Alex de Vries

De vraag is of je iets kunt zien waar geen woord voor is – op atelierbezoek bij Lon Godin

Interview
3 augustus 2026

Het werk van Lon Godin is niet te reduceren tot statements. ‘Het moet visueel ook vaag blijven, anders wordt het pannenkoek,’ beweert Lon Goldin over haar schilderijen. Alex de Vries kan haar tijdens zijn atelierbezoek alleen maar gelijk geven. Een schilderij moet een raadsel blijven, anders zou je er niet meer naar kijken en zou Godin geen schilderij meer maken. Haar abstractie kent geen contouren, schrijft hij, maar alle elementen vloeien in elkaar over in een kleurenwaas die vrijwel geen associaties oproept met waarneming in de realiteit.

Je zou kunnen beweren dat de schilderijen van Lon Godin (Sydney, 1958) met geen pen zijn te beschrijven. Er zijn bijna geen andere woorden voor dan verf en linnen. Haar abstracte voorstellingen waarin ruimte, licht, kleur, structuur, beweging, patronen en ritme de boventoon voeren, veroorzaken wel een zingeving waarover je na kunt denken. Het is ondoenlijk om een exacte beschrijving te geven van haar abstracte schilderijen, zodat je je er daadwerkelijk een voorstelling van kunt maken. Je moet je uitleveren aan wat je ziet.

Haar schilderijen laten in ruimtelijke zin zien dat ze probeert ongrijpbare observaties en ervaringen beeldend te vatten. Haar doeken zijn meestal groter dan zij zelf is en de composities die ze maakt reiken buiten haar zelf. Haar grootste doeken zijn 355 bij 200 centimeter die ze tot voor kort altijd in één dag voltooide. Nu ze ouder is, doet ze er twee dagen over. Om ze te maken moet ze een ladder gebruiken. Ze moet boven zichzelf uitklimmen om een effectieve ruimtelijke reikwijdte tot stand te brengen.

‘Ik werd in 1982 aangenomen op de Rijksakademie die toen nog een traditionele kunstopleiding was en geen postacademische werkplaats. In 1983 stapte ik over naar de kunstacademie in Rotterdam waar ik in 1987 ben afgestudeerd.’
In Rotterdam kwam ze terecht in een nuchter klimaat van hard werken en docenten als Hannes Postma, Woody van Amen, Wim Gijzen, Kees Verschuren, Peter Blokhuis en Jaap van den Ende. Wat ze er als kunstenaar zou ontwikkelen werd haar niet opgelegd, maar ze werd gestimuleerd dat zelf te bedenken. Ze kreeg kunstgeschiedenis van Antoinette Reuten bij wie ze later in de galerie zou worden opgenomen toen ze met haar werk naar buiten trad.
‘Ik heb zeven jaar in Rotterdam gewoond en ging daarna naar Amsterdam waar het kunstklimaat dynamischer en actiever was. Inmiddels werk ik afwisselend in Amsterdam en Berlijn waar mijn vriendin woont.’

Lon Godin - Atelier Lon Godin (2025)
Lon Godin - Atelier Lon Godin (2025)

In de eerste helft van de jaren tachtig vierde het nieuwe schilderen hoogtij met de Nieuwe Wilden, de Duitse Neue Wilden en de Italiaanse transavanguardia als belangrijke fenomenen die de ambachtelijke en figuratieve verbeelding hoog in het vaandel hadden. Lon Godin werd er zeker door geïnspireerd, maar ze bleef toch altijd ook abstract werken. De abstracte schilderkunst met kunstenaars als Gerhard Richter, Sean Scully, Mark Rothko en Günther Förg trok haar uiteindelijk veel meer dan de natuurlijke en poëtische figuratie die in haar academiejaren de kunstwereld in de greep had.
‘Ik ging veel naar het Stedelijk Museum en was bijvoorbeeld onder de indruk van het werk van Barnett Newman omdat het zo fysiek was. Zijn schilderijen gaven iets niet prijs. Wat was weggelaten deed zich juist daardoor gelden. In mijn schilderijen gaat het om het planloze voornemen om iets te schilderen, hoewel ik wel een methode hanteer. Dat is niet meer dan een kapstok om te beginnen met een sequentie of schema om in het moment van het maken een schilderij tot stand te brengen. Dat moment is een kwestie van overgave aan wat ik doe. Het schilderij ontstaat daarin, terwijl ik niet helemaal weg ben of opga in de handeling – ik weet wat ik doe en word daarin meegevoerd. 
Zo hanteerde ik bijvoorbeeld vlak na de academie het uitgangspunt om op honderd kleine doeken zeven streken te schilderen, in alle variaties. Dat is een beperking die talloze mogelijkheden in zich draagt die ik op intuïtie en gevoel uitwerk. Gaandeweg is mijn werk minder formeel geworden. Ik wil niet minimaliseren, geen monochromie, maar maximale vrijheid. Waar het om te doen is, bestaat uit het fysieke van het beeld. Het is een lichamelijke aangelegenheid waarin ik mijn ideeën transformeer in tastbare en zichtbare beelden. 
Merleau-Ponty – de Franse fenomenoloog – schreef dat het lichaam het instrument is waarmee we de werkelijkheid waarnemen. Dat ervaar ik sterk tijdens het schilderen. Ik kan me identificeren met wat ik schilder, het roept het bewustzijn van mijn existentie op. Er zijn heel veel schijven van gedachten waarover mijn werk loopt, maar ik hanteer geen formule of receptuur. Dat is het laatste wat ik wil.’

De schilderijen van Lon Godin zijn in mijn ogen doeken om je blik in te verliezen. Haar abstractie kent geen contouren maar alle elementen vloeien in elkaar over in een kleurenwaas die vrijwel geen associaties oproept met waarneming in de realiteit. De enige realiteit die zich werkelijk voordoet is het schilderij zelf. Je kunt niet zeggen waar het schilderij over gaat, behalve dat het een tegenoverstelling is of een spiegeling van je onwetendheid ten aanzien van het bestaan. Er is weliswaar een zweem van realisme, maar niet objectmatig, alleen in de zin van ruimte en beweging.
‘Het moet visueel ook vaag blijven, anders wordt het pannenkoek,’ beweert ze plompverloren en ik kan haar alleen maar gelijk geven. Een schilderij moet een raadsel blijven, anders zou je er niet meer naar kijken en zij zou geen schilderij meer maken.
‘Het gaat mij om de wijze van het schilderen. Iedere anekdote is eruit geschrapt. Begrippen die ik hanteer voor mijn werk hebben betrekking op scherpte en onscherpte, het teken, chaos, structuur, vergissing, uitvinding en dergelijke. Maar het werk is heel ontalig. Het talige kun je gebruiken om wat houvast te bieden, maar uiteindelijk bieden mijn schilderijen geen houvast. Mijn primaire fascinatie blijft het beeld, hoewel ik van nature wel talig ben. De vraag is of je iets kunt zien waar geen woord voor is.’

Studio in Berlijn (2022)
Astronomer's Dream Water Color

Wat de schilderijen van Lon Godin duidelijk maken is dat je je erin moet verliezen om er iets in te vinden. Die tegenstelling is alleen mogelijk als er onomwonden een vorm van vrije verbeelding wordt nagestreefd. Haar beeldtaal refereert aan het abstract expressionisme in de monumentaliteit en eenvoud van het werk, maar ook in de handeling van het maken en het onbelemmerd uiten van wat Kandinksy das Geistige in der Kunst noemde. Met kleur en vorm uitdrukking wordt gegeven aan menselijke ervaringen.
‘Het gaat in mijn schilderijen niet om een botsing van tegenstellingen, maar om verbinding tussen de elementen. Aan wat je ziet, gaat altijd iets vooraf en ik probeer dat in mijn schilderijen te verenigen, samen te brengen in een beweeglijke, ruimtelijke en kleurrijke uiteenzetting.’

De totstandkoming van haar schilderijen is goed te volgen in haar op zichzelf staande animatiefilms. Daarin zie je hoe de achtereenvolgende stadia van het schilderproces zich ontwikkelen door beelden in elkaar te laten overvloeien. De elementen ruimte, licht en kleur nemen in relatie tot elkaar steeds een andere, voorlopige gedaante aan.

‘Ik neem de animatiefilms op in stop motion. De film registreert het veranderingsproces van het ontstaan van een schilderij. Terwijl ik schilder maak ik met korte tussenposen opnames die daarmee het proces registreren. Zo bestaat mijn meest recente animatie [2025/2026, AdV] uit 18.200 afbeeldingen. Als je de animatie op een willekeurig moment stilzet, zie je één beeld. Het is een schilderij op zich maar het suggereert ook dat het verder kan gaan. Alles wat er is verdwijnt en er ontstaat iets nieuws. Al die 18200 beelden bestaan niet meer. Ze zijn uitgewist in de ontwikkeling van de animatie. Het is een reactief proces, geen reflectie maar een reagerende handeling waarin het onderbewuste de leidraad is. Mijn doel is om het gevoel over te brengen dat je op de wereld staat, dat je er bent. In het schilderen kom ik tot de kern van mezelf. Het is niet van iemand anders. Een schilderij is voor mij het raakpunt van het universele en het hoogstpersoonlijke.’

Lon Godin - Momentary Halt Infinate Flow
Lon Godin - Texture Commune

Lon Godin formuleert duidelijk wat ze met haar werk beoogt, maar ze is geen kunstenaar van krasse uitspraken. Je kunt haar schilderijen niet reduceren tot statements. Het gaat haar om de betekenis van het schilderij op het niet-verhalende niveau. Ze maakt gebruik van de primaire kleuren aangevuld met magenta en cyaan, maar verklaart zich daarmee niet per se tot een colorist. Wel gaat het in haar werk om het kleurige, het veelkleurige zelfs, als een verabsolutering van het schilderen als zodanig.
‘Ik voel nu wel de behoefte om mijn palet uit te breiden, dus er ontstaat een aanzet tot colorisme, maar het gaat me vooral om de beweging van het schilderen. Wat is de kwaststreek voor een raar ding? Dat geldt zowel voor de figuur die je maakt als voor de beweging in de tijd en in de ruimte. Het is tegelijkertijd fysiek, ruimtelijk en dynamisch. Een schilderij van mij beweegt zich op de kiep van het formele en de illusie. Daardoor is het werk heel concreet met momenten van illusie waardoor je heel dichtbij kunt komen.’

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht