoe hij onbezonnen ging vissen waar Jörmungandr zich schuilhield en hen daar aan de haak sloeg.[40] De golven rezen zo hoog dat zijn metgezel in paniek de vislijn doorsneed.

(39)
Snorri Sturluson, Edda, vert. Anthony Faulkes (London: Everyman, 1995), 43-45
(40)
Snorri Sturluson, Edda, p.47 en Jan de Vries, vert., Edda: Goden- en heldenliederen uit de Germaanse oudheid, 10e dr. (Deventer: Ankh-Hermes, 1999,) 97-98
Reproductie deel van Gosforth-kruis, Thors visreis, reproductie door Julius Magnus Petersen, foto Finnur Jónsson, gepubliceerd 1913, Kruis uit de 10e eeuw, Publieke domein/Wikimedia Commons

Met de komst van de monniken raakte de landomringer verstrikt in netten die niet loslieten. De blazende gifslang werd uit de wateren getrokken en uitgerold tot een rechte lijn.[41] Was dit het begin van een stille chaos? Want terwijl het water achter de dijken werd teruggedrongen en het land werd ontwaterd voor turf en landbouw, vervluchtigden wij tot koolstofdioxide. Eeuw na eeuw klonk het land in. Inmiddels zijn sommige Nederlandse veengebieden bijna twee meter weggezakt ten opzichte van de late middeleeuwen, terwijl de zeespiegel stijgt.[42]

De monniken zagen in de punt van Jörmungands staart een poort naar het eeuwige, hemelse leven: een bestaan voorbij de vergankelijkheid van het lichaam. [43] Maar onze materiële transformatie kent geen eindpunt en geen vaste bestemming. Wij zijn onderdeel van een voortdurende cyclus waarin vormen steeds veranderen: van afbraak naar nieuw leven. Als de monniken aandachtiger naar de grond hadden gekeken, hadden ze gezien hoe planten uiteenvallen en hun materie teruggeven aan de wereld om hen heen, waar het wordt omgezet in voedingsstoffen voor ander leven. Jullie lichamen volgen uiteindelijk dezelfde weg van eten en gegeten worden. Vertrouw daarom jullie lichaam toe aan een zuurstofrijke omgeving en de micro-organismen die het weer opnemen in de kringloop van het leven, in plaats van de ontbinding ervan zo lang mogelijk te vertragen in een grafkist. [44]

(41)
Mircea Eliade, Cosmos and History: The Myth of the Eternal Return, vert. Willard. R. Trask, (New York: Harper & Brothers, 1959), 143-145: Eliade ziet gedurende de Christelijke middeleeuwen een geleidelijke omslag van het cyclische denken naar het lineair denken, maar ze is nog steeds aanwezig in bijvoorbeeld de astrologie: “If we turn to the other traditional conception that of cyclical time and the periodic regeneration of history, whether or not it involves the myth of eternal repetition we find that, although the earliest Christian writers began by violently opposing it, it nevertheless in the end made its way into Christian philosophy. We must remind ourselves that, for Christianity, time is real because it has a meaning the Redemption. A straight line traces the course of humanity from initial Fall to final Redemption.” Het Cyclische denken is nog aanwezig in de middeleeuwen maar tegelijk worden de zaadjes gelegd voor het lineair denken: “[…] a theory of the linear progress of history begins to assert itself. In the Middle Ages, the germs of this theory can be recognized in the writings of Albertus Magnus and St. Thomas;[…].
(42)
Gilles Erkens, Michiel J. van der Meulen & Hans Middelkoop, “Double trouble: subsidence and CO2 respiration due to 1,000 years of Dutch coastal peatlands cultivation”, Hydrogeology Journal (2016), https://link.springer.com/article/10.1007/s10040-016-1380-4?utm
(43)
Ignaas Devisch, Rusteloosheid: pleidooi voor een mateloos leven, (Amsterdam – De Bezige Bij), 134-140: Ignaas Devisch schrijft over deze Christelijke wereldvisie dat het leven op aarde wordt beschouwd als een voorgeborchte van het eeuwige leven in het hemelrijk.
(44)
Janno Lanjouw, “Van lijk tot humus: ‘Dieren begraven hun doden ook niet’”, De Groene Amsterdammer, januari 2026, 30-34
Bij veraarden wordt het lichaam bovengronds in een cocon gecomposteerd op een mengsel van organisch materiaal, waarbij zuurstof wordt toegevoegd om het te laten transformeren tot voedzame aarde. Foto Evert de Niet

Ook de veenbazen hadden geen oor voor het idee van een cyclus van afbraak en regeneratie. Voor hen was het eindpunt van de slang geen poort naar het hiernamaals, maar een werkelijk einde.[45] Zij trokken daarom de aarde leeg en lieten hun turfgravers steeds dieper graven, om zich nog vóór de dood te laven aan weelde en aanzien. Toch gingen destijds onder de turfschippers andere verhalen rond,[46] waarin de landomringer en de melkkoe Audhumla nog doorklonken.

Zo vertelden zij over een meisje dat iedere ochtend warme melk bracht naar de rand van een veenmoeras, waar een slang kwam drinken.[47] In ruil daarvoor liet de slang telkens een goudstuk achter. Tussen het meisje en het moeras en de slang ontstond een stille wederkerigheid, tot haar vader het goud zag en de slang voor zichzelf probeerde te winnen. Vanaf dat moment verdween de slang en werd het meisje ziek. Pas toen zij terugkeerde naar de plek aan het moeras kwam de slang weer tevoorschijn en herstelde alles zich.

Jaren later, toen een veenbrand uitbrak, bracht de slang het gezin één voor één naar veilig land. Toen het de beurt was aan de vader, zei de slang dat hij de opgespaarde goudstukken moest achterlaten omdat hij anders te zwaar was. Maar de vader ging toch op zijn rug zitten. De slang kon hem niet dragen. Er ontstond ruzie, waarop de vader de slang doodsloeg en zelf in het moeras verdween. Alleen het spoor van de slang bleef achter als een smal pad door het veen — het pad waarlangs hij het kind en de moeder had geleid. Wie het verliet om de goudkleurige bloemen langs de rand te plukken, zonk weg in het moeras.

(45)
Devisch, Rusteloosheid, 135-136: Devisch beschrijft hoe in een geleidelijk proces de Christelijke wereldvisie met het oog op het eeuwige leven in een geseculariseerde samenleving verandert in een samenleving die uitgaat van tijdelijkheid, afgestemd op wat mensen in dit leven bereiken: “Wie modern wil zijn, richt zich niet langer op wat zich na het leven zal aandienen, maar op wat hier en nu gebeurt: geen hiernamaals maar hiernumaals. “[…] Waarom wachten als we het nu kunnen krijgen?” “[…] ‘Laten we er nu van profiteren, voor het te laat is.”
(46)
Jessica Voeten, “Er zijn er maar weinigen die ze weten, maar die ze weten, weten er heel veel”, interview met Ype Poortinga”, NRC, 18 januari 1980,https://www.nrc.nl/nieuws/1980/01/18/volksverhalen-uit-friesland-er-zijn-er-maar-weinigen-die-ze-weten-maar-die-ze-weten-weten-er-heel-veel-kb_000027195-a3232278?t=1778849796, Steven de Bruin (destijds 59) is de bron van het verhaal van “It famke en har freon de slange”(Het meisje en de slang, zie: https://www.dbnl.org/tekst/poor010ring01_01/poor010ring01_01_0302.php ) die hij kreeg overgedragen van zijn vader die turfschipper was. Steven is een van de hoofdpersonen in het onderzoek Van Poortinga: “[…] Het zijn vooral de natuurmythen en oorsprongverhalen die De Bruin van zijn vader kent. Die was turfschipper. De turfschippers moesten vaak wachten in het veen totdat zij aan de beurt waren. Men ging dan bij elkaar „buren”, ’s avonds in de roef kwamen de verhalen.”
(47)
Ype Poortinga, “It famke en har freon de slange”, in De ring fan it ljocht: Fryske folksforhalen, (Baarn / Leeuwarden: Bosch en Keuning / De Tille, 1976), 367-368
Edward Houting en Hans Vrijer, Kloostermoppen: Middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen, (Gorredijk: Noordboek, 2018)

Al is dit pad nu moeilijk te vinden, wie goed luistert hoort het nog altijd door jullie verhalen kruipen. Zoals wij het voedzame water uit de oudere veenlagen omhoog laten sijpelen naar de jonge scheuten boven ons, zo blazen jullie al eeuwenlang de adem van vruchtbare verhalen uit stervende lichamen in die van pasgeborenen.[48]

(48)
Jonathan S. Price, Thomas W.D. Edwards, Yi Yi , Peter N. Whittington, “Physical and isotopic characterization of evaporation from Sphagnum moss”, Journal of Hydrology 1-2 2009, 175-182: De opwaartse verplaatsing van water boven de grondwaterspiegel in veenmossen wordt doorgaans toegeschreven aan capillaire stroming. Waterverlies door verdamping wordt grotendeels wordt aangevuld door een opwaartse waterstroom vanuit diepere, natte lagen van het mospakket. V. Golubev en P. Whittington, “Effects of volume change on the unsaturated hydraulic conductivity of Sphagnum moss”, Journal of Hydrology 2018, 884-894: De groeikoppen van het veenmos zijn volledig afhankelijk van capillaire werking om water van onderaf te ontvangen.
Drijvende stad op de Noordzee, Artist impression, foto MARIN

Misschien zijn De Onlanden een eerste ademaanzet. Ze belichaamt een verhaal waarin het water terugkeert naar de veenweiden en wij weer mogen aangroeien. [49] Waarin het land niet langer wordt drooggezogen, zodat wij niet langer oxideren. Waarin mensen gewassen verbouwen die met het water meebewegen: lisdodde, wilde rijst en andere waterplanten die zich thuis voelen in natte grond.

En laat het water komen. Bouw opnieuw, zoals de watermensen ooit deden, maar niet op wierden van klei en plaggen, maar op pontons die drijven. [50] Zo kan het verhaal zich opnieuw sluiten, zoals de slang die haar staart in haar bek neemt.

(49)
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Stop bodemdaling in veenweidegebieden: Het Groene Hart als voorbeeld, 18–36
(50)
Dorine Schenk, “We gaan de Noordzee koloniseren”, achtergrond, NRC, 7 oktober 2019, https://www.nrc.nl/nieuws/2019/10/07/we-gaan-de-noordzee-koloniseren-a3975877
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht