Kevin Headley

De voortlevende droom van een openluchtmuseum in Moengo, Suriname

Interview
6 februari 2024

Een groot openluchtkunstmuseum in het district Moengo, in het oosten van de hoofdstad Paramaribo, waar structurele kunstactiviteiten plaatsvinden, met als hoogtepunt een groot festival. Deze droom van kunstenaar Marcel Pinas kreeg de afgelopen jaren steeds meer vorm, maar in 2019 werd deze abrupt tot een halt gebracht. ‘We maken een verschil in de wereld, zelfs als we niet altijd de ruimte krijgen om onze ideeën te visualiseren.’

 

Perikelen met de overheid zorgden voor frustratie, waardoor Pinas zijn droom op pauze zette. Nu overweegt hij het project opnieuw op te pakken. Stapvoets en met een goed doordacht plan, wil hij ervoor zorgen dat de trein niet meer stopt zodra deze opnieuw in beweging is.

Marcel Pinas (1971) is een Surinaamse kunstenaar van Marron-afkomst. In 2009 richtte Pinas de Stichting Kibii op, gevolgd door de oprichting van de Tembe Art Studio, TAS, in 2010, een ruimte bedoeld voor lokale jongeren en opkomende kunstenaars. Hierop volgde de opening van het Contemporary Art Museum Moengo, CAMM, in juli 2011, een expositieruimte met kunst van internationaal niveau. In 2013 startte hij met de organisatie van het Moengo Festival.

Dagelijks krijgt Pinas filmpjes doorgestuurd van jongeren uit Moengo, waarin ze laten zien hoe ze zich voorbereiden op het Moengo-kunstfestival. Ze tonen dat ze muziekstukken onder de knie hebben of een nieuwe dans aan hun dansrepertoire hebben toegevoegd. Hoewel de jongeren geen zicht hebben op wanneer het festival weer plaatsvindt, zijn ze hoopvol dat het snel weer komt. Ze willen klaar zijn om hun talent te tonen. Pinas vindt dit prachtig en tegelijkertijd wrang, omdat hij hen ook niet kan vertellen wanneer hij weer officieel van start gaat. Wat hij wel weet, is dat het moet gebeuren voor zijn vijfenvijftigste verjaardag – over drie jaar, in 2026. Daarna heeft hij andere plannen en moet het festival met weinig inbreng van hem draaien.
‘We willen een breed scala aan faciliteiten ontwikkelen, waaronder een kunstpark, mogelijkheden voor boswandelingen, kookkunst en ontwerpmogelijkheden. We staan open voor samenwerking met kunstenaars, architecten, antropologen, universiteiten, reisorganisaties van binnen en buiten Suriname en de Surinaamse overheid. Verder is ons doel om de festivalperiode uit te breiden van drie dagen naar zeven dagen, waarvan twee dagen in Saint-Laurent-du-Maroni in Frans-Guyana, twee dagen in Albina en als hoogtepunt drie dagen in Moengo. Bovendien willen we het Kibii Wi Koni Research Center uitbreiden tot de Moengo Universiteit, waar traditionele Marronkennis centraal staat.’

Pinas geeft aan dat er in het verleden aanzienlijk veel werk is verzet, wat hem motiveert om niet op te geven in de achtervolging van zijn droom.
‘Het heeft jaren geduurd om de gemeenschap te overtuigen van wat mogelijk is met kunst, en nu begrijpen ze onze visie. Nu wil ik me richten op de infrastructuur van het festival verder uit te bouwen. Ik geloof dat onze doelen haalbaar zijn nu, dankzij onze kennis en beschikbare middelen. Voor dat alles moeten we dankbaar zijn en trots op wat we hebben bereikt. We maken een verschil in de wereld, zelfs als we niet altijd de ruimte krijgen om onze ideeën te visualiseren.’

In een gesprek met de toenmalige directeur van Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam, Janwillem Schrofer, kreeg het plan om van zijn geboorteplaats een kunststad te maken meer gestalte. Bewoners moeten weer trots worden op hun omgeving en buitenstaanders moeten trots worden op wat de samenleving daar allemaal kan. Pinas is ervan overtuigd dat met kunst ook oplossingsmodellen bedacht kunnen worden voor de problemen waarmee de mensen van zijn district worden geconfronteerd, zoals armoede en weinig werkgelegenheid.
‘Het succes van het festival,’ zegt Pinas, ‘ligt in het feit dat het de gemeenschap van Moengo heeft doen geloven in zichzelf. Bovendien heeft het festival bewustwording gecreëerd voor kunst en cultuur in Suriname en heeft het de waardering voor de eigen cultuur versterkt. Het festival heeft een statement gemaakt dat samenwerking met de lokale bevolking tot succes leidt. Daarnaast heeft het ook kansen gecreëerd voor de lokale bevolking, waarbij theatermakers, muzikanten, dansers en kunstenaars zijn gevormd tussen opgestaan onder de talloze jongeren. De Marroncultuur is ook gepresenteerd als een waardevolle toevoeging aan de wereldwijde diversiteit van culturen.’

Volgens historicus Jerry Egger was Moengo in het begin van de twintigste eeuw een echt bauxietstadje. ‘Moengo schijnt voor de komst van Alcoa, een Amerikaans bedrijf gespecialiseerd in de productie van aluminium, een Marrondorp te zijn geweest, het heeft Marronwortels. In die omgeving is hoogwaardig bauxiet gevonden. Dat was ook het begin van Alcoa in Suriname, de grote bauxietmaatschappij. Die hebben in Moengo een stad aangelegd met de bedoeling om daar bauxiet te winnen. Ze hebben veel geld daaraan verdiend omdat het hoogwaardig oppervlaktebauxiet was. Dat was het begin van Moengo als bauxietstad.’

 

Moengo raakte daarna in verval na het vertrek van de Amerikanen. Veel bekende plekken, zoals het Casa Blanca, de voormalige woning van de directeur van de Surinaamse Bauxiet Maatschappij in Moengo, staan er vervallen en overwoekerd bij. Veel huizen van het voormalige personeel zijn gekraakt door de bewoners van het gebied. Verder is er qua werk niet veel te doen, los van wat handel en goudwinning. Het festival biedt, naast kunst, ook mogelijkheden op het gebied van ondernemerschap, zoals de verkoop van eten, de verhuur van accommodaties, transport en de verkoop van souvenirs. Met het voorlopig uitblijven van het festival vallen deze zaken ook weg.

Pinas ging in 2013 van start met het Moengo Festival. Soepel verliep het niet; vanwege onwetendheid over kunst protesteerde een plaatselijk kerkgenootschap tegen grote kunstwerken die werden geplaatst op openbare plekken. Ze zagen bepaalde van deze werken als demonisch. Er moest steeds in dialoog worden getreden om informatie te delen over het doel van het festival, de ontwikkelingsmogelijkheden die het bood aan de mensen van het district en de bijdrage die het zou leveren aan het gevoel van eigenwaarde van de Moengonezen.

Het vinden van financiering voor het festival was een andere uitdaging. Het negatieve imago dat Moengo had, namelijk dat er veel criminaliteit was, zorgde ervoor dat bedrijven niet stonden te springen om het festival te sponsoren. Ook de politiek was en is nog steeds een uitdaging. Het terrein waarop het festival wordt gehouden was eigendom van de bauxietmaatschappij Suralco, van wie de stichting in 2015 toestemming kreeg voor vruchtgebruik.

In 2016, tijdens de voorbereiding van de derde editie van het Moengo Festival, werd Stichting Kibii, opgericht door Pinas en die zich richt op kunst, muziek, dans en theater in Moengo, geconfronteerd met het feit dat de staat delen van het gebied, waaronder het plein bij Tembe Art Studio, aan een particulier had gegeven. Met de overheid werd onderhandeld over toestemming om de locatie voor het festival te mogen gebruiken.

Het dieptepunt kwam in 2019, toen de ruimte van de Tembe Art Studio door overheidsfunctionarissen werd opengebroken en kunstwerken werden vernietigd. Niet lang daarna besloot Pinas het festival on hold te zetten.

Op 15 november 2023 vond de officiële lancering plaats van de Stichting Monumentenzorg Marowijne, afgekort als SMZM. Deze gebeurtenis markeerde tevens het begin van het ambitieuze project ‘Onderhoud van Erfgoedobjecten in Marowijne’. Met dit initiatief zet de stichting Kibii een belangrijke stap richting de verwezenlijking van haar doelstellingen, met name het beheer en de exploitatie van erfgoedobjecten, historische gebouwen, musea, archieven en alle andere elementen die in de breedste zin verband houden met het cultureel erfgoed. Dit omvat tevens het oprichten en beheren van een cultureel-historisch documentatiecentrum in het district Marowijne.

Begin 2024 start Pinas ook weer met het accommoderen van kunstenaars uit Nederland in verband met het Artist in Residence-programma van Stichting Kibii. Kunstenaars van over de hele wereld krijgen de kans om drie maanden samen te werken met de jeugd van Marowijne en een kunstwerk te maken dat een plek krijgt in het speciale kunstpark. Via Nederland is Pinas naar Mali en Indonesië geweest en heeft daar gezien hoe een Artist in Residence-programma werkt en wordt uitgevoerd. Hij besloot het ook in Suriname te implementeren. Dit programma heeft Moengo en Suriname in de schijnwerpers gezet door de kunstenaars die eraan deelnemen, onder meer Roosje Verschoor, Lonnie van Brummelen, Siebren de Haan en Magda Augustijn. De impact van het festival is al zichtbaar geweest, maar zal de komende jaren nog merkbaar zijn. Hoewel het gebeuren in Moengo plaatsvindt, heeft het hele land er baat bij.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later